Vertrokken bij FRISS

Februari 2018 was mijn laatste maand bij mijn werkgever FRISS. Na tweeënhalf jaar vond ik een nieuwe baan bij ID Ware. Ik zal in een volgende post schrijven over mijn nieuwe baan en terugkijken naar FRISS in deze.

In de komende alinea’s zal ik voornamelijk beschrijven wat er niet leuk was en niet goed ging bij FRISS, maar ik wil duidelijk zijn over de goede zaken. Ik waardeerde de interactie met mijn collega’s veel, vooral degenen in de groep waarmee ik tijdens de middagpauzes ging wandelen en goed leerde kennen. Ik hield van de (internationale) diversiteit en hoe ik uitgebreid kon praten over de details van Indiaas eten met een Indiase collega, net als andere onderwerpen met collega’s uit andere culturen. Mijn manager was een aardige kerel. De directie hield iedere maand met alle werknemers een vergadering aan het einde van de werkdag om de voortgang en richting van het bedrijf te bespreken. Dit werd gecombineerd met een gratis diner. Dit was een zeer transparante manier om iedereen geïnformeerd en betrokken te houden.

Er waren een aantal factoren die het plezier in mijn werk verminderden. Het belangrijkste was het salaris. Sinds ik voor mijn huidige werkgever ID Ware werk verdien ik bruto € 1.000 meer. Om bij mijn huidige salaris te komen heb ik wel profijt gehad van mijn opgedane ervaring bij FRISS en een ITIL Practitioner certificering, als ook goed onderhandelen. Ik doe echter nog steeds grotendeels hetzelfde werk als bij FRISS. Indien je dat in overweging neemt is het verschil nogal groot.

Een andere flinke domper was de IT Service Management software die ik gebruikte voor mijn werk. Ik voelde mij als een kok die de hele dag moest werken met een bot koksmes. Deze software, genaamd GAIA en geproduceerd door het Nederlandse AllSolutions, was simpelweg een naar product uit de Steentijd. Het kon schijnbaar alles doen, maar niets goed. Het verschil met moderne IT Service Management software was er een van dag en nacht. Het kon niet eens automatische e-mails versturen om het sluiten van een ticket door te geven, of automatisch de naam vastleggen van degene die een opmerking schreef bij een ticket. De afdeling Financiën gebruikte het ook voor de financiële administratie. Iedereen die ik sprak haatte het, behalve de collega die het beheerde omdat die vaardigheid hem onmisbaar maakte.

Ik besprak de gebreken van GAIA al in mijn eerste week bij FRISS. Ik had niet de tijd en overtuigingskracht om zaken snel in beweging te krijgen. Uiteindelijk kwam er een nieuwe CFO die wel de urgentie zag en het initiatief nam omdat GAIA zo ongeschikt was voor Financiën. Kort voordat ik vertrok nam ik deel aan de inspanning om te migreren naar Oracle NetSuite, maar ik dacht dat FRISS jaren eerder had kunnen en moeten zoeken naar iets beters. Ik denk dat ik het deels aan mijzelf heb te wijten omdat ik het meer onder de aandacht had kunnen brengen en meer overtuigingskracht had moeten hebben.

Naast gereedschap waren de processen ook niet optimaal. Hoewel ik een goede verhouding had met de Product Owner (Scrum terminilogie) van het ontwikkelteam, was mijn ervaring dat onze terugkoppeling en suggesties geen invloed hadden op het werk van het ontwikkelteam. Ik denk dat kwam omdat de Product Owner niet anders kon dan luisteren naar de CTO en de Product Managers. Natuurlijk moeten er prioriteiten worden gesteld, maar als het eeuwen duurt om softwarefouten op te lossen die de productiviteit van Support en soms zelfs een enkele klant schaden, is de balans zoek. Ik dacht dat de CTO en Product Managers het ontwikkelteam te veel lieten focussen op allerlei populaire en overdreven nieuwe functionaliteiten die weinig bijdroegen op de korte termijn terwijl de basis niet genoeg aandacht kreeg.

Een voorbeeld van die gebrekkige basis was de implementatie van ‘watchlists’ met adressen van bekende frauders. Deze was ronduit snel, gemakzuchtig en slordig ontworpen. De functionaliteit was zo gebruiksonvriendelijk dat de klant watchlists niet zelf kon uploaden maar naar ons moest sturen. Wij gebruikten dan wat SQL-queries om de watchlist in de database te krijgen. Omdat de klanten die deze functie gebruikten op een uitgefaseerde (maar nog steeds ondersteunde) versie van onze software zaten werkte het ontwikkelteam niet aan het verbeteren van die functionaliteit. Het idee was dat de verbeterde functionaliteit terecht zou komen in de actuele versie van de software, maar dit kreeg nooit prioriteit. Dat is waarom de situatie de volle tweeënhalf jaar dat ik bij FRISS werkte aanhield. De klanten moeten er ontevreden mee zijn geweest, omdat wij ze ook kosten in rekening brachten voor de invoer in de database. Ik raakte gefrustreerd omdat er niets werd gedaan om de situatie te verbeteren (ik drong er meer dan eens op aan) en ik in essentie iets deed wat de klant zelf zou moeten kunnen doen.

Naast slecht werkende functionaliteit werd ik ook pessimistisch omdat ik te weinig vooruitgang zag in het schaalbaar maken van ons product. Met onze software was het mogelijk om dezelfde functionaliteit met verschillende implementaties te zien bij iedere klant. Dit maakte het moeilijker om te achterhalen waar het probleem zat en gaf Support meer werk dan nodig.

Omdat ik de communicatie over nieuwe softwareversies schreef en naar onze klanten stuurde was ik goed geïnformeerd over het werk van het ontwikkelteam. Zo kreeg ik de impressie dat de ontwikkeling van onze software in het algemeen traag verliep in verhouding tot de fte’s in het ontwikkelteam. Iedere nieuwe release bevatte een kleine hoeveelheid nieuwe functionaliteiten en de meeste daarvan waren triviaal. Ik was niet de enige die dit zag, maar ik kan niet uitleggen wat de oorzaak is. Het is zeker niet zo dat onze ontwikkelaars lui waren, maar het kan te maken hebben met het proces. Er kwam iedere vier weken een nieuwe release na de afronding van een sprint (Scrum terminologie). Het is dan begrijpelijk dat grote nieuwe features niet in iedere release landen, maar ik had de indruk dat het wel heel sporadisch was.

Het talent management schoot tekort. Ik had niet verwacht snel de ladder op te klimmen omdat ik tekende als Support Engineer en mijn hulp essentiëel was om de werkdruk haalbaar te houden voor Support. Echter, een half jaar na mijn start werden twee nieuwe mensen bij ons gedetacheerd vanuit een extern bedrijf. Ze hadden WO-masterdiploma’s net als ik, ongerelateerd aan IT, maar respectievelijk geen en gelijke werkervaring in de IT vergeleken met mij. Ik was verrast toen zij al snel in het Consultancy team gingen werken terwijl ik in Support bleef. Het was ironisch omdat een van hen mij meerdere keren om hulp vroeg bij problemen na die promotie. Ik zag ook dat een andere collega die ook ontevreden was met haar werk wel een andere functie kreeg, terwijl er niets werd ondernomen voor mij. I beschouw al deze drie mensen als fijne collega’s, maar je zult begrijpen dat ik mij oneerlijk behandeld voelde. Kort voordat ik aankondige FRISS te verlaten kreeg ik te horen dat ik binnenkort in het Project Management team kon werken. Hoewel ik dit sterk waardeerde, was het niet zo aantrekkelijk als het aanbod van ID Ware.

Ten slotte, de onaantrekkelijke omgeving van het bedrijventerrein Papendorp was een motivatie om te vertrekken. Vooral omdat ik graag in de pauze een wandeling maakte met collega’s. Papendorp is een treurige verzameling van gras en betegeling, met een asfaltfabriek en een grote snelweg dicht in de buurt. Als FRISS een nieuw kantoor moet zoeken voor uitbreiding, hoop ik dat er een mooiere omgeving wordt gekozen die de zintuigen positief stimuleert.

Ik vat de moraal van dit verhaal over hoe je werknemers gemotiveerd houdt samen, in de stijl van de management literatuur. Betaal je werknemers een competitief salaris om ze gewaardeerd te laten voelen en te voorkomen dat ze gekaapt worden door andere bedrijven. Geef ze goed gereedschap om hun dagelijkse werk uit te voeren. Steun ze in hun zoektocht naar beter gereedschap als ze dat nodig hebben. Luister naar de wensen van zowel je Support team als je Product Management team. Support krijgt andere inzichten van de gebruikers van je software, die Product Management niet heeft. Balanceer ontwikkeling van nieuwe functionaliteiten met het verbeteren van bestaande functionaliteiten. Voer goed talentmanagement om te voorkomen dat er een verschil is tussen de vaardigheden en de functies van je personeel, op een manier dat ze zich niet achtergesteld voelen. Zorg voor een aantrekkelijke werkomgeving, zowel binnen als buiten.

Overgestapt naar ProtonMail

Sinds september 2017 ben ik een vrij tevreden gebruiker van de ProtonMail e-mail dienst. Ik leg hier uit waarom ik ben overgestapt en waarom ik denk dat jullie ook moeten overstappen.

Voor ProtonMail gebruikte ik Roundcube. Dit is de open source webmail software die wordt gebruikt door mijn webhost Antagonist. Net zoals bij veel andere webhosts is hun e-mail dienst inbegrepen in het abonnement. Het probleem is echter dat Roundcube nauwelijks meer wordt ontwikkeld en achterhaald is. De web interface van Roundcube is niet responsief, dus onbruikbaar op een smartphone. Er zijn ook geen smartphone apps. Zelfs op een laptop of desktop oogt de interface oud en onhandig. Het kan niet wedijveren met moderne gratis webmail oplossing zoals Outlook.com en Gmail.

Maar je wilt niet naar Outlook.com of Gmail overstappen. Die diensten worden immers geleverd door bedrijven zonder scrupules die het voorzien hebben op je data en privacy. Je gebruikt hun product niet alleen, je bent het product omdat ze jouw data gebruiken voor advertentiedoeleinden. Hoewel hun advertenties je in de praktijk niet lastigvallen, zou dit in principe onacceptabel moeten zijn. Niemand krijgt inzage in mijn e-mail, of het nu vreemden zijn of automatische software voor advertenties!

Na enige tijd te hebben nagedacht over de alternatieven, zoals een VPS regelen en daar SOGo op installeren, of andere kleine betaalde e-mail diensten, kwam ik bij ProtonMail. Ik koos voor het betaalde account omdat het mogelijk is dit te gebruiken met mijn eigen domein. Op deze manier komen alle e-mails die gericht zijn aan mijn bestaande e-mail adres aan bij mijn ProtonMail account. Zo was het niet nodig om mijn bestaande e-mail adres overal te wijzigen. Om mijn eigen domein te gebruiken moest ik wat documentie lezen en aanpassingen doen bij mijn webhost en ProtonMail zelf, maar het was relatief makkelijk.

Het grootste voordeel van ProtonMail is dat het focust op privacy en goede encryptie. Het gebruikt zowel zero-access als end-to-end encryptie, zoals hier wordt uitgelegd. Zij kunnen je data niet doorzoeken en verkopen voor advertientiedoeleinden. Er is een goede web interface, net als Android en iOS apps. Ik kan iedereen aanraden om een gratis account bij hen te nemen, of een betaald account indien je een eigen domein wilt gebruiken. Deze mensen verdienen je financiële steun, Microsoft en Google niet.

Er zijn echter ook problemen. Het belangrijkste is dat ProtonMail niet compleet open source is. Zij geven wel de indruk dat al hun software open source is op de voorpagina van hun website, maar ze misleiden hun klanten. In feite is alleen de frontend (de grafische gebruikersinterface) open source en de backend (hetgene wat ‘onder de motorkap’ ligt) niet. Hun iOS en Adroid apps ook niet.

De ontwikkelaars beweren dat ze niet alles kunnen vrijgeven als open source omdat het hun spam filter kwetsbaar zou maken voor omzeiling door spammers. Zoals anderen al verteld hebben zouden zij dit excuus niet moeten gebruiken. Zij zouden het spamfilter gesloten kunnen houden en de rest open source kunnen maken indien hun software correct modulair is opgebouwd. De code van de iOS en en Android apps zou worden vrijgegeven zodra de kwaliteit van de code goed genoeg zou zijn. Dit is al jaren geleden aangekondigd en nu geen geloofwaardig excuus meer. Ik ga niet uit van kwade zin waar nalatigheid een rol kan spelen, maar de communicatie over hun open source strategie is zeer teleurstellend.

Het is belangrijk dat hun software wordt vrijgegeven onder een vrije en open source licentie omdat dan veel meer mensen dan alleen hun eigen ontwikkelaars de software kunnen analyseren en controleren op veiligheidslekken. Daarnaast zou het ook andere partijen in staat stellen om de ProtonMail software te hosten. Ik denk dat dit een belangrijke reden is waarom ProtonMail zo traag is met de vrijgave van hun software; als iedereen het kan hosten verliezen zij betalende klanten.

Ik betaal nu Antagonist voor de webhosting (inclusief hun e-mail dienst die ik niet meer gebruik) en ProtonMail voor de e-mail. Het zou meer efficient als Antagonist ook de ProtonMail software kon installeren en ik alles kan afnemen van één partij. Ik zou waarschijnlijk nog steeds doneren aan ProtonMail zodat zij door kunnen gaan met de ontwikkeling van de software.

Naast de open source kwestie zou ik graag een paar belangrijke functionaliteiten zien in ProtonMail. Ten eerste, een kalenderfunctie zou handig zijn zodat ik daar geen aparte software voor nodig heb. Nu gebruik ik nog een papieren agenda. Ten tweede, de mogelijkheid om de telefoon apps het adresboek te laten synchroniseren met dat van de telefoon zelf. Indien je een nieuwe iPhone koopt is er geen manier om de contacten van ProtonMail in je iOS contactenlijst te plaatsen (idem voor Android). Het migreren van je contacten op je telefoon is dus lastiger als je daar geen Google of Apple clouddiensten voor wilt gebruiken. Ten slotte, het Amerikaanse datumformaat mm/dd/jjjj zou aanpasbaar moeten zijn en bij voorkeur standaard het datumformaat zijn wat in het land van de gebruiker wordt toegepast.

Vakantie Portugal in september 2017

Sinds wij naar Den Haag zijn verhuisd zijn wij in aanraking gekomen met surfen (golfsurfen) in Scheveningen. Een enkele surfles daar had onze interesse opgewekt. Omdat de golven in Nederland vaak tekort schieten, dachten wij er over om intensiever te surfen tijdens een vakantie elders in Europa. Dit leidde tot onze vakantie in Portugal vlak na ons huwelijk op 2 september 2017. Ons reisplan staat hier onder, met de treinreis en vervoersbewijzen voor een persoon.

  • Ma 04 sep trein van Rotterdam naar Lissabon om 8:58 uur (€ 153).
  • Di 05 sep aankomst in Lissabon om 7:20 uur (€ 148).
  • Zo 10 sep bus van Lissabon naar Peniche.
  • Zo 17 sep bus van Peniche naar Lissabon.
  • Zo 17 sep trein van Lissabon naar Rotterdam om 21:34 uur (€ 148).
  • Ma 18 sep aankomst in Rotterdam om 22:02 uur (€ 158).

Als echte klimaatfanaat kostte het mij wat tijd om uit te zoeken hoe Portugal snel te bereiken is met de trein. Hoewel Frankrijk en Spanje relatief goede hogesnelheidstreinnetwerken hebben, zijn ze onderling nog niet goed verbonden. De reis over de Frans-Spaanse grens is nog niet mogelijk met een hogesnelheidstrein. Portugal is nog erger omdat zelfs de reguliere treinverbinding met Spanje slecht is.

Gelukkig biedt het Spaanse Renfe Operadora een nachttrein vanaf Irun. Deze Spaanse plaats ligt net over de grens vanaf Hendaye in zuidwest Frankrijk, wat de laatste stop is van een TGV-verbinding. Deze nachttrein rijdt helemaal naar Lissabon. Beginnend met een tram naar Den Haag Centraal in de vroege morgen, betekende dit dat wij de volgende ochtend in Lissabon konden uitstappen.

Deze nachttrein is zeker efficient, maar niet erg comfortabel. Wij kozen voor de dure tweepersoons cabine met douche en toilet, maar de badkamer zag er niet erg uitnodigend uit. We sliepen niet echt goed en het diner was ook slecht. Ik zou serieus aanraden om je eigen eten mee te nemen, misschien zelfs een legerrantsoen als je warm eten wilt. Als ik deze trein weer zou nemen (wat ik wel zou doen omdat het een snelle manier van reizen is) zou ik voor alleen een verstelbare stoel gaan. Veel goedkoper, leef maar even met het slechte comfort en gebrek aan goede slaap. In de dure cabine is het toch niet veel beter.

We hebben vijf dagen in Lissabon besteed voordat we een bus namen voor een week surfkamp in Peniche. Lissabon doet mij denken aan Amsterdam, maar niet op een goede manier. Net zoals Amsterdam is Lissabon een dierentuin geworden voor toeristen, compleet met tuk-tuks voor extra file. Allemaal dankzij de belachelijk goedkope vluchten, terwijl eerlijke toeristen zoals ik meer betalen voor een duurzame treinreis. Ondanks dat is het mooie stad, met een interessant centrum verspreid over een aantal heuvels. Niet de meest interessante stad die ik gezien heb, maar zeker goed. Aan de andere kant waren de dagtrips naar de paleizen in Sintra en Mafra waren wel memorabel.

Peniche is niet overspoeld door toeristen, maar wordt bezocht door aardig wat surfers. Ons surfcamp, Maximum Surfcamp (nu opgeheven), volgde een simpele formule: een kleine kamer, een gedeelde badkamer en een gemeenschappelijke binnenplaats waar maaltijden werden geserveerd. In de ochtend verzamelt iedereen voor de bussen naar het strand, voor de surflessen die doorgaan tot in de middag. Je krijgt ook een wetsuit (het water bij Portugal’s Atlantische kust is nogal koel) en een surfplank. En mountainbikes om de omgeving te verkennen. Dit zeven dagen lang voor een vast bedrag van € 500 per persoon.

Het eten was erg simpel maar adequaat. We hebben wel een aantal avonden in een goed restaurant in Peniche gegeten voor wat meer variatie. Het zou mooi zijn geweest als er iets meer luxe was, in de zin van een eigen badkamer. Het surfkamp was ook nogal groot, met veel mensen die onderdak hadden op hetzelfde terrein. Dat roken was toegestaan op de binnenplaats was geen goed idee. Aan de andere kant was het gezelschap van alle andere surfers leuk en waren de surfleraren goed. En natuurlijk het surfen zelf. Het heeft een soort magie, wachten op de volgende golf in de kalmte van de line up met de andere surfers.

Ik heb veel geleerd over surfen en zou het zeker nog eens een hele week willen doen. Sinds het surfkamp in Peniche doe ik het ook regelmatig in Scheveningen. Je moet geluk hebben om goede golven te krijgen. Omdat surfen relatief moeilijk te leren is denk ik dat er veel tijd nodig is je vaardigheden te verbeteren. Desondanks kan ik er erg van genieten. Ik zou zeker nog eens terug willen gaan naar Portugal voor meer.

Wat betreft de foto’s, ik kon geen motivatie vinden om er veel te maken. Wat ik wel heb geschoten beschouw ik niet als erg interessant. Ik wil afsluiten met een paar restaurantsuggesties: Laurentina in Lissabon and A Sardinha in Peniche. Het is lastig om er vegetarisch en veganistisch eten te vinden, maar ik houd van de alom verkrijgbare gedroogde gezouten kabeljauw, wat bacalhau heet in het Portugees. Interessant hoe ze het in zoveel variaties kunnen bereiden.

Getrouwd met Stephanie

Na mijn aanzoek aan Stephanie in september 2016 ben ik op 2 september 2017 met haar getrouwd. Na veel organisatie hadden wij een prachtige trouwdag. Het beste is dat wij ons maanden na ons huwelijk nog steeds verliefd voelen en samen genieten van de dagen sindsdien.

Wedding photoshoot at Clingendael garden

We besloten om ongeveer een jaar te reserveren voor het organiseren van ons huwelijk. Ik vind dit nog steeds een relatief lange tijd. Afhankelijk van de keuzes zouden een paar maanden ook volstaan, met met onze wensen was een jaar gerechtvaardigd. Dit is blijkbaar dicht bij de gemiddelde duur van een verloving.

De eerste keuze was de trouwlocatie. Een goede trouwlocatie voor ons was een combinatie van een mooie omgeving buiten en binnen. Dat laatste is belangrijk als het weer niet meewerkt. In de omgeving van Den Haag is het vaak echter het een of het ander en de locaties die wel beide bieden zijn vaak duur. We besloten niet te kiezen voor Landgoed Te Werve in Rijswijk omdat de maaltijdkeuzes inflexibel waren. Wij hadden immers wat meer specifieke wensen over wat er op het menu moest komen. Uiteindelijk kozen wij voor Kasteel de Wittenburg, een groot en mooi landhuis in Wassenaar.

Dit was een relatief dure locatie, maar het was het waard. Wij waren immers van plan om maar een keer in ons leven te trouwen. Wat mij overtuigde bij deze locatie is dat ik direct met de kok over het menu kon spreken. Daarnaast had deze locatie zowel een mooie tuin en buitenruimte als een ruim interieur.

Arrival at Kasteel de Wittenburg

Uiteindelijk ervaarde ik het diner voor onze daggasten als niet meer dan voldoende, ik had gehoopt op beter. Misschien was dit omdat er een nieuwe kok in dienst was genomen in de tijd tussen mijn gesprek met de vorige kok en onze bruiloft. Ik had niet met de nieuwe kok gesproken en ging er van uit dat het goed zou komen. Achteraf denk ik dat ik mijzelf meer had moeten bemoeien met het veganistische menu. De daggasten die voor de menu’s met vlees en vis hadden gekozen waren echter wel heel tevreden.

Persoonlijk zou ik het wenselijk vinden als trouwlocaties externe maaltijdbereiding zouden toestaan. In dat geval had ik waarschijnlijk een van mijn favoriete Indiase, Indonesische of Surinaamse toko’s of restaurants uit Den Haag gestrikt voor het eten. Wellicht in de vorm van een buffet zodat er geen personeel nodig is om alles te serveren naar de tafels. Verder op deze lijn zou je, indien de trouwlocatie het toestaat, je eigen drank kunnen inslaan en de gasten vertellen dat het zelfbediening is. Dit zou ook weer personeel schelen. Stephanie vond dit een minder goed idee, daarom besloten we tot een compromis en kozen wij voor De Wittenburg.

Exchange of our wedding rings

Wij hebben meer tijd besteed aan het vinden van een goede band. Uit ervaring met andere bruiloften die ik heb bezocht weet ik dat een goede band een flink verschil kan maken in de sfeer op een feest. Wij kozen voor Plunck, een cover band die voornamelijk popmuziek doet en die daar erg goed in is. Ze waren ook niet duur. Deze band zou ik dan ook zeker aanraden.

Voor de taart kozen wij voor Perfect Pastry. Normaliter ben ik geen grote liefhebber van bruilofttaarten zou ik liever een goede appeltaart of cheesecake hebben, zelfs op een bruiloft, maar Stephanie haalde mij over om voor een traditionele bruilofttaart te kiezen. Perfect Pastry nodigde ons eerst uit voor een goede taartproeverij en leverde een lekker eindproduct, dus is ook een aanrader waard. Als fotograaf hebben wij Rutger van der Bent ingehuurd. We besloten om het park Clingendael in Den Haag te kiezen als locatie voor de fotosessie. In combinatie met het weer was dat zeer goed geslaagd. Zowel de fotograaf als de locatie zijn voor mij aanraders.

Als laatste wil ik benadrukken hoe belangrijk het is om een goede ceremoniemeester te hebben die er voor zorgt dat alles gesmeerd loopt op de trouwdag. Ik ben hiervoor zeer dankbaar aan de zus van Stephanie en haar vriend.

Nieuwe versterker en luidsprekers

In augustus besloot ik dat ik een betere oplossing wilde voor muziek in mijn woonkamer. Voorheen gebruikte ik mijn Audioengine A2 luidsprekers en mijn TV hiervoor, maar die oplossing was verre van ideaal. De luidsprekers waren aangesloten op de TV via de hoofdtelefoon ingang en ik gebruikte de Deezer app op de TV om muziek te streamen. Als ik alleen naar muziek wilde luisteren moest ik dus ook mijn TV aanzetten. Het volume van de hoofdtelefoon ingang was niet met de afstandsbediening te regelen. De Deezer app was het meest frustrerende omdat deze constant vastliep.

Ik ging daarom op zoek naar een goede versterker die muziek kon streamen zonder dat ik een extra apparaat nodig had. Die versterker moest op afstand bediend kunnen worden met een smartphone. Het streamen van de muziek moest de versterker zelf via WiFi doen. De TV moest ook profiteren van het betere geluid en aangesloten worden op de versterker. Omdat de Audioengine A2 luidsprekers te klein zijn voor een woonkamer en actieve (met geïntegreerde versterker) luidsprekers zijn in plaats van passieve, besloot ik ook naar nieuwe speakers te zoeken.

Deze criteria sloten al snel veel oplossing uit. Veel muziekstreamers hebben geen versterker, dus ze moeten verbonden worden met actieve luidsprekers of een versterker. Sommige van deze apparaten kunnen alleen via Bluetooth streamen vanaf een telefoon. Bluetooth heeft als nadeel dat de batterij van de telefoon sneller leeg raakt. De geluidskwaliteit kan aangetast worden als deze verzonden wordt via Bluetooth, afhankelijk van de gebruikte compressie. Vaak vereisen ze ook een extra app, afzonderlijk van de app van de muziekstreamingdienst.

Toen ontdekte ik Spotify Connect. Deze functie van Spotify stelt je in staat om in de Spotify app met een ondersteund apparaat te verbinden en dat apparaat muziek te laten streamen. Omdat het apparaat zelf een WiFi-verbinding met Spotify legt dient de telefoon alleen als afstandsbediening. Zo blijft de geluidskwaliteit onaangetast en raakt de batterij van de telefoon nauwelijks sneller leeg. Voorheen wilde ik geen Spotify gebruiken omdat ze alleen credit cards accepteerden, maar dat hebben ze opgelost met iDEAL. Zoals de naam suggereert is Spotify Connect een functie die in eigendom van Spotify is en waar zij een monopolie op heeft. Ik houd hier niet van en zou liever zien dat alle streamingdiensten een open standaard creëren, maar ik ken geen alternatief.

Na mijn evaluatie van versterkers die Spotify Connect ondersteunen begon ik met het lezen van de recensies van What HiFi?. De beschikbaarheid van de producten in de fysieke winkels beperkte de keuze nog verder. Stephanie en ik wilden eerst naar de versterker en luidsprekers van onze keuze luisteren voordat wij een keuze maakten. Uiteindelijk gingen wij naar Audiohuis Delft omdat zij zowel de versterker als de luidsprekers hadden staan voor de test.

We besloten om de Cambridge Audio Minx Xi versterker te kopen (ook wel een muziekstreamer genoemd) voor € 650 en de Q Acoustics Concept 20 luidsprekers voor € 500. Dit is de prijs voor twee luidsprekers, maar sommige winkels hebben blijkbaar de gewoonte om de prijs voor één luidspreker te vermelden. De recensie van What HiFi? meldde dat de speakers het beste presteren met de prijzige standaarden voor dit specifieke model, dus die kochten we ook. Dat voegde nog eens € 300 toe aan de rekening.

Ik geloof de bewering van de recensent wel dat de standaarden de geluidskwaliteit verbeteren, maar ik vraag mij af of mijn oren goed genoeg zijn om het verschil te horen. Misschien wel in een goede luistertest, maar waarschijnlijk niet bij dagelijks gebruik. Later kwam ik erachter dat de Q Acoustics 3050 vloerstaanders een goed alternatief zouden zijn geweest. Deze hebben natuurlijk geen standaarden nodig. Ik zie dat twee van deze luidsprekers voor prijzen tussen de € 800 en € 1000 te krijgen zijn. Als ik dat eerder had geweten had ik liever die gekocht. Desondanks ben ik erg tevreden met mijn Concept 20 luidsprekers.

Ik even goed tevreden met de Minx Xi. De combinatie van geluidskwaliteit met gebruiksvriendelijkheid is goed. Deze versterker ziet er ook mooi uit, relatief klein in verhouding met de traditionele logge versterkers. Er is geen groot aantal verbindingen aanwezig die ik toch niet gebruik. Er zijn maar twee kleine nadelen die ik heb opgemerkt. Het duurt zo’n twintig seconden voordat de versterker is opgestart en verbonden met mijn WiFi-netwerk, dit had ik graag iets sneller gezien. Een of twee HDMI inputs zouden nuttig zijn naast de optische, coax en analoge inputs.

Ten slotte een waarschuwing over de kabels. Audiohuis Delft adviseerde mij om kabels van QED te kopen. For twee paar van QED XT40 2,5 meter analoge luidsprekerkabels betaalden we € 139. Voor de QED Performance Audio Optical en QED Performance Audio Coaxial 1 meter kabels betaalden we € 55 per stuk. Flinke prijzen voor alleen maar kabels! Ik had de kwaliteit en normale prijzen voor kabels niet onderzocht, dus gingen we mee in het advies. De advertenties op de verpakkingen die schermden met zeer positieve recensies op What HiFi? droegen daar aan bij. Toen ik na de aankoop informatie ging inwinnen werd ik bevestigd in mijn vermoeden dat zulke dure kabels onnodig zijn. Je gaat geen verschil horen, zeker niet over zulke korte afstanden.

De geluidskwaliteit die de Minx Xi kan leveren in combinatie met de Q Acoustics Concept 20 is geweldig. Ik heb er niet zo veel meer over te zeggen, ik ben geen audiofiel en heb geen referentiepunt om ze mee te vergelijken. Ik wil wel de ervaring en de gebruiksvriendelijkheid van deze oplossing benadrukken. Het is aanzetten, Spotify openen op mijn telefoon en streamen. Met Spotify heb je een bijna eindeloze keuze aan muziek voor € 10 per maand. Hoewel het nu normaal is, verbaasd het mij nog steeds hoe makkelijk het is. Niet zo lang geleden gebruikten we nog veel duurdere CD’s die nu relatief onhandig zijn.

Ons nieuwe huis in Den Haag

Eerder schreef ik al over de hypotheek voor de aanschaf van ons nieuwe huis in Den Haag, maar nu zal ik ook over het huis zelf wat vertellen. Ik denk dat wij geluk hebben gehad in onze zoektocht naar ons nieuwe huis. Het stond nog maar een paar dagen op Funda toen wij in februari gingen kijken voor een bezichtiging. Haast was geboden omdat er al snel anderen zouden komen voor bezichtigingen en biedingen. We waren kort na de bezichtiging al overtuigd en besloten een bod te doen. Na een korte onderhandeling bereikten wij diezelfde dag een akkoord over het bod. In juni zijn wij ingetrokken.

Omdat ik het belangrijk vind dat via mijn blog niet te achterhalen is wat mijn adres is, kan ik niet al te specifiek zijn. Het huis is een eensgezinswoning uit de jaren tachtig met twee verdiepingen. Het ligt in het stadsdeel Loosduinen, een voormalig dorp in het zuidwesten van de gemeente Den Haag. Dit is het mooie deel dat wat verder van het centrum vandaan ligt en niet intensief is bebouwd met veel hoogbouw. Er is wat meer groen, zo staat tegenover onze voordeur geen andere rij huizen maar een mooie rij met bomen. Het is een geweldige locatie gezien het feit dat het stedelijk gebied is.

Het huis heeft een zeer kleine voortuin en een achtertuin van 70 m². Onder de vorige bewoners zijn deze, met uitzondering van twee borders in de achtertuin, veranderd in een smakeloze tegeltuin. Ze zullen wel gedacht hebben dat een tuin te veel werk of geld kost (hint: geen van beide is waar). Wij hebben wel waardering voor de schoonheid van de natuur. Daarom besloten we rond het einde van de zomer de voortuin grotendeels te ontdoen van tegels, het zand af te graven en tuinaarde te storten. We hebben er onder andere een lage buxushaag en een rododendron geplant, die zijn groenblijvend. De achtertuin komt in het voorjaar van 2017 aan de beurt. We gaan ongeveer de helft van het oppervlak aan tegels vervangen door gras.

Het interieur van het huis was door de vorige bewoners al aangepakt. Daar hoefden wij niets meer aan te doen, op een enkele verfbeurt na. De keuken is ook maar een jaar of twee oud en ziet er erg goed uit. Idem voor de badkamer. Het enigste wat ik nog wil toevoegen zijn reproducties van schilderijen en foto’s voor aan de muur.

Er zijn echter ook nadelen. We hebben luchtverwarming in plaats van waterverwarming. Mooi dat er dan geen radiatoren zijn, maar het is minder efficient dan waterverwarming. Ik realiseerde mij dit op het moment van dat wij het huis kochten, maar deze zwakte woog niet op tegen de sterktes van deze woning. Over het duurzamer maken van onze woning later meer.

Een ander probleem is dat er niet makkelijk een UTP-kabel is trekken naar de zolderkamer, waar ik mijn PC heb neergezet. Nu gebruik ik een powerline adapter, maar die kan niet de volledige bandbreedte van mijn kabelverbinding doorgeven. Ook zorgt deze af en toe voor onderbrekingen in de verbinding, waar bijvoorbeeld Spotify slecht mee omgaat. WiFi is met mijn huidige router ook niet een oplossing, het signaal vanaf de begane grond is te zwak. Ik wil uitzoeken of het toch mogelijk is een UTP-kabel door een bestaande leiding te trekken.

Ten slotte de omgeving. Gedurende de zomer leek het wel een permanente vakantiewoning, met het strand op een kwartier fietsen. Kijkduin is mij wat te druk en te veel bebouwd, maar het rustige strand tussen Kijkduin en Scheveningen is wel mooi. De Haagse Markt (de grootste van Nederland) is leuk. Er is ruime keuze uit Surinaamse en Indonesische restaurants. Een tramhalte ligt op vijf minuten lopen van mijn deur, alleen is de tram in Den Haag wel aan de trage kant. Had Den Haag maar een metro zoals in Rotterdam.

Mijn favoriete plekken om te eten in Rotterdam

Zoals ik eerder schreef zijn Stephanie en ik in juni naar Den Haag verhuisd. Inmiddels weet ik dat in Den Haag veel mogelijkheden zijn om goed buiten de deur te eten. Er wonen hier veel meer mensen van Surinaamse of Indonesische afkomst, dus er is een zeer ruime keuze in goede eetgelegenheden met deze lekkere keukens. Maar ik denk dat Rotterdam niet voor Den Haag onderdoet in dit opzicht.

Nu ik Rotterdam achter mij heb gelaten, wil ik voor anderen documenteren wat mijn aanraders zijn voor restaurants in deze stad. Ik heb de laatste tijd namelijk een hekel gekregen aan recensiewebsites voor restaurants, zoals Iens. Daarom in deze post een overzicht van een ervaringsdeskundige, met dichtstbijzijnde metrohalte tussen haakjes er achter.

Eerst de Indonesische eetzaken. Mijn favorieten zijn Anugerah (Blaak), Ap Halen (Delfshaven) en Toko Toorop (Blijdorp). Toko Heezen (Slinge) is ook goed, maar daar is alleen af te halen. Ap Halen en in mindere mate Toko Toorop hanteren een beperkt ‘eten wat de pot schaft’ menu. Lastiger als je liever veganistisch eet, maar erg lekker voor een beperkte prijs. Ap Halen heeft weinig tafels, Toko Toorop iets meer, maar beide zijn erg gezellig. Anugerah biedt een meer compleet menu met meer keuzemogelijkheden, maar zou hun interieur mooier kunnen inrichten.

De Surinaamse zaken die ik goed vind zijn Toko Asha (Rotterdam Centraal) en Warung Mirosso (Dijkzigt). Toko Asha focust meer op Hindoestaans Surinaamse gerechten en maakt een geweldige roti, ik neem altijd de vegetarische. Als mensen beweren dat zij de beste roti van Rotterdam maken geloof ik het gelijk. De inrichting van deze zaak oogt wel erg simpel en ongeïnspireerd, maar mij is verteld dat Surinamers dat niet veel uitmaakt, zolang het eten maar goed is. Ik geef ze geen ongelijk. Warung Mirosso serveert de Javaans Surinaamse keuken, een welkome afwisseling. De gerechten hebben logischerwijs veel overeenkomsten met de Indonesische keuken, maar vaak met een Surinaamse draai. Warung Sidodadi (Rotterdam Centraal) had ik hier graag bijgezet, maar deze is blijkbaar recent gesloten.

De Italiaanse zaken zijn in Rotterdam beter dan in Den Haag, voor zover ik nu kan beoordelen. Ik zie in Den Haag te veel Italiaanse restaurants met fantasieloze dertien in een dozijn menukaarten. Zodra ik vitello tonnato op een menukaart zie, is dat voor mij een signaal dat ik moet afhaken. In Rotterdam heb je echter Da Adriano (Coolhaven) en L’Arancino (Stadhuis). Beide serveren hoofdzakelijk pizza, maar ze hebben ook een paar Siciliaanse gerechten die deze zaken speciaal maken. Gerechten als caponata, arancini en pasta alla Norma zie je niet vaak terug op het menu bij andere restaurants. Da Adriano heeft de mooiste zaak van de twee, L’Arancino richt zich meer op afhalen en is iets goedkoper. La Pizza (Leuvehaven) mist de speciale gerechten maar heeft een grotere zaak met een iets beter ingericht interieur. De Pizzabakkerij (ver buiten het centrum in Overschie) is ook goed, maar heeft bijna alleen maar pizza op het menu. Ten slotte is er Burro e Salvia (Maashaven), wat opvalt met hun goede zelfgemaakte pasta, al zijn hun openingstijden wat beperkt en hun prijzen iets hoger dan de andere drie.

Voor veganisten en vegetariërs zijn Gare du Nord (Rotterdam Centraal) en Spirit (Blaak) aanraders. Gare du Nord heeft een wisselend menu met vaak originele veganistische gerechten. Het restaurant zit in een afgedankt treinstel, erg origineel. Het is echter niet zo praktisch en in de winter moet de verwarming flink aan de slag. Spirit is een buffetrestaurant en serveert naast veganistische ook vegetarische gerechten. Misschien iets minder lekker dan Gare du Nord, maar wel een grotere en meer modern ingerichte zaak.

Dan de overige keukens. La Taqueria (Oostplein) is de beste Mexicaan van Rotterdam, omdat deze een meer authentieke kaart heeft dan de andere Mexicaanse restaurants in het centrum. Die hebben een meer vulgaire interpretatie van de Mexicaanse keuken. Voor de Spaanse keuken kan ik Camarón (Delfshaven) aanraden, het menu is sterk, al is de keuze voor veganisten wat beperkt. Burgertrut (Beurs) is een hamburgerrestaurant wat zowel de carnivoren als veganisten zal plezieren. Als je wat meer exotisch wilt kun je het Ethiopische restaurant Sallina’s (Coolhaven) eens proberen. Hun zaak is wat gedateerd, maar hun menu is goed en heeft genoeg keuze voor veganisten. De Ethiopische keuken heeft wel iets weg van de Indiase. De Indiase keuken is mijn grootste favoriet waarvoor ik geen restaurants heb ik kunnen ontdekken in Rotterdam die boven de middenmoot uitsteken.

Wat ik het meeste mis uit Rotterdam is het brood van Jordy’s Bakery (Eendrachtsplein). Zonder te knipperen kan ik zeggen dat dit het lekkerste brood is dat ik ooit heb gegeten. Ze maken alleen maar desembrood dat iets prijziger dan het betere brood van de Albert Heijn, maar dat zonder twijfel de extra prijs waard is. Ik ging hier vaak minstens een keer in de week vroeg op mijn thuiswerkdag heen om een vers brood te halen. Het is ook mogelijk om in de zaak zelf te eten. SUE (Beurs) bakt geen brood, maar wel suikervrije zoetigheden. Compleet verantwoord en lekker, wel wat aan de prijs.

Ten slotte misschien wel de leukste en meest unieke plek van Rotterdam om te eten: Fenix Food Factory (Rijnhaven). Dit is een eethal gevuld met lokale ondernemers die van allerlei dingen verkopen om mee te nemen of direct op te eten. Er is van alles: brood (Jordy’s Bakery staat hier ook!), Marokkaanse gerechten, goede kazen, lokaal gebrouwen bier en appelcider. En dat allemaal in een grote gezellige loods aan de kade in Katendrecht. Iedere liefhebber van goed eten waant zich een kind in snoepwinkel hier. Het is doodzonde dat Den Haag niet zo’n eethal heeft.

Keukenmessen van Eden en messen slijpen

Nadat ik in 2013 op mijzelf ging wonen in Rotterdam besteedde ik veel meer tijd in de keuken. Al snel ondervond ik dat keukenmessen belangrijk gereedschap zijn. Goedkope messen zijn vaak bot of worden snel bot. Dit maakt snijwerk trager en meer frustrerend. Botte messen hebben ook vaak de neiging om van sommige groenten af te glijden, wat gevaarlijk is voor je vingers. In mijn zoektocht naar betere keukenmessen die niet duur waren kwam ik uiteindelijk uit op de messen van Eden, het huismerk van Knives and Tools.

Ik heb bij hen een Eden Classic VG10 koksmes en officemes van respectievelijk 20 cm en 9 cm gekocht. VG10 staat voor de staalsoort, diverse soorten staal geven een mes subtiel verschillende eigenschappen. Het koksmes is het meest breed inzetbare mes en wordt gebruikt om grotere stukken voedsel snel fijn te snijden. Het officemes wordt voor het fijnere snijwerk gebruikt. Dit zijn de enigste twee messen die echt nodig zijn, al zou je er misschien nog een broodmes bij willen hebben.

Het koksmes heeft een ontwerp dat lijkt op duurdere koksmessen, voor een prijs van maar ongeveer € 50. Het licht ook goed in de hand. Het enige probleem was dat dit mes, net als het officemes, al vrij bot was toen het uit de verpakking kwam. Dit uitte zich in relatieve moeite met het snijden van tomaten, het lanceren van stukken ui. Dit verbaasde mij, maar gelukkig kon ik het mes slijpen met de Japanse waterstenen die ik tegelijkertijd met de messen had aangeschaft voor ongeveer € 50.

Het fijne van Knives en Tools is dat ze uitgebreide instructies hebben met goede video’s over hoe je messen kunt slijpen op Japanse waterstenen. In de eerste instantie wilde mij dit maar niet lukken, na vele minuten de messen over de waterstenen te hebben geschuurd bleven ze bot. Ik herinner mij ook dat ik iemand die een koksopleiding had gevolgd sprak over het onderwerp. Hij vertelde dat hijzelf en sommige anderen simpelweg geen affiniteit met het gebruik van stenen hadden, en dat sommige koks het slijpen daarom uitbesteden aan professionele messenslijpers.

Ik baalde, maar gaf niet op en bleef nieuwe pogingen doen om mijn messen goed te slijpen. In de eerste helft van dit jaar kwam ik er pas achter dat ik te snel met een fijnere korrel watersteen was gaan slijpen; de waterstenen met grove korrel 200 en 800 moeten eerst meer materiaal weghalen voordat ik resultaat bespeurde bij mijn mes. In de eerste instantie had ik dat niet gedaan omdat ik veronderstelde dat deze grove korrels alleen voor messen met een beschadigde snijrand gebruikt moeten worden. Na het gebruik van de grovere korrels begon ik resultaat te merken. Ik heb mijn mes nog niet dermate goed met de fijnere korrel kunnen slijpen dat deze makkelijk haar van mijn armen kan afscheren als in de video, maar ik heb de smaak te pakken.

Uiteindelijk heb ik voor iets meer dan € 100 nu twee messen en slijpstenen die mij in theorie tientallen jaren snijplezier kunnen geven. Het alternatief, vaker nieuwe messen kopen van lagere kwaliteit of mijn messen door een professionele messenslijper laten onderhouden, zou duurder zijn. Zelf slijpen heeft een leercurve, maar ik kan de meeste mensen aanraden om geld te besteden aan goede keukenmessen en waterstenen.

Helaas wordt de Eden Classic VG10 serie niet meer geproduceerd en zijn ze grotendeels uitverkocht bij Knives and Tools. Ik zou daarom aanraden om de Eden Classic Damast serie te kopen nu deze in de korting is. Deze is praktisch identiek aan de VG10 serie, alleen het uiterlijk is anders. De Eden Essentials die de Classic VG10 serie moet vervangen haalt het niet bij de kwaliteit van de voorganger. De Essentials serie oogt bij lange na niet zo mooi, omdat het kunststof heft zo abrupt overloopt in het lemnet van het mes. De Classic VG10 en Classic Damast hebben daarentegen een mooie niet-doorlopende krop, een verbreding in het staal tussen het lemnet en het heft, die lemnet en heft duidelijk van elkaar scheidt.

Ik vrees dat de Classic Damast serie ook niet vervangen zal worden zodra deze is uitverkocht. In dat geval zal je naar de messen van andere merken moeten kijken, welke vaak flink wat duurder zijn. Kies in dat geval wel een mes met een niet-doorlopende krop in plaats van een doorlopende krop. Een doorlopende krop heeft een dikker stuk staal tussen heft en lemnet dat doorloopt tot de hiel van het lemnet. Dit is een gruwel als je messen op een steen wilt slijpen. Omdat het dikkere staal van de hiel niet weg te slijpen is op een steen, zal de hiel achterblijven bij de rest van de snijrand. Dan zal je een professionele messenslijper moeten vragen om dat stuk van de hiel te verwijderen, anders wordt het mes onbruikbaar.

Geen hypotheek bij Triodos Bank

In februari dit jaar heb ik samen met Stephanie een woning in Den Haag gekocht. Sinds juni wonen wij in deze hoekwoning met een kleine tuin in Loosduinen. We hebben nu veel meer ruimte dan in ons kleine appartement in Rotterdam. De locatie is voor ons gunstig omdat Stephanie nu in tien minuten naar haar werk kan fietsen. Over de woning zelf en Den Haag later meer, ik wil het eerst hebben over het afsluiten van de hypotheek voor de aankoop van deze woning.

Bij het afsluiten van een hypotheek dacht ik in eerste instantie natuurlijk aan Triodos Bank. Een van de weinige ethische en eerlijke banken in de duisternis van grote, graaiende, gulzige ‘too big to fail’ banken. Ik had er al een betaalrekening, en als er iemand mij een poot moest uitdraaien voor een hypotheek voor een duur huis, dan kon het maar beter Triodos zijn. De totale kosten voor het (verplichte) advies en afsluiten van een hypotheek bleken echter vrij fors te zijn: € 2.050 voor doorstromers, inclusief korting.

Fors dus, als je vergelijkt met partijen zoals Hypotheek24. Daar kan het voor € 650 zonder advies. Advies is immers vaak niet nodig, zeker nu tegenwoordig alleen nieuwe lineaire en annuïtaire hypotheken aftrekbaar zijn. Waarom kan Triodos het advies niet optioneel maken? Waarom gaan zij niet mee in de tijd?

Uiteindelijk hebben wij in ons geval toch besloten om opnieuw gebruik te maken van de diensten van de laatste adviseur van Stephanie, de VvAA. Wij hadden iets complexer advies nodig omdat het fiscaal voordelig was de bestaande bankspaarhypotheek van Stephanie aan te houden. In combinatie met advies voor verzekeringen kwam het totaalbedrag voor hun advies uit op € 3.000. En de hypotheek hebben wij nu, helaas, bij ABN Amro afgesloten: de graaibank die gered moest worden door de belastingbetaler. Want Triodos doet blijkbaar geen zaken met externe adviseurs, dus kon de VvAA ook geen hypotheek bij Triodos regelen.

Ik zou de hypotheek in de toekomst misschien wel willen oversluiten naar Triodos, maar voor oversluiten zijn de kosten óók € 2.050. Met zo’n bedrag kan ik ook twee weken op zomervakantie. Het lijkt wel alsof Triodos geen klanten wil?

Gemeenteraadsverkiezingen 2014: wat ik ga stemmen in Rotterdam

Voor de gemeenteraadsverkiezingen op 19 maart in Rotterdam ga ik op GroenLinks stemmen. En wel om de volgende redenen:

  • Met € 372,50 betaal ik in Rotterdam de hoofdprijs voor de afvalstoffenheffing. En dan is de afvalverwerking niet eens duurzaam: in mijn vorige gemeente Vianen wordt plastic apart ingezameld, maar dat wordt niet gedaan in Rotterdam. GroenLinks heeft volgens mij het beste plan om de afvalstoffenheffing te verlagen én afval duurzamer te verwerken.
  • Het streven om de luchtkwaliteit te verbeteren. Als ik naar de meetresultaten voor de Pleinweg in Rotterdam-Zuid kijk zie ik dat de luchtkwaliteit hier best slecht kan zijn, zeker de laatste paar dagen. Omdat de normen voor luchtkwaliteit in Nederland blijkbaar aan de ruime kant zijn is dit iets waar ik mij zorgen om maak. GroenLinks geeft verbetering van de luchtkwaliteit de hoogste prioriteit van alle Rotterdamse politieke partijen.
  • Scooters moeten verbannen worden van de fietspaden. Scooters kunnen meer vervuilend zijn dan een auto, veel herrie maken en bovenal gevaarlijk zijn op fietspaden. GroenLinks heeft in een aantal gemeenten een petitie gestart om scooters naar de rijbaan te krijgen.
  • Arno Bonte, de fractievoorzitter van GroenLinks Rotterdam, zet zich in voor een vuurwerkverbod. Helaas gaat de lokale politiek daar niet over, maar ik wil met mijn stem dat initiatief wel steunen. Het heeft discussie opgeleverd ten gunste van zo’n verbod. Zoals ik al eerder heb gezegd, zelf vuurwerk afsteken levert te veel verminking en ellende op: laat het professioneel doen op een centrale plaats of doe het helemaal niet.

Dan heb ik, naast de confessionele partijen, nog twee partijen waar ik zeker niet op zou stemmen:

  • Leefbaar Rotterdam. Door een slechte beslissing van Leefbaar wethouder Wim van Sluis zit de gemeente voor 25 jaar vast aan een duur contract voor de afvalverwerking. Ik houd Leefbaar Rotterdam daarom verantwoordelijk voor de hoge afvalstoffenheffing. Ook weet de lijsttrekker van deze partij, Joost Eerdmans, niet waar hij over praat. In een opiniestuk waarin hij het Rotterdam Climate Initiative afkeurt (waar ik zelf ook mijn bedenkingen bij heb) schrijft hij ook dat de opwarming van de aarde al zestien jaar geleden gestopt zou zijn. En nog meer onzin. Deze partij kan ik niet serieus nemen en is de antithese van GroenLinks, zelfs nog meer dan bijvoorbeeld de VVD.
  • De PvdA. Ik acht de lijsttrekker en huidig wethouder van deze partij, Hamit Karakus, niet integer. De ambtenaar die misstanden bij een moskee-internaat als klokkenluider naar buiten bracht werd door hem ontslagen. De rechter oordeelde dat dit ontslag onterecht was. Ondertussen verschuilt Karakus zich achter “onafhankelijke deskundigen” die stellen dat het signaal van de klokkenluider “onjuist was”.

Natuurlijk zijn er nog veel meer zaken die meespelen in de stemkeuze. Zelf had ik niet veel tijd om mij er in te verdiepen, maar dit zijn voor mij de belangrijkste overwegingen: ik denk niet dat verdere verdieping voor mij tot een andere keuze had geleid. Anderen die nog twijfelen kan ik aanraden om zich net als mij te verdiepen in de belangrijkste standpunten. Lees het politieke nieuws eens door of de partijprogramma’s. Stemwijzers doe ik niet aan, debatten interesseren mij ook niet. Joost Eerdmans wordt als een sterke debatteerder gezien, maar dat maakt hem nog geen goede politicus. Ik kies politici omdat ik wil dat ze goede beslissingen maken, niet omdat ze goed kunnen praten.