Ons nieuwe huis in Den Haag

Eerder schreef ik al over de hypotheek voor de aanschaf van ons nieuwe huis in Den Haag, maar nu zal ik ook over het huis zelf wat vertellen. Ik denk dat wij geluk hebben gehad in onze zoektocht naar ons nieuwe huis. Het stond nog maar een paar dagen op Funda toen wij in februari gingen kijken voor een bezichtiging. Haast was geboden omdat er al snel anderen zouden komen voor bezichtigingen en biedingen. We waren kort na de bezichtiging al overtuigd en besloten een bod te doen. Na een korte onderhandeling bereikten wij diezelfde dag een akkoord over het bod. In juni zijn wij ingetrokken.

Omdat ik het belangrijk vind dat via mijn blog niet te achterhalen is wat mijn adres is, kan ik niet al te specifiek zijn. Het huis is een eensgezinswoning uit de jaren tachtig met twee verdiepingen. Het ligt in het stadsdeel Loosduinen, een voormalig dorp in het zuidwesten van de gemeente Den Haag. Dit is het mooie deel dat wat verder van het centrum vandaan ligt en niet intensief is bebouwd met veel hoogbouw. Er is wat meer groen, zo staat tegenover onze voordeur geen andere rij huizen maar een mooie rij met bomen. Het is een geweldige locatie gezien het feit dat het stedelijk gebied is.

Het huis heeft een zeer kleine voortuin en een achtertuin van 70 m². Onder de vorige bewoners zijn deze, met uitzondering van twee borders in de achtertuin, veranderd in een smakeloze tegeltuin. Ze zullen wel gedacht hebben dat een tuin te veel werk of geld kost (hint: geen van beide is waar). Wij hebben wel waardering voor de schoonheid van de natuur. Daarom besloten we rond het einde van de zomer de voortuin grotendeels te ontdoen van tegels, het zand af te graven en tuinaarde te storten. We hebben er onder andere een lage buxushaag en een rododendron geplant, die zijn groenblijvend. De achtertuin komt in het voorjaar van 2017 aan de beurt. We gaan ongeveer de helft van het oppervlak aan tegels vervangen door gras.

Het interieur van het huis was door de vorige bewoners al aangepakt. Daar hoefden wij niets meer aan te doen, op een enkele verfbeurt na. De keuken is ook maar een jaar of twee oud en ziet er erg goed uit. Idem voor de badkamer. Het enigste wat ik nog wil toevoegen zijn reproducties van schilderijen en foto’s voor aan de muur.

Er zijn echter ook nadelen. We hebben luchtverwarming in plaats van waterverwarming. Mooi dat er dan geen radiatoren zijn, maar het is minder efficient dan waterverwarming. Ik realiseerde mij dit op het moment van dat wij het huis kochten, maar deze zwakte woog niet op tegen de sterktes van deze woning. Over het duurzamer maken van onze woning later meer.

Een ander probleem is dat er niet makkelijk een UTP-kabel is trekken naar de zolderkamer, waar ik mijn PC heb neergezet. Nu gebruik ik een powerline adapter, maar die kan niet de volledige bandbreedte van mijn kabelverbinding doorgeven. Ook zorgt deze af en toe voor onderbrekingen in de verbinding, waar bijvoorbeeld Spotify slecht mee omgaat. WiFi is met mijn huidige router ook niet een oplossing, het signaal vanaf de begane grond is te zwak. Ik wil uitzoeken of het toch mogelijk is een UTP-kabel door een bestaande leiding te trekken.

Ten slotte de omgeving. Gedurende de zomer leek het wel een permanente vakantiewoning, met het strand op een kwartier fietsen. Kijkduin is mij wat te druk en te veel bebouwd, maar het rustige strand tussen Kijkduin en Scheveningen is wel mooi. De Haagse Markt (de grootste van Nederland) is leuk. Er is ruime keuze uit Surinaamse en Indonesische restaurants. Een tramhalte ligt op vijf minuten lopen van mijn deur, alleen is de tram in Den Haag wel aan de trage kant. Had Den Haag maar een metro zoals in Rotterdam.

Mijn favoriete plekken om te eten in Rotterdam

Zoals ik eerder schreef zijn Stephanie en ik in juni naar Den Haag verhuisd. Inmiddels weet ik dat in Den Haag veel mogelijkheden zijn om goed buiten de deur te eten. Er wonen hier veel meer mensen van Surinaamse of Indonesische afkomst, dus er is een zeer ruime keuze in goede eetgelegenheden met deze lekkere keukens. Maar ik denk dat Rotterdam niet voor Den Haag onderdoet in dit opzicht.

Nu ik Rotterdam achter mij heb gelaten, wil ik voor anderen documenteren wat mijn aanraders zijn voor restaurants in deze stad. Ik heb de laatste tijd namelijk een hekel gekregen aan recensiewebsites voor restaurants, zoals Iens. Daarom in deze post een overzicht van een ervaringsdeskundige, met dichtstbijzijnde metrohalte tussen haakjes er achter.

Eerst de Indonesische eetzaken. Mijn favorieten zijn Anugerah (Blaak), Ap Halen (Delfshaven) en Toko Toorop (Blijdorp). Toko Heezen (Slinge) is ook goed, maar daar is alleen af te halen. Ap Halen en in mindere mate Toko Toorop hanteren een beperkt ‘eten wat de pot schaft’ menu. Lastiger als je liever veganistisch eet, maar erg lekker voor een beperkte prijs. Ap Halen heeft weinig tafels, Toko Toorop iets meer, maar beide zijn erg gezellig. Anugerah biedt een meer compleet menu met meer keuzemogelijkheden, maar zou hun interieur mooier kunnen inrichten.

De Surinaamse zaken die ik goed vind zijn Toko Asha (Rotterdam Centraal) en Warung Mirosso (Dijkzigt). Toko Asha focust meer op Hindoestaans Surinaamse gerechten en maakt een geweldige roti, ik neem altijd de vegetarische. Als mensen beweren dat zij de beste roti van Rotterdam maken geloof ik het gelijk. De inrichting van deze zaak oogt wel erg simpel en ongeïnspireerd, maar mij is verteld dat Surinamers dat niet veel uitmaakt, zolang het eten maar goed is. Ik geef ze geen ongelijk. Warung Mirosso serveert de Javaans Surinaamse keuken, een welkome afwisseling. De gerechten hebben logischerwijs veel overeenkomsten met de Indonesische keuken, maar vaak met een Surinaamse draai. Warung Sidodadi (Rotterdam Centraal) had ik hier graag bijgezet, maar deze is blijkbaar recent gesloten.

De Italiaanse zaken zijn in Rotterdam beter dan in Den Haag, voor zover ik nu kan beoordelen. Ik zie in Den Haag te veel Italiaanse restaurants met fantasieloze dertien in een dozijn menukaarten. Zodra ik vitello tonnato op een menukaart zie, is dat voor mij een signaal dat ik moet afhaken. In Rotterdam heb je echter Da Adriano (Coolhaven) en L’Arancino (Stadhuis). Beide serveren hoofdzakelijk pizza, maar ze hebben ook een paar Siciliaanse gerechten die deze zaken speciaal maken. Gerechten als caponata, arancini en pasta alla Norma zie je niet vaak terug op het menu bij andere restaurants. Da Adriano heeft de mooiste zaak van de twee, L’Arancino richt zich meer op afhalen en is iets goedkoper. La Pizza (Leuvehaven) mist de speciale gerechten maar heeft een grotere zaak met een iets beter ingericht interieur. De Pizzabakkerij (ver buiten het centrum in Overschie) is ook goed, maar heeft bijna alleen maar pizza op het menu. Ten slotte is er Burro e Salvia (Maashaven), wat opvalt met hun goede zelfgemaakte pasta, al zijn hun openingstijden wat beperkt en hun prijzen iets hoger dan de andere drie.

Voor veganisten en vegetariërs zijn Gare du Nord (Rotterdam Centraal) en Spirit (Blaak) aanraders. Gare du Nord heeft een wisselend menu met vaak originele veganistische gerechten. Het restaurant zit in een afgedankt treinstel, erg origineel. Het is echter niet zo praktisch en in de winter moet de verwarming flink aan de slag. Spirit is een buffetrestaurant en serveert naast veganistische ook vegetarische gerechten. Misschien iets minder lekker dan Gare du Nord, maar wel een grotere en meer modern ingerichte zaak.

Dan de overige keukens. La Taqueria (Oostplein) is de beste Mexicaan van Rotterdam, omdat deze een meer authentieke kaart heeft dan de andere Mexicaanse restaurants in het centrum. Die hebben een meer vulgaire interpretatie van de Mexicaanse keuken. Voor de Spaanse keuken kan ik Camarón (Delfshaven) aanraden, het menu is sterk, al is de keuze voor veganisten wat beperkt. Burgertrut (Beurs) is een hamburgerrestaurant wat zowel de carnivoren als veganisten zal plezieren. Als je wat meer exotisch wilt kun je het Ethiopische restaurant Sallina’s (Coolhaven) eens proberen. Hun zaak is wat gedateerd, maar hun menu is goed en heeft genoeg keuze voor veganisten. De Ethiopische keuken heeft wel iets weg van de Indiase. De Indiase keuken is mijn grootste favoriet waarvoor ik geen restaurants heb ik kunnen ontdekken in Rotterdam die boven de middenmoot uitsteken.

Wat ik het meeste mis uit Rotterdam is het brood van Jordy’s Bakery (Eendrachtsplein). Zonder te knipperen kan ik zeggen dat dit het lekkerste brood is dat ik ooit heb gegeten. Ze maken alleen maar desembrood dat iets prijziger dan het betere brood van de Albert Heijn, maar dat zonder twijfel de extra prijs waard is. Ik ging hier vaak minstens een keer in de week vroeg op mijn thuiswerkdag heen om een vers brood te halen. Het is ook mogelijk om in de zaak zelf te eten. SUE (Beurs) bakt geen brood, maar wel suikervrije zoetigheden. Compleet verantwoord en lekker, wel wat aan de prijs.

Ten slotte misschien wel de leukste en meest unieke plek van Rotterdam om te eten: Fenix Food Factory (Rijnhaven). Dit is een eethal gevuld met lokale ondernemers die van allerlei dingen verkopen om mee te nemen of direct op te eten. Er is van alles: brood (Jordy’s Bakery staat hier ook!), Marokkaanse gerechten, goede kazen, lokaal gebrouwen bier en appelcider. En dat allemaal in een grote gezellige loods aan de kade in Katendrecht. Iedere liefhebber van goed eten waant zich een kind in snoepwinkel hier. Het is doodzonde dat Den Haag niet zo’n eethal heeft.

Keukenmessen van Eden en messen slijpen

Nadat ik in 2013 op mijzelf ging wonen in Rotterdam besteedde ik veel meer tijd in de keuken. Al snel ondervond ik dat keukenmessen belangrijk gereedschap zijn. Goedkope messen zijn vaak bot of worden snel bot. Dit maakt snijwerk trager en meer frustrerend. Botte messen hebben ook vaak de neiging om van sommige groenten af te glijden, wat gevaarlijk is voor je vingers. In mijn zoektocht naar betere keukenmessen die niet duur waren kwam ik uiteindelijk uit op de messen van Eden, het huismerk van Knives and Tools.

Ik heb bij hen een Eden Classic VG10 koksmes en officemes van respectievelijk 20 cm en 9 cm gekocht. VG10 staat voor de staalsoort, diverse soorten staal geven een mes subtiel verschillende eigenschappen. Het koksmes is het meest breed inzetbare mes en wordt gebruikt om grotere stukken voedsel snel fijn te snijden. Het officemes wordt voor het fijnere snijwerk gebruikt. Dit zijn de enigste twee messen die echt nodig zijn, al zou je er misschien nog een broodmes bij willen hebben.

Het koksmes heeft een ontwerp dat lijkt op duurdere koksmessen, voor een prijs van maar ongeveer € 50. Het licht ook goed in de hand. Het enige probleem was dat dit mes, net als het officemes, al vrij bot was toen het uit de verpakking kwam. Dit uitte zich in relatieve moeite met het snijden van tomaten, het lanceren van stukken ui. Dit verbaasde mij, maar gelukkig kon ik het mes slijpen met de Japanse waterstenen die ik tegelijkertijd met de messen had aangeschaft voor ongeveer € 50.

Het fijne van Knives en Tools is dat ze uitgebreide instructies hebben met goede video’s over hoe je messen kunt slijpen op Japanse waterstenen. In de eerste instantie wilde mij dit maar niet lukken, na vele minuten de messen over de waterstenen te hebben geschuurd bleven ze bot. Ik herinner mij ook dat ik iemand die een koksopleiding had gevolgd sprak over het onderwerp. Hij vertelde dat hijzelf en sommige anderen simpelweg geen affiniteit met het gebruik van stenen hadden, en dat sommige koks het slijpen daarom uitbesteden aan professionele messenslijpers.

Ik baalde, maar gaf niet op en bleef nieuwe pogingen doen om mijn messen goed te slijpen. In de eerste helft van dit jaar kwam ik er pas achter dat ik te snel met een fijnere korrel watersteen was gaan slijpen; de waterstenen met grove korrel 200 en 800 moeten eerst meer materiaal weghalen voordat ik resultaat bespeurde bij mijn mes. In de eerste instantie had ik dat niet gedaan omdat ik veronderstelde dat deze grove korrels alleen voor messen met een beschadigde snijrand gebruikt moeten worden. Na het gebruik van de grovere korrels begon ik resultaat te merken. Ik heb mijn mes nog niet dermate goed met de fijnere korrel kunnen slijpen dat deze makkelijk haar van mijn armen kan afscheren als in de video, maar ik heb de smaak te pakken.

Uiteindelijk heb ik voor iets meer dan € 100 nu twee messen en slijpstenen die mij in theorie tientallen jaren snijplezier kunnen geven. Het alternatief, vaker nieuwe messen kopen van lagere kwaliteit of mijn messen door een professionele messenslijper laten onderhouden, zou duurder zijn. Zelf slijpen heeft een leercurve, maar ik kan de meeste mensen aanraden om geld te besteden aan goede keukenmessen en waterstenen.

Helaas wordt de Eden Classic VG10 serie niet meer geproduceerd en zijn ze grotendeels uitverkocht bij Knives and Tools. Ik zou daarom aanraden om de Eden Classic Damast serie te kopen nu deze in de korting is. Deze is praktisch identiek aan de VG10 serie, alleen het uiterlijk is anders. De Eden Essentials die de Classic VG10 serie moet vervangen haalt het niet bij de kwaliteit van de voorganger. De Essentials serie oogt bij lange na niet zo mooi, omdat het kunststof heft zo abrupt overloopt in het lemnet van het mes. De Classic VG10 en Classic Damast hebben daarentegen een mooie niet-doorlopende krop, een verbreding in het staal tussen het lemnet en het heft, die lemnet en heft duidelijk van elkaar scheidt.

Ik vrees dat de Classic Damast serie ook niet vervangen zal worden zodra deze is uitverkocht. In dat geval zal je naar de messen van andere merken moeten kijken, welke vaak flink wat duurder zijn. Kies in dat geval wel een mes met een niet-doorlopende krop in plaats van een doorlopende krop. Een doorlopende krop heeft een dikker stuk staal tussen heft en lemnet dat doorloopt tot de hiel van het lemnet. Dit is een gruwel als je messen op een steen wilt slijpen. Omdat het dikkere staal van de hiel niet weg te slijpen is op een steen, zal de hiel achterblijven bij de rest van de snijrand. Dan zal je een professionele messenslijper moeten vragen om dat stuk van de hiel te verwijderen, anders wordt het mes onbruikbaar.

Geen hypotheek bij Triodos Bank

In februari dit jaar heb ik samen met Stephanie een woning in Den Haag gekocht. Sinds juni wonen wij in deze hoekwoning met een kleine tuin in Loosduinen. We hebben nu veel meer ruimte dan in ons kleine appartement in Rotterdam. De locatie is voor ons gunstig omdat Stephanie nu in tien minuten naar haar werk kan fietsen. Over de woning zelf en Den Haag later meer, ik wil het eerst hebben over het afsluiten van de hypotheek voor de aankoop van deze woning.

Bij het afsluiten van een hypotheek dacht ik in eerste instantie natuurlijk aan Triodos Bank. Een van de weinige ethische en eerlijke banken in de duisternis van grote, graaiende, gulzige ‘too big to fail’ banken. Ik had er al een betaalrekening, en als er iemand mij een poot moest uitdraaien voor een hypotheek voor een duur huis, dan kon het maar beter Triodos zijn. De totale kosten voor het (verplichte) advies en afsluiten van een hypotheek bleken echter vrij fors te zijn: € 2.050 voor doorstromers, inclusief korting.

Fors dus, als je vergelijkt met partijen zoals Hypotheek24. Daar kan het voor € 650 zonder advies. Advies is immers vaak niet nodig, zeker nu tegenwoordig alleen nieuwe lineaire en annuïtaire hypotheken aftrekbaar zijn. Waarom kan Triodos het advies niet optioneel maken? Waarom gaan zij niet mee in de tijd?

Uiteindelijk hebben wij in ons geval toch besloten om opnieuw gebruik te maken van de diensten van de laatste adviseur van Stephanie, de VvAA. Wij hadden iets complexer advies nodig omdat het fiscaal voordelig was de bestaande bankspaarhypotheek van Stephanie aan te houden. In combinatie met advies voor verzekeringen kwam het totaalbedrag voor hun advies uit op € 3.000. En de hypotheek hebben wij nu, helaas, bij ABN Amro afgesloten: de graaibank die gered moest worden door de belastingbetaler. Want Triodos doet blijkbaar geen zaken met externe adviseurs, dus kon de VvAA ook geen hypotheek bij Triodos regelen.

Ik zou de hypotheek in de toekomst misschien wel willen oversluiten naar Triodos, maar voor oversluiten zijn de kosten óók € 2.050. Met zo’n bedrag kan ik ook twee weken op zomervakantie. Het lijkt wel alsof Triodos geen klanten wil?

Gemeenteraadsverkiezingen 2014: wat ik ga stemmen in Rotterdam

Voor de gemeenteraadsverkiezingen op 19 maart in Rotterdam ga ik op GroenLinks stemmen. En wel om de volgende redenen:

  • Met € 372,50 betaal ik in Rotterdam de hoofdprijs voor de afvalstoffenheffing. En dan is de afvalverwerking niet eens duurzaam: in mijn vorige gemeente Vianen wordt plastic apart ingezameld, maar dat wordt niet gedaan in Rotterdam. GroenLinks heeft volgens mij het beste plan om de afvalstoffenheffing te verlagen én afval duurzamer te verwerken.
  • Het streven om de luchtkwaliteit te verbeteren. Als ik naar de meetresultaten voor de Pleinweg in Rotterdam-Zuid kijk zie ik dat de luchtkwaliteit hier best slecht kan zijn, zeker de laatste paar dagen. Omdat de normen voor luchtkwaliteit in Nederland blijkbaar aan de ruime kant zijn is dit iets waar ik mij zorgen om maak. GroenLinks geeft verbetering van de luchtkwaliteit de hoogste prioriteit van alle Rotterdamse politieke partijen.
  • Scooters moeten verbannen worden van de fietspaden. Scooters kunnen meer vervuilend zijn dan een auto, veel herrie maken en bovenal gevaarlijk zijn op fietspaden. GroenLinks heeft in een aantal gemeenten een petitie gestart om scooters naar de rijbaan te krijgen.
  • Arno Bonte, de fractievoorzitter van GroenLinks Rotterdam, zet zich in voor een vuurwerkverbod. Helaas gaat de lokale politiek daar niet over, maar ik wil met mijn stem dat initiatief wel steunen. Het heeft discussie opgeleverd ten gunste van zo’n verbod. Zoals ik al eerder heb gezegd, zelf vuurwerk afsteken levert te veel verminking en ellende op: laat het professioneel doen op een centrale plaats of doe het helemaal niet.

Dan heb ik, naast de confessionele partijen, nog twee partijen waar ik zeker niet op zou stemmen:

  • Leefbaar Rotterdam. Door een slechte beslissing van Leefbaar wethouder Wim van Sluis zit de gemeente voor 25 jaar vast aan een duur contract voor de afvalverwerking. Ik houd Leefbaar Rotterdam daarom verantwoordelijk voor de hoge afvalstoffenheffing. Ook weet de lijsttrekker van deze partij, Joost Eerdmans, niet waar hij over praat. In een opiniestuk waarin hij het Rotterdam Climate Initiative afkeurt (waar ik zelf ook mijn bedenkingen bij heb) schrijft hij ook dat de opwarming van de aarde al zestien jaar geleden gestopt zou zijn. En nog meer onzin. Deze partij kan ik niet serieus nemen en is de antithese van GroenLinks, zelfs nog meer dan bijvoorbeeld de VVD.
  • De PvdA. Ik acht de lijsttrekker en huidig wethouder van deze partij, Hamit Karakus, niet integer. De ambtenaar die misstanden bij een moskee-internaat als klokkenluider naar buiten bracht werd door hem ontslagen. De rechter oordeelde dat dit ontslag onterecht was. Ondertussen verschuilt Karakus zich achter “onafhankelijke deskundigen” die stellen dat het signaal van de klokkenluider “onjuist was”.

Natuurlijk zijn er nog veel meer zaken die meespelen in de stemkeuze. Zelf had ik niet veel tijd om mij er in te verdiepen, maar dit zijn voor mij de belangrijkste overwegingen: ik denk niet dat verdere verdieping voor mij tot een andere keuze had geleid. Anderen die nog twijfelen kan ik aanraden om zich net als mij te verdiepen in de belangrijkste standpunten. Lees het politieke nieuws eens door of de partijprogramma’s. Stemwijzers doe ik niet aan, debatten interesseren mij ook niet. Joost Eerdmans wordt als een sterke debatteerder gezien, maar dat maakt hem nog geen goede politicus. Ik kies politici omdat ik wil dat ze goede beslissingen maken, niet omdat ze goed kunnen praten.

Bot gevangen bij Public Result, ondanks betoog

Vandaag hoorde ik dat mijn laatste sollicitatie bij een adviesbureau, Public Result in Den Haag, niet tot een sollicitatiegesprek heeft geleid. Het ging om een functie als (junior) adviseur, waar ik met mijn opleiding Bestuurskunde erg goed bij paste. Maar er waren andere sollicitanten die “beter op het vacatureprofiel aansluiten”. Vanwege het “grote aantal reacties” (hoeveel?) kunnen ze er niet inhoudelijk op ingaan. Ik heb een sterk CV, maar ik neem aan dat ook hier de concurrentie van anderen die wél werkervaring hebben te sterk was. Als ik in hun schoenen stond had ik hetzelfde gedaan en voor de meest ervaren mensen gekozen.

Wat ik wel leuk vond aan de sollicitatie bij Public Result is dat ze verzochten om een betoog te schrijven om de motivatie voor de functie te demonstreren. Het betoog moest gaan over een maatschappelijk probleem naar keuze en hoe dat opgelost zou kunnen worden. Dat is weer eens wat anders dan vervelend assessment nummer zoveel omdat dit ook creativiteit vraagt. Ik besloot een oudere blogpost te verbeteren en ben daar denk ik redelijk in geslaagd. Het einde had wat meer argumentatie kunnen gebruiken, maar het mochten maar 750 woorden zijn. Omdat het anders door niemand meer gelezen zou worden en het mij een vrije dag heeft gekost om dit te schrijven, publiceer ik het ook op mijn weblog.

Geen gemeentelijke herindeling

In Nederland is al lang een proces van gemeentelijke herindeling gaande. Het aantal gemeenten is gereduceerd van 1.015 gemeenten in 1950 naar 403 in 2014. En het einde is nog niet in zicht. De rijksoverheid begon met herindeling vanwege de decentralisatie van overheidstaken. Zij veronderstelt dat alleen grotere gemeenten voldoende bestuurskracht hebben om deze nieuwe taken uit te voeren. Het mag duidelijk zijn dat een overvloed aan kleine gemeenten zoals in 1950 niet wenselijk was, maar het is de vraag of verder gaan met herindeling op dit punt verstandig is. Ik denk dat verder gaan onwenselijk is in politiek en democratisch opzicht. Belangrijker nog is dat het op bestuurlijk en financieel vlak ook geen rendement meer oplevert.

Door verdere herindeling lijkt een politiek en democratisch deficit te ontstaan. Er is voorspeld dat de opkomst voor de komende gemeenteraadsverkiezingen weer historisch laag zal zijn. Tevens is het steeds moeilijker voor lokale politieke partijen om kandidaat-raadsleden te vinden. Verklaringen voor deze ontwikkelingen zijn er nog niet, maar het lijkt logisch dat kiezers onverschilliger gaan denken over hun gemeente als deze veel groter is. De afstand tussen hen en de gemeente wordt zowel mentaal als fysiek groter. Het voelt dan veel minder aan als hun eigen lokale gemeenschap. Wellicht is de schaarste aan goede raadsleden ook zo te verklaren, daarnaast zal de toegenomen complexiteit door extra taken potentiële raadsleden wellicht afschrikken. De nieuwe taken zorgen er tegelijkertijd wel voor dat controle door de gemeenteraad steeds belangrijker wordt. Daar wringt de schoen.

De belangrijkste reden voor het Rijk om taken naar gemeenten over te hevelen is de aanname dat gemeenten deze taken goedkoper kunnen uitvoeren. Naast decentralisatie zal de reductie van het aantal gemeenten op zich ook leiden tot minder kosten, aldus Den Haag. Zo heeft het kabinet-Rutte II voor 2017 al een bezuiniging van € 180 miljoen op het Gemeentefonds berekend. In het regeerakkoord (p. 46) is de politieke gedachtegang te doorgronden:

“Het eindperspectief voor gemeenten leidt tot besparingen die ontstaan door schaalvoordelen, verminderen van toezicht, vereenvoudiging van regelgeving en minder dubbeling van taken. De besparing gaat uit van een daling van het aantal gemeenteambtenaren doordat gemeenten groter worden of met elkaar gaan samenwerken. Er is uitgegaan van het rekenkundige equivalent van een vermindering met 75 gemeenten in de periode tot 2017. Voor de totale periode komt deze benadering neer op een resterend aantal van 100-150 gemeenten in 2025. Dit leidt tot een uitname uit het Gemeentefonds.”

Recent onderzoek wijst uit dat herindeling op de lange termijn juist leidt tot hogere uitgaven van 10 tot 20%. Dat maakt des te meer duidelijk dat het idee om taken naar gemeenten te decentraliseren omdat zij het goedkoper kunnen een politieke opvatting is zonder onderbouwing. Onderzoek naar de resultaten van de decentralisatie van specifieke taken stemt ook niet hoopvol. Zo is het beroep op de bijstand weliswaar gedaald sinds deze de verantwoordelijkheid is geworden van gemeenten, maar dat was niet omdat er efficiënter gewerkt werd. Dit kwam omdat gemeenten uitkeringstrekkers lieten doorstromen naar de duurdere Wajong, welke niet hun verantwoordelijkheid is. Sinds 2004 zou minimaal een derde van de instroom in de Wajong het resultaat zijn geweest van afwenteling uit de bijstand.

Paradoxaal genoeg besluiten veel gemeenten die een herindeling achter de rug hebben om alsnog een intergemeentelijk samenwerkingsverband aan te gaan met andere gemeenten. Op het eerste gezicht speelt dat het kabinet in de kaart, dat graag supergemeenten van minstens 100.000 inwoners ziet. Maar dit is ook anders te interpreteren. Wellicht voelen gemeenten zich genoodzaakt tot samenwerking vanwege de overvloed aan nieuwe taken en misschien ook omdat er een gebrek is aan een krachtig middenbestuur.

Zou een beter middenbestuur niet de oplossing voor het probleem zijn? Provincies lijken door hun grotere schaal beter geëquipeerd te zijn om een aantal taken uit te voeren die nu naar gemeenten worden gedecentraliseerd. Het voornemen van het kabinet om andere regionale bestuurslagen zoals plusregio’s af te schaffen snijdt wel hout. Schaf de waterschappen dan ook af en draag hun taken over naar de provincie. Hoewel hiermee niet veel bezuinigd zal worden zal het wel de bestuurlijke drukte reduceren en het openbaar bestuur eenvoudiger maken. Maak een Randstadprovincie om de huidige fragmentatie in de Randstad op te heffen. Door een sterker middenbestuur te smeden kunnen gemeenten weer terug naar de menselijke maat. Roep de herindeling en overstroming aan decentralisatie van taken een halt toe en maak deze eventueel deels ongedaan. Geef de gemeente als bestuurslaag terug aan de lokale gemeenschap.

Homoseksualiteit zou geen grond voor asiel mogen zijn

Het Europese Hof van Justitie oordeelt dat homoseksualiteit een grond voor asiel kan zijn. Bijvoorbeeld als een vluchteling homoseksueel is en daarvoor in zijn of haar thuisland gevangenisstraf kan krijgen. Het Hof stelt dat van deze mensen niet verwacht mag worden dat zij geen uiting geven aan hun seksuele geaardheid of deze geheim houden om vervolging te voorkomen. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie vertelde dat de Nederlandse staat al conform dit beleid handelt.

Ik ben een tegenstander van discriminatie op seksuele aard en gun homoseksuelen de vrijheid om te leven naar hun seksuele oriëntatie, maar ik denk dat dit geen grond voor asiel mag zijn. Ik denk dat de inwoners van een staat moeten leren leven met hun wetgeving, zelfs als deze discriminerend is. Ik zou pas asiel willen verlenen als er sprake is van staatsterreur (Syrië) of genocide. Het is aan de bevolking van een staat zelf om politieke strijd te voeren voor gelijkheid. Helaas kunnen wij mensenrechten niet opleggen. Wij kunnen anderen wel steunen in hun strijd voor gelijke rechten, maar niet met asiel.

Mijn belangrijkste bezwaar is echter dat asiel voor homoseksuelen niet praktisch is en niet eerlijk. In veel landen worden vrouwen gediscrimineerd, vooral in Saudi-Arabië en Iran. Homoseksuelen kunnen hun seksuele aard verbergen, maar vrouwen kunnen hun sekse niet geheim houden. Ik zou daarom zeggen dat vrouwen nog meer recht op asiel zouden hebben dan homo’s als ik zou redeneren dat sekse net als seksuele geaardheid een reden voor asiel kan zijn. Maar in Saudi-Arabië alleen al wonen 29 miljoen mensen en in Iran 77 miljoen. Als je er van uit gaat dat de helft van de bevolking vrouw is zijn dat erg veel potentiële asielzoekers. En tel daar andere landen en homoseksuelen bij op. Die kunnen wij in Nederland, laat staan in Europa, niet allemaal huisvesten.

Daarnaast is het makkelijk om met dit argument onrechtmatig asiel aan te vragen. Als homoseksualiteit een grond voor asiel kan zijn voorzie ik dat veel asielzoekers valselijk zullen beweren dat zij homoseksueel zijn. Hoe wil de Immigratie en Naturalisatiedienst er achter komen of zij de waarheid spreken?

Topsalarissen bij goede doelen, herzien

In 2009 had ik er al eens over geschreven en het heeft nu opnieuw mijn aandacht. Onlangs werd ik bij Utrecht Centraal verleid om donateur van Greenpeace te worden. Helaas was het natuurlijk weer een betaalde donateurswerver (vrijwilligers met collectebussen vind ik veel sympathieker) en moest ik ter plekke een formulier invullen met mijn gegevens. Toch besloot ik om te doneren aan de actie tegen boringen op de Noordpool door Shell.

Zeker na het op drift raken van het boorschip Kulluk bij Alaska in december 2012 denk ik niet dat we Shell de Noordpool moeten toevertrouwen. Nog stuitender is het feit dat Shell dat boorschip alleen maar verplaatste om een belastingaanslag te vermijden. Mijn weerstand geldt ook voor andere oliemaatschappijen, we weten immers nog wat BP in de Golf van Mexico geflikt heeft. Daarnaast vertrouw ik Greenpeace sinds ik Diederik Samson over zijn werk als actievoerder bij deze organisatie hoorde spreken, op de Nationale Carrièrebeurs in maart 2013.

Een ascetisch bestaan

Wat mij zo aanspraak was aan zijn verhaal is dat hij leefde voor de misiie van Greenpeace. Hij verdiende net genoeg om van te leven en voer op een boot om walvisvaarders dwars te liggen. Aan dat soort mensen wil ik doneren. Maar toen ik de website en het jaarverslag van Greenpeace ging doorlezen nadat ik donateur was geworden kwam ik ook de directeur tegen, Sylvia Borren. En zij staat op de loonlijst voor € 107.666. Ver verwijderd van € 32.400, het bescheiden salaris van een campagnevoerder bij Greenpeace. Een actievoerder zoals Diederik Samson verdient naar ik aanneem nog minder.

Het salaris van Borren bedraagt 0,45% van de € 22,4 miljoen aan gerealiseerde baten in 2012 en zij geeft leiding aan een organisatie die 121 werknemers in dienst heeft. Aan de andere kant, er wordt ruim 81% van de baten aan de doelstelling besteed, wat ik niet slecht vind. Het gaat mij dan ook niet zozeer om de financiële prijs van de directeur voor Greenpeace, maar om de morele prijs.

Is een ton terecht?

Sterke leiders leiden bij voorbeeld. Hoe zou het voor een actievoerder voelen om geleid te worden door een directeur die meer dan een ton verdient? Ik denk dat het de motivatie en solidariteit schaadt. Dat geldt voor mij in ieder geval wel als donateur. Zelf heb ik een nulurencontract en het “geluk” dat ik met vervelend werk op een ICT-servicedesk € 1800 per maand verdien vanaf augustus tot oktober. Maar daarna ben ik dus weer werkloos.

Mijn ideale leider is iemand die simpel leeft en in de spreekwoordelijke frontlinie staat, een moderne Cincinnatus. Een meer bescheiden salaris (ruim) onder die psychologische grens van een ton zou meer passend zijn. Voor € 60.000 of 70.000 is een leven in luxe ook binnen handbereik. Het directeurssalaris zal voor mij weliswaar geen reden zijn om direct mijn donatie te stoppen, ik blijf nog een paar maanden doneren volgens plan. Maar ik laat het in de toekomst wel zwaarder wegen in mijn keuzes om te doneren aan goede doelen.

Volgens Greenpeace is het salaris “13 procent lager is dan het salaris zou mogen zijn volgens de Code Wijffels, berekend naar haar ‘verantwoordelijkheidsradius'”. Ik kan niets over de verantwoordelijksheidsradius vinden op het Internet. Navraag bij Greenpeace leerde dat de persoon die daar meer over kon vertellen op vakantie was en later zou antwoorden. Dat kreeg ik al meer dan een maand geleden te horen, maar ik heb nog geen antwoord ontvangen. Belangrijker is dat ik geen boodschap heb aan wat Wijffels en zijn vrienden bedacht hebben: ik ben tenslotte de donateur die betaalt.

Aanvullend stelt Greenpeace in hun standaardantwoord op dit soort vragen dat de directeur 24 uur per dag en zeven dagen per week beschikbaar is en hoofdelijk aansprakelijk. Dat laatste begrijp ik niet, Greenpeace is een stichting, en een stichting is toch als rechtspersoon aansprakelijk? En die 24 uur en zeven dagen per week, wat moet ik mij daar bij voorstellen? Als zelfs Obama vakantie kan vieren kan ik mij moeilijk voorstellen dat Borren nauwelijks vrije tijd heeft.

Salarissen in vergelijkbare functies

Ik heb deze kwestie aan verschillende mensen die ik ken voorgelegd. Een van hen maakte een vergelijking met de private sector. Een senior makelaar die geen leidinggevende functie heeft kan al € 90.000 verdienen. Omdat Borren een directeur is met veel ervaring vind hij haar salaris ook passend. Ik maak zelf liever de vergelijking met het salaris van onze ministers en de minister-president. Zij leiden 16,8 miljoen mensen, zijn ook 24/7 per week beschikbaar en politiek verantwoordelijk voor een salaris van € 144.107,71. In dat opzicht is het salaris van Borren wel degelijk aan de hoge kant.

Een kiesdrempel vergroot de politieke slagkracht niet

Benk Korthals, de partijvoorzitter van de VVD, wil een kiesdrempel van twee procent. Hij wijst er op dat vijf van de elf partijen in de Tweede Kamer minder dan tien zetels hebben. In de woorden van Korthals zelf:

Het mag mooi zijn dat vrijwel iedereen in Nederland zich vertegenwoordigd mag weten, maar de vraag is gerechtvaardigd of de politiek in het huidige tijdsgewricht niet te veel aan slagkracht inboet.

Ik denk dat dit een slecht plan is en heb daar vier argumenten voor.

Potentiële consequenties en hun onwenselijkheid

De Tweede Kamer telt 150 zetels. Twee procent van 150 zetels is drie zetels. Kijken wij naar de uitslag van de verkiezingen van 2012, dan zien wij dat er maar twee partijen zijn die minder dan drie zetels hebben: de Partij voor de Dieren (2) en 50Plus (2).

Dus dan zouden de overige partijen maar vier (!) extra zetels te verdelen hebben. Een andere blogger heeft al aangetoond dat een kiesdrempel pas voor noemenswaardige veranderingen zorgt als deze hoger is dan 7,5 procent. Naast dit praktische bezwaar vind ik het democratische bezwaar nog belangrijker.

De mogelijkheid dat kleine partijen in ons politieke systeem toegang kunnen krijgen tot de Tweede Kamer versterkt onze democratie omdat zij de grote partijen scherp kunnen houden. De Partij voor de Dieren krijgt disproportioneel veel media-aandacht omdat zij zich met haar standpunten goed weet te onderscheiden. Zo heeft de partij recent een natuurgebied gekocht, maar ik wil vooral wijzen op het verbod op ritueel slachten. Het initiatiefvoorstel van de partij werd met amendementen aangenomen in de Tweede Kamer maar afgewezen door de Eerste Kamer.

50Plus is wat minder succesvol, maar de gevestigde partijen moeten wel voorzichtiger zijn met maatregelen die niet in goede aarde vallen bij hun oudere kiezers. Die kunnen immers overstappen naar 50Plus als de gevestigde partijen in hun ogen te ver gaan. De kleine partijen zorgen voor nog sterkere concurrentie en dat is een goede zaak.

Deze kleine fracties, de Partij van de Dieren in het bijzonder, hebben wel degelijk invloed. Ook al zijn ze oppositiepartijen met maar twee zetels. Ik ben er van overtuigd dat er een verschraling van het politieke landschap zou optreden als deze partijen weggewerkt worden door een kiesdrempel.

Een kiesdrempel is diefstal

Mijn andere bezwaar is dat het concept van een kiesdrempel pure diefstal van stemmen is. Stemmen van kiezers op kleine partijen die de kiesdrempel niet halen worden simpelweg verdeeld over de grote partijen. Zij hoeven daar niets voor te doen, behalve groot genoeg worden.

Als er bij het stemmen een optie zou zijn om een tweede en/of derde partij op te geven als de partij van de eerste voorkeur de kiesdrempel niet haalt zou een kiesdrempel voor mij meer acceptabel zijn. Maar voor zo ver ik weet bestaat zoiets niet in de praktijk en ik hoor Korthals dat ook niet voorstellen.

En ja, ik weet dat de kiesdeler in feite al zorgt voor een kiesdrempel van één zetel. Maar dat zie ik niet als diefstal, eerder als noodzaak. Je kunt immers niet een halve zetel behalen.

Waarom is er een gebrek aan slagkracht?

Korthals legt niet uit waarom een groot aantal politieke partijen de politieke slagkracht verzwakt. Daarom lijkt het mij vooral een oplossing die op zoek is naar een probleem. Voordat wij hier verder over nadenken moeten we eerst duidelijk maken wat politieke slagkracht is. Mijn definitie voor politieke slagkracht zou zijn: de mate waarin een politieke partij haar wensen voor beleid kan realiseren.

Het is echter onmogelijk om het concept met deze definitie te meten. Laat ik daarom vier simpele criteria hanteren:

  1. Het volledig afmaken van de parlementaire periode van vier jaar.
  2. Hoogstens drie partijen in het kabinet. Dit maakt overeenstemming vinden eenvoudiger.
  3. Een meerderheid in de Tweede Kamer.
  4. Een meerderheid in de Eerste Kamer.

Laat ik drie voorbeelden geven van naoorlogse kabinetten die aan alle criteria behalve het tweede voldoen: de kabinetten Drees IIDe Quay en de De Jong. Ze bestonden uit vier partijen, meer dan de drie partijen die de laatste decennia genoeg waren voor een kabinet. In de verkiezingen voor deze drie kabinetten in 1952, 1958 en 1967 behaalden respectievelijk acht, zeven en tien partijen zetels in de Tweede Kamer.

Ik heb zojuist op Parlement & Politiek alle artikelen gelezen over de verschillende naoorlogse kabinetten en de eventuele redenen voor hun val. Ik zie een patroon: het aantal partijen in de Tweede Kamer heeft niets te maken met de val van een kabinet. Een val werd (bijna?) altijd veroorzaakt door coalitiepartijen die een onoverbrugbaar meningsverschil hadden met andere coalitiepartijen. En als er regelmatig een succesvolle coalitie werd gevormd door vier partijen, is er dan echt een probleem van kleine partijen die te veel zetels in handen hebben?

Het huidige kabinet Rutte II zou in principe heel slagvaardig kunnen zijn volgens ons tweede criterium. Het bestaat immers alleen uit de VVD en de PvdA. Het eerste criterium moet nog blijken, maar in tegenstelling tot de andere drie kabinetten voldoet Rutte II niet aan het vierde criterium.

De Eerste Kamer als oorzaak van het probleem

Het verbaasde mij dat Korthals een kiesdrempel als oplossing zag terwijl al vaak genoeg is gezegd dat de Eerste Kamer het grootste probleem is voor Rutte II. Dat zou opgelost kunnen worden door de Eerste Kamer af te schaffen. Ik wijs er graag op dat landen zoals Noorwegen, Zweden en Finland een eenkamerstelsel hebben. Ook is het mogelijk om de leden van de Eerste Kamer anders te kiezen.

Nu worden de leden van de Eerste Kamer gekozen door de leden van de Provinciale Staten, welke weer worden gekozen door het volk. De verkiezingen voor de Provinciale Staten vinden vaak plaats in andere jaren dan de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Zo kan de samenstelling van de Eerste Kamer nogal verschillen van de samenstelling van de Tweede Kamer, zoals nu het geval is. Dit zou opgelost kunnen worden door de leden van de Eerste Kamer te laten kiezen door de leden van de Tweede Kamer. Of direct door het volk tegelijkertijd met de verkiezingen voor de Tweede Kamer.

Wellicht het beste voorbeeld wat ik kan bedenken om aan te geven dat de Eerste Kamer het probleem is en een kiesdrempel er niets mee te maken heeft zijn de Verenigde Staten. Obama is een Democraat, maar de Democraten hebben alleen een meerderheid in de Senaat (vergelijkbaar met onze Eerste Kamer). In het Huis van Afgevaardigden (vergelijkbaar met onze Tweede Kamer) hebben de Republikeinen een meerderheid. Zo zijn de Republikeinen in staat alle wetgeving te blokkeren.

Hoewel de Verenigde Staten geen kiesdrempel hebben is er wel een districtenstelsel, wat in de praktijk betekent dat er een tweepartijenstelsel bestaat waarin bijna alle gekozen kandidaten Democraten of Republikeinen zijn. En toch is de politieke slagkracht ronduit slecht, zoals wij hebben gezien bij de fiscal cliff. Als een van de partijen wel het presidentschap, de Senaat en het Huis van Afgevaardigden in handen heeft is er wel politieke slagkracht, maar is het kiesstelsel nog altijd onrechtvaardig vanwege het districtenstelsel.

Burgerinitiatief salaris koning gestrand

Het burgerinitiatief voor het verlagen van het salaris van de koning is de laatste weken gestagneerd. De teller staat nu op iets meer dan 23.000 handtekeningen en ik verwacht niet dat het initiatief ook maar in de buurt zal komen van de vereiste 40.000 handtekeningen. Je zou toch denken dat er voldoende mensen ontstemd zijn over grootverdiener Willem-Alexander in deze crisistijd. En veel andere burgerinitiatieven wisten wel genoeg handtekeningen wisten te verzamelen voor indiening bij de Tweede Kamer. Wat ging er dan mis?

Wat ik anders had gedaan

Mijn kennis van de organisatie van het initiatief is niet compleet dus ik kan geen complete reconstructie maken. Maar er zijn wel een aantal zaken die mij opvielen.

Zo herinner ik mij dat ik al meer dan een week van tevoren in de media kon lezen dat er een burgerinitiatief in aantocht was. Een slechte zaak, want zo verlies je wat in het Engels met een mooi woord momentum wordt genoemd. Wanneer het dan uiteindelijk mogelijk is om het burgerinitiatief te ondertekenen is de aandacht alweer verslapt voor sommige mensen. Ze hadden het stil moeten houden en pas een persbericht hebben vrijgegeven wanneer het mogelijk was om direct te tekenen. Het is cruciaal dat de piek van de aandacht in de media zo goed mogelijk geëxploiteerd wordt.

Een betere websiteontwerper had ook niet misstaan. Rood-wit-blauw met donkergrijs er bij is onaantrekkelijk. En de openingszin met “eerlijkheid” en “redelijkheid” die “belangrijk” zijn? En wat is de Balkenendenorm ook alweer, zullen mensen die minder goed geïnformeerd zijn zich afvragen? De titelpagina is niet aansprekend en overtuigt mensen niet sterk genoeg om hun handtekening te zetten. Nee, schuif direct dat astronomische salaris van Willem-Alexander – met inbegrip van de belastingen die hij niet hoeft te betalen – voor het netvlies van de bezoeker.

Maar ik wil het Nieuw Republikeins Genootschap hier niet te veel afvallen. Ik ben ze erg dankbaar dat ze actie hebben ondernomen, volgende keer beter. Maar dat wil nog niet zeggen dat het nu een verloren zaak is.

De politiek aan zet

Maar de Tweede Kamer kan ook zonder burgerinitiatief actie ondernemen. Ik vraag mij af waarom er nog geen wetsvoorstel is ingediend? Dat lijkt mij erg kansrijk. Immers, welke partij zou het aandurven het salaris van Willem-Alexander te verdedigen in deze crisistijd?