De zomertijd en de tijdzone in Nederland

Na recent nieuws op NOS over de wens van de Europese Commissie om de zomertijd af te schaffen, besloot ik mij ook in het onderwerp te verdiepen. Kort samengevat: wintertijd is de ‘normale’ tijd, zomertijd zet de klok een uur vooruit zodat we in de zomer langer van het daglicht kunnen genieten. Het voordeel van langer daglicht in de zomer mag duidelijk zijn. Ik houd er ook van om langer in mijn tuin te zitten met gasten op een mooie zomeravond. Het NOC*NSF breekt een lans voor sporters die het extra daglicht in de zomeravond nodig hebben. Daar kan ik ook over meepraten omdat ik na mijn werk ook graag ga surfen of zwemmen in de zee. Hardlopen wordt ook in het nieuwsbericht genoemd, maar dat doe ik ook gewoon in het donker.

Maar het langere daglicht voor vrije tijd na de werkdag is meteen ook het enigste substantiële voordeel. In de verschillende nieuwsberichten en het uitgebreide Engelse Wikipedia artikel over zomertijd staat dat over het andere voordeel, energiebesparing, sterke twijfel is.  Aan de andere kant is het bewijs voor negatieve effecten, verstoring van het bioritme en nachtrust, is wel overtuigend. Hoewel ik persoonlijk niet slechter slaap na het begin of einde van de zomertijd, is het blijkbaar wel verstorend voor veel anderen. En de complexiteit van de klokwijziging is ook een argument tegen de zomertijd. Telefoons en computers wijzigen wel automatisch, maar mijn oven en mechanische klok niet. Er is extra verwarring als je met het buitenland moet bellen vanwege het omrekenen van tijdzones.

Het eerste nieuwsbericht wijst er ook op dat Nederland geografisch gezien eigenlijk de West-Europese Tijd (WET) hoort te gebruiken, net zoals het Verenigd Koninkrijk. Met andere woorden, onze klok loopt eigenlijk een uur (twee uur bij zomertijd) voor op de zon. Als de zon namelijk exact gevolgd zou worden, zou de zon het hoogste punt (de noen) bereiken om 12:00 uur. Een blik op het Wikipedia artikel over tijdzones leert ons dat dit elders in de wereld nog extremer is. Rusland heeft een rare indeling van tijdzones, China heeft voor het hele land één tijdzone (!) en het uiterste westen van Spanje heeft een sterke afwijking. De Verenigde Staten hebben wel een logische indeling van tijdzones die overeenkomt met de zon.

Omdat ik het interessant vond om te zien hoe de tijdzone in Nederland zich verhoudt tot andere tijdzones, heb ik het tijdstip van de zonsopkomst en zonsondergang in Den Haag vergeleken met twee andere steden. Den Haag ligt op de 52ste parallel noord, simpel gezegd een lijn van ongeveer 111 kilometer breed die in de oost-west richting over de aardbol loopt. Andere plekken op de breedtegraad, hoe ver ze ook van Den Haag af liggen, krijgen het hele jaar door ongeveer dezelfde hoeveelheid daglicht. Om te vergelijken heb ik Cambridge in het Verenigd Koninkrijk en Lipetsk in Rusland gekozen.

In de onderstaande tabellen zijn de resultaten te zien. De data is afkomstig van de website Time and Date en gaat uit van 2018. Ik vergelijk de korste en langste dag voor de drie steden. Cambridge valt in het geografische midden van de West-Europese Tijd, de tijdzone die bij haar positie op de aardbol past. Lipetsk is een van de weinige grotere steden in Rusland die ook een geografisch passende tijdzone heeft en is relevant omdat Rusland geen zomertijd gebruikt.

Huidige situatie
Stad Datum Zonlicht Noen Daglengte
Cambridge 21 jun 04:38–21:24 13:01 16:46
Den Haag 21 jun 05:22–22:06 13:44 16:44
Lipetsk 21 jun 03:57–20:48 12:23 16:51
Cambridge 21 dec 08:06–15:48 11:57 07:42
Den Haag 21 dec 08:48–16:32 12:40 07:43
Lipetsk 21 dec 08:30–16:08 12:19 07:38

In het eerste nieuwsbericht dat ik noemde staat dat de voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker, een persoonlijke voorkeur heeft voor permanente zomertijd als we de zomertijd inderdaad gaan afschaffen. Zoals het eerste nieuwsbericht ook uitlegt gaat dat wel ver, omdat de tijd in de winter dan net zo sterk gaat afwijken van de stand van de zon als in de zomer. Met als consequentie dat het op 21 december, de kortste dag van het jaar, de zon pas opgaat om 9:48 uur. Dit vind ik zeer onwenselijk, het zal zeker niet bevorderlijk zijn voor ons bioritme. Effectief betekent het dat we in de winter nog dieper in de nacht moeten opstaan.

Permanente zomertijd
Stad Datum Zonlicht Noen Daglengte
Den Haag 21 jun 05:22–22:06 13:44 16:44
Den Haag 21 dec 09:48–17:32 13:40 07:43

De zomertijd afschaffen lijkt mij de meest logische keuze, een mooi compromis. En wat als we op een andere manier naar het probleem kijken, naar de werktijden in plaats van de tijdzone? We zouden na het afschaffen van de zomertijd iets eerder kunnen beginnen met de werkdag, bijvoorbeeld 8:00 uur i.p.v. 8:30 uur, om extra zonlicht in de avond te winnen.

Afschaffen zomertijd
Stad Datum Zonlicht Noen Daglengte
Den Haag 21 jun 04:22–21:06 12:44 16:44
Den Haag 21 dec 08:48–16:32 12:40 07:43

Als we helemaal correct willen zijn zouden we niet alleen de zomertijd moeten afschaffen maar ook WET moeten gebruiken. Dit gaat mij persoonlijk wat ver omdat we dan nog minder licht overhouden op de zomeravond. Omdat Nederland in de oostelijke helft van de WET-zone ligt, loopt de klok iets voor op de zon.

Afschaffen zomertijd en gebruik WET
Stad Datum Zonlicht Noen Daglengte
Den Haag 21 jun 03:22–20:06 11:44 16:44
Den Haag 21 dec 07:48–15:32 11:40 07:43

Ten slotte nog  het nieuws dat de Europese lidstaten een besluit over de zomertijd hebben uitgesteld omdat het een complexe zaak is. Nederland wil blijkbaar in ieder geval dezelfde tijdzone als Duitsland gebruiken. En dat de Europese Commissie wil voorkomen dat “in Europa een lappendeken van verschillende tijdzones ontstaat” omdat het “slecht zijn voor het bedrijfsleven”. Ik volg deze redenering niet omdat de Verenigde Staten, de grootste economie ter wereld, vier tijdzones gebruiken zonder duidelijk nadeel voor haar economie. Ik zie dus ook geen probleem als de EU de zomertijd afschaft en Nederland, België, Luxemburg, Frankrijk en Spanje bijvoorbeeld WET gaan gebruiken en de rest van de EU Midden-Europese Tijd en Oost-Europese Tijd.

Het berekenen van rendement op aandelen met LibreOffice Calc

Eerder dit jaar heeft BinckBank, de bank waarmee ik al jaren heb belegd in aandelen, nieuwe abonnementen ingevoerd. Deze vereisen nu dat abonnementskosten worden betaald die afhankelijk zijn van de grootte van de portefeuille. Voor mijn portefeuille van iets meer dan € 5.000 betaal ik nu iets meer dan € 10 per kwartaal. Daar kwam bij dat de transactiekosten voor orders bij BinckBank toch al relatief hoog waren.

BinckBank heeft een goede klantenservice, toegankelijke informatie over beleggen, een goede website en app, maar dat rechtvaardigt het prijsverschil met DeGiro niet. Daar betaal ik geen abonnementskosten (of in het gruwelijk onnodige Engels van BinckBank, ‘service fee’) en zijn de transactiekosten ook flink lager. Ik heb daarom besloten mijn BinckBank rekening compleet op te zeggen en alles via DeGiro te beleggen. Blijkbaar wil BinckBank haar kleine en weinig actieve klanten kwijtraken, dat is de enige reden die ik kan bedenken.

In de eerste instantie wilde ik mijn complete portefeuille van BinckBank naar DeGiro overboeken. Ik had een vage herinnering aan een telefoongesprek over dat onderwerp met een DeGiro medewerker begin dit jaar. Ik meende toen te hebben gehoord dat het hoge kosten met zich meebracht. Om die reden besloot ik mijn aandelen simpelweg te verkopen bij BinckBinck en daarna weer aan te kopen bij DeGiro.

Inmiddels heb ik hier spijt van omdat de koers van het enige aandeel wat ik had, het Nederlandse bouwbedrijf BAM, flink gestegen is sinds de verkoop. Toen ik uit ging zoeken wat het overboeken van een portefeuille ook al weer kostte, zag ik dat BinckBank € 25 per fonds rekent bij een overboeking van de portefeuille en DeGiro de overboeking gratis verwerkt omdat deze meer dan € 3.000 bedraagt. Als ik dat geweten had ik natuurlijk voor de overboeking van de portefeuille gekozen, zeker omdat deze maar één fonds bevatte. Kwestie van goed vooronderzoek, zullen we maar zeggen. En ja, ik weet dat een portefeuille met € 5.000 in één fonds natuurlijk geen goede spreiding is.

Maar dan nu de kern van deze post. Ik heb nu dus het probleem dat ik aandelen van BAM had gekocht en verkocht via beide banken. Omdat DeGiro de historische aankoopprijs van BinckBank niet meekrijgt, wilde ik met LibreOffice Calc berekenen wat de kosten en het potentiële rendement van mijn transacties zijn. Je kunt dat natuurlijk snel doen door simpelweg de getallen in te voeren, maar als je zoals ik bent wil je dat op een mooie wijze met een formule doen. Omdat ik een half uur heb moeten zoeken naar een oplossing dacht ik dat anderen mij misschien dankbaar zijn als ik hier uitleg hoe.

Hier is mijn document te downloaden. Het soort transactie (koop of verkoop), aantal aandelen, koers en commissie worden handmatig ingevoerd. Het draait om de volgende formule die de totale waarde van een transactie berekent:

=IF(B3="Koop";((D3*E3)+F3)*-1;IF(B3="Verkoop";(D3*E3)-F3))

Let op dat ik een Engelstalige Calc gebruik en de functie in het Nederlands anders heet, namelijk ALS. In de rest van deze post blijf ik de functienaam IF gebruiken. Ik weet niet of Engelse functienamen ook in een Nederlandse versie van LibreOffice bruikbaar zijn.

De IF-functie wordt hier binnen een andere IF-functie genest. Eerst evalueert IF of cel B3 de tekst ‘Koop’ bevat. Zo ja, dan worden aantal en koers met elkaar vermenigvuldigd en wordt de commissie daar bij opgeteld. Vervolgens wordt dat vermenigvuldigd met -1 om het totaal negatief te maken (een kooporder geeft immers negatief rendement). Als cel B3 niet de tekst ‘Koop’ bevat, wordt de volgende IF-functie ingezet. Daar evalueert IF of cel B3 de tekst ‘Verkoop’ bevat. Zo ja, dan worden aantal en koers hier ook met elkaar vermenigvuldigd, maar wordt de commissie daar van afgetrokken.

Meer toelichting wordt gegeven op deze pagina van Microsoft Office Support. De syntax van Excel is net iets anders omdat komma’s worden gebruikt in plaats van puntkomma’s, maar de IFS-functie die onder aan het document wordt genoemd is ook bruikbaar in Calc. De eenvoudigere notatie van de IFS-functie vereist geen geneste formule en is op de volgende wijze equivalent zijn aan de formule met de IF-functie hier boven:

=IFS(B3="Koop";((D3*E3)+F3)*-1;B3="Verkoop";(D3*E3)-F3)

Nu zijn deze formules geen noodzaak voor simpele dingen als rendement op aandelen berekenen, maar ik vond het zeker nuttig om op deze wijze meer van het gebruik van Calc en Excel te leren.

De Sony A7 III als opvolger van de Fujifilm X100S

Eerder schreef ik op mijn Engelse weblog over mijn ervaringen met mijn Fujifilm X100S camera. Ik heb deze camera al jaren gebruikt en ontwikkelde er een haat-liefde verhouding mee. Het is een camera die een compact formaat met de goede beeldkwaliteit van een relatief grote APS-C sensor weet te combineren. De sensor werkt samen met een geïntegreerde en capabele 23mm lens (ongeveer gelijk aan de kijkhoek van een 35mm lens op een full frame sensor). De manier waarop de X100S ontworpen is, zoals het ontbreken van de mode draaischijf, maakt het leuk om deze te gebruiken. Maar het gedrag van deze camera om scenes structureel onderbelicht te laten vond ik flink irritant. In theorie is dit op te lossen met de belichtingscompensatie, maar in de praktijk is het vaak gokken om te zien hoeveel compensatie nodig is. Vanwege dit probleem kon ik niet op de JPEG-bestanden vertrouwen en moest ik te vaak de RAW-bestanden bewerken.

Omdat ik deze tekortkoming zo beu werd wilde ik graag een nieuwe camera. Als vervanger had ik de Sony A7 III met full frame sensor op het oog. Mijn lieve Stephanie wist dit, leidde mij geblinddoekt naar een elektronicawinkel en gaf mij deze camera kado voor mijn verjaardag. Het idee is dat deze zowel haar Nikon D5100 vervangt als mijn X100S. We hebben daarom de standaard kit SEL 28-70mm F/3.5-5.6 zoomlens en de Samyang 35mm F/2.8 lens ingeslagen. De zoomlens is voor Stephanie, de 35mm lens is voor mij. Er is veel geschreven over waarom 35mm lenzen een goede keuze zijn, maar voor mij draait het er om dat deze lenzen het beste het perspectief van mijn ogen benaderen. Als we op vakantie te lui zijn om vaak lenzen te verwisselen zal de zoomlens waarschijnlijk vaker gebruikt worden vanwege de flexibiliteit. Maar de Samyang heeft dus wel een iets groter diafragma. En volgens besprekingen zijn de optische prestaties ook beter; meer scherpte en minder vervorming dan de zoomlens.

De 35mm lens maakt van de A7 III een meer potente versie van de X100S. Zoals op de foto is te zien passen beide camera’s toch niet in een broekzak, dus daarom is het kleine verschil in grootte niet zo relevant. Juist omdat de A7 III iets groter is en een grip heeft voor de rechterhand vind ik deze iets fijner in de hand liggen dan de X100S. De lens is veel lichter dan de body, daarom is de camera mooi gebalanceerd als deze om je nek hangt.

Sony A7 III versus Fujifilm X100S

Voor € 315 is de Samyang lens de goedkoopste 35mm lens voor Sony full frame systeemcamera’s. Er zijn ook andere 35mm lenzen:

  1. Sony Sonnar T* FE 35mm F/2.8 ZA voor € 671
  2. Sigma 35mm F/1.4 DG HSM Art voor € 800
  3. Sony Distagon T* Zeiss FE 35mm F/1.4 ZA voor € 1.367

De Sonnar is nauwelijks beter dan de Samyang maar wel veel duurder. De Sigma en de Distagon zijn wel veel beter, want ze hebben een groter diafragma en zijn scherper. Maar ze zijn ook veel groter en zwaarder. Daarnaast heb ik niet zo veel geld over voor een lens met een vaste brandpuntafstand. Het belangrijkste is echter dat het grotere diafragma van deze lenzen mij geen meerwaarde biedt. Voor mijn doeleinden (en waarschijnlijk voor de meeste mensen die 35mm lenzen gebruiken) heb ik niet zoveel aan een groot diafragma omdat het zorgt voor weinig scherptediepte. Ik wil juist veel scherptediepte. De Samyang is goedkoop en compact, daarom is deze voor mij het meest geschikt. Let wel op dat meegeleverde zonnekap en lensdop niet werken in combinatie met een filter.

Ten slotte de A7 III zelf. De reden waarom ik deze camera koos is simpel: de besprekingen lijken unaniem in het oordeel dat deze camera de concurrentie van Canon en Nikon op het prijspunt van € 2.300 (prijs voor de A7 III body zonder lens) platwalst. Ook zijn de videomogelijkheden goed, de X100S was ongeschikt voor video. Toch mist de A7 III iets van de gebruiksvriendelijkheid die de X100S wel heeft. De X100S heeft toegewijde draaiknoppen voor diafragma, sluitertijd en belichtingscompensatie. De A7 III mist deze net als de meeste andere spiegelreflex- en systeemcamera’s. Ik blijf denken dat ik liever een opvolger van de X100S had gehad zonder de onderbelichtingsproblemen. Tegelijkertijd weet ik dat ik met de A7 III ook veel plezier zal hebben. Het enigste wat ik mis bij de A7 III is de mogelijkheid om 4K video (3840 x 2160 pixels) met 60 beelden per seconde op te nemen. De A7 III gaat namelijk niet verder dan 30 beelden per seconde. De Panasonic GH5 kan dat wel en is met € 1.500 een stuk goedkoper.

Het is nu vooral zaak om mijn grootste uitdaging aan te pakken: op de juiste plaats en tijd interessante foto’s en video’s maken. Vanwege mijn beperkte tijd gebruikte ik de X100S vooral op vakantie, omdat ik in Nederland niet zoveel interessante dingen zag die een foto waard waren. Die zijn er natuurlijk wel, maar je moet ze opzoeken. Anders lopen die duizenden euro’s aan camera en lenzen buiten de vakantie vooral stof te vangen.

De dividendbelasting blijft

Op 5 oktober maakte Unilever bekend dat het haar hoofdkantoor niet verhuist van Londen naar Rotterdam omdat haar aandeelhouders tegen het plan waren. Later op de dag kondigt het kabinet aan dat het de afschaffing van de dividendbelasting gaat heroverwegen. Volgens Rutte betekent dat niet dat de afschaffing direct van tafel is. In zijn eigen woorden: “We hebben die maatregel niet voor één bedrijf genomen. Maar de besluiten vandaag van Unilever zijn natuurlijk wel relevant om mee te wegen en dat is aanleiding om af te spreken opnieuw te wegen.”

De woorden van Rutte rijmen niet met de realiteit. De aankondiging van de heroverweging kwam direct na de aankondiging van Unilever. En de actie van alleen Unilever, één bedrijf, is uiteindelijk toch de beweegreden voor de heroverweging. De uitspraak van Rutte heeft geen enkele geloofwaardigheid. Wederom lijkt dit een rookgordijn, ik denk dat Rutte al langer naar een uitweg zocht om af te zien van de afschaffing. De actie van Unilever past in zijn straat omdat hij het makkelijk kon gebruiken als excuus om zonder groot gezichtsverlies de afschaffing te annuleren. En dat het niet direct betekent dat de dividendbelasting afgeschaft zou worden geloof ik voor geen cent, want anders ga je geen twijfel zaaien. Ik weet nu zeker dat de dividendbelasting blijft.

Bedenk ook dat de Unilever’s plan om niet te verhuizen een bar slecht excuus is voor de heroverweging. De verhuizing van het hoofdkantoor naar Rotterdam zou enkele tientallen banen hebben opgeleverd. Zelfs als je er wat indirecte werkgelegenheid bij optelt, stellen tientallen banen niets voor. En wij moeten geloven dat tientallen banen van invloed zijn op een besluit over 1,9 miljard aan gederfde belastingopbrengsten? Dat bedrag zou de staat namelijk mislopen als de dividendbelasting zou worden afgeschaft.

Ander nieuws is dat volgens de Hoge Raad de dividendbelasting juridisch houdbaar is en buitenlandse beleggers niet discrimineert. Het nieuwsbericht is niet echt duidelijk over de argumenten van de Hoge Raad, maar geeft wel een link naar de gedetailleerde uitspraak. Ik heb geen kennis van belastingrecht, maar na de samenvatting te hebben gelezen denk ik het te begrijpen. Denemarken discrimineerde omdat “niet-Deense (beleggings)fondsen niet de keuze hebben om net als Deense fondsen aan de uitgang in plaats van aan de ingang belast te worden”.

De belasting aan de ingang is blijkbaar de belasting die wordt afgedragen aan de staat waar het beleggingsfonds gevestigd is. De belasting aan de uitgang wordt afgedragen aan de staat waar de ontvanger van het dividend is gevestigd, voor zover ik begrijp. In de praktijk biedt de keuze echter geen voordeel, omdat de vrijstelling voor de ingang alleen wordt gegeven als er belasting aan de uitgang wordt betaald. Dat laatste vergt echter zoveel complexe administratie dat in de praktijk geen enkel beleggingsfonds hier voor zou kiezen. Als de Belastingdienst een loket opent waarmee buitenlandse beleggingsfondsen de mogelijkheid wordt geboden om belasting over de uitgang te betalen en zo vrijstelling over de belasting aan de ingang te krijgen, kunnen de beleggingsfondsen de Nederlandse staat niets maken.

De samenvatting is redelijk leesbaar in deze voor leken complexe zaak. Toch viel het onnodige gebruik van Engels mij direct op in het taalgebruik van Advocaat-Generaal P.J. Wattel. Bijvoorbeeld “zowel de lokale, if any, als de Deense bronbelasting” en “zal het niet-ingezeten fonds moeten tracen welke ontvangen dividenden hij dooruitdeelt”. Naar correct Nederlands vertaald “indien van toepassing” en “traceren”. Dit was geen juridisch jargon waarvoor geen Nederlandse woorden bestonden. Jammer dat zelfs de Hoge Raad vatbaar is voor de vervuiling van onze taal met onnodig Engels.

Lili, Howick, Harbers en discretionaire bevoegdheid

Eerder deze maand besloot Mark Harbers, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, om zijn discretionaire bevoegdheid te gebruiken om Lili en Howick alsnog een verblijfsvergunning te geven. Ik had gehoopt dat de staatssecretaris net zo onbuigzaam zou zijn in deze kwestie als het kabinet in haar plan om de dividendbelasting af te schaffen. Ik ben teleurgesteld dat deze staatssecretaris geen ruggengraat heeft.

Nog even wat feiten op een rij: Lili (12) en Howick (13) wonen sinds 2008 in Nederland maar hebben de Armeense nationaliteit. Hun zaak is acht keer beoordeeld door rechters en acht keer luidde het oordeel dat ze geen recht hadden op asiel in Nederland. Armenië is immers een veilig land. Hun moeder was eerder al uitgezet naar Armenië in 2017. Omdat zij de verblijfplaats van haar ondergedoken kinderen verzweeg werd zij zonder hen uitgezet.

Natuurlijk, als je zoals Lili en Howick in Nederland bent opgegroeid zal het lastig zijn om in Armenië te integreren. Maar lastig is niet onmogelijk: als de vluchtelingen die naar Nederland komen hier kunnen integreren, kunnen Lili en Howick toch ook in Armenië integreren? Bij terugkeer naar Armenië zouden Lili en Howick zes maanden in een weeshuis moeten verblijven omdat hun moeder niet voor hen kan zorgen. Als we het comfort in het land van uitzetting tot criterium gaan maken kunnen we iedere asielzoeker uit Afrika of het Midden-Oosten ook wel gelijk een verblijfsvergunning geven. Want een snelle blik op de statistieken van gedwongen vertrek laat zien dat er genoeg mensen worden uitgezet naar nare landen waar het welvaartspeil flink lager ligt dan in Armenië.

Het is in Nederland mogelijk om een uitzetting eeuwig te rekken door keer op keer in beroep te gaan. Maar is het dan onze schuld dat Lili en Howick hier zijn geworteld? Nee! Hun moeder had niet jarenlang in beroep hoeven te gaan, dat was een keuze. Zij accepteerde het risico dat het uiteindelijk tot een afwijzing zou komen en zou daar terecht de gevolgen voor moeten dragen.

Het besluit van Lili en Howick om onder te duiken was effectief een vorm van chantage. Uit zorgen over de veiligheid van de kinderen besloot Mark Harbers hen immers een verblijfsvergunning te verstrekken. Lili en Howick hebben het in hun wanhoop waarschijnlijk niet zo bedoeld, maar het is toch fout. Door toe te geven laat Harbers zien dat onderduiken wordt beloond.

Waar ik de meeste moeite mee heb in deze zaak is het bestaan van de discretionaire bevoegdheid van de staatssecretaris. Er zijn geen regels voor het gebruik van deze bevoegdheid. De staatssecretaris kan naar eigen goeddunken en zonder uitleg besluiten om toch een verblijfsvergunning te geven aan afgewezen asielzoekers. Dit werkt willekeur in de hand. Asielzoekers zoals Lili en Howick die de media en publieke opinie weten te bespelen krijgen wel een verblijfsvergunning, anderen die niet bekend zijn worden wel uitgezet. We hebben juist rechters om die willekeur te voorkomen en objectief te oordelen of de wet juist is toegepast. Het oordeel van de rechtsprekende macht zou definitief moeten zijn. Er zou geen sprake mogen zijn van discretionaire bevoegdheid bij de uitvoerende macht om het oordeel van de rechtsprekende macht ter zijde te schuiven.

Mijn sentimenten over willekeur en stimulering van onderduiken worden blijkbaar gedeeld door IND-medewerkers. Ondertussen is een onderzoekscommissie ingesteld om te onderzoeken hoe dit soort situaties kunnen worden voorkomen. Blijkbaar is het moeilijk om het jarenlange stapelen van juridische procedures voor een asielprocedure te voorkomen vanwege het VN-vluchtelingenverdrag. Als dat zo is moet dat verdrag worden aangepast.

De afschaffing van de dividendbelasting

Het plan van Rutte III om de dividendbelasting af te schaffen is continu negatief in het nieuws. Het kabinet kon immers geen overtuigend bewijs leveren dat het plan een positief effect had op de werkgelegenheid. Het plan slaat ook een gat van 2 miljard in de begroting.

Recent was er nieuws dat de afschaffing noodzakelijk lijkt te zijn om juridische redenen. Het is nu namelijk zo dat de dividendbelasting alleen buitenlandse beleggers treft omdat Nederlandse beleggers deze mogen aftrekken van hun belasting. Denemarken deed hetzelfde, maar werd aangeklaagd door buitenlandse beleggers. Het Europese Hof van Justitie stelde de buitenlandse beleggers in het gelijk omdat het beleid discriminerend was. Als de Nederlandse staat een vergelijkbare rechtszaak verliest zou dat tot gevolg hebben dat buitenlandse beleggers ook een verzoek tot belastingteruggave zouden mogen indienen. Omdat de Belastingdienst niet bij machte is om met zo een grote wijziging om te gaan, zou dat de facto neerkomen op noodzakelijke afschaffing van de belasting. Ik begrijp echter niet waarom plan B – helemaal géén belastingteruggave voor Nederlandse én buitenlandse beleggers – niet mogelijk is.

Ik zie de VVD-bewindslieden er wel voor aan dat zij het plan hebben bedacht omdat de lobby van de multinationals hen dat influisterde. Volgens het nieuwsbericht was het juridische argument mogelijk de werkelijke reden voor Rutte III. Het zou alleen niet zo gecommuniceerd zijn omdat ambtenaren hadden afgeraden het juridische aspect te benoemen. Juist omdat het de juridische positie van de Nederlandse staat zou verzwakken. Heeft Rutte III werkelijk een rookgordijn opgetrokken? Vaak is de simpele uitleg de betere: die VVD-bewindslieden zijn géén politieke geniën maar de pionnen van de multinationals. De lobby voor dit plan gaat al jaren terug en deze juridische dimensie is pas vrij recent in de schijnwerpers gekomen.

Wat de werkelijke reden ook mag zijn, in principe houdt toch niemand van discriminatie? Zeker niet als wij worden gediscrimineerd, zoals bij het Duitse tolheffingsplan. Dat houdt in dat buitenlanders betalen voor het gebruik van Duitse snelwegen, terwijl Duitsers het bedrag terugkrijgen via de wegenbelasting. Eind vorig jaar besloot de Nederlandse staat dan ook om samen met andere EU-lidstaten op te trekken in een rechtszaak tegen Duitsland bij het Europese Hof van Justitie. Dan is het toch consistent om ook de dividendbelasting aan te pakken?

Waar het voor mij uiteindelijk om draait is of het afschaffen van de dividendbelasting op eerlijke wijze wordt gecompenseerd door hogere belastingen op vermogen en winst (waaronder specifiek vennootschapsbelasting op de winst van bedrijven). Het is wachten op de komende Rijksbegroting later deze maand, maar het lijkt inderdaad die richting op te gaan. Het plan zou zijn om het hoogste tarief van de vennootschapsbelasting niet naar 21% te verlagen, maar naar 22% om het wegvallen van de dividendbelasting te compenseren.

Het probleem is dat het hoogste tarief van de vennootschapsbelasting nu nog 25% is en ooit begon met 46%. Nederland laat zich samen met andere staten meesleuren in de belastingconcurrentie. Het idee is dat belastingen voor bedrijven steeds verder moeten worden verlaagd omdat bedrijven zich anders in het buitenland zouden vestigen als de belastingtarieven daar lager zijn. Overweeg nu een aantal andere statistieken. De collectieve lastendruk (de totale opbrengst van belastingen en sociale premies als percentage van het bruto binnenlands product) is sinds 1995 gestegen van 37,2% naar 38,5% in 2017. De opbrengsten van de vennootschapsbelasting als percentage van het bruto binnenlands product stegen van 2,87% in 1995 naar 2,90% in 2017.

De collectieve lastendruk stijgt duidelijk terwijl het aandeel van de vennootschapsbelasting ongeveer hetzelfde blijft. Deze kleine verschuiving is in werkelijkheid ernstiger. Het Centraal Planbureau kan de gelijkblijvende opbrengsten van de vennootschapsbelasting gedeeltelijk verklaren met twee oorzaken. Enerzijds worden de gedaalde tarieven gecompenseerd door een bredere belastinggrondslag, zoals minder aftrekposten en afschrijvingsmogelijkheden en dergelijke. Anderzijds is er ook een verschuiving in rechtsvorm van bedrijven, bijvoorbeeld van eenmanszaken naar besloten vennootschappen (bv’s). Een eenmanszaak betaalt inkomstenbelasting en een bv vennootschapsbelasting. Omdat de vennootschapsbelasting lager is loont het om een bedrijf om te zetten naar een bv. De consequentie is dat de opbrengsten uit de inkomstenbelasting wel getroffen worden.

Bovenstaande is natuurlijk maar een deel van het antwoord omdat we het alleen over vennootschapsbelasting hebben. Helaas kan ik geen goede historische cijfers vinden over de verdeling van de collectieve lastendruk tussen bedrijven en huishoudens. Ik heb een sterk vermoeden dat deze zouden laten zien dat bedrijven een steeds kleiner aandeel bijdragen aan de belastinginkomsten en huishoudens steeds meer. De tarieven van de vennootschapsbelasting iets minder fors verlagen gaat het probleem dus niet oplossen.

Het rookverbod op straatniveau

Op 3 augustus werd bekend dat de gemeente Rotterdam plannen heeft om voor een aantal straten een rookverbod in te stellen. Het initiatief is ter bescherming van de gezondheid en komt van het Erasmus MC, de Hogeschool Rotterdam en het Erasmiaans Gymnasium. Om te garanderen dat er voor de ingangen van hun gebouwen niet wordt gerookt zou er effectief een rookverbod komen voor drie straten in de buurt van hun gebouwen. Blijkbaar staan ook andere gemeenten op het punt om in hun Algemene Plaatselijke Verordening (APV) gebieden aan te wijzen waar roken op straat verboden is.

Eigenlijk verbaast het me dat roken in het openbaar nog steeds toegestaan is. Ik vermoed dat electorale overwegingen een rol spelen. Omdat er nu eenmaal zo veel rokers zijn zou een rookverbod stemmen kunnen kosten voor de politieke partijen die het invoeren. Misschien is het feit dat het aantal rokers gestaag daalt een reden dat er tegenwoordig meer beweging is.

Het is raar dat roken zo slap wordt aangepakt in vergelijking met andere drugs. Neem cannabis, een drug die qua gezondheidsschade op gelijke voet staat met tabak of zelfs als minder schadelijk wordt gezien. Het blowen van cannabis in het openbaar is in de meeste gemeenten al verboden, ook via de APV. Of paddo’s, paddestoelen met een hallucinogene en psychedelische werking. Hoewel die niet verslavend en nauwelijks schadelijk zijn werden ze in 2008 toch compleet verboden. Tabak is in vergelijking een massamoordenaar die nauwelijks wordt ingeperkt.

Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen hoe schadelijk drugs zijn voor de publieke ruimte in theorie en in de praktijk. In een ideale situatie hebben we geen last van tabakrokers die ver uit de buurt van anderen roken en gebruikte sigaretten opruimen. In de praktijk zie ik echter dat veel rokers op de busstations en de perrons van Utrecht Centraal die afstand niet houden. Ze roken dicht in de buurt van groepen mensen die wachten op de trein of bus, die zo alsnog meeroken.

Ook gooien veel rokers hun sigarettenpeuken op straat omdat opruimen te veel moeite is voor hen. Het excuus is vast dat hun niet gedoofde sigaret niet in de vuilnisbak kunnen gooien. Toen ik recent tijdens een middagpauze op een bank in een park in Den Haag zat, viel me op dat de grond naast de bank bezaaid was met peuken. Het zag er naar uit dat die daar over een aantal dagen of meer dan een week waren geaccumuleerd. Daarnaast geeft roken in het openbaar altijd een slecht voorbeeld aan kinderen.

Deze ambitie om roken in het openbaar te verbieden komt laat, maar is erg welkom. Ik hoop wel dat we dan gelijk een landelijk verbod op roken in het openbaar kunnen invoeren in plaats van dat we op actie van iedere gemeente in ons land moeten wachten. Er is geen reden waarom roken wel verboden zou moeten zijn op een paar straten in Rotterdam terwijl op de Grote Marktstraat in Den Haag wel mag worden gerookt.

Omdat een compleet rookverbod misschien illegale productie en criminelen in de kaart speelt, zou ik niet kiezen voor een compleet rookverbod. Ik zou tabak ongeveer gelijk stellen aan cannabis, er vanuit gaande dat de productie van cannabis in nabije toekomst waarschijnlijk wordt gelegaliseerd. Dus alleen legale verkoop in coffeeshops (dus geen tabakverkoop meer in supermarkten en dergelijke!) en gebruiksverboden in het openbaar.

Hoe praat je met een collega over stroeve samenwerking?

Een maand geleden schreef ik dat ik nieuwe baan had bij ID Ware en dat ik moeite had om goed samen te werken met een specifieke collega daar. Een gesprek om hier iets aan te doen heb ik lang uitgesteld omdat ik tegen dat moeilijke gesprek op zag. Dit ging zo door tot een werkdag aan het einde van juli, toen de collega in kwestie wederom flinke kritiek uitte. Zijn verwijten aan mijn adres over de tijdige afhandeling van vragen van klanten waren de druppels die mijn emmer deden overlopen. Tot mijn eigen frustratie had ik namelijk niet voldoende tijd voor klantondersteuning vanwege andere taken.

Ik stond op het punt te exploderen, maar bleef kalm en vroeg of de collega over een paar uur tijd had voor een gesprek over onze samenwerking onder vier ogen. Die paar uur extra tijd bleken nuttig om tot rust te komen. Omdat het gesprek makkelijk de verhouding nog verder kon verslechteren als ik het slecht voerde, dacht ik goed na over de gesprekstactieken die ik zou volgen.

Als eerste de belangrijkste: ga niet uit van kwade bedoelingen. Hoewel jij de interacties van een collega als structureel negatief en neerbuigend kan ervaren, staat niet vast dat de collega het zo bedoelt. Veel mensen, mijzelf inclusief, begrijpen vaak niet goed welke indruk zij achterlaten bij anderen. Dit betekent dat je beter een vraag kunt stellen als “ben je ontevreden over onze samenwerking?” in plaats van meer gesloten vragen die aannames doen. Zoals bijvoorbeeld de vraag “waarom kun je niet met mij samenwerken?”, die er al van uit gaat dat de collega niet met jou overweg kan. Ik was verrast om te horen dat mijn collega geen probleem met mij had.

Met die kennis kun je vervolgens doorpraten over de indruk die de communicatie van jouw collega bij jou achterlaat. Doe dit op een manier die niet stellig is, zeg bijvoorbeeld niet “je loopt constant over mij te klagen” wat beschuldigend overkomt. Focus op het feit dat het gaat over jouw indruk of interpretatie en laat de bedoeling van de collega er buiten. Als je zegt “ik heb de indruk dat je altijd ontevreden bent over mijn werk” is het makkelijker voor de collega om te zeggen dat dit niet klopt. De collega zal waarschijnlijk begrijpen dat hij of zij zijn kritiek wat moet intomen.

Probeer ook voorbeelden te geven van recente interacties met de collega die je als vervelend hebt ervaren. Dit maakt het concreet en beter te begrijpen. Over een punt, zijn tendens om mij (en anderen) tot in detail te willen aansturen, kon ik geen duidelijke en recente voorbeelden geven. Dat punt werd geparkeerd, maar omdat ik het wel noemde heb ik het idee dat de boodschap is overgekomen.

Sommige kleinere problemen zijn snel op te lossen. Zo beloofde mijn collega om mijn volledige voornaam te gebruiken in plaats van “Alex” en de “wat denk je zelf?” vraag achterwege te laten als ik een probleem aan hem voorlegde.

Ten slotte is het belangrijk om te onthouden dat niet alleen de collega zou moeten veranderen, maar ook jij. Ik heb beloofd dat ik mijn vragen aan hem meer zou verzamelen en op een of twee momenten per dag zou stellen. Ik heb soms de neiging om te vaak vragen te stellen en mijn collega’s zo te vaak onderbreek in hun werk. Ook zou ik meer uitgebreid vooronderzoek doen voordat ik een probleem aan hem zou voorleggen. Hoewel niet gevraagd, heb ik toegezegd meer documentatie aan te leggen voor complexe procedures. Als de documentatie goed is hoeft de collega minder vaak uitleg te geven.

Durven wij elkaar nog aan te spreken op asociaal gedrag?

In juli vierde ik met mijn familie een weekeinde vakantie in Zeeland. Zo kwam het dat ik samen met mijn broer, zijn vrouw, hun baby en Stephanie in noordelijke richting over de Oosterscheldekering fietste en aankwam bij de Roompotsluis. Beide bruggen over deze sluis zijn niet breed genoeg om twee auto’s elkaar gelijktijdig te laten passeren, maar toch is verkeer uit beide richtingen toegestaan. Bestuurders moeten dus soms andere bestuurders voorlaten als ze tegelijkertijd bij de brug aankomen.

Op het moment dat wij aankwamen bij de oostelijke brug over deze sluis wilden twee autobestuurders de brug over. Vanuit noordelijke richting kwam een auto met een ouder echtpaar aan, rond de zestig. Uit de zuidelijke richting kwam een Mercedes Benz SUV aanrijden, met daarin een echtpaar van rond de vijftig. Beide bestuurders wilden duidelijk als eerste de brug over en hadden geen zin om de ander voor te laten. Ze stopten allebei pas op de brug met de neuzen van hun auto’s tegenover elkaar.

Terwijl wij de brug op reden besloot de bestuurder van de Mercedes Benz uit te stappen om wat te doen aan de impasse die was ontstaan. Ik had vele manieren kunnen bedenken om de situatie met goed overleg op te lossen. Een munt opgooien, het eerste een nummer onder de tien raden. Of natuurlijk gewoon de ander de ruimte geven en eerst laten passeren. Maar deze Mercedesman had andere ideeën. Hij stapte uit, liep naar het geopende raam van de andere bestuurder en zei ongeveer “ik was eerst en als je nu niet aan niet aan de kant gaat doe ik je wat aan”. Wat er verder gebeurde kon ik niet helemaal goed volgen, maar het leek er op dat de andere bestuurder niets terug zei. Hoe dan ook, de Mercedesman liep weer terug naar zijn auto en de ander reed vervolgens achteruit.

Terwijl hij terugliep naar zijn auto passeerden wij hem op het middelpunt van de brug. Op de een of andere manier duurt het altijd even voordat dit soort stressvolle situaties met asociaal gedrag bij mij doorkomen. Een paar seconden later waren wij de brug al voorbij en zei ik dat wij de Mercedesman hadden moeten vertellen dat zijn gedrag onacceptabel was. Mijn broer en zijn vrouw reageerden dat zij het voorval genegeerd hadden omdat mijn broer kwetsbaar was met hun baby in de bakfiets. En omdat de Mercedesman ons later mogelijk met zijn auto van de weg kon rammen.

Zelf schaam ik me omdat ik niets deed, want ik beschouw mijn ‘bevriezing’ niet als een excuus. In mijn rijke fantasie blijft de gebeurtenis zich opnieuw afspelen, met alternatieve eindes op basis van hoe ik handel. In een versie heb ik een dermate imposante verschijning dat ik de Mercedesman zover krijg om zijn excuses aan de andere bestuurder aan te bieden. In een andere versie wordt ik razend zodra ik de bedreiging hoor. Ik grijp de Mercedesman bij de kraag en hussel ik hem door elkaar terwijl ik hem schreeuwend duidelijk maak hoezeer hij over de schreef is gegaan. Dan voelt de Mercedesman zelf eens hoe het is om geintimideerd te worden.

Een afweging maken of het verstandig is om in dit soort situaties in te grijpen is redelijk. Als een groep dronken mensen ’s nachts langs mij loopt in een verlaten straat en agressief gedrag vertoont zou ik ze ook uit de weg gaan en op veilige afstand de politie bellen. Ik heb echter het idee dat we te makkelijk kiezen voor de optie om niet in te grijpen. De Mercedesman was niet dronken en had zijn vrouw als bijrijder. In het onwaarschijnlijke geval van een vechtpartij had ik of mijn broer hem makkelijk aangekund. Het leek mij ook niet waarschijnlijk dat hij zijn dure auto zou beschadigen om ons even later van de weg te rammen. Hij gedroeg zich rationeel genoeg om te weten dat zijn nummerbord onthouden zou worden. Als iedereen in onze groep hem had aangesproken op zijn bedreiging was hij waarschijnlijk geschrokken en afgedropen.

Bovenstaande is natuurlijk achteraf bezien, maar de vraag is in wat voor samenleving wij willen leven. Een risicomijdende samenleving waar ieder zichzelf moet redden, of een samenleving waarin we voor vreemden durven op te komen? De andere bestuurder die geïntimideerd werd door de Mercedesman moet hebben gezien dat wij hem in de steek lieten. We kunnen altijd wel een reden verzinnen waarom we anderen beter niet op hun gedrag aanspreken. Maar wat als jij de andere bestuurder was geweest? Zou je dan begrip hebben gehad voor een groep fietsers die passeert alsof ze geen bedreiging horen?

Ik herinner mij een gebeurtenis van ongeveer vijftien jaar geleden nog erg goed. Toen ik door het centrum van Culemborg liep reed een man op een snorfiets agressief door het verkeer. Hij snauwde naar een vrouw op een fiets dat ze aan de kant moest. Vrijwel direct werd hij aangesproken door een andere man op een fiets die hem indringend vertelde dat zijn gedrag hufterig en onacceptabel was. De man op de snorfiets, duidelijk verbaasd, reed stil en rustig verder. Er waren meer mensen in de buurt, maar de man op de fiets was de enige die actie nam. De herinnering is mij zo goed bijgebleven omdat ik de man op de fiets bewonder. Iemand die bij een acceptabel risico opkomt voor anderen en hufters direct terecht wijst zonder te bevriezen.

Waarom er geen excuses gemaakt moet worden voor de slavernij

Op 30 juni dit jaar heeft de burgemeester van Rotterdam, Ahmed Aboutaleb, de Nederlandse regering opgeroepen om formeel excuses te maken voor de Nederlandse slavenhandel. De Nederlandse staat had eerder al wel spijt betuigd voor de slavenhandel, maar van excuses is het nooit gekomen uit vrees voor mogelijke juridische aansprakelijkheid. Om verschillende redenen vind ik formele excuses een slecht idee.

Dat juist Aboutaleb met zijn Berberse oorsprong deze oproep doet vind ik op zijn minst ironisch. De Barbarijse zeerovers uit Noord-Afrika ondernamen van de 16de tot de 19de eeuw rooftochten naar Europa om Europeanen tot slaaf te maken. Waar is zijn oproep aan Marokko, Algerije en Tunesië om formeel excuses te maken aan Europese landen voor hun slavenhandel? Natuurlijk is het wel zo dat Europeanen veel meer slaven hebben verhandeld dan de Berbers, maar dat is niet het punt. Gewoon een geïnteresseerde vraag, geen jij-bak aan het adres van Aboutaleb.

Europeanen eisen tegenwoordig geen excuses van Noord-Afrikaanse landen vanwege hun slavenhandel uit het verleden. Inheemse Nederlanders eisen tegenwoordig geen excuses van Spanje omdat hun verre voorouders tijdens de Tachtigjare Oorlog zijn vermoord door toedoen van het Spaanse Rijk. Het Spaanse Rijk heeft de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden ook nooit gecompenseerd voor de oorlogsschade. Deze mensen realiseren zich blijkbaar wel dat je niet moet blijven trekken aan het verre verleden.

Er zijn natuurlijk wel andere situaties mogelijk waarin excuses wel gepast zijn. Het belangrijkste criterium daarbij moet zijn dat de mensen die excuses eisen ook daadwerkelijk geleden hebben door de daden waarvoor excuses wordt gevraagd. Daarvan zijn de moordpartijen door Nederlandse militairen in het Indonesische Rawagede en Zuid-Sulawesi in 1946 en 1947 een goed voorbeeld. De weduwen van de mannen die destijds zijn vermoord zijn gecompenseerd voor de schade en er is officieel excuses gegeven.

Kanttekening daarbij is dat de Nederlandse politici die destijds verantwoordelijk waren voor het gewelddadig onderdrukken van de Indonesische Onafhankelijkheidsstrijd niet meer in leven zijn. Een excuses boet aan waarde in als het niet gemaakt wordt door hen die verantwoordelijk waren voor de misdaden. In dit geval is de verantwoordelijkheid dus meer abstract omdat excuses wordt gemaakt namens de Nederlandse staat als rechtspersoon. Dat doet echter niets af aan de noodzaak van het excuses.

Vergelijk dit met de situatie van de slavenhandel door Nederlanders. Onder de mensen die excuses eisen van de Nederlandse staat is er niemand die heeft geleden onder de slavernij en zij hebben ook geen ouders gehad die slaaf zijn geweest. Op welke manier zijn zij beschadigd door de slavernij? Hoe gaat een excuses er dan voor zorgen dat zij ’s nachts beter slapen? Ik kan mij niet aan de gedachte onttrekken dat deze mensen een excuses willen zodat zij de Nederlandse staat juridisch aansprakelijk kunnen stellen en dan met rechtszaken uit zijn op financiële compensatie.