Tegen ACTA

De Europese Commissie heeft deze week het ACTA-verdrag ondertekend, op een manier waarbij de volksvertegenwoordiging voor zover geen invloed had. ACTA is gevaarlijk en bedreigt onze vrijheid, maar het blijft spannend nu onze Tweede Kamer en het Europees Parlement aan zet zijn om het te ratificeren omdat er nog geen tekenen zijn van een ruime meerderheid van tegenstanders. De VVD heeft in het verleden wel geklaagd over de geheime onderhandelingen op initiatief van Jeanine Hennis-Plasschaert, maar het laatste nieuwsbericht daarvan dateert van maart 2010. Sindsdien is het angstvallig stil gebleven.

Gelukkig zijn er ook leden van het Europees Parlement die wel uitgesproken zijn over vrijheden, zoals Marietje Schaake die voor D66 lid is van het EP. Precies zoals je van een liberale partij zou verwachten. Als de EP-fractie van de VVD geen tegenstander is van ACTA weet ik naar wie mijn voorkeurstem gaat voor de volgende verkiezingen voor het EP. Ik heb net de petitie tegen ACTA getekend en ga contact opnemen met de relevante VVD’ers die in de TK en het EP deze materie in hun portefeuille hebben om meer te weten te komen over het standpunt van mijn partij.

Tegen het generaal (kinder)pardon

Links en rechts hebben een meningsverschil over een kinderpardon. GroenLinks is voorstander met Tofik Dibi als initiatiefnemer. De VVD is, bij monde van Cora van Nieuwenhuizen, tegen het kinderpardon. Nieuwenhuizen was op 26 januari te gast in Nieuwsuur om het VVD-standpunt uit te leggen. Ondanks dat Twan Huys agressief interviewde en Nieuwenhuizen nauwelijks liet uitpraten, wist dit kamerlid toch een overtuigend optreden te maken.

Een kinderpardon of welk generaal pardon dan ook is simpelweg niet eerlijk. Is het eerlijk dat iedereen die onder de pardonregeling valt mag blijven, terwijl de mensen die een maand voor het ingaan van de regeling zijn uitgezet niet alsnog een verblijfsvergunning krijgen? Nee, want dat is rechtsongelijkheid. Niet alleen gelijke rechten, maar ook de regels zelf worden overboord gegooid. Normaliter worden er regels toegepast om te beoordelen wie wel of niet recht heeft op een verblijfsvergunning. Dat doen wij omdat wij denken dat de een meer recht heeft op een verblijfsvergunning dan de ander op basis van de achtergrond van de asielzoeker.

Ja, in de eerste link naar het verhaal op nu.nl erkent minister Leers al dat lange procedures en de mogelijkheid tot het stapelen van procedures een fout zijn aan de zijde van de overheid. Maar het exploiteren van die mogelijkheden om een beslissing over de verblijfsvergunning uit te stellen is de fout van de asielzoeker. En stel nu dat je als asielzoeker niet actief misbruik maakt van de mogelijkheden en je weet dat het jaren kan duren voordat er een definitieve beslissing over een vergunning wordt genomen. Ik denk niet dat het dan gerechtvaardigd is om jezelf te benoemen tot schrijnend geval. Als je niet tegen de onzekerheid, met het zwaard van Damocles boven het hoofd, om kunt gaan dan had je eieren voor je geld moeten kiezen en zelf de beslissing moeten nemen om terug te keren zonder het besluit af te wachten. Als je dat wel kunt, aanvaard de weigering van de verblijfsvergunning na jaren vertraging dan.

Dat is ook hoe ik denk over de zaak Mauro. Het was het beste geweest als al in 2002 of 2003 was besloten dat hij weer had moeten terugkeren naar Angola. En zijn pleeggezin waar hij al in 2003 werd ondergebracht wist toen al dat een weigering van de verblijfsvergunning van Mauro hen boven het hoofd hing. In 2007 wordt de verblijfsvergunning definitief afgewezen. Maar in plaats van deze afwijzing te aanvaarden gaan de pleegouders (mijn aanname) door met juridisch getouwtrek en pas als alle opties uitgeput zijn start de ophef in de media. Ik begrijp het gedrag van de pleegouders wel, ik zou het misschien ook zo gedaan hebben, maar dat maakt het niet juist. Uiteindelijk besluiten de politici dat de regels voor Mauro niet gelden, hij mag een studievisum aanvragen voor een mbo-opleiding terwijl dat normaal alleen voor een hbo-niveau of hoger is toegestaan en hij mag de beslissing over het studievisum in Nederland afwachten, ook een afwijking van wat gangbaar is. Wat heeft dit met rechtvaardigheid te maken? Voor mij is dit niets meer dan een perversie van rechtvaardigheid.

Hoewel ik op nu.nl lees dat Van Nieuwenhuizen in het Mauro-debat de woorden ‘schrijnend geval’ heeft laten vallen, heeft zij een idee van rechtvaardigheid en rechtsgelijkheid waar ik mij bij kan aansluiten. Zij wil als kamerlid niet buigen voor de publieke opinie die voorstander is van dit kinderpardon en durft onpopulaire beslissingen te verdedigen, om te doen wat juist is ondanks de hevige oppositie. Van Nieuwenhuizen is een van mijn kandidaten voor een voorkeursstem bij de volgende verkiezingen geworden.

De zoektocht naar werk in 2011/2012

Voor de laatste maanden wist mijn werkgever OGD, welke mij detacheert op oproepbasis, geen werk voor mij te vinden. Ik kon mij moeilijk voorstellen dat mijn beschikbaarheid van minstens twee, voornamelijk drie dagen in de week in het tweede blok van mijn master (november en december 2011) het vinden van een klus voor mij verhinderde. Weliswaar heb ik in de laatste maanden een paar dagen voor een andere OGD’er ingevallen, maar dat hebben wij met elkaar buiten de accountmanagers om geregeld. Omdat de waarde van mijn aandelen grotendeels in rook is opgegaan en ik mijn bankrekening moet aanvullen was het voor mij noodzaak om op zoek te gaan naar werk op een meer vaste basis dan wat OGD kan bieden.

Aldus viel in de vorige maand mijn oog op een advertentie in het universiteitsblad Mare van de Universiteit Leiden. Het ging om een baan als vertaler van een Engelse cosmeticawebsite gebouwd op basis van WordPress (de weblogsoftware waar ook dit weblog op draait) naar het Nederlands. Omdat ik ervaring met beiden heb en thuis werken mogelijk was solliciteerde ik naar de baan en volgde een sollicitatiegesprek in Oegstgeest. Het was geen grote onderneming, de vrouw waarmee ik sprak was tevens de directeur en kwam aardig over. We spraken af dat ik bij wijze van proef een document zou vertalen om mijn vaardigheden als vertaler te demonstreren. Mijn vertaling verstuurde ik op woensdag 21 december. Diezelfde dag nog ontving ik een antwoord, er zou diezelfde week nog een vertaling van een vertaalbureau binnen komen waar ze mijn werk mee wilde vergelijken. Dat was mij niet verteld tijdens het sollicitatiegesprek, maar dat was niet erg.

De volgende week na kerst zou een reactie volgen. Deze laatste toezegging bleek net zo waardevol als een toezegging van een klantenservice dat je teruggebeld wordt op een bepaald tijdstip. Inmiddels was het januari en ging ik maar eens proberen contact op te nemen. Op 2 januari had ik een e-mail gestuurd, de mobiele telefoon leidde tot een voicemail en de persoon die het telefoonnummer van het bedrijf beantwoordde vertelde mij dat de directeur onbereikbaar was. Uiteindelijk krijg ik op 10 (!) januari een e-mail terug met de mededeling dat de keuze op een andere sollicitant was gevallen. Verrassend, omdat ik de indruk had gekregen dat er best meerdere mensen aangenomen konden worden voor het vertaalwerk. Ik stuurde een e-mail terug waarin ik op diplomatieke wijze vroeg of de reactie verlaat was omdat het vertaalbureau hun vertaling misschien te laat had geleverd. Ik vroeg ook of de kwaliteit van mijn vertaling niet toereikend was. Een antwoord op die e-mail heb ik nooit ontvangen.

Het mag niet verwonderlijk zijn dat ik mij flink genaaid voel. Ik had ook gesolliciteerd naar een baan als tekstschrijver bij Qompas. Daar zou ik modules schrijven met werkgerelateerde informatie over specifieke sectoren voor studenten en starters. Na daar naar gesolliciteerd te hebben brak ik de procedure af omdat ik verwachtte de baan als vertaler binnen te halen, maar ook omdat mij onduidelijk was wat precies van mij werd verwacht in de functie en omdat het mij ontbreekt aan specifieke kennis over werk in de diverse sectoren. Mijn eigen naïviteit lag ten grondslag aan de eerste reden, maar achteraf denk ik dat de twee andere redenen overbrugbaar waren indien ik had geweten dat ik naast de functie als vertaler zou grijpen. Die eerste reden was overigens wel enigszins gerechtvaardigd omdat de vacature voor het vertaalwerk al een aantal weken oud was toen ik reageerde; als er concurrentie was geweest van andere sollicitanten had ik verwacht dat die al eerder waren afgevallen vóór mijn sollicitatie. Er was ook een functie als onderzoeksassistent bij mijn opleiding waar ik op had gesolliciteerd, maar daar viste ik ook buiten het net vanwege de concurrentie.

Uiteindelijk besloot ik maar uit wanhoop te solliciteren naar een baan als postbode op de zaterdagochtend in mijn dorp bij Post NL. Uit wanhoop ja, want als masterstudent verwacht ik keuze te hebben uit betere bijbanen. Desalniettemin zal ik blij zijn wanneer ik werk heb, ook al is het alleen maar voor drie uur op zaterdagochtend en is mijn bruto uurloon € 8,76 vergeleken met € 10,32 bij OGD. Het sollicitatiegesprek heb ik volgende week maandag, maar laat ik eerst even vertellen over hoe de afspraak voor het sollicitatiegesprek tot stand kwam. Post NL heeft een ‘recruitment center’ met telefonisten die jou opbellen nadat je via Internet hebt gesolliciteerd met korte vragen over o.a. motivatie, of je een fiets hebt die een posttas aan kan en om een datum af te spreken voor het sollicitatiegesprek.

Het eerste telefoontje kwam vorige week, net op een moment toen ik met spoed aan het werk was (daarover later meer) en ik geen tijd had. Ze konden wel later terugbellen, maar niet met de garantie dat ze dezelfde dag nog zouden bellen, en het is niet mogelijk om zelf hen te bellen. Vervolgens had ik de rest van de dag nauwelijks iets te doen, maar werd ik niet teruggebeld. Het bellen op ongelegen momenten herhaalde zich geloof ik nog twee dagen, daarna had ik eindelijk een afspraak. Die zou deze maandag zijn, maar op dezelfde dag werd ik later opnieuw gebeld. De telefonist vertelde dat haar collega een fout had gemaakt, en vroeg of het sollicitatiegesprek een week later gehouden kon worden omdat de recruiter (is daar eigenlijk wel een Nederlands woord voor?) anders een paar uur enkel op mij moest wachten. Als de rest van de organisatie uit hetzelfde hout is gesneden als de sollicitatieprocedure dan voorspelt dat niet veel goeds, maar als postbode verwacht ik daar niet veel mee te maken te hebben. Zolang ik die baan maar krijg vind ik het best.

Maar ondertussen heeft OGD mij kunnen plaatsen voor zes werkdagen verdeeld over vorige week en deze week, en kan ik ook nog wat dagen invallen voor de eerder genoemde collega. En omdat ik ze wel eens een aantal keer uit de brand heb geholpen door in te vallen zij de accountmanager dat er waarschijnlijk voor mij nog wel meer werk te vinden is, ook in het derde blok van mijn master met een beschikbaarheid van drie werkdagen. Dat klinkt goed, maar omdat ik veel uren wil werken wil ik de functie als postbode achter de hand houden als verzekering.

Verdere ervaringen met datingsites

Inmiddels zal ik via e-Matching misschien wel op meer dan vijftig profielen hebben gereageerd, met als gevolg tien reacties en twee ontmoetingen die tot niets hebben geleid. En nu is mijn betaalde lidmaatschap bijna verlopen en ben ik door alle profielen die binnen mijn selectiecriteria vallen – academische opleiding, niet roken, lengte tussen de 170 en 193 cm en wonend in de provincie Utrecht – heen. Omdat het een betaalde website is was het ook nog eens geldverspilling. De gratis website dating.studenten.nl die ik al eerder noemde doet eigenlijk precies hetzelfde als e-Matching, het enige probleem is de bekendheid. Zo had ik maar vijf profielen die binnen mijn criteria vallen.

Vandaag heb ik ook nog eens een applicatie voor Facebook genaamd Are You Interested? geprobeerd. Maar wat een waardeloos excuus voor een contactapplicatie is dat, het biedt nauwelijks mogelijkheden om te selecteren. Zo weet de applicatie mijn woonplaats, maar toch krijg ik profielen voorgeschoteld van mensen uit Maastricht en Groningen, en dan heeft de helft van de profielen helemaal geen woonplaats vermeld. Je kunt alleen uit een bereik van leeftijdsgroepen kiezen, waardoor ik gedwongen werd om 18–24 te kiezen terwijl 25 voor mij ook prima was. Voeg daar nog eens aan toe dat de gebruikersinterface schreeuwerig en lelijk is, dat er constant gezeurd wordt om kado’s (wat dat ook mag voorstellen) te sturen naar de profielen die je leuk vindt en om betaald lid te worden. Hoe het precies zit weet ik niet omdat het niet staat uitgelegd op de onduidelijke website van AYI, maar ik krijg de indruk dat er ook betaald moet worden om te reageren. Binnen een half uur had ik deze applicatie er al weer uitgeschopt, ik voel er ook weinig voor om een vergelijkbare applicatie zoals Zoosk te proberen.

Misschien wordt het maar eens tijd om de datingsites de deur te wijzen en in het Echte Leven op zoek te gaan.

Voetbal en de fascinatie voor de karatetrap

Toen de keeper Esteban van AZ tijdens een wedstrijd in de rug werd aangevallen door de dronken en gestoorde (want hij zou de gedragsstoornis ODD hebben) hooligan Wesley van W. was dat voor de media reden om van een ‘karatetrap’ te spreken. Daar zou Wesley namelijk gebruik van hebben gemaakt om Esteban ‘dood te schoppen’, naar eigen zeggen, tijdens zijn woedeaanval. De Karatebond is er niet blij mee dat hun sport door het slijk wordt gehaald door de associatie van karate met hooligans en voetballers die geweld gebruiken.

Ik vraag mij af waarom de voetbalmedia zo gefascineerd zijn met karate. Want deze associatie van voetbalgeweld met karate is structureel, blijkt uit nieuwsberichten over voetbalgeweld in het verleden. Misschien heeft het iets te maken met de invloed van karate op de Westerse cultuur? Laten we de beelden nog eens bekijken, ga naar 0:50 voor het begin van de actie. Ik zie dat Wesley een dronken sprong maakt, en met zijn rechtervoet Esteban’s linkerbovenbeen zou hebben geraakt als Esteban stil was blijven. Maar Esteban maakt ook een sprong, en Wesley schampt de zijde van zijn onderbeen, al kan ik dat niet met zekerheid zeggen omdat ik niet precies kan zien wat er gebeurt. Misschien heeft Esteban er een geschaafd onderbeen aan over gehouden, maar de trap miste de Dim Mak-factor die Esteban van het leven had moeten beroven, denk ik.

We zien dat Wesley vanwege de ingezette sprong waarschijnlijk de bedoeling had een voorwaartse vliegende trap te maken, voordat hij in de lucht wordt afgeweerd en weggeduwd door Esteban. In karate heet dat de Mae Tobi Geri, en die wordt zo gedaan. Iets minder waarschijnlijk maar wellicht een mogelijkheid was de inzet van een zijwaartse vliegende trap, de Yoko Tobi Geri. Die ziet er zo uit. Wie ziet een gelijkenis tussen deze twee goed uitgevoerde karate technieken en de aanval van Wesley? Ik niet. Hoe weten de media dan toch feilloos te benoemen dat het een karatetrap is, en bijvoorbeeld geen taekwondotrap? Dit is de taekwondoversie van Mae Tobi Geri, is er een verschil te zien? Veel vergelijkbare traptechnieken lijken in de verschillende vechtsporten op elkaar, al zijn er wel subtiele verschillen. Maar verslaggevers die niets of weinig van vechtsporten weten kunnen die verschillen helemaal niet zien.

Mijn conclusie is dus dat deze verslaggevers geen idee hebben waar ze het over hebben en de term ‘karatetrap’ gebruiken als generieke term voor een trap in plaats van als specifieke term voor een karatetechniek. Misschien dat een ‘karatetrap’ ernstiger klinkt dan ‘trap’ en het extra sensatie toevoegt aan het nieuws? Laat de media a.u.b. luisteren naar de karatebond en ophouden met de term ‘karatetrap’. En wat ik het ergste van de actie van Wesley vind is niet eens dat hij Esteban aanviel. Als hij ODD heeft, in hoeverre is iemand die ziek is een verwijt te maken? Anderzijds kan dat ook niet volledig een excuus voor zijn gedrag zijn natuurlijk. Maar ik zie hier niets in wat op maatschappijverruwing moet duiden, wat sommige mensen er misschien wel in herkennen. Mensen met ODD bestonden eeuwen geleden toch ook al. Sterker nog, bij het Nikia-oproer in 532 vallen zelfs de rellen in Engeland van dit jaar in het niet. Wat ik wel ernstig vind is dat de ouders van Wesley moesten onderduiken.

Succesvoller datingsites gebruiken

Ik heb nu al een paar weken ervaring met datingsites. StudentDating leverde niets op omdat de profielen waar ik op reageerde, ongeveer vijf, allemaal inactief waren. Daarmee was het aantal interessante profielen ook al snel opgedroogd. Op e-Matching waren veel meer profielen te vinden, maar ontving ik nauwelijks reacties: van de ongeveer vijftien profielen waar ik een bericht naar had gestuurd stuurden drie vrouwen een reactie terug en één vrouw had mij als eerst een bericht gestuurd, de rest negeerde mij. Om hier iets aan te veranderen zal ik een aantal maatregelen nemen.

  • Het deel van de tekst waarmee ik met (te) veel woorden vertel dat het onbeleefd is om niet te reageren als mensen je een bericht sturen verwijderen. De aso’s die mij negeren zullen zich er waarschijnlijk toch niets van aantrekken, en potentieel geïnteresseerde vrouwen worden alleen maar afgeschrikt door  al die uitingen van frustratie.
  • Inkomen veranderen naar ‘minimum’ in plaats van ‘geen’. Omdat mijn werk bij OGD op oproepbasis is en ik vooral inval voor anderen de laatste tijd kan het voorkomen dat ik een maand echt niets verdien, maar vaak is het wel een paar honderd euro. Omdat ik mijn inkomen niet serieus nam had ik voor ‘geen’ gekozen, maar ik kan het glas beter als halfvol zien en voor ‘minimum’ kiezen. Voor vrouwen is de sociaal-economische status van mannen immers een belangrijk criterium (Pawłowski, 2000). Ik ben al bezig een andere baan te zoeken die vast werk biedt, maar dat is tot nu toe zonder succes. Financieel zit ik in veilig vaarwater omdat ik zuinig ben en voldoende reserve op mijn bankrekening heb staan (al verdampt de waarde van mijn aandelen door de crisis), maar dat is niet iets wat direct uit een profiel is op te maken natuurlijk, vandaar het belang van de beeldvorming.
  • Een betere portretfoto. Hier heb een fotograaf met een studio en de juiste belichting voor nodig. Ik lijk rond mijn huis geen geschikte plek te hebben om goede portretfoto’s te nemen. De foto die in het onderdeel ‘Over mij’ staat is ook rond mijn huis genomen, maar deze foto is niet goed: mijn donkergroene irissen zijn niet van mijn zwarte pupillen te onderscheiden. Ook moet ik wat andere foto’s in mijn verzameling zien te vinden, want alleen een portretfoto uit een fotostudio is te saai. Dit punt is erg belangrijk, want foto’s zeggen natuurlijk meer dan duizend woorden en de eerste indruk telt.
  • Interesses die niet in mijn voordeel werken voor de eerste indruk – want dat biedt een profiel immers, niet meer dan een eerste indruk – niet noemen in mijn profiel. Interesses zoals computergames en -hardware moet ik niet noemen omdat mijn vermoeden is dat vrouwen geneigd zijn te denken dat je dan een nerd bent, ook al besteed ik er tegenwoordig maar zo’n zeven uur per week aan. Zeker als je vrije software noemt, dan heeft 90% al geen idee waar je het over hebt. Zoiets kan je wel in je CV zetten, maar beter niet in je profiel op een datingsite. Schrijven voor je weblog bijvoorbeeld wordt daarentegen weer gewaardeerd vanwege het creatieve aspect.

Tegenover mijn profiel staan de profielen van de vrouwen. De tweede soort overwegingen die genomen moeten worden is op welke profielen ik zou moeten reageren, wat zouden mijn criteria moeten zijn.

  • In het verlengde van het principe dat de man financiële zekerheid moet kunnen bieden zou ik alleen moeten reageren op profielen van vrouwen die net als mij ook nog studeren. Ik heb wel geprobeerd om op profielen te reageren van vrouwen die wel net een baan hebben, maar het is kansloos. Je zou denken dat het niet zoveel uitmaakt omdat ik over een half jaar ook een master diploma heb en een baan kan gaan zoeken, maar dat is wel zo. Dat betekent niet dat ik het helemaal niet meer zou moeten proberen, maar ik moet er van uitgaan dat het nergens toe zal leiden.
  • Pawłowski (2000) geeft een lange opsomming van de voordelen die gemiddeld langere mannen genieten, onder meer betere gezondheid, beter mentaal vermogen, hogere aantrekkelijkheid, hogere intelligentie en sociaal-economische status. Wat relevant is in deze context is dat vrouwen een voorkeur hebben voor lange mannen, maar niet te lange. Een precieze lengte wordt gegeven door onderzoek van Swami et al. (2008) in Groot-Brittannië. In een groep van 901 Britten moest de ideale man volgens vrouwen een lengte van 179,75 cm hebben terwijl de gemiddelde lengte van mannen in de groep 175,78 cm was. De lengte van de ideale vrouw zou 167,64 cm moeten zijn terwijl het gemiddelde 166,51 cm was. Deze uitkomsten waren conform de verwachtingen die waren gewekt door eerdere studies. Mijn lengte is 193 cm en de gemiddelde Nederlandse vrouw is 169 cm lang. Concreet betekent dat voor mij dat ik zoek (e-Matching biedt de mogelijkheid om op lengte te zoeken) naar vrouwen die tussen de 170 en 195 cm lang zijn. Dat deed ik al dus hoef ik niets te veranderen.
  • Mannelijke twintigers zoeken vrouwen die even oud zijn als henzelf of gemiddeld twee tot vier jaar jonger zijn. Vrouwen zijn daarentegen op zoek naar mannen die ouder zijn dan henzelf (Pawłowski, 2000). Ik zoek daarom naar vrouwen met een leeftijd van 18 tot 25 om zo veel mogelijk profielen te vinden, al zegt mijn intuïtie dat een leeftijd jonger dan 20 iets te jong voor mij is. Ook hier hoef ik niets te veranderen omdat ik dit al deed.

Referenties:

Pawłowski, B. (2000). The biological meaning of preferences on the human mate market. Anthropological Review, 60, 39–72. Hier downloaden.
Swami, V., Furnham, A., Balakumar, N., Williams, C., Canaway, K. & Stanistreet, D. (2008). Factors influencing preferences for height: A replication and extension, Personality and Individual Differences, 45(5), 395–400.

Wat profielen van vrouwen op datingsites mij leren

Allereerst een waarschuwing, met dank aan Richard: ik had mij niet gerealiseerd dat het sarcasme op sommige punten in deze post anders kan worden geïnterpreteerd. Neem deze post met een korrel zout, zie ook de reacties.

Sommige vrouwen willen dominante mannen. In sommige profielen wordt dit expliciet geschreven (waarna vaak een nuance volgt) of het wordt niet met zoveel woorden geschreven, in een aantal profielen las ik bijvoorbeeld dat vrouwen een man zoeken die hen ‘onder de duim kan houden’ of ‘op mijn plaats kan zetten’. En ik dacht nog dat het idee dat vrouwen zich aangetrokken voelen tot dominante mannen een verzinsel van de mannen zelf was! Blijkbaar zit er ergens toch een kern van waarheid in. Ik schrijf bewust sommige omdat je het niet in alle profielen leest maar het is, laten we zeggen, statistisch significant.

Vrouwen willen mannen met humor. Dit is een cliché wat in ieder profiel lijkt voor te komen. Als je dat keer op keer leest ga je haast denken dat ze een soort Youp van’t Hek of Hans Teeuwen willen met een zesde zintuig voor huimor. Ik weet natuurlijk dat dit beeld niet klopt, de soep wordt niet zo heet gegeten als deze wordt opgediend, maar toch denk ik dat er te hoge eisen worden gesteld. Ik kan mij maar weinig mannen voorstellen die helemaal geen enkel gevoel voor humor hebben, is enig gevoel voor humor niet inherent aanwezig in iedere man met redelijke sociale vaardigheden en een goede stemming? Het verschil zit vooral in de gradatie, weinig, minder, meer of veel. Ik zou mijzelf in de categorie ‘weinig’ plaatsen, sporadisch weet ik een grappige opmerking te maken maar ik ben niet bijdehand genoeg om mijzelf als iemand met een noemenswaardig gevoel voor humor te zien. Toch denk ik dat vrouwen mij niet zouden afkeuren op basis van mijn vermeende gebrek aan humor. Is het misschien niet zo dat humor een soort van standaardeis van vrouwen is, die tot stand komt onder sociale conditionering? Ik betwijfel of vrouwen echt bewust die eis stellen, het heeft immers pas nut om een eis te stellen als een significant deel van potentiële mannen daar niet aan kan voldoen, maar dat is dus niet zo als we er van uitgaan dat het grote merendeel van de mannen een gevoel voor humor hebben dat voldoende is.

Vrouwen kijken te weinig oude films. Soms is er een uitzondering wanneer iemand The Godfather in haar profiel heeft staan , maar uit de profielen blijkt dat vrouwen kinderen van hun tijd zijn die hun klassiekers niet kennen. Vaak staan alleen maar recente films vanaf de jaren ’90 in de favoriete films vermeld. Het feit dat het hier gaat om profielen van mensen met een universitaire opleiding maakt mij pessimistisch. Nee, Lord of the Rings is goed maar bij lange na niet zo goed om een favoriete film te zijn! Ik heb bewust Seven Samurai, Once Upon a Time in the West, Ong-Bak en Persepolis in mijn favorieten gezet om met een meer gebalanceerde selectie van favorieten hier de tegenaanval in te zetten. Maar ik moet ook toegeven, films als Casablanca, The Great Dictator en Seven Samurai worden nooit op televisie uitgezonden en ze zijn ook niet in de videotheek te vinden, ze zijn alleen te koop op DVD. Omdat het te begrijpen is dat veel mensen deze films niet kennen kan ik het ze vergeven. Om nog een andere uitzondering te noemen, het viel mij op dat van de tientallen profielen die ik heb gelezen er een persoon was die een anime film in haar profiel staan, Ghost in the Shell. Dat leverde in mijn ogen veel bonuspunten op.

Vrouwen lezen te weinig oude literatuur. Hier gaat hetzelfde op als bij de films. In een enkel profiel van iemand die net als ik Geschiedenis had gestudeerd las ik ‘klassieke literatuur’ als favoriet, maar het merendeel blijkt vaak fan van Harry Potter, Haar naam was Sarah of Dan Brown. Nu lees ik zelf vanwege mijn desinteresse in moderne fictie en mijn interesse als historicus geen fictie die na de Middeleeuwen is geschreven, maar als ik wel van fictie zou houden, wat zou ik dan doen? Dan zou ik Tolstoj en Dostojevski lezen. Fitzgerald, Hemingway en Twain. Dickens en Austen. Als er zoveel klassiekers zijn waarom zou ik dan tijd besteden aan het lezen van de eerder genoemde meer recente titels die, hoewel ze ook zeker hun kwaliteiten zullen hebben, in het niet vallen bij het werk van deze oudere auteurs? Zelfs de tien Nederlandse boeken die tot beste boek werden verkozen heb ik in geen enkel profiel teruggezien. En waar op het terrein van films eerst nog een excuus was dat oudere films moeilijker te vinden zijn, is Anna Karenina gewoon gratis en voor niets van de website van Project Gutenberg te downloaden. Er zullen ongetwijfeld profielen tussen zitten van historici en literatuurwetenschappers die wel een verfijnde smaak voor literatuur hebben, maar de hoogopgeleide massa stelt mij teleur.

Vrouwen schrijven vaak beknopte profielen. Na tientallen profielen te hebben gelezen had ik het idee dat in te veel profielen vooral een aantal clichés worden opgerateld over wie de vrouw achter het profiel zelf is en wie ze zoekt. Het is grappig om te zien dat sommige vrouwen dat zelf ook erkennen met teksten zoals ‘maar dat is iedereen op deze website toch?’. Mensen vertellen te weinig over zichzelf, een CV vertelt meer over de persoon dan de informatie in het profiel. In het profiel staat vaak te weinig informatie voor mij om effectief te bepalen of er een overeenkomst te verwachten is tussen onze persoonlijkheden. Op e-Matching is alleen het opleidingsniveau in te voeren als gegeven, maar is het aan de gebruiker zelf om hun opleiding te noemen in hun profiel. Veel vrouwen laten dat na. Jammer, want ik zou het graag willen weten, ik denk dat ‘je bent wat je studeert’ een idee is dat wel tot op zekere hoogte van toepassing is. Zelf denk ik juist goed na over hoe ik mij het beste kan presenteren in mijn profiel, en is mijn tekst met 445 woorden waarschijnlijk dubbel zo lang als het gemiddelde profiel van de vrouwen.

Vrouwen maken soms spelfouten in hun profielen. Dit is net als de eerder opgemerkte beknoptheid van sommige profielen voor mij een indicatie dat een deel van de vrouwen snel een tekst schrijft om in het profiel te plaatsen zonder er lang bij stil te staan. Natuurlijk vertellen we onszelf, mijzelf inclusief, dat het om een profiel op een datingsite gaat en niet een sollicitatiebrief en dat we mensen niet beoordelen op basis van iets triviaals als een of twee duidelijke spelfouten. Maar toch laat het geen positieve eerste indruk achter, hoe je het ook wendt of keert een spelfout wordt nooit als iets positiefs gezien. Ze zijn makkelijk vermijdbaar en daarom is er alle reden toe om net even die minuut extra te besteden om de tekst door de spellingscontrole te halen.

Mijn ervaringen met datingsites: e-Matching en StudentDating

Sinds een paar dagen ben aan de slag gegaan op twee datingsites, de gratis datingsite StudentDating en de betaalde datingsite e-Matching. Het verschil lijkt sterk op dat tussen de gratis aanbieders van kameradvertenties en het betaalde Kamernet waarover ik eerder al een klaagzang schreef.

StudentDating is exclusief gericht op studenten en is internationaal. Dat is goed omdat het zo ook toegankelijk is voor internationale studenten in Nederland, met andere woorden een breder publiek heeft toegang. De datingsite e-Matching heeft alle hoogopgeleiden als doelgroep, is niet internationaal, en vraagt een prijs voor de mogelijkheid om zelf het initiatief te kunnen nemen om op profielen te reageren. Een profiel plaatsen is gratis, en reageren op berichten van anderen is dat ook. Wil je op eigen initiatief een reactie kunnen versturen dan zal er minimaal € 17,95 per maand moeten worden betaald. Wanneer je voor meerdere maanden lid wordt krijg je een korting, met als risico dat je geld ‘weggooit’ als je eerder de juiste persoon vind, of wanneer je na dat aantal maanden lidmaatschap nog steeds niemand hebt gevonden en weer opnieuw moet betalen. Identiek aan dat vervelende prijsmodel van Kamernet.

Om het zakelijke model van e-Matching te beschermen is het dus ook niet toegestaan om links te geven in een profiel. Dan is er immers de mogelijkheid dat er buiten e-Matching om gecommuniceerd kan worden zonder dat de gebruiker betaalt. Logisch, maar de consequentie is dus wel dat ik in mijn profiel geen link kan geven naar weblog, een belangrijk deel van mijn identiteit waar ik anderen op wil wijzen. Als ik ga betalen kan ik wil in berichten die ik naar anderen stuur verwijzen naar mijn weblog, maar nooit in mijn profiel, blijkt uit mijn correspondentie met de profielen politie van e-Matching. Op StudentDating kan een gebruiker daarentegen wel links plaatsen, ook naar profielen op sociale netwerken en video’s op YouTube, omdat het natuurlijk een gratis datingsite is die inkomsten uit advertenties haalt. Ondanks alle populariteit van sociale netwerken tegenwoordig is e-Matching vanwege haar zakelijke model gedwongen om die uit te sluiten. De moraal van het verhaal: gratis kan beter zijn. Net zoals vrije software (in sommige opzichten) beter kan zijn dan software die dat niet is.

Een ander argument waarom gratis beter kan zijn is dat gratis datingsites een groter publiek aantrekken omdat – sorry voor het intrappen van de open deur – er niet betaald hoeft te worden. Het probleem is echter dat deze theorie niet werkt in de praktijk. Ik, en jullie waarschijnlijk ook, kennen e-Matching van die flauwe reclame op de televisie. StudentDating heeft geen indrukwekkend advertentiebudget en was mij volstrekt onbekend totdat ik via Google op een overzicht van datingsites terecht kwam. Een zoektocht op beide datingsites leert mij dat op e-Matching meer interessante vrouwen voor mij zijn te vinden dan op StudentDating.

In feite zou ik dus alleen maar betalen voor e-Matching vanwege het ledenbestand. Een datingsite als e-Matching is hetzelfde voor dating als Kamernet is voor kamers en Microsoft voor software. Natuurlijk, e-Matching heeft wel een iets beter afgewerkte website, maar dat is geen zwaarwegend voordeel. Omdat ik weinig zin heb om enkel te betalen voor een groter ledenbestand ga ik voorlopig eerst aan de slag met de profielen op StudentDating die mij interesseren, ik ga pas betalen voor e-Matching als ik via StudentDating niemand vind.

Gestopt met zoektocht naar een kamer

Inmiddels ben ik gestopt met mijn zoektocht naar een studentenkamer in Leiden, na ongeveer acht hospiteeravonden bezocht te hebben. En dan is mij verteld dat acht hospiteeravonden nog ongeveer het gemiddelde aantal is dat gehaald wordt voordat er een kamer bemachtigd wordt. Ik ben er niet mee gestopt omdat ik genoeg had van de hospiteeravonden, maar omdat thuis blijven wonen meer voordelen heeft.

Een van de belangrijke redenen is dat ik er veel geld mee bespaar. En na één jaar zou ik mijn kamer toch al weer verlaten omdat ik dan verwacht mijn mastergraad te hebben behaald, dus eigenlijk is het dan de moeite niet waard, zeker als er geen noodzaak is. Want mijn reistijd is gemiddeld tussen de drie uur en drieënhalf uur per dag heen en terug. De reis gaat van mijn woonplaats in de gemeente Vianen met de bus naar Utrecht Centraal en vervolgens met de trein naar Leiden Centraal. Als je de reistijd niet volledig als verloren tijd rekent omdat er in de bus en de trein gelegenheid is om te studeren, dan kan ik uitgaan van ongeveer 1 uur verloren tijd per dag. Met op dit moment twee dagen en in de toekomst mogelijk drie dagen college per week komen we dan op twee tot drie uur verloren tijd uit per week.

Zelfs al zou ik de hele reistijd als verloren beschouwen dan ben ik nog steeds minder tijd kwijt aan thuiswonen dan in Leiden wonen. Hier bij mijn ouders hoef ik in principe niet zelf te koken en is er ook een afwasmachine. Omdat ik hier gratis woon heb ik ook minder noodzaak een bijbaan te nemen, die ik op dit moment niet heb omdat mijn detacheerder geen opdrachten voor mij heeft. Bijkomend voordeel is dat ik leuke ouders heb, dus thuis wonen is voor mij niet een groot probleem, ook al vind ik het wel leuker om woonruimte te delen met andere studenten.

Master gevonden, hospiteren en frustraties met Kamernet

In mijn vorige  post schreef ik over mijn zoektocht naar een andere masteropleiding. Inmiddels heb ik al een bewijs van toelating ontvangen voor de master Public Administration aan de Universiteit Leiden met als specialisatie Politics & Bureaucracy. Tot zover alleen nog een bewijs van toelating en geen post die mij uitlegt waar ik wanneer aanwezig moet zijn voor een introductie, maar dat is ook mijn eigen fout omdat ik mij na de uiterste aanmelddatum van 15 juni had aangemeld. Inmiddels ben ik al even op zoek naar een kamer en heb ik al drie hospiteeravonden achter de rug. Ik wil namelijk absoluut woonruimte delen met andere studenten na mijn negatieve ervaring met zelfstandige woonruimte in Rotterdam en mijn positieve ervaringen met het leven bij een gastgezin samen met andere vrijwilligers in Nepal.

Het vinden van een studentenkamer is voor mij niet makkelijk. Reageren en uitnodigingen krijgen voor een hospiteeravond is makkelijk, dat is een kwestie van een goede reactie schrijven en die later weer eventueel met enige aanpassing hergebruiken. Bij de eerste hospiteeravond had ik simpelweg te veel concurrentie, daar kwamen iets van zes anderen op af. De tweede hospiteeravond ging veel beter, ook daar waren veel mensen verwacht maar kwamen er maar vier anderen opdagen. Blijkbaar gebeurt het wel vaker dat veel mensen reageren en worden uitgenodigd, later om de een of andere reden niet meer geïnteresseerd zijn en zich dan niet meer afmelden. Deze keer was het mogelijk om vanwege het geringe aantal aanwezige genodigden één op één gesprekken te houden met de huisgenoten, in tegenstelling tot de drie vragenrondes van de eerste hospiteeravond. Er waren dus iets van vier of vijf huisgenoten aanwezig op de tweede hospiteeravond, terwijl er meer dan vijftien in het huis woonden, maar die waren blijkbaar niet aanwezig of op vakantie. Dat lijkt een patroon te zijn op de hospiteeravonden die ik tot zover heb bezocht. Ik vind het vreemd (met uitzondering van afwezigheid bij vakanties), als ik een huisgenoot was zou ik erg geïnteresseerd zijn in wie ik in huis kan halen.

Tijdens deze tweede hospiteeravond ging ik beter te werk en heb ik veel gekletst en mij meer proberen te onderscheiden. Wederom zonder success. De derde hospiteeravond was in dezelfde studentenflat, maar dan met huisgenoten die mij nog beter gezelschap leken te zijn en die hun woonruimte iets beter verzorgden. Voor het eerst dacht ik werkelijk, met deze mensen wil ik graag de woning delen. Bij deze hospiteeravond waren er vier huisgenoten en drie andere kamerzoekenden aanwezig, en ik schatte mijn kansen op success hoog in. Maar ik viel alweer buiten de boot. Soms ook tot de verbazing van anderen die een woning zochten, waarvan een mij op de tweede hospiteeravond vertelde dat hij had verwacht dat de keuze op mij zou zijn gevallen. Een ander uitte een ‘so…’ van verbazing toen ik een veel uitgebreider verhaal hield op de derde hospiteeravond dan de anderen om mijzelf te introduceren. Volgens mij is mijn grootste probleem dat ik masterstudent ben. Dat is voor zover bijna de enige reden geweest voor huisgenoten om mij niet uit te nodigen voor een hospiteeravond (en als dat geen reden is wordt ik dus in bijna alle gevallen wel uitgenodigd) en om mij niet te kiezen als huisgenoot. Want als masterstudent blijf ik er niet langer dan een jaar en ben ik met 24 jaar soms ook nog als nieuwkomer de oudste in huis. Ik kan wel begrijpen dat een huisgenoot van 19 jaar daar niet op zit te wachten.

De eerste drie hospiteeravonden ben ik op het spoor gekomen via de woningcorporatie SLS Wonen. Omdat daarna het aanbod via SLS Wonen begon te slinken (ik wil niet meer dan € 250 neerleggen voor een kamer) moest ik mijn heil zoeken op andere websites om aan een kamer te komen. Dat is tot mijn onvrede Kamernet geworden, omdat deze het grootste aanbod van advertenties lijkt te hebben en simpelweg omdat andere websites zuigen. Inmiddels heb ik al op drie advertenties via Kamernet gereageerd. Een daarvan was voor een zeer ruime kamer voor minder dan € 200 inclusief die antikraak was en waarvan de bewoners bewust naar iemand tussen de 20 en 30 jaar oud zochten. Dat maakte met mij een uiterst geschikte overeenkomst, maar ik heb niet eens een antwoord ontvangen op mijn reactie. Uiteraard sprong ik met mijn hoofd tegen het plafond van frustratie omdat ik om de een of andere mysterieuze reden niet eens een reactie kreeg. De overige twee reacties hebben wel tot uitnodigingen geleid voor hospiteeravonden vanavond en morgenavond.

De website van Kamernet werkt redelijk goed, maar ik heb een groot probleem met het zakelijk model van deze website. In de advertenties zijn geen huisnummers te zien en om te reageren en vervolgens bij een uitnodiging het huisnummer te zien te krijgen moet betaald worden. En dan is het prijsmodel om reactiemogelijkheden te kopen ook nog eens heel slinks manipulatief. Één reactiemogelijkheid kost kost € 3,50 (!), maar 30 mogelijkheden kosten € 29,95. Stel je voor, als er tien huizen in plaats van één zouden worden gebouwd zou je schaalvoordelen hebben en zouden de marginale kosten lager zijn. Maar we hebben het hier over bits die door kabels worden gepompt, in dit geval zijn marginale kosten zo goed als nonexistent. Kamernet maakt misbruik van de onzekerheid in de zoektocht naar een kamer: zou ik tien reactiemogelijkheden kopen en riskeren dat ik duurder uit ben wanneer ik na tien reacties nog geen kamer heb, of zal ik er twintig voor minder kopen en riskeren dat veel reactiemogelijkheden ongebruikt blijven wanneer ik al snel een kamer heb gevonden? Volgens Kamernet zelf komt de bijdrage voor reageren ‘onder andere ten goede van marketingcampagnes om nieuwe verhuurders te werven voor de site zodat het kameraanbod voor onze leden nóg groter wordt’. Tuurlijk, alsof de bewoners van studentenhuizen die op zoek zijn naar nieuwe huisgenoten niet uit zichzelf de weg weten te vinden naar de website van Kamernet. Nota bene, de website van de Universiteit Leiden linkt zelfs naar Kamernet. Al die overbodige marketeers die ze in dienst willen nemen, afgaande op hun weblog, moeten ook ergens van eten. Maar als het aan mij ligt liever van niet het spaargeld van hardwerkende studenten.

Daarnaast leiden kosten voor het reageren op advertenties tot meer terughoudendheid bij geïnteresseerden om te reageren. Zelf besloot ik pas te dokken voor Kamernet toen ik geen andere mogelijkheden meer zeg om advertenties te vinden. Omdat ik aanneem dat adverteerders willen dat hun advertentie tot zo veel mogelijk reacties leidt (dan hebben ze immers meer keuze) benadelen adverteerders zichzelf met deze betaalmuur van Kamernet. Ik merk op dat het plaatsen van een advertentie gratis is. Maar er zijn genoeg andere zakelijke modellen die door vergelijkbare websites worden gebruikt en laten zien dat het ook anders kan. Bijvoorbeeld Marktplaats. Marktplaats biedt bijvoorbeeld ook de mogelijkheid om advertenties voor kamers te plaatsen. De tragische ironie was dat toen ik een paar weken geleden zocht op Marktplaats naar kamers in Leiden alle advertenties doorverwezen naar de advertentie op Kamernet voor die kamer om te reageren. Zucht. Maar het punt is, bij Marktplaats is reageren altijd gratis en is het plaatsen van de advertentie gratis of betaald afhankelijk van de rubriek. Marktplaats probeert ook munt te slaan uit het verkopen van extra’s, zoals het weer opnieuw bovenaan laten zetten van de advertentie.

Ik denk dat een website die bemiddelt voor studentenkamers in principe gratis zou kunnen zijn. Al die marketeers die Kamernet moet onderhouden zijn niet nodig, een website kan ook populair worden door mond-op-mond reclame. Er zijn ook succesvolle nieuwswebsites zoals bijvoorbeeld Tweakers.net die naar ik aanneem aardig wat inkomsten vergaren met advertenties die in beperkte mate aanwezig zijn en wat extra betaalde dienstverlening bieden. Facebook laat nog meer advertenties zien. Een Kamernet killer zou ook gebruik kunnen maken van advertenties als enigste inkomstenbron, in tegenstelling tot Kamernet wat nu helemaal geen advertenties (en dan bedoel ik dus banners, om verwarring te voorkomen) laat zien. Immers, een dergelijke website zou best intensief gebruikt worden door een brede, jonge leeftijdsgroep, dus dat is aantrekkelijk voor adverteerders. En het is nu ook niet zo dat de aanwezigheid van advertenties mensen ervan weerhoudt om Facebook te gebruiken, al voel ik mij wel wat… ongemakkelijk als ik weer die advertenties voor daten met single moeders te zien krijg op Facebook.  Eventueel vraag je een klein bedrag van een paar euro voor extra dienstverlening zoals een berichtenservice wanneer er een kamer beschikbaar komt die aan de zoekcriteria van een gebruiker voldoet.

Deze dominante positie die Kamernet nu heeft en het gemak waarmee dat clubje hardwerkende studenten kan uitkleden slaat nergens op en is niet nodig. Ik heb ik een steengoed zakelijk model uiteengezet voor een website die Kamernet kan doodconcurreren, het kan haast niet anders dan dat iemand hier de draad oppakt en aan het werk gaat om een concurrent te beginnen. In het onwaarschijnlijke geval dat niemand anders met mijn idee aan de haal gaat zou ik het misschien zelf oppakken, als ik tijd te veel heb.