Voor de gemeenteraadsverkiezingen op 19 maart in Rotterdam ga ik op GroenLinks stemmen. En wel om de volgende redenen:

  • Met € 372,50 betaal ik in Rotterdam de hoofdprijs voor de afvalstoffenheffing. En dan is de afvalverwerking niet eens duurzaam: in mijn vorige gemeente Vianen wordt plastic apart ingezameld, maar dat wordt niet gedaan in Rotterdam. GroenLinks heeft volgens mij het beste plan om de afvalstoffenheffing te verlagen én afval duurzamer te verwerken.
  • Het streven om de luchtkwaliteit te verbeteren. Als ik naar de meetresultaten voor de Pleinweg in Rotterdam-Zuid kijk zie ik dat de luchtkwaliteit hier best slecht kan zijn, zeker de laatste paar dagen. Omdat de normen voor luchtkwaliteit in Nederland blijkbaar aan de ruime kant zijn is dit iets waar ik mij zorgen om maak. GroenLinks geeft verbetering van de luchtkwaliteit de hoogste prioriteit van alle Rotterdamse politieke partijen.
  • Scooters moeten verbannen worden van de fietspaden. Scooters kunnen meer vervuilend zijn dan een auto, veel herrie maken en bovenal gevaarlijk zijn op fietspaden. GroenLinks heeft in een aantal gemeenten een petitie gestart om scooters naar de rijbaan te krijgen.
  • Arno Bonte, de fractievoorzitter van GroenLinks Rotterdam, zet zich in voor een vuurwerkverbod. Helaas gaat de lokale politiek daar niet over, maar ik wil met mijn stem dat initiatief wel steunen. Het heeft discussie opgeleverd ten gunste van zo’n verbod. Zoals ik al eerder heb gezegd, zelf vuurwerk afsteken levert te veel verminking en ellende op: laat het professioneel doen op een centrale plaats of doe het helemaal niet.

Dan heb ik, naast de confessionele partijen, nog twee partijen waar ik zeker niet op zou stemmen:

  • Leefbaar Rotterdam. Door een slechte beslissing van Leefbaar wethouder Wim van Sluis zit de gemeente voor 25 jaar vast aan een duur contract voor de afvalverwerking. Ik houd Leefbaar Rotterdam daarom verantwoordelijk voor de hoge afvalstoffenheffing. Ook weet de lijsttrekker van deze partij, Joost Eerdmans, niet waar hij over praat. In een opiniestuk waarin hij het Rotterdam Climate Initiative afkeurt (waar ik zelf ook mijn bedenkingen bij heb) schrijft hij ook dat de opwarming van de aarde al zestien jaar geleden gestopt zou zijn. En nog meer onzin. Deze partij kan ik niet serieus nemen en is de antithese van GroenLinks, zelfs nog meer dan bijvoorbeeld de VVD.
  • De PvdA. Ik acht de lijsttrekker en huidig wethouder van deze partij, Hamit Karakus, niet integer. De ambtenaar die misstanden bij een moskee-internaat als klokkenluider naar buiten bracht werd door hem ontslagen. De rechter oordeelde dat dit ontslag onterecht was. Ondertussen verschuilt Karakus zich achter “onafhankelijke deskundigen” die stellen dat het signaal van de klokkenluider “onjuist was”.

Natuurlijk zijn er nog veel meer zaken die meespelen in de stemkeuze. Zelf had ik niet veel tijd om mij er in te verdiepen, maar dit zijn voor mij de belangrijkste overwegingen: ik denk niet dat verdere verdieping voor mij tot een andere keuze had geleid. Anderen die nog twijfelen kan ik aanraden om zich net als mij te verdiepen in de belangrijkste standpunten. Lees het politieke nieuws eens door of de partijprogramma’s. Stemwijzers doe ik niet aan, debatten interesseren mij ook niet. Joost Eerdmans wordt als een sterke debatteerder gezien, maar dat maakt hem nog geen goede politicus. Ik kies politici omdat ik wil dat ze goede beslissingen maken, niet omdat ze goed kunnen praten.

Het Europese Hof van Justitie oordeelt dat homoseksualiteit een grond voor asiel kan zijn. Bijvoorbeeld als een vluchteling homoseksueel is en daarvoor in zijn of haar thuisland gevangenisstraf kan krijgen. Het Hof stelt dat van deze mensen niet verwacht mag worden dat zij geen uiting geven aan hun seksuele geaardheid of deze geheim houden om vervolging te voorkomen. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie vertelde dat de Nederlandse staat al conform dit beleid handelt.

Ik ben een tegenstander van discriminatie op seksuele aard en gun homoseksuelen de vrijheid om te leven naar hun seksuele oriëntatie, maar ik denk dat dit geen grond voor asiel mag zijn. Ik denk dat de inwoners van een staat moeten leren leven met hun wetgeving, zelfs als deze discriminerend is. Ik zou pas asiel willen verlenen als er sprake is van staatsterreur (Syrië) of genocide. Het is aan de bevolking van een staat zelf om politieke strijd te voeren voor gelijkheid. Helaas kunnen wij mensenrechten niet opleggen. Wij kunnen anderen wel steunen in hun strijd voor gelijke rechten, maar niet met asiel.

Mijn belangrijkste bezwaar is echter dat asiel voor homoseksuelen niet praktisch is en niet eerlijk. In veel landen worden vrouwen gediscrimineerd, vooral in Saudi-Arabië en Iran. Homoseksuelen kunnen hun seksuele aard verbergen, maar vrouwen kunnen hun sekse niet geheim houden. Ik zou daarom zeggen dat vrouwen nog meer recht op asiel zouden hebben dan homo’s als ik zou redeneren dat sekse net als seksuele geaardheid een reden voor asiel kan zijn. Maar in Saudi-Arabië alleen al wonen 29 miljoen mensen en in Iran 77 miljoen. Als je er van uit gaat dat de helft van de bevolking vrouw is zijn dat erg veel potentiële asielzoekers. En tel daar andere landen en homoseksuelen bij op. Die kunnen wij in Nederland, laat staan in Europa, niet allemaal huisvesten.

Daarnaast is het makkelijk om met dit argument onrechtmatig asiel aan te vragen. Als homoseksualiteit een grond voor asiel kan zijn voorzie ik dat veel asielzoekers valselijk zullen beweren dat zij homoseksueel zijn. Hoe wil de Immigratie en Naturalisatiedienst er achter komen of zij de waarheid spreken?

In 2009 had ik er al eens over geschreven en het heeft nu opnieuw mijn aandacht. Onlangs werd ik bij Utrecht Centraal verleid om donateur van Greenpeace te worden. Helaas was het natuurlijk weer een betaalde donateurswerver (vrijwilligers met collectebussen vind ik veel sympathieker) en moest ik ter plekke een formulier invullen met mijn gegevens. Toch besloot ik om te doneren aan de actie tegen boringen op de Noordpool door Shell.

Zeker na het op drift raken van het boorschip Kulluk bij Alaska in december 2012 denk ik niet dat we Shell de Noordpool moeten toevertrouwen. Nog stuitender is het feit dat Shell dat boorschip alleen maar verplaatste om een belastingaanslag te vermijden. Mijn weerstand geldt ook voor andere oliemaatschappijen, we weten immers nog wat BP in de Golf van Mexico geflikt heeft. Daarnaast vertrouw ik Greenpeace sinds ik Diederik Samson over zijn werk als actievoerder bij deze organisatie hoorde spreken, op de Nationale Carrièrebeurs in maart 2013.

Een ascetisch bestaan

Wat mij zo aanspraak was aan zijn verhaal is dat hij leefde voor de misiie van Greenpeace. Hij verdiende net genoeg om van te leven en voer op een boot om walvisvaarders dwars te liggen. Aan dat soort mensen wil ik doneren. Maar toen ik de website en het jaarverslag van Greenpeace ging doorlezen nadat ik donateur was geworden kwam ik ook de directeur tegen, Sylvia Borren. En zij staat op de loonlijst voor € 107.666. Ver verwijderd van € 32.400, het bescheiden salaris van een campagnevoerder bij Greenpeace. Een actievoerder zoals Diederik Samson verdient naar ik aanneem nog minder.

Het salaris van Borren bedraagt 0,45% van de € 22,4 miljoen aan gerealiseerde baten in 2012 en zij geeft leiding aan een organisatie die 121 werknemers in dienst heeft. Aan de andere kant, er wordt ruim 81% van de baten aan de doelstelling besteed, wat ik niet slecht vind. Het gaat mij dan ook niet zozeer om de financiële prijs van de directeur voor Greenpeace, maar om de morele prijs.

Is een ton terecht?

Sterke leiders leiden bij voorbeeld. Hoe zou het voor een actievoerder voelen om geleid te worden door een directeur die meer dan een ton verdient? Ik denk dat het de motivatie en solidariteit schaadt. Dat geldt voor mij in ieder geval wel als donateur. Zelf heb ik een nulurencontract en het “geluk” dat ik met vervelend werk op een ICT-servicedesk € 1800 per maand verdien vanaf augustus tot oktober. Maar daarna ben ik dus weer werkloos.

Mijn ideale leider is iemand die simpel leeft en in de spreekwoordelijke frontlinie staat, een moderne Cincinnatus. Een meer bescheiden salaris (ruim) onder die psychologische grens van een ton zou meer passend zijn. Voor € 60.000 of 70.000 is een leven in luxe ook binnen handbereik. Het directeurssalaris zal voor mij weliswaar geen reden zijn om direct mijn donatie te stoppen, ik blijf nog een paar maanden doneren volgens plan. Maar ik laat het in de toekomst wel zwaarder wegen in mijn keuzes om te doneren aan goede doelen.

Volgens Greenpeace is het salaris “13 procent lager is dan het salaris zou mogen zijn volgens de Code Wijffels, berekend naar haar ‘verantwoordelijkheidsradius’”. Ik kan niets over de verantwoordelijksheidsradius vinden op het Internet. Navraag bij Greenpeace leerde dat de persoon die daar meer over kon vertellen op vakantie was en later zou antwoorden. Dat kreeg ik al meer dan een maand geleden te horen, maar ik heb nog geen antwoord ontvangen. Belangrijker is dat ik geen boodschap heb aan wat Wijffels en zijn vrienden bedacht hebben: ik ben tenslotte de donateur die betaalt.

Aanvullend stelt Greenpeace in hun standaardantwoord op dit soort vragen dat de directeur 24 uur per dag en zeven dagen per week beschikbaar is en hoofdelijk aansprakelijk. Dat laatste begrijp ik niet, Greenpeace is een stichting, en een stichting is toch als rechtspersoon aansprakelijk? En die 24 uur en zeven dagen per week, wat moet ik mij daar bij voorstellen? Als zelfs Obama vakantie kan vieren kan ik mij moeilijk voorstellen dat Borren nauwelijks vrije tijd heeft.

Salarissen in vergelijkbare functies

Ik heb deze kwestie aan verschillende mensen die ik ken voorgelegd. Een van hen maakte een vergelijking met de private sector. Een senior makelaar die geen leidinggevende functie heeft kan al € 90.000 verdienen. Omdat Borren een directeur is met veel ervaring vind hij haar salaris ook passend. Ik maak zelf liever de vergelijking met het salaris van onze ministers en de minister-president. Zij leiden 16,8 miljoen mensen, zijn ook 24/7 per week beschikbaar en politiek verantwoordelijk voor een salaris van € 144.107,71. In dat opzicht is het salaris van Borren wel degelijk aan de hoge kant.

Benk Korthals, de partijvoorzitter van de VVD, wil een kiesdrempel van twee procent. Hij wijst er op dat vijf van de elf partijen in de Tweede Kamer minder dan tien zetels hebben. In de woorden van Korthals zelf:

Het mag mooi zijn dat vrijwel iedereen in Nederland zich vertegenwoordigd mag weten, maar de vraag is gerechtvaardigd of de politiek in het huidige tijdsgewricht niet te veel aan slagkracht inboet.

Ik denk dat dit een slecht plan is en heb daar vier argumenten voor.

Potentiële consequenties en hun onwenselijkheid

De Tweede Kamer telt 150 zetels. Twee procent van 150 zetels is drie zetels. Kijken wij naar de uitslag van de verkiezingen van 2012, dan zien wij dat er maar twee partijen zijn die minder dan drie zetels hebben: de Partij voor de Dieren (2) en 50Plus (2).

Dus dan zouden de overige partijen maar vier (!) extra zetels te verdelen hebben. Een andere blogger heeft al aangetoond dat een kiesdrempel pas voor noemenswaardige veranderingen zorgt als deze hoger is dan 7,5 procent. Naast dit praktische bezwaar vind ik het democratische bezwaar nog belangrijker.

De mogelijkheid dat kleine partijen in ons politieke systeem toegang kunnen krijgen tot de Tweede Kamer versterkt onze democratie omdat zij de grote partijen scherp kunnen houden. De Partij voor de Dieren krijgt disproportioneel veel media-aandacht omdat zij zich met haar standpunten goed weet te onderscheiden. Zo heeft de partij recent een natuurgebied gekocht, maar ik wil vooral wijzen op het verbod op ritueel slachten. Het initiatiefvoorstel van de partij werd met amendementen aangenomen in de Tweede Kamer maar afgewezen door de Eerste Kamer.

50Plus is wat minder succesvol, maar de gevestigde partijen moeten wel voorzichtiger zijn met maatregelen die niet in goede aarde vallen bij hun oudere kiezers. Die kunnen immers overstappen naar 50Plus als de gevestigde partijen in hun ogen te ver gaan. De kleine partijen zorgen voor nog sterkere concurrentie en dat is een goede zaak.

Deze kleine fracties, de Partij van de Dieren in het bijzonder, hebben wel degelijk invloed. Ook al zijn ze oppositiepartijen met maar twee zetels. Ik ben er van overtuigd dat er een verschraling van het politieke landschap zou optreden als deze partijen weggewerkt worden door een kiesdrempel.

Een kiesdrempel is diefstal

Mijn andere bezwaar is dat het concept van een kiesdrempel pure diefstal van stemmen is. Stemmen van kiezers op kleine partijen die de kiesdrempel niet halen worden simpelweg verdeeld over de grote partijen. Zij hoeven daar niets voor te doen, behalve groot genoeg worden.

Als er bij het stemmen een optie zou zijn om een tweede en/of derde partij op te geven als de partij van de eerste voorkeur de kiesdrempel niet haalt zou een kiesdrempel voor mij meer acceptabel zijn. Maar voor zo ver ik weet bestaat zoiets niet in de praktijk en ik hoor Korthals dat ook niet voorstellen.

En ja, ik weet dat de kiesdeler in feite al zorgt voor een kiesdrempel van één zetel. Maar dat zie ik niet als diefstal, eerder als noodzaak. Je kunt immers niet een halve zetel behalen.

Waarom is er een gebrek aan slagkracht?

Korthals legt niet uit waarom een groot aantal politieke partijen de politieke slagkracht verzwakt. Daarom lijkt het mij vooral een oplossing die op zoek is naar een probleem. Voordat wij hier verder over nadenken moeten we eerst duidelijk maken wat politieke slagkracht is. Mijn definitie voor politieke slagkracht zou zijn: de mate waarin een politieke partij haar wensen voor beleid kan realiseren.

Het is echter onmogelijk om het concept met deze definitie te meten. Laat ik daarom vier simpele criteria hanteren:

  1. Het volledig afmaken van de parlementaire periode van vier jaar.
  2. Hoogstens drie partijen in het kabinet. Dit maakt overeenstemming vinden eenvoudiger.
  3. Een meerderheid in de Tweede Kamer.
  4. Een meerderheid in de Eerste Kamer.

Laat ik drie voorbeelden geven van naoorlogse kabinetten die aan alle criteria behalve het tweede voldoen: de kabinetten Drees IIDe Quay en de De Jong. Ze bestonden uit vier partijen, meer dan de drie partijen die de laatste decennia genoeg waren voor een kabinet. In de verkiezingen voor deze drie kabinetten in 1952, 1958 en 1967 behaalden respectievelijk acht, zeven en tien partijen zetels in de Tweede Kamer.

Ik heb zojuist op Parlement & Politiek alle artikelen gelezen over de verschillende naoorlogse kabinetten en de eventuele redenen voor hun val. Ik zie een patroon: het aantal partijen in de Tweede Kamer heeft niets te maken met de val van een kabinet. Een val werd (bijna?) altijd veroorzaakt door coalitiepartijen die een onoverbrugbaar meningsverschil hadden met andere coalitiepartijen. En als er regelmatig een succesvolle coalitie werd gevormd door vier partijen, is er dan echt een probleem van kleine partijen die te veel zetels in handen hebben?

Het huidige kabinet Rutte II zou in principe heel slagvaardig kunnen zijn volgens ons tweede criterium. Het bestaat immers alleen uit de VVD en de PvdA. Het eerste criterium moet nog blijken, maar in tegenstelling tot de andere drie kabinetten voldoet Rutte II niet aan het vierde criterium.

De Eerste Kamer als oorzaak van het probleem

Het verbaasde mij dat Korthals een kiesdrempel als oplossing zag terwijl al vaak genoeg is gezegd dat de Eerste Kamer het grootste probleem is voor Rutte II. Dat zou opgelost kunnen worden door de Eerste Kamer af te schaffen. Ik wijs er graag op dat landen zoals Noorwegen, Zweden en Finland een eenkamerstelsel hebben. Ook is het mogelijk om de leden van de Eerste Kamer anders te kiezen.

Nu worden de leden van de Eerste Kamer gekozen door de leden van de Provinciale Staten, welke weer worden gekozen door het volk. De verkiezingen voor de Provinciale Staten vinden vaak plaats in andere jaren dan de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Zo kan de samenstelling van de Eerste Kamer nogal verschillen van de samenstelling van de Tweede Kamer, zoals nu het geval is. Dit zou opgelost kunnen worden door de leden van de Eerste Kamer te laten kiezen door de leden van de Tweede Kamer. Of direct door het volk tegelijkertijd met de verkiezingen voor de Tweede Kamer.

Wellicht het beste voorbeeld wat ik kan bedenken om aan te geven dat de Eerste Kamer het probleem is en een kiesdrempel er niets mee te maken heeft zijn de Verenigde Staten. Obama is een Democraat, maar de Democraten hebben alleen een meerderheid in de Senaat (vergelijkbaar met onze Eerste Kamer). In het Huis van Afgevaardigden (vergelijkbaar met onze Tweede Kamer) hebben de Republikeinen een meerderheid. Zo zijn de Republikeinen in staat alle wetgeving te blokkeren.

Hoewel de Verenigde Staten geen kiesdrempel hebben is er wel een districtenstelsel, wat in de praktijk betekent dat er een tweepartijenstelsel bestaat waarin bijna alle gekozen kandidaten Democraten of Republikeinen zijn. En toch is de politieke slagkracht ronduit slecht, zoals wij hebben gezien bij de fiscal cliff. Als een van de partijen wel het presidentschap, de Senaat en het Huis van Afgevaardigden in handen heeft is er wel politieke slagkracht, maar is het kiesstelsel nog altijd onrechtvaardig vanwege het districtenstelsel.

Het burgerinitiatief voor het verlagen van het salaris van de koning is de laatste weken gestagneerd. De teller staat nu op iets meer dan 23.000 handtekeningen en ik verwacht niet dat het initiatief ook maar in de buurt zal komen van de vereiste 40.000 handtekeningen. Je zou toch denken dat er voldoende mensen ontstemd zijn over grootverdiener Willem-Alexander in deze crisistijd. En veel andere burgerinitiatieven wisten wel genoeg handtekeningen wisten te verzamelen voor indiening bij de Tweede Kamer. Wat ging er dan mis?

Wat ik anders had gedaan

Mijn kennis van de organisatie van het initiatief is niet compleet dus ik kan geen complete reconstructie maken. Maar er zijn wel een aantal zaken die mij opvielen.

Zo herinner ik mij dat ik al meer dan een week van tevoren in de media kon lezen dat er een burgerinitiatief in aantocht was. Een slechte zaak, want zo verlies je wat in het Engels met een mooi woord momentum wordt genoemd. Wanneer het dan uiteindelijk mogelijk is om het burgerinitiatief te ondertekenen is de aandacht alweer verslapt voor sommige mensen. Ze hadden het stil moeten houden en pas een persbericht hebben vrijgegeven wanneer het mogelijk was om direct te tekenen. Het is cruciaal dat de piek van de aandacht in de media zo goed mogelijk geëxploiteerd wordt.

Een betere websiteontwerper had ook niet misstaan. Rood-wit-blauw met donkergrijs er bij is onaantrekkelijk. En de openingszin met “eerlijkheid” en “redelijkheid” die “belangrijk” zijn? En wat is de Balkenendenorm ook alweer, zullen mensen die minder goed geïnformeerd zijn zich afvragen? De titelpagina is niet aansprekend en overtuigt mensen niet sterk genoeg om hun handtekening te zetten. Nee, schuif direct dat astronomische salaris van Willem-Alexander – met inbegrip van de belastingen die hij niet hoeft te betalen – voor het netvlies van de bezoeker.

Maar ik wil het Nieuw Republikeins Genootschap hier niet te veel afvallen. Ik ben ze erg dankbaar dat ze actie hebben ondernomen, volgende keer beter. Maar dat wil nog niet zeggen dat het nu een verloren zaak is.

De politiek aan zet

Maar de Tweede Kamer kan ook zonder burgerinitiatief actie ondernemen. Ik vraag mij af waarom er nog geen wetsvoorstel is ingediend? Dat lijkt mij erg kansrijk. Immers, welke partij zou het aandurven het salaris van Willem-Alexander te verdedigen in deze crisistijd?

Op 4 april kreeg ik een brief van ING binnen. Ze vroegen of ik nog steeds studeerde en een kopie van een bewijs van inschrijving kon opsturen. Kon ik dat niet, dan moest ik niets doen en wordt mijn gratis studentenrekening over drie maanden omgezet in een betaalde rekening. Tot zover maakte het mij niet zoveel uit bij welke bank ik klant was, maar nu ik moet gaan betalen is dat anders. Ik heb daarom besloten over te stappen naar Triodos.

Ziek beloningsbeleid

Een belangrijke reden voor mij is dat ik aanstoot neem aan het beloningsbeleid van ING. Ik herinner mij maart 2011 nog goed, toen ING-topman Jan Hommen een bonus kreeg van 1,25 miljoen over 2010, bovenop zijn salaris van 1,35 miljoen. Pas nadat de volkswoede zich over ING uitstortte kwam ING terug op dat idee en zagen Hommen en de rest van de top af van een bonus zolang de bank nog aan het infuus van de staat lag.

Maar inmiddels horen we alweer gezeur van de ING-top. Hommen verdient nog steeds hetzelfde en de hele top ontvangt nog steeds geen bonus omdat de staatssteun nog niet is afbetaald. Als topman Piet Moerland van de kleinere Rabobank al 1,6 miljoen verdient dan voel je jezelf als ING-topman natuurlijk achtergesteld.

Maar we weten op basis van wetenschappelijk onderzoek dat bonussen in veel gevallen zelfs leiden tot slechtere prestaties. We weten dat de topsalarissen van het bedrijfsleven in het algemeen niet in verhouding staan tot de prestaties. We hebben gezien dat dit bijzonder sterk van toepassing is op banken, ondanks alle topsalarissen en bonussen is het een catastrofe geworden. Fortis ging over de kop, ABN AMRO en SNS kregen een bailout en ING ging aan het infuus. En dan hebben we het nog alleen maar over Nederland.

Daarnaast geloof ik er niets van dat één persoon aan de top miljoenen waard is. In mijn post over het salaris van de nieuwe topman van SNS schreef ik al dat de huidige hoogte van de topsalarissen geen enkele rechtvaardiging hebben. Immers, een aantal decennia terug waren de topsalarissen veel lager terwijl het topmanagement er geen puinhoop van maakte. ING zegt dat talent naar andere banken vertrekt als zij de salarissen niet verhogen. Opgeruimd staat netjes zou ik zeggen, dat “talent” met zoveel hebzucht is precies onderdeel van het probleem.

“too big to fail” is nog steeds een gevaar

Een andere belangrijke overweging is dat “too big to fail” nog steeds een reëel gevaar is. ING werd weliswaar gedwongen door de Europese Commissie om bedrijfsonderdelen te verkopen in ruil voor de staatssteun, maar het is nog altijd een zeer grote bank. Op de zeer informatieve website De 7 hoofdzonden van banken lezen we dat de bancaire activa van ING een omvang hebben van 159,7% van het Nederlandse Bruto Binnenlands Product (BBP). In de grafiek daar is te zien dat ING een zeer grote bank is vergeleken met de andere Nederlandse banken.

En wat dan als ING de boel weer verziekt en in de toekomst opnieuw staatssteun of een zelfs een bailout nodig heeft? Dan zie ik de Nederlandse staat dat niet (kunnen) weigeren. Dan worden de fouten van de graaiende top weer afgewenteld op de belastingbetaler. “Privatizing profits and socializing losses,” zoals dat zo mooi in het Engels heet. ING is zo groot, het is het vleesgeworden too big to fail!

Een oplossing

Uiteindelijk zijn jij en ik de klanten die dergelijke topsalarissen mogelijk maken. En als consument kunnen wij stemmen met onze portemonnee. Nu heb ik niet de illusie dat Hommen en zijn trawanten wakker zullen liggen van één rekeninghouder die vertrekt, maar als meer mensen mijn idee volgen zal dat mogelijk anders zijn.

Alle excuses om die hoge salarissen te rechtvaardigen maken mij niets uit, ik wil dat ze leren om bescheiden te zijn. Dat is voor mij de reden om naar Triodos over te stappen. De topman van Triodos, Peter Blom, is een armoedzaaier met het laagste topsalaris van alle Nederlandse banken. Hij verdiende maar € 276.000 in 2011. En Triodos is zeer terughoudend met bonussen.

Hetzelfde geldt voor too big to fail, met mijn bankrekening bij ING stimuleer ik dat deze bank een risico blijft vormen voor onze maatschappij. Daarom wil ik een bankrekening hebben bij een kleinere bank. Deze grafiek laat zien dat de bancaire activa van Triodos maar 0,7% van ons BBP bedragen.

Als individu kun je iets doen, maar uiteindelijk zie ik het liefst dat de politiek actie onderneemt tegen de bankensector. Het mag duidelijk zijn dat er bij lange na niet genoeg is ingegrepen ondanks de crisis. Daarom overweeg ik sterk om een stem uit te brengen op Bas Eickhout, Europarlementariër voor GroenLinks en initiatiefnemer van de website De 7 hoofdzonden van banken. Hij heeft daar duidelijk uitgelegd wat de problemen zijn en welke oplossingen hij ziet. Deze man vertrouw ik wel om de foute bankiers de duimschroeven aan te draaien!

Een plan van de gemeente Vorden om omgekomen Duitse soldaten te herdenken valt niet in de smaak bij het Nationaal Comité 4 en 5 mei. We moeten namelijk slachtoffers en geen daders herdenken, aldus het Comité. Inmiddels heeft Vorden al bakzeil gehaald, omdat er gevreesd werd dat een demonstratie uit de hand zou lopen. Ik betwijfel of dit zwart-wit denken op iedere Duitse soldaat van toepassing was.

Er zijn twee extremen. Zo zou je kunnen stellen dat iedere Duitser een slachtoffer van de nazi propagandamachine was, dat ze niet beter wisten en dus ook allemaal slachtoffers waren. Velen verwerpen die stelling omdat de concepten van dader en eigen verantwoordelijkheid zo volledig worden ontdaan van enige betekenis. Terecht mijns inziens. Maar iedere Duitse soldaat aanwijzen als dader is weer een ander extreem. Het nieuwsbericht van de NOS heeft het over de graven van Duitse soldaten, dus we hebben het waarschijnlijk niet exclusief over SS’ers die oorlogsmisdaden op hun geweten hadden.

Er zijn ook genoeg Duitse soldaten geweest die niets met oorlogsmisdaden te maken hadden en handelden conform het oorlogsrecht. Daar kun je tegen in brengen dat ze meewerkten aan een agressieve oorlog en immoreel waren omdat ze geallieerde soldaten hebben gedood. Maar dan is de vraag, wat waren hun opties? Er was geen mogelijkheid tot gewetensbezwaar in Nazi Duitsland, dienstweigeraars zoals Franz Jägerstätter werden zonder scrupules geëxecuteerd.

Wat zou ik als Duitser hebben gedaan als mij de keuze werd geboden tussen de dienstplicht of de doodstraf? Ik zou de dienstplicht hebben gekozen. Ik zou het verwonden van vijandige soldaten proberen te vermijden door bewust mis te schieten en zo snel mogelijk proberen te vluchten om mij over te geven aan de geallieerden. Maar stel nu dat ik tijdens mijn vluchtpoging een kogel voor de kiezen krijg voordat ik mij kan overgeven. Dan was ik misschien ook als Duitse soldaat in een graf beland in Vorden en toch door het Comité gebrandmerkt als dader. En dan maak ik nog een flinke aanname dat ik in deze hypothetische situatie ethisch zou zijn en niet gecorrumpeerd door de samenleving van Nazi Duitsland.

In het verleden heb ik dit al eens eerder besproken, maar ik wil ook toevoegen dat ik het Nationaal Comité 4 en 5 mei een hypocriete organisatie vind. Zo is te lezen op hun website dat wij op 4 mei alleen de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en daarna herdenken. Dus we herdenken ook de Nederlanders die deelnamen aan de politionele acties in Indonesië, een oorlog van agressie die door ons werd begonnen. Nederlandse dienstweigeraars werden in die tijd weliswaar opgesloten maar niet geëxecuteerd. Ik hoor nog altijd niets over een herdenking voor het bloedbad van Rawagede. Het is zo veel makkelijker om onszelf als slachtoffer te zien in plaats van te erkennen dat wij ook daders zijn geweest.

Denk jij ook dat een nettosalaris van € 825.000,- (want er wordt geen belasting over betaald) voor onze toekomstige koning Willem-Alexander wat te veel van het goede is? Dan is er nu een burgerinitiatief waar een handtekening onder gezet kan worden. Het stelt voor om het salaris naar € 150.000 netto te verlagen.

Zelf zie ik als hardcore republikein het liefst dat Willem-Alexander helemaal de laan uit wordt gestuurd, maar ik tel mijn zegeningen met incrementele veranderingen. Zelfs de meest fervente royalist zal het toch wel met mij eens zijn dat alle verhouding zoek is bij het huidige salaris van het staatshoofd? Zeker als je bedenkt dat een minister, met veel meer verantwoordelijkheden en zonder baangarantie, € 144.000 bruto verdient?

Willem-Alexander kreeg een vraag over de hoogte van zijn salaris tijdens het interview. Zijn antwoord is laf: hij zegt trendvolger te zijn omdat de Tweede Kamer zijn salaris heeft goedgekeurd. Dan is de Tweede Kamer inderdaad een verwijt te maken, maar dan nog staat het hem vrij om zeven ton van zijn salaris direct weer naar de rekening van de Belastingdienst over te schrijven. Wanneer hem wordt gevraagd of het echt niet minder kan, zegt hij dat bezuinigingen betekenen dat er personeel moet worden ontslagen. Inleveren op zijn eigen salaris is niet eens een mogelijkheid die hij overweegt.

Daarnaast is er – volgens mij onterecht – vanwege de abdicatie-gekte weinig aandacht geweest voor een andere belangrijke verandering: de afschaffing van het verbod op godslastering. Fijn dat de wet niet langer de indruk geeft dat gelovigen beter beschermd worden dan niet-gelovigen.

De laatste paar dagen is er verontwaardigd gereageerd op het salaris van de nieuwe topman van staatsbank SNS. Zijn salaris van € 5,5 ton wordt door velen gezien als te hoog. In de eerste instantie was ik het met deze groep eens, zeker omdat ik zelf extra rancuneus ben. Ik had namelijk € 3.150 aan aandelen SNS in bezit, jaren geleden gekocht toen de risico’s van de vastgoedportefeuille nog niet duidelijk waren.

Maar eigenlijk valt het nog wel mee. Zo is er op gewezen dat 5,5 ton laag is in vergelijking met andere banken en dat Gerrit Zalm 7,5 ton verdient als topman van ABN AMRO. Het salaris van Zalm was in 2008 ook omstreden, kunnen we teruglezen.

Maar ik heb ook mijn eigen criterium. Lees dit over de verhouding tussen de salarissen van CEO’s en gemiddelde werknemers in de VS. Kijk naar de grafiek, daar zien we dat topsalarissen pas disproportioneel zijn gaan toenemen vanaf 1973, eerst langzaam maar veel sneller vanaf 1990. De stijging heeft verschillende oorzaken, maar geen die de stijging rechtvaardigen. Zo zijn CEO’s niet productiever geworden. Ik ga er dan ook van uit dat de verhouding van 1973 nu nog steeds passend is, namelijk dat CEO’s 22,1 keer meer verdienen (inclusief opties) dan de gemiddelde werknemer.

Het gemiddelde salaris voor werkenden in Nederland bedroeg € 34.900 in 2011 (voorlopig cijfer) volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. Delen we 5,5 ton door dat bedrag – 550.000 door 34.900 voluit voor de duidelijkheid – dan is de uitkomst dat de nieuwe topman ‘maar’ 15,8 keer zoveel verdient als de gemiddelde werknemer in Nederland. Kortom, ook in historisch perspectief moeten we dit niet als een buitensporig salaris zien (tenzij salarissen van CEO’s in de VS tijdens 1973 veel hoger waren dan in Europa).

Maar wat we wel moeten doen is er voor zorgen dat topsalarissen worden afgekapt voor andere CEO’s en topverdieners. Laten we de grens stellen bij 20 keer, dat is een mooi getal. Vermenigvuldigen we dan met € 34.900 dan komen we uit op € 698.000. Ik stel voor dat we de belastingschijven wat aanpassen, laten we een vijfde schijf toevoegen die al het inkomen boven de 7 ton voor 100% belast. Dan moeten we alleen de rest van de wereld nog zo ver krijgen om met ons mee te doen, anders vluchten de veelverdieners simpelweg. Dat zal met de Verenigde Staten geen gemakkelijke klus zijn.

Voordat ik op het punt stond om deze post te publiceren zocht ik nog even verder voor internationale statistieken,. die heb ik gevonden voor 2005. In Nederland verdiende een CEO toen 22 keer zoveel als de gemiddelde werknemer, maar CEO’s in veel andere Europese landen verdienden nog veel minder. Ze verdienden maar 10 keer zo veel in Japan, en 11 keer zoveel in Duitsland, Zwitserland en Zuid-Korea. Dan is mijn grens van 20 keer niet eens zo heel communistisch.

De appel valt niet ver van de boom. Eerder bekritiseerde ik de VVD omdat zij niet duidelijk maakte waarom ontwikkelingshulp ineffectief zou zijn, maar de JOVD is de overtreffende trap. De cynische jongerenafdeling van de VVD is van mening dat de 3FM Serious Request actie inefficiënt is en dient om ons schuldgevoel af te kopen.

Door het inzamelen van geld voor het  Rode Kruis dit jaar zou “een te klein deel van de opbrengst ten goede komen aan de mensen die het echt nodig hebben”. Het gedoneerde geld zou niet bijdragen aan “daadwerkelijke verandering van de levensomstandigheden van mensen in ontwikkelingslanden”.

In plaats van non-gouvernementele organisaties (ngo’s) zoals het Rode Kruis zou de JOVD liever zien dat we private initiatieven meer steunen. Die private initiatieven kunnen net zo goed ngo’s zijn: organisaties die geen onderdeel van de staat zijn en geen winstoogmerk hebben. Onduidelijke woordkeuze dus, maar ik denk dat de JOVD een onderscheid wil maken tussen kleine (lokale) organisaties en grote (internationale) organisaties (de “hulpindustrie” in VVD-jargon).

In Nepal heb ik zelf kunnen zien hoe het er bij deze kleinschalige organisaties aan toe gaat. Ik heb een man en vrouw ontmoet met een hart van goud die op een goede manier een weeshuis beheerden. Bij een ander koppel dat een weeshuis beheerde bleek de man een rotte appel te zijn die op een dag met de noorderzon vertrok met een greep uit de kas. En dan was er nog een grotere lokale organisatie die goed werk deed, maar ook twijfels liet rijzen over het nut van haar activiteiten.

Kleine organisaties hebben hun voordelen, zo hebben ze bijvoorbeeld geen managers of in ieder geval veel minder overhead dan de grote ngo’s. Maar grotere ngo’s hebben ook voordelen, zoals meer specialisatie en ervaring. Vooral transparantie vind ik belangrijk. De kleine organisaties die ik eerder noemde hadden geen van allen een jaarrekening die was goedgekeurd door een accountant (sterker nog, ze waren helemaal niet transparant). Het Rode Kruis heeft dat wel.

Wie even de “moeite” doet om pagina 57 van het jaarverslag van het Rode Kruis over 2011 te lezen ziet de volgende cijfers: de lasten bedroegen € 97,1 miljoen en € 85,5 miljoen daarvan werd aan de doelstelling besteed. De overhead bedroeg dus € 11,6 miljoen, oftewel ruim 12%. Dat lijkt mij acceptabel, maar de JOVD vind dit blijkbaar te veel? En waarom denken ze eigenlijk dat “private” organisaties beter zijn dan ngo’s? Geen idee, ze schrijven maar wat zonder het te onderbouwen.

Deze maand was ik net te laat om de automatische incasso van mijn contributie voor het VVD-lidmaatschap te verhinderen, maar dit soort briljant doordachte standpunten zijn voor mij extra stimulans om mijn VVD-lidmaatschap snel op te zeggen.

« Older entries