De afschaffing van de dividendbelasting

Het plan van Rutte III om de dividendbelasting af te schaffen is continu negatief in het nieuws. Het kabinet kon immers geen overtuigend bewijs leveren dat het plan een positief effect had op de werkgelegenheid. Het plan slaat ook een gat van 2 miljard in de begroting.

Recent was er nieuws dat de afschaffing noodzakelijk lijkt te zijn om juridische redenen. Het is nu namelijk zo dat de dividendbelasting alleen buitenlandse beleggers treft omdat Nederlandse beleggers deze mogen aftrekken van hun belasting. Denemarken deed hetzelfde, maar werd aangeklaagd door buitenlandse beleggers. Het Europese Hof van Justitie stelde de buitenlandse beleggers in het gelijk omdat het beleid discriminerend was. Als de Nederlandse staat een vergelijkbare rechtszaak verliest zou dat tot gevolg hebben dat buitenlandse beleggers ook een verzoek tot belastingteruggave zouden mogen indienen. Omdat de Belastingdienst niet bij machte is om met zo een grote wijziging om te gaan, zou dat de facto neerkomen op noodzakelijke afschaffing van de belasting. Ik begrijp echter niet waarom plan B – helemaal géén belastingteruggave voor Nederlandse én buitenlandse beleggers – niet mogelijk is.

Ik zie de VVD-bewindslieden er wel voor aan dat zij het plan hebben bedacht omdat de lobby van de multinationals hen dat influisterde. Volgens het nieuwsbericht was het juridische argument mogelijk de werkelijke reden voor Rutte III. Het zou alleen niet zo gecommuniceerd zijn omdat ambtenaren hadden afgeraden het juridische aspect te benoemen. Juist omdat het de juridische positie van de Nederlandse staat zou verzwakken. Heeft Rutte III werkelijk een rookgordijn opgetrokken? Vaak is de simpele uitleg de betere: die VVD-bewindslieden zijn géén politieke geniën maar de pionnen van de multinationals. De lobby voor dit plan gaat al jaren terug en deze juridische dimensie is pas vrij recent in de schijnwerpers gekomen.

Wat de werkelijke reden ook mag zijn, in principe houdt toch niemand van discriminatie? Zeker niet als wij worden gediscrimineerd, zoals bij het Duitse tolheffingsplan. Dat houdt in dat buitenlanders betalen voor het gebruik van Duitse snelwegen, terwijl Duitsers het bedrag terugkrijgen via de wegenbelasting. Eind vorig jaar besloot de Nederlandse staat dan ook om samen met andere EU-lidstaten op te trekken in een rechtszaak tegen Duitsland bij het Europese Hof van Justitie. Dan is het toch consistent om ook de dividendbelasting aan te pakken?

Waar het voor mij uiteindelijk om draait is of het afschaffen van de dividendbelasting op eerlijke wijze wordt gecompenseerd door hogere belastingen op vermogen en winst (waaronder specifiek vennootschapsbelasting op de winst van bedrijven). Het is wachten op de komende Rijksbegroting later deze maand, maar het lijkt inderdaad die richting op te gaan. Het plan zou zijn om het hoogste tarief van de vennootschapsbelasting niet naar 21% te verlagen, maar naar 22% om het wegvallen van de dividendbelasting te compenseren.

Het probleem is dat het hoogste tarief van de vennootschapsbelasting nu nog 25% is en ooit begon met 46%. Nederland laat zich samen met andere staten meesleuren in de belastingconcurrentie. Het idee is dat belastingen voor bedrijven steeds verder moeten worden verlaagd omdat bedrijven zich anders in het buitenland zouden vestigen als de belastingtarieven daar lager zijn. Overweeg nu een aantal andere statistieken. De collectieve lastendruk (de totale opbrengst van belastingen en sociale premies als percentage van het bruto binnenlands product) is sinds 1995 gestegen van 37,2% naar 38,5% in 2017. De opbrengsten van de vennootschapsbelasting als percentage van het bruto binnenlands product stegen van 2,87% in 1995 naar 2,90% in 2017.

De collectieve lastendruk stijgt duidelijk terwijl het aandeel van de vennootschapsbelasting ongeveer hetzelfde blijft. Deze kleine verschuiving is in werkelijkheid ernstiger. Het Centraal Planbureau kan de gelijkblijvende opbrengsten van de vennootschapsbelasting gedeeltelijk verklaren met twee oorzaken. Enerzijds worden de gedaalde tarieven gecompenseerd door een bredere belastinggrondslag, zoals minder aftrekposten en afschrijvingsmogelijkheden en dergelijke. Anderzijds is er ook een verschuiving in rechtsvorm van bedrijven, bijvoorbeeld van eenmanszaken naar besloten vennootschappen (bv’s). Een eenmanszaak betaalt inkomstenbelasting en een bv vennootschapsbelasting. Omdat de vennootschapsbelasting lager is loont het om een bedrijf om te zetten naar een bv. De consequentie is dat de opbrengsten uit de inkomstenbelasting wel getroffen worden.

Bovenstaande is natuurlijk maar een deel van het antwoord omdat we het alleen over vennootschapsbelasting hebben. Helaas kan ik geen goede historische cijfers vinden over de verdeling van de collectieve lastendruk tussen bedrijven en huishoudens. Ik heb een sterk vermoeden dat deze zouden laten zien dat bedrijven een steeds kleiner aandeel bijdragen aan de belastinginkomsten en huishoudens steeds meer. De tarieven van de vennootschapsbelasting iets minder fors verlagen gaat het probleem dus niet oplossen.

Het rookverbod op straatniveau

Op 3 augustus werd bekend dat de gemeente Rotterdam plannen heeft om voor een aantal straten een rookverbod in te stellen. Het initiatief is ter bescherming van de gezondheid en komt van het Erasmus MC, de Hogeschool Rotterdam en het Erasmiaans Gymnasium. Om te garanderen dat er voor de ingangen van hun gebouwen niet wordt gerookt zou er effectief een rookverbod komen voor drie straten in de buurt van hun gebouwen. Blijkbaar staan ook andere gemeenten op het punt om in hun Algemene Plaatselijke Verordening (APV) gebieden aan te wijzen waar roken op straat verboden is.

Eigenlijk verbaast het me dat roken in het openbaar nog steeds toegestaan is. Ik vermoed dat electorale overwegingen een rol spelen. Omdat er nu eenmaal zo veel rokers zijn zou een rookverbod stemmen kunnen kosten voor de politieke partijen die het invoeren. Misschien is het feit dat het aantal rokers gestaag daalt een reden dat er tegenwoordig meer beweging is.

Het is raar dat roken zo slap wordt aangepakt in vergelijking met andere drugs. Neem cannabis, een drug die qua gezondheidsschade op gelijke voet staat met tabak of zelfs als minder schadelijk wordt gezien. Het blowen van cannabis in het openbaar is in de meeste gemeenten al verboden, ook via de APV. Of paddo’s, paddestoelen met een hallucinogene en psychedelische werking. Hoewel die niet verslavend en nauwelijks schadelijk zijn werden ze in 2008 toch compleet verboden. Tabak is in vergelijking een massamoordenaar die nauwelijks wordt ingeperkt.

Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen hoe schadelijk drugs zijn voor de publieke ruimte in theorie en in de praktijk. In een ideale situatie hebben we geen last van tabakrokers die ver uit de buurt van anderen roken en gebruikte sigaretten opruimen. In de praktijk zie ik echter dat veel rokers op de busstations en de perrons van Utrecht Centraal die afstand niet houden. Ze roken dicht in de buurt van groepen mensen die wachten op de trein of bus, die zo alsnog meeroken.

Ook gooien veel rokers hun sigarettenpeuken op straat omdat opruimen te veel moeite is voor hen. Het excuus is vast dat hun niet gedoofde sigaret niet in de vuilnisbak kunnen gooien. Toen ik recent tijdens een middagpauze op een bank in een park in Den Haag zat, viel me op dat de grond naast de bank bezaaid was met peuken. Het zag er naar uit dat die daar over een aantal dagen of meer dan een week waren geaccumuleerd. Daarnaast geeft roken in het openbaar altijd een slecht voorbeeld aan kinderen.

Deze ambitie om roken in het openbaar te verbieden komt laat, maar is erg welkom. Ik hoop wel dat we dan gelijk een landelijk verbod op roken in het openbaar kunnen invoeren in plaats van dat we op actie van iedere gemeente in ons land moeten wachten. Er is geen reden waarom roken wel verboden zou moeten zijn op een paar straten in Rotterdam terwijl op de Grote Marktstraat in Den Haag wel mag worden gerookt.

Omdat een compleet rookverbod misschien illegale productie en criminelen in de kaart speelt, zou ik niet kiezen voor een compleet rookverbod. Ik zou tabak ongeveer gelijk stellen aan cannabis, er vanuit gaande dat de productie van cannabis in nabije toekomst waarschijnlijk wordt gelegaliseerd. Dus alleen legale verkoop in coffeeshops (dus geen tabakverkoop meer in supermarkten en dergelijke!) en gebruiksverboden in het openbaar.

Hoe praat je met een collega over stroeve samenwerking?

Een maand geleden schreef ik dat ik nieuwe baan had bij ID Ware en dat ik moeite had om goed samen te werken met een specifieke collega daar. Een gesprek om hier iets aan te doen heb ik lang uitgesteld omdat ik tegen dat moeilijke gesprek op zag. Dit ging zo door tot een werkdag aan het einde van juli, toen de collega in kwestie wederom flinke kritiek uitte. Zijn verwijten aan mijn adres over de tijdige afhandeling van vragen van klanten waren de druppels die mijn emmer deden overlopen. Tot mijn eigen frustratie had ik namelijk niet voldoende tijd voor klantondersteuning vanwege andere taken.

Ik stond op het punt te exploderen, maar bleef kalm en vroeg of de collega over een paar uur tijd had voor een gesprek over onze samenwerking onder vier ogen. Die paar uur extra tijd bleken nuttig om tot rust te komen. Middels deze post wil ik advies geven over het voeren van zo’n gesprek.

Als eerste de belangrijkste: ga niet uit van kwade bedoelingen. Hoewel jij de interacties van een collega als structureel negatief en neerbuigend kan ervaren, staat niet vast dat de collega het zo bedoelt. Veel mensen, mijzelf inclusief, begrijpen vaak niet goed welke indruk zij achterlaten bij anderen. Dit betekent dat je beter een vraag kunt stellen als “ben je ontevreden over onze samenwerking?” in plaats van meer gesloten vragen die aannames doen. Zoals bijvoorbeeld de vraag “waarom kun je niet met mij samenwerken?”, die er al van uit gaat dat de collega niet met jou overweg kan. Ik was verrast om te horen dat mijn collega geen probleem met mij had.

Met die kennis kun je vervolgens doorpraten over de indruk die de communicatie van jouw collega bij jou achterlaat. Doe dit op een manier die niet stellig is, zeg bijvoorbeeld niet “je loopt constant over mij te klagen” wat beschuldigend overkomt. Focus op het feit dat het gaat over jouw indruk of interpretatie en laat de bedoeling van de collega er buiten. Als je zegt “ik heb de indruk dat je altijd ontevreden bent over mijn werk” is het makkelijker voor de collega om te zeggen dat dit niet klopt. De collega zal waarschijnlijk begrijpen dat hij of zij zijn kritiek wat minder fel moet maken en beter kan overbrengen.

Probeer ook voorbeelden te geven van recente interacties met de collega die je als vervelend hebt ervaren. Dit maakt het concreet en beter te begrijpen. Over een punt, zijn tendens om mij en anderen te micromanagen, kon ik geen duidelijke en recente voorbeelden geven. Dat punt werd geparkeerd, maar omdat ik het wel besprak heb ik het idee dat de boodschap is overgekomen.

Sommige kleinere problemen zijn snel op te lossen. Zo beloofde mijn collega om mijn volledige voornaam te gebruiken in plaats van “Alex” en de “wat denk je zelf?” vraag achterwege te laten als ik een probleem aan hem voorlegde.

Ten slotte is het belangrijk om te onthouden dat niet alleen de collega zou moeten veranderen, maar ook jij. Ik heb beloofd dat ik mijn hulpvragen meer zou bundelen en ze dus minder vaak per dag zou stellen. Ook zou ik meer uitgebreid vooronderzoek doen voordat ik een probleem aan hem zou voorleggen. Iets wat ik niet heb genoemd tijdens ons gesprek maar wel waardevol acht is dat je als nieuweling complexe procedures vastlegt in documentatie als die nog niet bestaat. Dit is met name relevant als de ervaren collega wel eens moest puinruimen omdat jij fouten hebt gemaakt in een voor jou onduidelijke procedure.

Durven wij elkaar nog aan te spreken op asociaal gedrag?

In juli vierde ik met mijn familie een weekeinde vakantie in Zeeland. Zo kwam het dat ik samen met mijn broer, zijn vrouw, hun baby en Stephanie in noordelijke richting over de Oosterscheldekering fietste en aankwam bij de Roompotsluis. Beide bruggen over deze sluis zijn niet breed genoeg om twee auto’s elkaar gelijktijdig te laten passeren, maar toch is verkeer uit beide richtingen toegestaan. Bestuurders moeten dus soms andere bestuurders voorlaten als ze tegelijkertijd bij de brug aankomen.

Op het moment dat wij aankwamen bij de oostelijke brug over deze sluis wilden twee autobestuurders de brug over. Vanuit noordelijke richting kwam een auto met een ouder echtpaar aan, rond de zestig. Uit de zuidelijke richting kwam een Mercedes Benz SUV aanrijden, met daarin een echtpaar van rond de vijftig. Beide bestuurders wilden duidelijk als eerste de brug over en hadden geen zin om de ander voor te laten. Ze stopten allebei pas op de brug met de neuzen van hun auto’s tegenover elkaar.

Terwijl wij de brug op reden besloot de bestuurder van de Mercedes Benz uit te stappen om wat te doen aan de impasse die was ontstaan. Ik had vele manieren kunnen bedenken om de situatie met goed overleg op te lossen. Een munt opgooien, het eerste een nummer onder de tien raden. Of natuurlijk gewoon de ander de ruimte geven en eerst laten passeren. Maar deze Mercedesman had andere ideeën. Hij stapte uit, liep naar het geopende raam van de andere bestuurder en zei ongeveer “ik was eerst en als je nu niet aan niet aan de kant gaat doe ik je wat aan”. Wat er verder gebeurde kon ik niet helemaal goed volgen, maar het leek er op dat de andere bestuurder niets terug zei. Hoe dan ook, de Mercedesman liep weer terug naar zijn auto en de ander reed vervolgens achteruit.

Terwijl hij terugliep naar zijn auto passeerden wij hem op het middelpunt van de brug. Op de een of andere manier duurt het altijd even voordat dit soort stressvolle situaties met asociaal gedrag bij mij doorkomen. Een paar seconden later waren wij de brug al voorbij en zei ik dat wij de Mercedesman hadden moeten vertellen dat zijn gedrag onacceptabel was. Mijn broer en zijn vrouw reageerden dat zij het voorval genegeerd hadden omdat mijn broer kwetsbaar was met hun baby in de bakfiets. En omdat de Mercedesman ons later mogelijk met zijn auto van de weg kon rammen.

Zelf schaam ik me omdat ik niets deed, want ik beschouw mijn ‘bevriezing’ niet als een excuus. In mijn rijke fantasie blijft de gebeurtenis zich opnieuw afspelen, met alternatieve eindes op basis van hoe ik handel. In een versie heb ik een dermate imposante verschijning dat ik de Mercedesman zover krijg om zijn excuses aan de andere bestuurder aan te bieden. In een andere versie wordt ik razend zodra ik de bedreiging hoor. Ik grijp de Mercedesman bij de kraag en hussel ik hem door elkaar terwijl ik hem schreeuwend duidelijk maak hoezeer hij over de schreef is gegaan. Dan voelt de Mercedesman zelf eens hoe het is om geintimideerd te worden.

Een afweging maken of het verstandig is om in dit soort situaties in te grijpen is redelijk. Als een groep dronken mensen ’s nachts langs mij loopt in een verlaten straat en agressief gedrag vertoont zou ik ze ook uit de weg gaan en op veilige afstand de politie bellen. Ik heb echter het idee dat we te makkelijk kiezen voor de optie om niet in te grijpen. De Mercedesman was niet dronken en had zijn vrouw als bijrijder. In het onwaarschijnlijke geval van een vechtpartij had ik of mijn broer hem makkelijk aangekund. Het leek mij ook niet waarschijnlijk dat hij zijn dure auto zou beschadigen om ons even later van de weg te rammen. Hij gedroeg zich rationeel genoeg om te weten dat zijn nummerbord onthouden zou worden. Als iedereen in onze groep hem had aangesproken op zijn bedreiging was hij waarschijnlijk geschrokken en afgedropen.

Bovenstaande is natuurlijk achteraf bezien, maar de vraag is in wat voor samenleving wij willen leven. Een risicomijdende samenleving waar ieder zichzelf moet redden, of een samenleving waarin we voor vreemden durven op te komen? De andere bestuurder die geïntimideerd werd door de Mercedesman moet hebben gezien dat wij hem in de steek lieten. We kunnen altijd wel een reden verzinnen waarom we anderen beter niet op hun gedrag aanspreken. Maar wat als jij de andere bestuurder was geweest? Zou je dan begrip hebben gehad voor een groep fietsers die passeert alsof ze geen bedreiging horen?

Ik herinner mij een gebeurtenis van ongeveer vijftien jaar geleden nog erg goed. Toen ik door het centrum van Culemborg liep reed een man op een snorfiets agressief door het verkeer. Hij snauwde naar een vrouw op een fiets dat ze aan de kant moest. Vrijwel direct werd hij aangesproken door een andere man op een fiets die hem indringend vertelde dat zijn gedrag hufterig en onacceptabel was. De man op de snorfiets, duidelijk verbaasd, reed stil en rustig verder. Er waren meer mensen in de buurt, maar de man op de fiets was de enige die actie nam. De herinnering is mij zo goed bijgebleven omdat ik de man op de fiets bewonder. Iemand die bij een acceptabel risico opkomt voor anderen en hufters direct terecht wijst zonder te bevriezen.

Waarom er geen excuses gemaakt moet worden voor de slavernij

Op 30 juni dit jaar heeft de burgemeester van Rotterdam, Ahmed Aboutaleb, de Nederlandse regering opgeroepen om formeel excuses te maken voor de Nederlandse slavenhandel. De Nederlandse staat had eerder al wel spijt betuigd voor de slavenhandel, maar van excuses is het nooit gekomen uit vrees voor mogelijke juridische aansprakelijkheid. Om verschillende redenen vind ik formele excuses een slecht idee.

Dat juist Aboutaleb met zijn Berberse oorsprong deze oproep doet vind ik op zijn minst ironisch. De Barbarijse zeerovers uit Noord-Afrika ondernamen van de 16de tot de 19de eeuw rooftochten naar Europa om Europeanen tot slaaf te maken. Waar is zijn oproep aan Marokko, Algerije en Tunesië om formeel excuses te maken aan Europese landen voor hun slavenhandel? Natuurlijk is het wel zo dat Europeanen veel meer slaven hebben verhandeld dan de Berbers, maar dat is niet het punt. Gewoon een geïnteresseerde vraag, geen jij-bak aan het adres van Aboutaleb.

Europeanen eisen tegenwoordig geen excuses van Noord-Afrikaanse landen vanwege hun slavenhandel uit het verleden. Inheemse Nederlanders eisen tegenwoordig geen excuses van Spanje omdat hun verre voorouders tijdens de Tachtigjare Oorlog zijn vermoord door toedoen van het Spaanse Rijk. Het Spaanse Rijk heeft de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden ook nooit gecompenseerd voor de oorlogsschade. Deze mensen realiseren zich blijkbaar wel dat je niet moet blijven trekken aan het verre verleden.

Er zijn natuurlijk wel andere situaties mogelijk waarin excuses wel gepast zijn. Het belangrijkste criterium daarbij moet zijn dat de mensen die excuses eisen ook daadwerkelijk geleden hebben door de daden waarvoor excuses wordt gevraagd. Daarvan zijn de moordpartijen door Nederlandse militairen in het Indonesische Rawagede en Zuid-Sulawesi in 1946 en 1947 een goed voorbeeld. De weduwen van de mannen die destijds zijn vermoord zijn gecompenseerd voor de schade en er is officieel excuses gegeven.

Kanttekening daarbij is dat de Nederlandse politici die destijds verantwoordelijk waren voor het gewelddadig onderdrukken van de Indonesische Onafhankelijkheidsstrijd niet meer in leven zijn. Een excuses boet aan waarde in als het niet gemaakt wordt door hen die verantwoordelijk waren voor de misdaden. In dit geval is de verantwoordelijkheid dus meer abstract omdat excuses wordt gemaakt namens de Nederlandse staat als rechtspersoon. Dat doet echter niets af aan de noodzaak van het excuses.

Vergelijk dit met de situatie van de slavenhandel door Nederlanders. Onder de mensen die excuses eisen van de Nederlandse staat is er niemand die heeft geleden onder de slavernij en zij hebben ook geen ouders gehad die slaaf zijn geweest. Op welke manier zijn zij beschadigd door de slavernij? Hoe gaat een excuses er dan voor zorgen dat zij ’s nachts beter slapen? Ik kan mij niet aan de gedachte onttrekken dat deze mensen een excuses willen zodat zij de Nederlandse staat juridisch aansprakelijk kunnen stellen en dan met rechtszaken uit zijn op financiële compensatie.

Vakantie Sardinië in juni 2018

Voor onze zomervakantie van 2018 wilden we naar een bestemming gaan met veel goede stranden. De ene reden was dat wij in de warme maand juni op vakantie gingen, de andere dat Stephanie zwanger is. Dit betekende dat veel lange wandelingen door steden of natuur geen optie waren. De bestemming moest ook relatief dichtbij zijn, zodat we niet langer dan een dag met onze auto moesten reizen. Dit maakte Sardinië een aantrekkelijke bestemming. Het reisplan was als volgt:

  • Vr 08 Auto van Den Haag (5:00) naar Toulon (18:00), veerboot van Toulon (20:00) naar Porto Torres.
  • Za 09 Aankomst in Porto Torres (8:00), Alghero, Grotta di Nettuno, Spiaggia di Porto Ferro, Sassari.
  • Zo 10 Sassari, Spiaggia di Platamona.
  • Ma 11 Asinara, Spiaggia della Pelosa, Sassari.
  • Di 12 Castelsardo, Spiaggia di Rena Bianca, Arzachena.
  • Wo 13 Tempio Pausania, Nuraghe Maiori, Arzachena.
  • Do 14 Porto Pollo (windsurfen), Arzachena.
  • Vr 15 Palau (boottocht), Arzachena.
  • Za 16 Olbia, Cala Brandinchi, San Teodoro.
  • Zo 17 Spiaggia La Cinta, Nuoro.
  • Ma 18 Serra Orrios, Grotta di Ispinigoli, Dorgali, Nuoro.
  • Di 19 Spiaggia di Sos Dorroles, Nuoro.
  • Wo 20 Cala Gonone (boottocht), Nuoro.
  • Do 21 Nuraghe Santu Antine, Monte d’Accoddi, Porto Torres, Spiaggia della Pelosa, Porto Torres.
  • Vr 22 Verboot van Porto Torres (7:15) naar Barcelona (19:00), auto to Salou.
  • Wo 27 Auto van Salou naar Den Haag.

Deze keer reisden wij met de auto omdat wij dan geen auto op Sardinië moesten huren. Onze eigen auto was ook fijner om mee te rijden omdat wij een goede tweedehands Toyota Prius hebben gekocht in januari. Zo konden we ook meer bagage meenemen omdat we niet alles met ons mee hoefden te nemen in een trein. De auto is ook veel goedkoper dan de trein, we waren € 110 kwijt aan benzine en € 65 voor tolwegen om van Den Haag naar Toulon te komen. De trein is veel sneller (7 uur en 41 minuten van Den Haag HS naar Gare de Toulon) maar zou ongeveer € 350 hebben gekost voor twee mensen. De veerboot opgaan met of zonder auto maakt ongeveer € 20 verschil. En dan heb ik het nog niet over de kosten voor een huurauto gehad.

Natuurlijk voelde het niet goed om een auto te gebruiken vanuit het duurzaamheidsperspectief, maar dit was mijn compromis met Stephanie. Maar zelfs als we wel de trein hadden gebruikt, zouden we nog steeds te maken hebben gehad met gigantische zwarte rookwolken die uit de uitlaatpijp van de veerboot kwamen. In theorie had ik de trein kunnen nemen en dan een zeilboot kunnen huren om naar Sardinië te reizen, maar de opties die ik heb gezien voor zeilboten waren peperduur.

Sardinië heeft niet zo veel aanbod op cultureel gebied als andere regio’s in Italië. Alghero en Olbia hadden twee goede archeologiemusea (het museum in Sassari miste een goede presentatie). De stadscentra van Alghero en Sassari zijn zeker een bezoek waard, vooral Sassari omdat het niet zo toeristisch is (bezoek het alleen niet op zondag zoals ons, dan zijn de meeste bezienswaardigheden dicht). Naast steden vind je veel interessante prehistorische Nuragische ruïnes verspreid over het eiland. Sommige van deze, zoals Santu Antine, kunnen vrij groot zijn. Het relatief kleinere culturele aanbod maakte ons niet uit omdat wij dit hadden verwacht en de overvloed aan mooie stranden daarvoor compenseerde.

Piazza Regina Margherita in Olbia

De stranden van Sardinië maakten alle verwachtingen waar. Ik heb geweldige stranden in Puglia en Calabrië bezocht, maar in Sardinië zijn er veel meer en is de kwaliteit consistenter. Ik heb er foto’s van geupload, maar in werkelijkheid zijn ze nog mooier. Het was heerlijk om dat heldere water te zwemmen, met zoveel schoonheid is er geen reden meer om de mooiste stranden van de tropen te bezoeken. Waar ik het meest van genoot was windsurfen bij Porto Pollo. Na een dag les en oefening heb ik de basis heb geleerd bij MB Pro Center. Het was jammer dat ik maar een dag hiervoor had ingepland. Ik de toekomst zou ik Sardinië graag nog eens bezoeken. Ik zou dan meer tijd reserveren voor snorkelen, kiteboarden en zeilen, waarvoor nu geen ruimte was. Ik zou graag met meer vrijheid door de Maddalena archipel zeilen. Deze vakantie kozen we voor een van de grote gemotoriseerde boten die uit Palau vertrekken, maar dat was voor een grote groep toeristen bedoeld en ging alleen de gebaande paden af.

Cala Brandinchi

Dan zijn er nog andere buitenactiviteiten, zoals de vele grotten. Tochten naar Tiscali en Gola Su Gorropu, Europa’s ‘Grand Canyon’, hebben wij overgeslagen vanwege de lange loopafstanden in het warme weer. Ik hoop deze in de toekomst te bezoeken. Aan de andere kant zou ik Castelsardo geschrapt hebben uit het plan. Het heeft een kasteel op een hoge heuvel, maar het interieur en het uitzicht vanaf de top waren niet zo boeiend. Ik dacht dat Tempio Pausania en Dorgali een bezoek waard waren omdat ze in het binnenland liggen, ver van alle toeristen, maar er was niet veel te zien. Je kunt goede wel goede wijn kopen bij respectievelijk Cantina Gallura en Cantina Dorgali. Nuoro is een grotere stand in het interieur met meer substantiële bezienswaardigheden.

Je kunt natuurlijk niet alles krijgen. Voor mij was de keuken van Sardinië wat teleurstellend. Het was niet slecht, maar ik vind de keukens van de andere regio’s in Zuid-Italië duidelijk superieur. De keuken is nogal carnivoor en vegetarische en veganistische opties zijn beperkt. Vraag om een gerecht met tuinbonen en er is een kans dat er ook varkensvet in zit. Ik heb geen enkel bevredigend visgerecht gegeten gedurende mijn hele vakantie. Misschien had ik gewoon pech en had ik beter moeten zoeken. Wel raad ik Agriturismo Candela bij Arzachena en Agriturismo Li Mori in San Teodoro aan voor lekker eten voor een goede prijs in een mooi decor, deze plekken waren het meest memorabel voor mij.

Aan het einde van ons verblijf in Sardinië namen we een veerboot naar Barcelona en gingen wij naar een camping in Salou waar de ouders van Stephanie verbleven. Het gezelschap was goed, maar ik houd niet van lang kamperen. Die camping was ook veel te massaal voor mijn smaak. Salou is alleen goed voor massatoerisme en heeft geen authenticiteit. Wel zou ik graag meer zien van andere delen van Spanje. Ik weet niet zeker waar wij volgend jaar heen gaan voor onze vakantie, maar ik neig naar Hossegor in zuidwest Frankrijk vanwege de goede surfmogelijkheden.

Cala Luna, looking north

De Historiën

Met mijn bachelor Geschiedenis wilde ik lang het werk van Herodotus lezen, die vaak de vader van de Geschiedenis wordt genoemd. Hij werd niet in detail behandeld tijdens mijn bacheloropleiding, maar hij wordt omschreven als de eerste die een kritische en onderzoekende methode gebruikte om geschiedenis te schrijven in plaats van het lot of de wil van de goden. Zijn werk gaat over de expansie van Perzische Rijk en hoe het werd gestopt door de Grieken. Tijdens mijn vakantie had ik eindelijk tijd om het helemaal uit te lezen (inclusief de uitgebreide voetnoten met wetenschappelijk commentaar op zijn werk).

Als je De Historiën leest, zie je vaak passages waarin Herodotus verschillende verhalen evalueert over specifieke gebeurtenissen. Als hij verhalen schrijft die hij dubieus acht, beargumenteert hij waarom hij ze twijfelachtig of onwaarschijnlijk vindt. Als hij niet kan beslissen welke versie klopt, laat hij het oordeel over aan de lezer.

Het Perzische Rijk en de Grieken zijn de rode draad in het werk, maar Herodotus wijkt daar vaak van af. Vaak geeft hij lange geografische, etnografische, historische en zoölogische beschrijving over de regio’s die deel uitmaken van of aangevallen worden door het Perzische Rijk. Sommige van deze zijn langdradig en saai.

Op sommige punten wordt duidelijk dat Herodotus niet al deze regio’s zelf heeft bezocht, bijvoorbeeld als hij het nijlpaard in Egypte beschrijft. Je begrijpt waarom mensen hem onbetrouwbaar achten wanneer hij schrijft over bizarre culturele gebruiken van exotische stammen, Arabische vliegende slangen en Scythische weerwolven. Hoewel sommige van zijn verhaal fantastisch zijn, moeten we ze niet te snel verwerpen. De grote Indiase mieren die goud opgraven zijn bijvoorbeeld geïdentificeerd met marmotten.

Herodotus schrijft niet alleen geschiedenis, hij schrijft ook om zijn publiek te vermaken met een goed verhaal. Dit wordt duidelijk uit zijn onmogelijk gedetailleerde beschrijvingen van dialogen. Soms beperkt dit vermaak de historische accuratesse. Zoals wanneer de oogheelkundige die door de Egyptische farao naar de Perzische koning is gestuurd (indirect) de oorzaak is voor de Perzische invasie van Egypte. Herodotus schrijft niets over de strategische redenen voor de invasie. Het is alsof je zou geloven dat de ontvoering van Helena die echte of enige reden is voor de Trojaanse Oorlog. Desondanks is er altijd een kern van waarheid in zijn werk.

In de tweede helft van De Historiën wordt meer snelheid gemaakt en is er meer focus op de oorlog tussen de Perzen en de Grieken. De Perzische koning Darius en zijn opvolger Xerxes blijken veel ambitieuze en manipulatieve ondergeschikten te hebben die meer aan hun eigen doelen werken dan wat goed is voor het Perzische Rijk. Zij hebben ook een aantal goede adviseurs naar wij zij luisteren. Tot vermaak van het publiek volgen de koningen vaker het slechte advies van hun onderdanen die carrière willen maken!

Het amusement van het slechte Perzische beoordelingsvermogen wordt gevarieerd met Griekse standvastigheid. Je raakt geinspireerd wanneer de Grieken hun interne conflicten bijleggen en een verenigd front vormen tegen de Perzische dreiging. Je bent diep onder de indruk van de heldhaftige Griekse zelfopoffering in de Slag bij Thermopylae. Je voelt glorieus als de Grieken de Slag bij Salamis winnen ondanks de Perzische overmacht, alsof je favoriet net een sportkampioenschap heeft gewonnen. Je geniet van de afstraffing van de Perzen voor hun hoogmoed! Net als het oude Griekse publiek van Herodotus zal je houden van de hybris en de onvermijdelijke afstraffing die er op volgt. Als je uit Iran komt zal je daarentegen zeggen dat de Atheners eerst waren begonnen met de plundering van Sardis.

De ironie van de geschiedenis is dat Athene uiteindelijk zelf ten prooi valt aan hybris, toen het met de stichting van de Delische Bond de andere Griekse steden ging onderdrukken. Athene kreeg haar verdiende loon met de rampzalige Siciliaanse Expeditie en nederlaag in de Peloponnesische Oorlog.

Herodotus mag dan de vader van de geschiedenis zijn, hij is ook geworteld in zijn eigen tijd en cultuur. Hij gelooft duidelijk dat mensen zelf over hun lot beschikken en de geschiedenis kunnen sturen zonder goddelijke interventie. Maar dat betekent niet dat de goden geen rol hebben. In De Historiën is goddelijke wraak of tisis voor het heiligschennis van sommige Perzen (en soms ook Grieken) een regelmatig thema. Een voorbeeld is de storm die de Perzische vloot beschadigd.

Wat Griekse religie betreft, Herodotus schrijft vaak over onthullingen en voorspellingen van de toekomst die worden gegeven door orakels. Net als zijn tijdgenoten gelooft hij in de vermogens van orakels. Zijn verhaal dat een orakel was omgekocht door de Spartaanse koning Cleomenes voor een voordelige onthulling beschadigt dat geloof niet. Echter, als moderne lezers weten wij dat het voorspellen van de toekomst niet mogelijk is. Alle voorspellingen van orakels moeten dus verzonnen zijn nadat de voorspelde gebeurtenissen plaatsvonden. Herodotus is niet de enige hierin, veel andere Griekse en Romeinse historici hebben hetzelfde mechanisme gebruikt. Maar hoe konden zij hun oprechte geloof in orakels met de realiteit van ex eventu orakelvoorspellingen verenigen? Google Scholar geeft mij hier geen antwoord op.

Overgestapt van de Samsung Galaxy S7 naar de iPhone 6

Mijn vorige werkgever FRISS stelde mij een mobiele telefoon beschikbaar die ook privé kon gebruiken. Dit was nodig vanwege de mogelijkheid om thuis te werken en een sporadische bereikbaarheidsdienst. Mijn nieuwe werkgever ID Ware doet daar niet aan, dus het was niet onredelijk dat zij mij geen mobiele telefoon gaven. Omdat het duur was om de Samsung Galaxy S7 die ik bij FRISS gebruikte over te nemen, besloot ik naar een nieuwe telefoon te zoeken.

Het abonnement dat FRISS had met T-Mobile stond enige keuze toe in verschillende telefoons. Onder telefoons met Google Android leek de Samsung Galaxy S7 destijds de beste keuze. De Apple iPhones vereisten een flinke bijbetaling, vandaar mijn keuze voor de Galaxy S7.

Hoewel de Galaxy S7 geweldig is op het vlak van hardware vond ik de software niet fijn. Naast de evidente spionage op je persoonlijke data door Google werd deze telefoon vol met bloatware geleverd door Samsung. Een deel daarvan is zelfs niet eens te verwijderen. Samsung heeft een irritante gewoonte om hun telefoons te leveren met allerlei alternatieve apps voor de standaard Android software (zoals de web browser en kalender) die niets toevoegen. Ze hebben ook een slechte reputatie omdat ze snel veiligheidsupdates voor telefoons beëindigen. Er zijn uiteraard andere fabrikanten die wel telefoons verkopen met een kale Android en veiligheidsupdates voor een redelijk aantal jaren leveren na de introductie van de telefoon. Maar dan blijft het spionage probleem onopgelost.

Een custom ROM op je Android telefoon installeren, zoals LineageOS, lost het probleem ook niet op. Ik ben niet op de hoogte van alle details, maar het feit dat de fotokwaliteit van de Galaxy S7 slechter wordt met LineageOS is voor mij een breekpunt. En als je de Android app store wilt gebruiken moet je alsnog extra Google software installeren die spioneert. Het is te veel onzekerheid en werk. Ik wilde iets dat (relatief) privacy vriendelijk, bloatware vrij en en gemakkelijk in gebruik is.

Mijn keuze viel op een refurbished iPhone 6 van Forza, inbegrepen bij een Tele2 contract met onbeperkt bellen/SMS’en en 2 GB data per maand voor € 22. Om € 1.000 te betalen voor de nieuwe iPhone X, ook al heeft het dat mooie OLED-scherm (en die domme uitsnede aan de bovenkant!), vond ik waanzin. Maar € 22 per maand is nauwelijks meer dan ik voor mijn SIM-only abonnement betaalde in het verleden.

Een korte opmerking over Tele2: vermijd ze. Ik kwam er achter dat mijn telefoonnummer gepubliceerd was in de Gouden Gids, op papier en online, zonder mijn toestemming. Hun helpdesk heeft geen idee hoe dat kon gebeuren en ik werd ook op geen enkele manier gecompenseerd. Ik heb een klacht ingediend bij de Autoriteit Bescherming Persoonsgegevens.

Niet lang geleden was er nog een kritisch onderzoek van de Consumentenbond dat refurbished iPhones afkraakte. De bevindingen waren dat deze telefoons vaak slecht gerepareerd werden met inferieure onderdelen en niet altijd goedkoper zijn dan nieuwere telefoons. Forza werd ook slecht beoordeeld. In mijn geval heb ik niets te klagen, mijn refurbished iPhone 6 werkt prima.

Ik had verwacht dat ik het geweldige OLED scherm van de Galaxy S7 zou missen op de iPhone 6, maar dat gebeurde niet. In de praktijk geeft het schem toch niet heel veel zwart weer en gebruik ik deze niet in donkere omgevingen, dus ik merk niet zoveel van het gebrek aan OLED. Aan de software kant is iOS veel fijner dan Android, geen spionage en bloatware. De sporadische app die je niet kunt verwijderen zoals Apple Health zit niet echt in de weg en neemt niet veel ruimte in. Geen probleem als je DuckDuckGo wilt instellen als de standaard zoekmachine in de Safari webbrowser (dat is niet mogelijk in Google Chrome op Android).

Maar toch, Apple zou Apple niet zijn als het haar superieure productontwerp niet zou combineren met een gezonde hoeveelheid klotestreken. Bijvoorbeeld hun laksheid om hun web browser engine WebKit bij te tijd te houden met de laatste webstandaarden. Normaliter is dit geen probleem omdat je een andere web browser kan installeren met een andere engine, maar Apple blokkeert de mogelijkheid om iets anders te gebruiken dan WebKit. Dit kwam in het nieuws nadat het Franse softwarebedrijf Nexedi Apple hiervoor aanklaagde. Dit gebeurde in 2016 en hoewel WebKit nog steeds de enige optie is in iOS, weet ik niet wat de huidige status is van WebKit’s conformantie aan webstandaarden.

Een andere is dat Apple weigert om ondersteuning the implementeren voor de open en cross-platform Vulkan graphics API in iOS, ten voordele van hun eigen gesloten Metal graphics API. Metal was uitgebracht in 2014 terwijl Vulkan nog niet af was (in 2016 pas) en Apple kan terecht gedacht hebben dat Vulkan te lang op zich liet wachten. Sinds enige tijd is Vulkan nu wel geaccepteerd als de open standaard voor graphics en wordt veel gebruikt op Linux en Android. Hoewel dit niet zichtbaar is voor de eindgebruiker, naait Apple in feite de ontwikkelaars omdat zij hun software moeten omzetten van Vulkan naar Metal als zij deze ook voor iOS willen uitbrengen. Als het leven van ontwikkelaars onnodig moeilijker wordt gemaakt wordt de consument indirect benadeeld.

Dan is er nog de onmogelijkheid om een andere app store dan de Apple App Store te gebruiken (niet het geval op Android). Apple beweert dat het haar gebruikers wil beschermen, maar dat rechtvaardigt de beperking van die vrijheid niet. Ze zouden makkelijk een waarschuwing geven dat de veiligheid niet gegarandeerd wordt als gebruikers een andere app store toevoegen. De echte reden is natuurlijk dat zij een monopoly willen op de betaalde iOS apps zodat ze meer winst kunnen binnenhalen. Net als bij Google nemen zij een deel van de transacties in de app store. Mijn oplossing hiervoor is om simpelweg nooit een betaalde app te kopen in de Apple App Store. Ik heb sowieso geen betaalde apps nodig.

Ik kan het feit noemen dat iOS niet open source is, wat betekent dat er geen custom ROM’s voor iOS gemaakt kunnen worden. De meer complexe realiteit is dat hoewel Android wel open source is, veel Android apps dat niet zijn. Die zijn nu gesloten als onderdeel van een bewuste strategie van Google om de open source Android onaantrekkelijk te maken. Met deze keuze vind ik privacy belangrijker dat vrijheid in software, vandaar mijn keuze voor Apple. I denk dat ik nu duidelijk heb gemaakt dat ik Apple de beste keuze uit twee slechte keuzes acht.

Nieuwe baan bij ID Ware

Kort voor mijn vertrek bij FRISS had ik drie sollicitatieprocedures naast elkaar lopen. Uiteindelijk tekende ik bij ID Ware, wat chipkaarten, chipkaartprinters en de software om ze te beheren verkoopt. Ik ben in maart bij hen gestart. Eerst schrijf ik over de sollicitaties, daarna mijn nieuwe werkgever.

De eerste sollicitatie was bij het Ministerie van Financiën voor een baan als (junior) beleidsadviseur. Ik kwam door de briefselectie heen. Omdat ik deze baan zo graag wilde bereidde ik mijzelf extra goed voor op het gesprek. Ik heb het zelfs geoefend met een loopbaanadviseur, iets wat ik nog niet eerder had gedaan. Ik dacht dat het gesprek goed ging, maar ik heb blijkbaar altijd te maken met zeer kieskeurige mensen aan de andere kant van de tafel. Nadat ik was afgewezen vroeg en ontving ik uitgebreide terugkoppeling, maar ik was te zeer teleurgesteld om het goed te onthouden. Wat wel bleef hangen was een opmerking over onvoldoende analytische vaardigheden, wat toont hoezeer die mensen niet bereid zijn om verder te kijken dan de eerste indruk, naar bewezen prestaties. Zoals een publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift, wat de meeste andere kandidaten niet gehad zouden hebben. Als dat geen analytische vaardigheden onderschrijft, wat dan wel?

De afwijzing voelde vernietigend. Waarom wil het lot niet dat ik een baan krijg waar ik voor heb gestudeerd, als bestuurskundige? Mijn vermoeden is dat er relatief veel sollicitanten zijn voor banen als beleidsadviseur, terwijl het IT-personeel relatief schaars is. Niet lang na de afwijzing kwam de cognitieve dissonantie. Ik was het zat om naar banen in de publieke sector te solliciteren, zeker na de realisatie dat mijn huidige salaris bij ID Ware overeenkomt met de ondergrens van het salaris van een senior (!) beleidsadviseur. I kan anticiperen wat er gebeurt met mijn salaris als ik nog wat meer ervaring opdoe en certificeringen zoals Scrum Master en Lean Six Sigma binnenhaal.

Ik had twee andere sollicitatieprocedures, nadat twee rekruteerders mij hadden uitgenodigd. Natuurlijk voelde het goed om uitgenodigd te worden in plaats van zelf het initiatief te moeten nemen. Een van deze bedrijven was Doculayer, wat een Enterprise Content Management systeem bouwt. Ik hield van de diversiteit in hun personeelsbestand, was onder de indruk van hun product en vond hun kantoorgebouw mooi. Ik was minder te spreken over hun locatie vlakbij de A12 en de lange afstand naar hun kantoor met de fiets, wat gebruik van openbaar vervoer noodzakelijk maakte. Het salaris was aantrekkelijk, maar ID Ware bood nog meer.

ID Ware is een veel kleiner bedrijf met een onopvallend kantoor in een voormalig woonhuis. Bijna al mijn collega’s zijn blank en man. Maar aan de andere kant kan ik het kantoor in een half uur met de fiets bereiken. Het ligt in een leuke wijk met een mooi park vlakbij. Het goede salarisaanbod kwam nadat ik hun rekruteerder had verteld dat ik het moeilijk vond om te kiezen tussen Doculayer en ID Ware. Zoals bekend uit mijn vorige post ben ik er € 1.000 in bruto salaris op vooruit gegaan. Voor het eerst voel ik mij gerespecteerd en gewaardeerd door mijn werkgever, in plaats van een vervangbare pion om winst binnen te harken.

In tegenstelling tot het gesprek bij het het Ministerie van Financiën had ik geen speciale voorbereiding getroffen voor de gesprekken bij deze twee bedrijven. Ik was gewoon mijzelf en stelde grofweg net zoveel vragen als ik er had beantwoord. Misschien liet ik bij hen ook geen goede indruk achter en waren ze zo wanhopig op zoek naar nieuw personeel dat zij mij toch kozen? Of misschien deed ik het wel goed in deze gesprekken terwijl het ministerie op zoek was naar eenhoorns en veel keuze had? Ik heb geen idee.

Mijn baan is uitdagend. Ik moet van de grond af aan de producten en software van ons bedrijf leren kennen omdat het zo anders is dan de software van FRISS. De documentatie kan verbetering gebruiken. Veel processen leiden onder te veel administratie en kunnen worden geoptimaliseerd. De ERP-software die we veel gebruiken, SAGE, voldoet niet en zou vervangen moeten worden. We gebruiken een oude versie van SAGE gebaseerd op Microsft Access die we zelf hosten, het is erg traag en gebruiksonvriendelijk. Aan de IT Service Management kant is er redelijk incident management, maar er is geen structureel problem management om het aantal binnenkomende incidenten te reduceren door hun oorzaken op te lossen. We hebben betere monitoring software nodig zodat we gelijk geïnformeerd worden als zakelijk kritische systemen onderuit gaan.

Uiteraard houd ik van uitdaging. Echter, de realiteit is dat ik mijn reguliere werk al nauwelijks kan bijhouden. Dat bestaat voornamelijk uit het oplossen van incidenten met onze software, inkooporders plaatsen en inkomende en uitgaande verzendingen verwerken. Ik heb niet genoeg tijd, het voelt alsof ik zo druk ben met water uit mijn boot hozen dat ik geen gelegenheid heb om het lek in de romp te dichten. Ik hoop meer efficient in mijn dagelijkse werk te worden gedurende de komende maanden en zo meer tijd kan vrijmaken voor structurele verbeteringen.

Er is echter een andere kwestie waar ik mij meer zorgen over maak. De samenwerking met een van mijn directe collega’s is zeer stroef. Ik ervaar dat hij mij met minachting behandeld, alsof ik een onervaren stagiair ben in plaats van zijn collega. Hij werkt langer bij het bedrijf, is meer ervaren en heeft onrealistische verwachtingen over hoe snel ik mijzelf kan inwerken. De grote meerderheid van de interacties die hij met mij heeft zijn negatief omdat hij altijd over mij klaagt. Hoewel hij niet mijn manager is ‘micromanaged’ hij mij vaak en geeft hij mij orders. Wanneer ik hem vragen stel over hoe ik meer complexe problemen moet oplossen, antwoord hij vaak met de vraag “Wat denk je zelf?”, alsof het een examen is. Ik ervaar dit als zeer neerbuigend.

Ik acht mijzelf makkelijk in de omgang en kan goed overweg met al mijn andere collega’s bij ID Ware. Ik had wel een directe collega bij FRISS waar ik regelmatig mee botste, maar uiteindelijk kreeg ik wel een professionele verstandhouding met hem die ons in staat stelde om goed samen te werken. Ik mocht hem nog steeds niet op persoonlijk vlak, maar ik kreeg wel respect voor hem als collega. Maar met deze man nu weet ik het niet. Ik weet niet of het puur passief-agressief gedrag is of een gebrek aan sociale vaardigheden. Tot zover ben ik mij iets meer assertief tegenover hem gaan opstellen en negeer ik zijn geklaag en meer contraproductieve advies, maar dat is geen weg die ik verder wil volgen.

Ik dacht dat ik het een paar maanden zou slikken en wachten om te zien of onze samenwerking zou verbeteren, maar vier maanden verder is dat nog niet gebeurd. Deze kwestie heeft ook een sterk negatieve invloed op mijn werkplezier. Als het langer doorgaat, zou ik er zeker een gesprek met hem over moeten hebben. Het feit dat ik dat gesprek al zo lang uitstel vertelt mij dat ik het blijkbaar lastig vind en het wil vermijden.

Vertrokken bij FRISS

Februari 2018 was mijn laatste maand bij mijn werkgever FRISS. Na tweeënhalf jaar vond ik een nieuwe baan bij ID Ware. Ik zal in een volgende post schrijven over mijn nieuwe baan en terugkijken naar FRISS in deze.

In de komende alinea’s zal ik voornamelijk beschrijven wat er niet leuk was en niet goed ging bij FRISS, maar ik wil duidelijk zijn over de goede zaken. Ik waardeerde de interactie met mijn collega’s veel, vooral degenen in de groep waarmee ik tijdens de middagpauzes ging wandelen en goed leerde kennen. Ik hield van de (internationale) diversiteit en hoe ik uitgebreid kon praten over de details van Indiaas eten met een Indiase collega, net als andere onderwerpen met collega’s uit andere culturen. Mijn manager was een aardige kerel. De directie hield iedere maand met alle werknemers een vergadering aan het einde van de werkdag om de voortgang en richting van het bedrijf te bespreken. Dit werd gecombineerd met een gratis diner. Dit was een zeer transparante manier om iedereen geïnformeerd en betrokken te houden.

Er waren een aantal factoren die het plezier in mijn werk verminderden. Het belangrijkste was het salaris. Sinds ik voor mijn huidige werkgever ID Ware werk verdien ik bruto € 1.000 meer. Om bij mijn huidige salaris te komen heb ik wel profijt gehad van mijn opgedane ervaring bij FRISS en een ITIL Practitioner certificering, als ook goed onderhandelen. Ik doe echter nog steeds grotendeels hetzelfde werk als bij FRISS. Indien je dat in overweging neemt is het verschil nogal groot.

Een andere flinke domper was de IT Service Management software die ik gebruikte voor mijn werk. Ik voelde mij als een kok die de hele dag moest werken met een bot koksmes. Deze software, genaamd GAIA en geproduceerd door het Nederlandse AllSolutions, was simpelweg een naar product uit de Steentijd. Het kon schijnbaar alles doen, maar niets goed. Het verschil met moderne IT Service Management software was er een van dag en nacht. Het kon niet eens automatische e-mails versturen om het sluiten van een ticket door te geven, of automatisch de naam vastleggen van degene die een opmerking schreef bij een ticket. De afdeling Financiën gebruikte het ook voor de financiële administratie. Iedereen die ik sprak haatte het, behalve de collega die het beheerde omdat die vaardigheid hem onmisbaar maakte.

Ik besprak de gebreken van GAIA al in mijn eerste week bij FRISS. Ik had niet de tijd en overtuigingskracht om zaken snel in beweging te krijgen. Uiteindelijk kwam er een nieuwe CFO die wel de urgentie zag en het initiatief nam omdat GAIA zo ongeschikt was voor Financiën. Kort voordat ik vertrok nam ik deel aan de inspanning om te migreren naar Oracle NetSuite, maar ik dacht dat FRISS jaren eerder had kunnen en moeten zoeken naar iets beters. Ik denk dat ik het deels aan mijzelf heb te wijten omdat ik het meer onder de aandacht had kunnen brengen en meer overtuigingskracht had moeten hebben.

Naast gereedschap waren de processen ook niet optimaal. Hoewel ik een goede verhouding had met de Product Owner (Scrum terminilogie) van het ontwikkelteam, was mijn ervaring dat onze terugkoppeling en suggesties geen invloed hadden op het werk van het ontwikkelteam. Ik denk dat kwam omdat de Product Owner niet anders kon dan luisteren naar de CTO en de Product Managers. Natuurlijk moeten er prioriteiten worden gesteld, maar als het eeuwen duurt om softwarefouten op te lossen die de productiviteit van Support en soms zelfs een enkele klant schaden, is de balans zoek. Ik dacht dat de CTO en Product Managers het ontwikkelteam te veel lieten focussen op allerlei populaire en overdreven nieuwe functionaliteiten die weinig bijdroegen op de korte termijn terwijl de basis niet genoeg aandacht kreeg.

Een voorbeeld van die gebrekkige basis was de implementatie van ‘watchlists’ met adressen van bekende frauders. Deze was ronduit snel, gemakzuchtig en slordig ontworpen. De functionaliteit was zo gebruiksonvriendelijk dat de klant watchlists niet zelf kon uploaden maar naar ons moest sturen. Wij gebruikten dan wat SQL-queries om de watchlist in de database te krijgen. Omdat de klanten die deze functie gebruikten op een uitgefaseerde (maar nog steeds ondersteunde) versie van onze software zaten werkte het ontwikkelteam niet aan het verbeteren van die functionaliteit. Het idee was dat de verbeterde functionaliteit terecht zou komen in de actuele versie van de software, maar dit kreeg nooit prioriteit. Dat is waarom de situatie de volle tweeënhalf jaar dat ik bij FRISS werkte aanhield. De klanten moeten er ontevreden mee zijn geweest, omdat wij ze ook kosten in rekening brachten voor de invoer in de database. Ik raakte gefrustreerd omdat er niets werd gedaan om de situatie te verbeteren (ik drong er meer dan eens op aan) en ik in essentie iets deed wat de klant zelf zou moeten kunnen doen.

Naast slecht werkende functionaliteit werd ik ook pessimistisch omdat ik te weinig vooruitgang zag in het schaalbaar maken van ons product. Met onze software was het mogelijk om dezelfde functionaliteit met verschillende implementaties te zien bij iedere klant. Dit maakte het moeilijker om te achterhalen waar het probleem zat en gaf Support meer werk dan nodig.

Omdat ik de communicatie over nieuwe softwareversies schreef en naar onze klanten stuurde was ik goed geïnformeerd over het werk van het ontwikkelteam. Zo kreeg ik de impressie dat de ontwikkeling van onze software in het algemeen traag verliep in verhouding tot de fte’s in het ontwikkelteam. Iedere nieuwe release bevatte een kleine hoeveelheid nieuwe functionaliteiten en de meeste daarvan waren triviaal. Ik was niet de enige die dit zag, maar ik kan niet uitleggen wat de oorzaak is. Het is zeker niet zo dat onze ontwikkelaars lui waren, maar het kan te maken hebben met het proces. Er kwam iedere vier weken een nieuwe release na de afronding van een sprint (Scrum terminologie). Het is dan begrijpelijk dat grote nieuwe features niet in iedere release landen, maar ik had de indruk dat het wel heel sporadisch was.

Het talent management schoot tekort. Ik had niet verwacht snel de ladder op te klimmen omdat ik tekende als Support Engineer en mijn hulp essentiëel was om de werkdruk haalbaar te houden voor Support. Echter, een half jaar na mijn start werden twee nieuwe mensen bij ons gedetacheerd vanuit een extern bedrijf. Ze hadden WO-masterdiploma’s net als ik, ongerelateerd aan IT, maar respectievelijk geen en gelijke werkervaring in de IT vergeleken met mij. Ik was verrast toen zij al snel in het Consultancy team gingen werken terwijl ik in Support bleef. Het was ironisch omdat een van hen mij meerdere keren om hulp vroeg bij problemen na die promotie. Ik zag ook dat een andere collega die ook ontevreden was met haar werk wel een andere functie kreeg, terwijl er niets werd ondernomen voor mij. I beschouw al deze drie mensen als fijne collega’s, maar je zult begrijpen dat ik mij oneerlijk behandeld voelde. Kort voordat ik aankondige FRISS te verlaten kreeg ik te horen dat ik binnenkort in het Project Management team kon werken. Hoewel ik dit sterk waardeerde, was het niet zo aantrekkelijk als het aanbod van ID Ware.

Ten slotte, de onaantrekkelijke omgeving van het bedrijventerrein Papendorp was een motivatie om te vertrekken. Vooral omdat ik graag in de pauze een wandeling maakte met collega’s. Papendorp is een treurige verzameling van gras en betegeling, met een asfaltfabriek en een grote snelweg dicht in de buurt. Als FRISS een nieuw kantoor moet zoeken voor uitbreiding, hoop ik dat er een mooiere omgeving wordt gekozen die de zintuigen positief stimuleert.

Ik vat de moraal van dit verhaal over hoe je werknemers gemotiveerd houdt samen, in de stijl van de management literatuur. Betaal je werknemers een competitief salaris om ze gewaardeerd te laten voelen en te voorkomen dat ze gekaapt worden door andere bedrijven. Geef ze goed gereedschap om hun dagelijkse werk uit te voeren. Steun ze in hun zoektocht naar beter gereedschap als ze dat nodig hebben. Luister naar de wensen van zowel je Support team als je Product Management team. Support krijgt andere inzichten van de gebruikers van je software, die Product Management niet heeft. Balanceer ontwikkeling van nieuwe functionaliteiten met het verbeteren van bestaande functionaliteiten. Voer goed talentmanagement om te voorkomen dat er een verschil is tussen de vaardigheden en de functies van je personeel, op een manier dat ze zich niet achtergesteld voelen. Zorg voor een aantrekkelijke werkomgeving, zowel binnen als buiten.