Bespreking van Engelse kookboeken over de Apulische keuken

Voor mijn Wikipedia artikel over de Apulische keuken heb ik een flink aantal Engelse kookboeken over deze keuken geraadpleegd. Ik zal deze kort bespreken zodat anderen die geïnteresseerd zijn in de Apulische keuken profijt kunnen hebben van mijn ervaring. De boeken die ik gelezen heb zijn:

  • Arno, Anna Maria Chirone (2011). Salento Flavors: The Taste of Tradition.
  • Lorusso, Luca; Polak, Vivienne (2015). Sharing Puglia.
  • Russo, William dello (2016). Puglia in Cucina: The Flavours of Apulia.
  • Sbisà, Nicola (2009). Savour Apulia: Traditional Recipes.
  • Todorovska, Viktorija (2011) The Puglian Cookbook.

“Salento Flavors: The Taste of Tradition” was het meest teleurstellende kookboek. Het is een dunne en kwetsbare paperback met een klein aantal recepten en onaantrekkelijke voedselfotografie. De opmaak is raar, met veel gekleurde rechthoeken. Het is vooral een verzameling recepten en geeft weinig context om de de geschiedenis van de keuken en de gerechten te begrijpen. Hoewel dit boek zich zou concentreren op de keuken van de Salento, de ‘hiel’ van Apulië, heb ik weinig of geen recepten gezien die niet in de andere kookboeken waren beschreven. Koop dit boek niet.

“Sharing Puglia” is een stevige hardcover met veel recepten goede voedselfotografie. De auteurs van dit boek begrepen dat als je foto’s gebruikt, je het goed moet doen of niet moet doen. De foto’s moeten je verleiden tot het maken van de gerechten, slechte foto’s keren je af. Dit boek geeft ook de meest uitgebreide uitleg over het maken van verse pasta in vergelijking met de andere hier besproken kookboeken, hoewel het nog uitgebreider had gekund. Het geeft ook veel context om de keuken en de gerechten te begrijpen, in plaats van enkel een verzameling van recepten te zijn. Ik kan deze zonder meer aanraden.

“Puglia in Cucina: The Flavours of Apulia” is ook een hardcover en deelt de hoeveelheid recepten en goede voedselfotografie met het vorige boek. Het is zowel in het Italiaans als in het Engels geschreven en maakt deel uit van een serie over alle regionale keukens van Italië. Het schiet echter tekort op het geven van context en geeft geen uitleg over het maken van verse pasta. Desondanks kan ik deze toch een redelijke aanrader noemen.

“Savour Apulia: Traditional Recipes” was het meest bruikbaar als bron voor het Wikipedia artikel, samen met “Sharing Puglia”. Het is een goedkope en dunne paperback, maar bevat toch relatief veel recepten en veel historie over de keuken en de gerechten. Ondanks de lengte weet het boek toch kort uit te leggen hoe verse pasta gemaakt moet worden. Het heeft geen foto’s, maar dat deert niet omdat de rest van de inhoud goed is. Ik kan deze ook zonder meer aanraden.

“The Puglian Cookbook” lijdt onder slechte voedselfotografie, denk aan slecht belichte en wazige detailopnames van gerechten. Zeker erg onaantrekkelijk. Ook ontbreekt het aan context. Het geeft een recept voor het maken van verse cavatelli, maar adviseert gelijke hoeveelheden van semolina en tarwemeel. Het is frustrerend dat niet wordt uitgelegd waarom, omdat het verdacht is. “Savour Apulia” geeft een recept met alleen maar semolina en “Sharing Puglia” adviseert een grote hoeveelheid semolina met een klein deel 00 tarwemeel. Maar de grootste zonde is dat het alleen Engelse namen noemt voor de gerechten. Hoe moet je de gerechten die je in Apulië gegeten hebt dan identificeren? Als een kookboek over de Franse keuken zou aankomen met een recept voor Coq au Vin dat alleen zou beschreven als “haan met wijn” zou het waarschijnlijk onacceptabel geacht worden; deze zaak verschilt niet. Ik kan deze niet aanraden.

Er is ook “Puglia” van Silver Spoon uit 2015, maar ik heb het niet gelezen omdat het duur is.

Het is jammer dat alleen “Salento Flavors” kort de puccia beschrijft en dat “Puglia in Cucina” het enige boek is dat hartige taralli in paar zinnen beschrijft. Beide zijn veel voorkomende gerechten in Apulië, dus ik had recepten voor deze verwacht in mijn twee sterk aangeraden kookboeken. Helaas geven die twee kookboeken ook geen adequate uitleg over hoe verse pasta gemaakt moet worden. Ik had een uitgebreide instructie met veel foto’s verwacht zodat beginnende koks het met vertrouwen kunnen leren. Geen van de kookboeken had een recept voor de traditionele desembroden met durum tarwemeel. Terwijl “Sharing Puglia” stelt dat bloemkool en broccoli ook worden gegeten, heb ik geen recepten met die groenten gezien. Hoewel zwarte kikkererwten en Lathyrus sativus veel zeldzamer zijn, was het mooi geweest als deze ook werden genoemd, ook al zijn ze lastig buiten Apulië te krijgen. Ik kijk uit naar iemand die een uitgebreider kookboek schrijft dat de complete Apulische keuken omvat.

Mijn Wikipedia artikel over de Apulische keuken

Terwijl ik wacht op mijn vakantie in mei deed nostalgie mij denken aan vakanties uit het verleden. Specifiek mijn vakantie van 2013 in Zuid-Italië. Toen had ik Stephanie nog niet ontmoet, daarom reisde ik alleen en had ik gezelschap van CouchSurfers. Mijn beste herinneringen zijn van mijn tijd met Michele in Apulië. Omdat wij onze interesse in historische en archeologische plekken deelden hebben wij een geweldige tijd gehad.

Wat mij opviel in Apulië was de kwaliteit van de regionale keuken en hoe deze verschilde van andere Italiaanse regio’s. Ik at allerlei gerechten die ik nog nooit had gezien in Italiaanse restaurants in Nederland. Om meer over deze regionale keuken te leren ging ik als eerst naar Wikipedia. Tot mijn teleurstelling had de Engelse Wikipedia niet eens een artikel over de keuken van Apulië. Zelf het artikel op de Italiaanse Wikipedia was beperkt. Schande! Ik kon het niet hebben dat zo’n fijne keuken geen Wikipedia artikel had, dus besloot ik het zelf te schrijven.

In de jaren na mijn vakantie heb ik een aantal Engelstalige kookboeken over de keuken van Apulië verzameld om het artikel te schrijven, maar door tijdgebrek kwam ik er nooit aan toe. Tot een week geleden, toen mijn combinatie van nostalgie en vrije tijd mij bewoog tot actie. Ik was zo gedreven dat ik uren achter elkaar doorwerkte aan het artikel, bijna tot ik het besef van tijd verloor. Op 6 april heb ik het artikel over de Apulische keuken afgemaakt, na meer dan ongeveer vijftien uur werk. Ik beschouw dit artikel en mijn artikel over Sybaris als de beste artikelen die ik tot zover heb geschreven.

Ik ben altijd huiverig voor andere mensen op Wikipedia die door mij begonnen artikelen op een negatieve manier kunnen wijzigen. Bijvoorbeeld door inhoud zonder bronverwijzing toe te voegen. Of erger zelfs, de vandalen. Omdat de meeste artikelen die ik schrijf niet erg populair zijn, zien ze nauwelijks onwenselijke of vandalistische wijzigingen. In feite zijn de meeste andere mensen die ik aan artikelen van mijn hand zie werken intelligente en redelijke mensen die ze verbeteren. Het zal interessant zijn om te zien wat er met dit artikel gebeurd.

Tijdens het onderzoek voor dit artikel ontdekte ik veel gerechten uit Apulië die ik nog niet heb geproefd. Dit geeft me nog meer verlangen om Apulië nog eens te bezoeken en Michele weer te ontmoeten (de laatste keer was in 2016). Ik zie dit volgend jaar echter nog niet gebeuren. De treinreis zou onpraktisch zijn met mijn dochter, die nu net zes maanden oud is.

In de toekomst zou ik ook graag de artikelen over de andere regionale keukens van Italië schrijven en verbeteren. Meer specifiek wil ik de artikelen voor Calabrië en Ligurië beginnen en het artikel voor Sicilië sterk verbeteren. Ik heb al een flinke lading aan kookboeken over deze keukens liggen. Voor wat betreft de kookboeken die ik heb gebruikt om het artikel over de Apulische keuken te schrijven, lees mijn volgende post voor aanraders.

De gekozen burgemeester is een stap dichter bij

In november 2018 was het eindelijk zo ver: de burgemeestersbenoeming is ‘gedeconstitutionaliseerd’ oftewel een lang woord voor het verwijderen uit de Grondwet. Dertien jaar na de Paascrisis heeft D66 alsnog een stap vooruit gezet naar het bereiken van een van haar belangrijke doelen, het invoeren van de gekozen burgemeester.

Het aanpassen van de Grondwet is lastig en duurt lang, omdat de Tweede en Eerste Kamer de wijziging ieder twee keer moeten goedkeuren. Voordat de Tweede Kamer de tweede goedkeuring kan geven, moet zij opnieuw worden verkozen. En in beide Kamers is een meerderheid van twee derde van de stemmen (in plaats van de helft plus één) nodig voor de tweede goedkeuring. Dit vormde uiteraard een extra barrière voor de wijziging van de burgemeestersbenoeming.

Het is belangrijk om te weten hoe burgemeesters nu benoemd worden om de discussie te begrijpen. Volgens de Gemeentewet stelt de gemeenteraad een profiel op voor de burgemeester en kunnen kandidaten solliciteren bij de commissaris van de Koning (CvdK). De CvdK laat een vertrouwenscommissie van de gemeenteraad vervolgens weten wie gesolliciteerd hebben en wie hij/zij geschikt acht voor benoeming. De vertrouwenscommissie kan besluiten om kandidaten die de CvdK ongeschikt acht mee te nemen in haar beoordeling. De vertrouwenscommissie informeert vervolgens de CvdK en de gemeenteraad over haar bevindingen. De gemeenteraad draagt dan twee sollicitanten voor aan de minister voor benoeming. De minister volgt in principe de aanbeveling “met inbegrip van de daarop gehanteerde volgorde”. De minister kan om zwaarwegende redenen de aanbeveling naast zich neerleggen en moet in dat geval een motivatie geven.

De Gemeentewet is op het punt van de “gehanteerde volgorde” onduidelijk, maar als ik het goed begrijp wordt bedoeld dat de minister de kandidaat die de eerste voorkeur heeft van de gemeenteraad benoemt. Zo staat het althans beschreven op de website van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Die website verschilt overigens op details van de Gemeentewet. Zo zou onder andere de gemeenteraad haar aanbeveling niet direct naar de minister sturen, maar naar de CvdK die deze dan weer naar de minister stuurt met zijn/haar advies.

Het mag duidelijk zijn dat de benoeming van de burgemeester een zeer schimmig en ontransparant proces is. De gemeenteraad kan in theorie wel de kandidaat kiezen die zij wil, maar de CvdK heeft wel erg veel invloed op het proces. In de Provinciewet is te lezen hoe de CvdK op een vergelijkbare wijze als de burgemeester wordt benoemd na een aanbeveling van de Provinciale Staten. Waarom moet de CvdK zich met benoemingen van burgemeesters bemoeien? De benoeming van ministers wordt toch ook gewoon door de politieke partijen geregeld die na de Tweede Kamerverkiezingen een regering gaan vormen, zonder externe bemoeienis? Daarnaast kan de politieke kleur van de CvdK sterk verschillen van de politieke kleur van de gemeente. Stel je voor dat je een gemeente in het Zeeuwse deel van de bijbelgordel hebt waar de gemeenteraad vol zit met christelijke partijen. Je hebt dan een CvdK, Han Polman, van D66. Misschien is deze man wel heel objectief, maar ik kan mij voorstellen dat het verschil in politieke kleur er toe kan leiden dat hij heel sturend optreedt bij burgemeestersbenoemingen.

Ook is er een fors verschil in de politieke partijen die de gemeenteraden bevolken en de partijen waar de zittende burgemeesters lid van zijn. In de uitslagen van de laatste gemeenteraadsverkiezingen is te zien dat lokale partijen in de meeste gemeenten hebben gewonnen. Toch zijn 83 procent van alle burgemeesters lid van respectievelijk VVD (30%), de PvdA (27%) en het CDA (27%). In Amsterdam is GroenLinks de grootste partij en is Femke Halsema van GroenLinks burgemeester geworden, maar in Utrecht is VVD’er Jan van Zanen burgemeester met een coalitie van GroenLinks (grootste partij), D66 en ChristenUnie in het college. Er is dus een flinke kloof tussen de politieke kleur van de raad en de burgemeester. Dat de burgemeester wordt benoemd voor zes jaar en die benoeming niet gelijk loopt met de gemeenteraadsverkiezingen maakt de kloof nog groter.

Dan is er nog de belangrijkste vraag, waarom zou je de burgemeester willen kiezen? De voornaamste verantwoordelijkheden van de functie liggen op het vlak van openbare orde en veiligheid. Sommigen, vooral ook de burgemeesters zelf, menen dat dit een technocratische zaak is die verspeend is van politiek. Het cliche dat burgemeesters “boven de partijen” staan wordt vaak ingezet. Maar is dat wel zo? Femke Halsema (burgemeester in Amsterdam en GroenLinks lid) geeft geen prioriteit aan de handhaving van het boerkaverbod. Pauline Krikke (burgemeester in Den Haag en VVD-lid) heeft maling aan het demonstratierecht. Het lijkt mij logisch dat bijvoorbeeld het enthousiasme voor legalisering van wiet en een vuurwerkverbod ook conform de links-rechts scheidingslijnen lopen, al kan ik daar geen bewijs voor vinden. Dit illustreert dat openbare orde en veiligheid toch een stevige politieke lading kan hebben.

Daarnaast kan de kiezer door middel van verkiezingen een burgemeester afstraffen door deze weg te stemmen of belonen met een extra termijn. Ik denk dat veel inwoners van Scheveningen Pauline Krikke weg willen hebben na haar blunder met de vreugdevuren van de afgelopen jaarwisseling. Ze hebben nu echter geen instrument om haar de deur te wijzen, dus ik zie het nog wel gebeuren dat Krikke nog een termijn krijgt of weer ergens anders burgemeester kan worden.

Het Nederlands Genootschap van Burgemeesters had voor de stemming een brief geschreven naar de Eerste Kamer om, verassing, hen op te roepen tegen de grondwetswijziging te stemmen. Ze hebben wat mij betreft gelijk met hun bewering dat de functie van de burgemeester niet los kan worden gezien van de andere organen in de gemeenteraad. Maar hun stelling dat er eerst een probleemanalyse en visie op het toekomstige functioneren van de burgemeester moet zijn gaat niet op. De burgemeestersbenoeming is alleen verplaatst vanuit de Grondwet naar de Gemeentewet, er is de facto nog niets veranderd. We kunnen de probleemanalyse en toekomstvisie nu bepalen. Als we daar op zouden wachten zou het proces alleen maar langer duren vanwege de lastige grondwetswijziging en zou er een compleet gebrek aan voortgang zijn. Ook wordt er weer gewag gemaakt van hun “onafhankelijke positie, boven de partijen en tussen de inwoners”. Ik denk ik dat voldoende heb duidelijk gemaakt dat die bewering twijfelachtig is. De brief ademt demofobie, de angst dat ze via het ‘partijkartel’ (in de woorden van het Forum voor Democratie) niet meer als burgemeester benoemd worden zodra het volk het voor het zeggen heeft.

Hoe moet het dan wel? In het buitenland is er genoeg ervaring met gekozen burgemeesters. Ik stel mij voor dat de functie vorm kan krijgen naar analogie van de minister-president op lokaal niveau. Dan zou de burgemeester de politiek leider worden van het college van burgemeester en wethouders. Naar voorbeeld van de Tweede Kamer kan de coalitie dan onderling bepalen wie de burgemeester wordt en loopt de termijn van de burgemeester gelijk met die van de gemeenteraad. Directe verkiezing door de inwoners kan ook, maar dan is er misschien een groter risico dat de burgemeester niet overweg kan met de coalitie als de functie een meer politiek karakter krijgt. Het is nu de vraag of en wanneer D66 en andere partijen doorpakken en een wetsvoorstel gaan bedenken om de benoemingsprocedure daadwerkelijk te veranderen.

Het meten van ons elektriciteitsverbruik

In 2016, het jaar dat wij naar Den Haag verhuisden, wilde ik graag weten wat het elektriciteitsverbruik van specifieke apparaten was in onze nieuwe woning. Zo kon ik namelijk bedenken welke maatregelen ik kon nemen om mijn energierekening te verlagen. Niet dat deze hoog was, maar besparen is altijd fijn.

Op dat moment was dat lastig om te onderzoeken. Ik had namelijk alleen een goedkope energiemeter met een stopcontact, die tussen het te meten apparaat en de stopcontact in de wand geplaatst kan worden. Deze werkte niet optimaal omdat er ook zonder apparaat een verbruikt wattage werd genoteerd, wat de meting inaccuraat maakte. Uiteraard kon ik deze ook niet gebruiken voor apparaten waarvan het stopcontact niet of moeilijk toegankelijk was, zoals mijn ingebouwde koel-vriescombinatie.

Wat ik ook deed was op de eerste van de maand de meterstand noteren en de data in een LibreOffice Calc bestand zetten om het totale verbruik per maand te vergelijken door het jaar heen. Dat ging ook niet altijd goed omdat ik het wel eens vergat en in de zomervakantie soms niet thuis was op de eerste van de maand.

Dit jaar werd echter de slimme energiemeter in onze meterkast geïnstalleerd. Omdat deze de data van het totale energieverbruik op dagbasis doorstuurt naar de energieleverancier was het niet meer nodig om zelf de meterstanden te noteren. Ik kon het nu inderdaad vrij makkelijk inzien via de app van mijn energieleverancier Qurrent.

Zo kon ik zien dat juli, augustus en september een verbruik hadden wat normaal was voor ons, tot in oktober Rosalinde werd geboren. Omdat Stephanie vanwege haar verlof veel vaker thuis zat schoot het verbruik omhoog naar anderhalf keer het vorige gemiddelde per maand. Nu het verlof voorbij is werkt zij vier dagen in plaats van vijf dagen in de week en past haar moeder twee dagen per week op onze dochter, in ons huis. Het energieverbruik zal dus structureel hoger blijven.

Des te meer reden om te kijken welke apparaten een groot aandeel hadden in ons verbruik. Qurrent had een energieverbruiksmanager in de aanbieding, een apparaat dat je zelf op de slimme meter kunt installeren om het verbruik per apparaat te zien. Helaas was de voorraad opgeraakt nadat ik een slimme meter had gekregen en voor zover ik weet is er nog steeds geen vervanging. Andere opties, zoals Toon, rekenen kosten voor een abonnement.

Gelukkig heeft de slimme meter zelf een stand die het totale verbruik van het moment kan laten zien. Wat ik dus deed was het volgende: het huidige verbruik op de slimme meter noteren, mijn koel-vriescombinatie uitzetten en nogmaals het verbruik noteren. Het verschil is dan het verbruik van mijn koel-vriescombinatie. Uiteraard moeten dan zoveel mogelijk andere apparaten worden uitgezet of ongebruikt blijven om er zeker van te zijn dat die geen invloed op het totale verbruik hebben.

Het probleem is natuurlijk dat een koel-vriescombinatie een verschillend verbruik heeft in rust en wanneer deze moet koelen. Er is een specificatie van de fabrikant voor het jaarverbruik conform de EU-norm, maar je hebt variatie omdat een koelkast minder of meer ijsvorming kan hebben. Meten is dus altijd lastig. En een aantal van onze apparaten waren gekocht voordat het energielabel van de EU verplicht werd.

Uiteindelijk heb ik dus een combinatie gebruikt metingen met de draagbare energiemeter, de slimme meter en officiële specificaties om achter het verbruik van al mijn apparaten te komen. Die heb ik vervolgens in dit LibreOffice Calc document gezet. In de basismeting (tab “Voor”) had ik nog een aantal energieslurpende halogeenlampen; inmiddels heb ik alles vervangen door LED-lampen. Die en andere maatregelen zijn vervolgens genoteerd in de nameting (tab “Na”). Dit alles is gemeten voordat onze dochter werd geboren en het energieverbruik omhoog schoot.

Wat uiteraard opviel is het hoge verbruik van mijn ventilatiesysteem, dat is geïntegreerd in mijn luchtverwarming. Op enige afstand komen de koel-vriescombinatie en de vaatwasser. Ik denk dat wij de 280 wasbeurten waar het officiële jaarlijkse verbruik op is gebaseerd niet redden, het werkelijke verbruik zal iets lager zijn. De wasdroger heeft geen energielabel, maar wel een verbruiksspecificatie voor specifieke instellingen. We drogen was zoveel mogelijk zonder wasdroger, in de zomer buiten en in de winter op wasrekken op zolder. Als de wasrekken al vol hangen of als er handdoeken zijn (die vindt Stephanie fijner uit de wasdroger) wordt de wasdroger toch aangezet. Ten slotte zijn het aquarium en de router ook relatief grote verbruikers.

Eerlijk gezegd heb ik nog geen offertes opgevraagd, maar ik verwacht dat vervanging van het ventilatiesysteem en de luchtverwarming waarschijnlijk een zeer kostbare zaak is. Zeker als ik het gelijk helemaal goed wil doen en van het gas af zou willen. Ik denk dat ik liever wacht op de plannen van de gemeente Den Haag. In 2021 moeten gemeenten immers een plan vaststellen voor de verwarming van de gebouwde omgeving. Het zou dan jammer zijn als de gemeente bijvoorbeeld de hele wijk op aardwarmte kan aansluiten en ik al veel geld heb besteed aan een warmtepomp die gebruik maakt van buitenlucht.

Ook andere mogelijkheden om energieslurpende apparaten te vervangen door zuinige zijn weinig rendabel. Als ik kijk naar mijn berekeningen (tab “Alternatieven”) zie ik dat de terugverdientijd van de besparing te hoog is. Vervanging door een fors zuiniger apparaat heeft dus alleen zin als het huidige apparaat defect raakt. Het aquarium wil Stephanie houden. Maatregelen zoals de powerline adapters vervangen door WiFi en de router ’s nachts uitschakelen lijken mij meer haalbaar. Om mijn gasverbruik te beperken heb ik een kookwekker in de douche gezet om er voor te zorgen dat ik niet langer dan vijf minuten onder de douche sta.

De zomertijd en de tijdzone in Nederland

Na recent nieuws op NOS over de wens van de Europese Commissie om de zomertijd af te schaffen, besloot ik mij ook in het onderwerp te verdiepen. Kort samengevat: wintertijd is de ‘normale’ tijd, zomertijd zet de klok een uur vooruit zodat we in de zomer langer van het daglicht kunnen genieten. Het voordeel van langer daglicht in de zomer mag duidelijk zijn. Ik houd er ook van om langer in mijn tuin te zitten met gasten op een mooie zomeravond. Het NOC*NSF breekt een lans voor sporters die het extra daglicht in de zomeravond nodig hebben. Daar kan ik ook over meepraten omdat ik na mijn werk ook graag ga surfen of zwemmen in de zee. Hardlopen wordt ook in het nieuwsbericht genoemd, maar dat doe ik ook gewoon in het donker.

Maar het langere daglicht voor vrije tijd na de werkdag is meteen ook het enigste substantiële voordeel. In de verschillende nieuwsberichten en het uitgebreide Engelse Wikipedia artikel over zomertijd staat dat over het andere voordeel, energiebesparing, sterke twijfel is.  Aan de andere kant is het bewijs voor negatieve effecten, verstoring van het bioritme en nachtrust, is wel overtuigend. Hoewel ik persoonlijk niet slechter slaap na het begin of einde van de zomertijd, is het blijkbaar wel verstorend voor veel anderen. En de complexiteit van de klokwijziging is ook een argument tegen de zomertijd. Telefoons en computers wijzigen wel automatisch, maar mijn oven en mechanische klok niet. Er is extra verwarring als je met het buitenland moet bellen vanwege het omrekenen van tijdzones.

Het eerste nieuwsbericht wijst er ook op dat Nederland geografisch gezien eigenlijk de West-Europese Tijd (WET) hoort te gebruiken, net zoals het Verenigd Koninkrijk. Met andere woorden, onze klok loopt eigenlijk een uur (twee uur bij zomertijd) voor op de zon. Als de zon namelijk exact gevolgd zou worden, zou de zon het hoogste punt (de noen) bereiken om 12:00 uur. Een blik op het Wikipedia artikel over tijdzones leert ons dat dit elders in de wereld nog extremer is. Rusland heeft een rare indeling van tijdzones, China heeft voor het hele land één tijdzone (!) en het uiterste westen van Spanje heeft een sterke afwijking. De Verenigde Staten hebben wel een logische indeling van tijdzones die overeenkomt met de zon.

Omdat ik het interessant vond om te zien hoe de tijdzone in Nederland zich verhoudt tot andere tijdzones, heb ik het tijdstip van de zonsopkomst en zonsondergang in Den Haag vergeleken met twee andere steden. Den Haag ligt op de 52ste parallel noord, simpel gezegd een lijn van ongeveer 111 kilometer breed die in de oost-west richting over de aardbol loopt. Andere plekken op de breedtegraad, hoe ver ze ook van Den Haag af liggen, krijgen het hele jaar door ongeveer dezelfde hoeveelheid daglicht. Om te vergelijken heb ik Cambridge in het Verenigd Koninkrijk en Lipetsk in Rusland gekozen.

In de onderstaande tabellen zijn de resultaten te zien. De data is afkomstig van de website Time and Date en gaat uit van 2018. Ik vergelijk de korste en langste dag voor de drie steden. Cambridge valt in het geografische midden van de West-Europese Tijd, de tijdzone die bij haar positie op de aardbol past. Lipetsk is een van de weinige grotere steden in Rusland die ook een geografisch passende tijdzone heeft en is relevant omdat Rusland geen zomertijd gebruikt.

Huidige situatie
Stad Datum Zonlicht Noen Daglengte
Cambridge 21 jun 04:38–21:24 13:01 16:46
Den Haag 21 jun 05:22–22:06 13:44 16:44
Lipetsk 21 jun 03:57–20:48 12:23 16:51
Cambridge 21 dec 08:06–15:48 11:57 07:42
Den Haag 21 dec 08:48–16:32 12:40 07:43
Lipetsk 21 dec 08:30–16:08 12:19 07:38

In het eerste nieuwsbericht dat ik noemde staat dat de voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker, een persoonlijke voorkeur heeft voor permanente zomertijd als we de zomertijd inderdaad gaan afschaffen. Zoals het eerste nieuwsbericht ook uitlegt gaat dat wel ver, omdat de tijd in de winter dan net zo sterk gaat afwijken van de stand van de zon als in de zomer. Met als consequentie dat het op 21 december, de kortste dag van het jaar, de zon pas opgaat om 9:48 uur. Dit vind ik zeer onwenselijk, het zal zeker niet bevorderlijk zijn voor ons bioritme. Effectief betekent het dat we in de winter nog dieper in de nacht moeten opstaan.

Permanente zomertijd
Stad Datum Zonlicht Noen Daglengte
Den Haag 21 jun 05:22–22:06 13:44 16:44
Den Haag 21 dec 09:48–17:32 13:40 07:43

De zomertijd afschaffen lijkt mij de meest logische keuze, een mooi compromis. En wat als we op een andere manier naar het probleem kijken, naar de werktijden in plaats van de tijdzone? We zouden na het afschaffen van de zomertijd iets eerder kunnen beginnen met de werkdag, bijvoorbeeld 8:00 uur i.p.v. 8:30 uur, om extra zonlicht in de avond te winnen.

Afschaffen zomertijd
Stad Datum Zonlicht Noen Daglengte
Den Haag 21 jun 04:22–21:06 12:44 16:44
Den Haag 21 dec 08:48–16:32 12:40 07:43

Als we helemaal correct willen zijn zouden we niet alleen de zomertijd moeten afschaffen maar ook WET moeten gebruiken. Dit gaat mij persoonlijk wat ver omdat we dan nog minder licht overhouden op de zomeravond. Omdat Nederland in de oostelijke helft van de WET-zone ligt, loopt de klok iets voor op de zon.

Afschaffen zomertijd en gebruik WET
Stad Datum Zonlicht Noen Daglengte
Den Haag 21 jun 03:22–20:06 11:44 16:44
Den Haag 21 dec 07:48–15:32 11:40 07:43

Ten slotte nog  het nieuws dat de Europese lidstaten een besluit over de zomertijd hebben uitgesteld omdat het een complexe zaak is. Nederland wil blijkbaar in ieder geval dezelfde tijdzone als Duitsland gebruiken. En dat de Europese Commissie wil voorkomen dat “in Europa een lappendeken van verschillende tijdzones ontstaat” omdat het “slecht zijn voor het bedrijfsleven”. Ik volg deze redenering niet omdat de Verenigde Staten, de grootste economie ter wereld, vier tijdzones gebruiken zonder duidelijk nadeel voor haar economie. Ik zie dus ook geen probleem als de EU de zomertijd afschaft en Nederland, België, Luxemburg, Frankrijk en Spanje bijvoorbeeld WET gaan gebruiken en de rest van de EU Midden-Europese Tijd en Oost-Europese Tijd.

Het berekenen van rendement op aandelen met LibreOffice Calc

Eerder dit jaar heeft BinckBank, de bank waarmee ik al jaren heb belegd in aandelen, nieuwe abonnementen ingevoerd. Deze vereisen nu dat abonnementskosten worden betaald die afhankelijk zijn van de grootte van de portefeuille. Voor mijn portefeuille van iets meer dan € 5.000 betaal ik nu iets meer dan € 10 per kwartaal. Daar kwam bij dat de transactiekosten voor orders bij BinckBank toch al relatief hoog waren.

BinckBank heeft een goede klantenservice, toegankelijke informatie over beleggen, een goede website en app, maar dat rechtvaardigt het prijsverschil met DeGiro niet. Daar betaal ik geen abonnementskosten (of in het gruwelijk onnodige Engels van BinckBank, ‘service fee’) en zijn de transactiekosten ook flink lager. Ik heb daarom besloten mijn BinckBank rekening compleet op te zeggen en alles via DeGiro te beleggen. Blijkbaar wil BinckBank haar kleine en weinig actieve klanten kwijtraken, dat is de enige reden die ik kan bedenken.

In de eerste instantie wilde ik mijn complete portefeuille van BinckBank naar DeGiro overboeken. Ik had een vage herinnering aan een telefoongesprek over dat onderwerp met een DeGiro medewerker begin dit jaar. Ik meende toen te hebben gehoord dat het hoge kosten met zich meebracht. Om die reden besloot ik mijn aandelen simpelweg te verkopen bij BinckBinck en daarna weer aan te kopen bij DeGiro.

Inmiddels heb ik hier spijt van omdat de koers van het enige aandeel wat ik had, het Nederlandse bouwbedrijf BAM, flink gestegen is sinds de verkoop. Toen ik uit ging zoeken wat het overboeken van een portefeuille ook al weer kostte, zag ik dat BinckBank € 25 per fonds rekent bij een overboeking van de portefeuille en DeGiro de overboeking gratis verwerkt omdat deze meer dan € 3.000 bedraagt. Als ik dat geweten had ik natuurlijk voor de overboeking van de portefeuille gekozen, zeker omdat deze maar één fonds bevatte. Kwestie van goed vooronderzoek, zullen we maar zeggen. En ja, ik weet dat een portefeuille met € 5.000 in één fonds natuurlijk geen goede spreiding is.

Maar dan nu de kern van deze post. Ik heb nu dus het probleem dat ik aandelen van BAM had gekocht en verkocht via beide banken. Omdat DeGiro de historische aankoopprijs van BinckBank niet meekrijgt, wilde ik met LibreOffice Calc berekenen wat de kosten en het potentiële rendement van mijn transacties zijn. Je kunt dat natuurlijk snel doen door simpelweg de getallen in te voeren, maar als je zoals ik bent wil je dat op een mooie wijze met een formule doen. Omdat ik een half uur heb moeten zoeken naar een oplossing dacht ik dat anderen mij misschien dankbaar zijn als ik hier uitleg hoe.

Hier is mijn document te downloaden. Het soort transactie (koop of verkoop), aantal aandelen, koers en commissie worden handmatig ingevoerd. Het draait om de volgende formule die de totale waarde van een transactie berekent:

=IF(B3="Koop";((D3*E3)+F3)*-1;IF(B3="Verkoop";(D3*E3)-F3))

Let op dat ik een Engelstalige Calc gebruik en de functie in het Nederlands anders heet, namelijk ALS. In de rest van deze post blijf ik de functienaam IF gebruiken. Ik weet niet of Engelse functienamen ook in een Nederlandse versie van LibreOffice bruikbaar zijn.

De IF-functie wordt hier binnen een andere IF-functie genest. Eerst evalueert IF of cel B3 de tekst ‘Koop’ bevat. Zo ja, dan worden aantal en koers met elkaar vermenigvuldigd en wordt de commissie daar bij opgeteld. Vervolgens wordt dat vermenigvuldigd met -1 om het totaal negatief te maken (een kooporder geeft immers negatief rendement). Als cel B3 niet de tekst ‘Koop’ bevat, wordt de volgende IF-functie ingezet. Daar evalueert IF of cel B3 de tekst ‘Verkoop’ bevat. Zo ja, dan worden aantal en koers hier ook met elkaar vermenigvuldigd, maar wordt de commissie daar van afgetrokken.

Meer toelichting wordt gegeven op deze pagina van Microsoft Office Support. De syntax van Excel is net iets anders omdat komma’s worden gebruikt in plaats van puntkomma’s, maar de IFS-functie die onder aan het document wordt genoemd is ook bruikbaar in Calc. De eenvoudigere notatie van de IFS-functie vereist geen geneste formule en is op de volgende wijze equivalent zijn aan de formule met de IF-functie hier boven:

=IFS(B3="Koop";((D3*E3)+F3)*-1;B3="Verkoop";(D3*E3)-F3)

Nu zijn deze formules geen noodzaak voor simpele dingen als rendement op aandelen berekenen, maar ik vond het zeker nuttig om op deze wijze meer van het gebruik van Calc en Excel te leren.

De Sony A7 III als opvolger van de Fujifilm X100S

Eerder schreef ik op mijn Engelse weblog over mijn ervaringen met mijn Fujifilm X100S camera. Ik heb deze camera al jaren gebruikt en ontwikkelde er een haat-liefde verhouding mee. Het is een camera die een compact formaat met de goede beeldkwaliteit van een relatief grote APS-C sensor weet te combineren. De sensor werkt samen met een geïntegreerde en capabele 23mm lens (ongeveer gelijk aan de kijkhoek van een 35mm lens op een full frame sensor). De manier waarop de X100S ontworpen is, zoals het ontbreken van de mode draaischijf, maakt het leuk om deze te gebruiken. Maar het gedrag van deze camera om scenes structureel onderbelicht te laten vond ik flink irritant. In theorie is dit op te lossen met de belichtingscompensatie, maar in de praktijk is het vaak gokken om te zien hoeveel compensatie nodig is. Vanwege dit probleem kon ik niet op de JPEG-bestanden vertrouwen en moest ik te vaak de RAW-bestanden bewerken.

Omdat ik deze tekortkoming zo beu werd wilde ik graag een nieuwe camera. Als vervanger had ik de Sony A7 III met full frame sensor op het oog. Mijn lieve Stephanie wist dit, leidde mij geblinddoekt naar een elektronicawinkel en gaf mij deze camera kado voor mijn verjaardag. Het idee is dat deze zowel haar Nikon D5100 vervangt als mijn X100S. We hebben daarom de standaard kit SEL 28-70mm F/3.5-5.6 zoomlens en de Samyang 35mm F/2.8 lens ingeslagen. De zoomlens is voor Stephanie, de 35mm lens is voor mij. Er is veel geschreven over waarom 35mm lenzen een goede keuze zijn, maar voor mij draait het er om dat deze lenzen het beste het perspectief van mijn ogen benaderen. Als we op vakantie te lui zijn om vaak lenzen te verwisselen zal de zoomlens waarschijnlijk vaker gebruikt worden vanwege de flexibiliteit. Maar de Samyang heeft dus wel een iets groter diafragma. En volgens besprekingen zijn de optische prestaties ook beter; meer scherpte en minder vervorming dan de zoomlens.

De 35mm lens maakt van de A7 III een meer potente versie van de X100S. Zoals op de foto is te zien passen beide camera’s toch niet in een broekzak, dus daarom is het kleine verschil in grootte niet zo relevant. Juist omdat de A7 III iets groter is en een grip heeft voor de rechterhand vind ik deze iets fijner in de hand liggen dan de X100S. De lens is veel lichter dan de body, daarom is de camera mooi gebalanceerd als deze om je nek hangt.

Sony A7 III versus Fujifilm X100S

Voor € 315 is de Samyang lens de goedkoopste 35mm lens voor Sony full frame systeemcamera’s. Er zijn ook andere 35mm lenzen:

  1. Sony Sonnar T* FE 35mm F/2.8 ZA voor € 671
  2. Sigma 35mm F/1.4 DG HSM Art voor € 800
  3. Sony Distagon T* Zeiss FE 35mm F/1.4 ZA voor € 1.367

De Sonnar is nauwelijks beter dan de Samyang maar wel veel duurder. De Sigma en de Distagon zijn wel veel beter, want ze hebben een groter diafragma en zijn scherper. Maar ze zijn ook veel groter en zwaarder. Daarnaast heb ik niet zo veel geld over voor een lens met een vaste brandpuntafstand. Het belangrijkste is echter dat het grotere diafragma van deze lenzen mij geen meerwaarde biedt. Voor mijn doeleinden (en waarschijnlijk voor de meeste mensen die 35mm lenzen gebruiken) heb ik niet zoveel aan een groot diafragma omdat het zorgt voor weinig scherptediepte. Ik wil juist veel scherptediepte. De Samyang is goedkoop en compact, daarom is deze voor mij het meest geschikt. Let wel op dat meegeleverde zonnekap en lensdop niet werken in combinatie met een filter.

Ten slotte de A7 III zelf. De reden waarom ik deze camera koos is simpel: de besprekingen lijken unaniem in het oordeel dat deze camera de concurrentie van Canon en Nikon op het prijspunt van € 2.300 (prijs voor de A7 III body zonder lens) platwalst. Ook zijn de videomogelijkheden goed, de X100S was ongeschikt voor video. Toch mist de A7 III iets van de gebruiksvriendelijkheid die de X100S wel heeft. De X100S heeft toegewijde draaiknoppen voor diafragma, sluitertijd en belichtingscompensatie. De A7 III mist deze net als de meeste andere spiegelreflex- en systeemcamera’s. Ik blijf denken dat ik liever een opvolger van de X100S had gehad zonder de onderbelichtingsproblemen. Tegelijkertijd weet ik dat ik met de A7 III ook veel plezier zal hebben. Het enigste wat ik mis bij de A7 III is de mogelijkheid om 4K video (3840 x 2160 pixels) met 60 beelden per seconde op te nemen. De A7 III gaat namelijk niet verder dan 30 beelden per seconde. De Panasonic GH5 kan dat wel en is met € 1.500 een stuk goedkoper.

Het is nu vooral zaak om mijn grootste uitdaging aan te pakken: op de juiste plaats en tijd interessante foto’s en video’s maken. Vanwege mijn beperkte tijd gebruikte ik de X100S vooral op vakantie, omdat ik in Nederland niet zoveel interessante dingen zag die een foto waard waren. Die zijn er natuurlijk wel, maar je moet ze opzoeken. Anders lopen die duizenden euro’s aan camera en lenzen buiten de vakantie vooral stof te vangen.

De dividendbelasting blijft

Op 5 oktober maakte Unilever bekend dat het haar hoofdkantoor niet verhuist van Londen naar Rotterdam omdat haar aandeelhouders tegen het plan waren. Later op de dag kondigt het kabinet aan dat het de afschaffing van de dividendbelasting gaat heroverwegen. Volgens Rutte betekent dat niet dat de afschaffing direct van tafel is. In zijn eigen woorden: “We hebben die maatregel niet voor één bedrijf genomen. Maar de besluiten vandaag van Unilever zijn natuurlijk wel relevant om mee te wegen en dat is aanleiding om af te spreken opnieuw te wegen.”

De woorden van Rutte rijmen niet met de realiteit. De aankondiging van de heroverweging kwam direct na de aankondiging van Unilever. En de actie van alleen Unilever, één bedrijf, is uiteindelijk toch de beweegreden voor de heroverweging. De uitspraak van Rutte heeft geen enkele geloofwaardigheid. Wederom lijkt dit een rookgordijn, ik denk dat Rutte al langer naar een uitweg zocht om af te zien van de afschaffing. De actie van Unilever past in zijn straat omdat hij het makkelijk kon gebruiken als excuus om zonder groot gezichtsverlies de afschaffing te annuleren. En dat het niet direct betekent dat de dividendbelasting afgeschaft zou worden geloof ik voor geen cent, want anders ga je geen twijfel zaaien. Ik weet nu zeker dat de dividendbelasting blijft.

Bedenk ook dat de Unilever’s plan om niet te verhuizen een bar slecht excuus is voor de heroverweging. De verhuizing van het hoofdkantoor naar Rotterdam zou enkele tientallen banen hebben opgeleverd. Zelfs als je er wat indirecte werkgelegenheid bij optelt, stellen tientallen banen niets voor. En wij moeten geloven dat tientallen banen van invloed zijn op een besluit over 1,9 miljard aan gederfde belastingopbrengsten? Dat bedrag zou de staat namelijk mislopen als de dividendbelasting zou worden afgeschaft.

Ander nieuws is dat volgens de Hoge Raad de dividendbelasting juridisch houdbaar is en buitenlandse beleggers niet discrimineert. Het nieuwsbericht is niet echt duidelijk over de argumenten van de Hoge Raad, maar geeft wel een link naar de gedetailleerde uitspraak. Ik heb geen kennis van belastingrecht, maar na de samenvatting te hebben gelezen denk ik het te begrijpen. Denemarken discrimineerde omdat “niet-Deense (beleggings)fondsen niet de keuze hebben om net als Deense fondsen aan de uitgang in plaats van aan de ingang belast te worden”.

De belasting aan de ingang is blijkbaar de belasting die wordt afgedragen aan de staat waar het beleggingsfonds gevestigd is. De belasting aan de uitgang wordt afgedragen aan de staat waar de ontvanger van het dividend is gevestigd, voor zover ik begrijp. In de praktijk biedt de keuze echter geen voordeel, omdat de vrijstelling voor de ingang alleen wordt gegeven als er belasting aan de uitgang wordt betaald. Dat laatste vergt echter zoveel complexe administratie dat in de praktijk geen enkel beleggingsfonds hier voor zou kiezen. Als de Belastingdienst een loket opent waarmee buitenlandse beleggingsfondsen de mogelijkheid wordt geboden om belasting over de uitgang te betalen en zo vrijstelling over de belasting aan de ingang te krijgen, kunnen de beleggingsfondsen de Nederlandse staat niets maken.

De samenvatting is redelijk leesbaar in deze voor leken complexe zaak. Toch viel het onnodige gebruik van Engels mij direct op in het taalgebruik van Advocaat-Generaal P.J. Wattel. Bijvoorbeeld “zowel de lokale, if any, als de Deense bronbelasting” en “zal het niet-ingezeten fonds moeten tracen welke ontvangen dividenden hij dooruitdeelt”. Naar correct Nederlands vertaald “indien van toepassing” en “traceren”. Dit was geen juridisch jargon waarvoor geen Nederlandse woorden bestonden. Jammer dat zelfs de Hoge Raad vatbaar is voor de vervuiling van onze taal met onnodig Engels.

Lili, Howick, Harbers en discretionaire bevoegdheid

Eerder deze maand besloot Mark Harbers, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, om zijn discretionaire bevoegdheid te gebruiken om Lili en Howick alsnog een verblijfsvergunning te geven. Ik had gehoopt dat de staatssecretaris net zo onbuigzaam zou zijn in deze kwestie als het kabinet in haar plan om de dividendbelasting af te schaffen. Ik ben teleurgesteld dat deze staatssecretaris geen ruggengraat heeft.

Nog even wat feiten op een rij: Lili (12) en Howick (13) wonen sinds 2008 in Nederland maar hebben de Armeense nationaliteit. Hun zaak is acht keer beoordeeld door rechters en acht keer luidde het oordeel dat ze geen recht hadden op asiel in Nederland. Armenië is immers een veilig land. Hun moeder was eerder al uitgezet naar Armenië in 2017. Omdat zij de verblijfplaats van haar ondergedoken kinderen verzweeg werd zij zonder hen uitgezet.

Natuurlijk, als je zoals Lili en Howick in Nederland bent opgegroeid zal het lastig zijn om in Armenië te integreren. Maar lastig is niet onmogelijk: als de vluchtelingen die naar Nederland komen hier kunnen integreren, kunnen Lili en Howick toch ook in Armenië integreren? Bij terugkeer naar Armenië zouden Lili en Howick zes maanden in een weeshuis moeten verblijven omdat hun moeder niet voor hen kan zorgen. Als we het comfort in het land van uitzetting tot criterium gaan maken kunnen we iedere asielzoeker uit Afrika of het Midden-Oosten ook wel gelijk een verblijfsvergunning geven. Want een snelle blik op de statistieken van gedwongen vertrek laat zien dat er genoeg mensen worden uitgezet naar nare landen waar het welvaartspeil flink lager ligt dan in Armenië.

Het is in Nederland mogelijk om een uitzetting eeuwig te rekken door keer op keer in beroep te gaan. Maar is het dan onze schuld dat Lili en Howick hier zijn geworteld? Nee! Hun moeder had niet jarenlang in beroep hoeven te gaan, dat was een keuze. Zij accepteerde het risico dat het uiteindelijk tot een afwijzing zou komen en zou daar terecht de gevolgen voor moeten dragen.

Het besluit van Lili en Howick om onder te duiken was effectief een vorm van chantage. Uit zorgen over de veiligheid van de kinderen besloot Mark Harbers hen immers een verblijfsvergunning te verstrekken. Lili en Howick hebben het in hun wanhoop waarschijnlijk niet zo bedoeld, maar het is toch fout. Door toe te geven laat Harbers zien dat onderduiken wordt beloond.

Waar ik de meeste moeite mee heb in deze zaak is het bestaan van de discretionaire bevoegdheid van de staatssecretaris. Er zijn geen regels voor het gebruik van deze bevoegdheid. De staatssecretaris kan naar eigen goeddunken en zonder uitleg besluiten om toch een verblijfsvergunning te geven aan afgewezen asielzoekers. Dit werkt willekeur in de hand. Asielzoekers zoals Lili en Howick die de media en publieke opinie weten te bespelen krijgen wel een verblijfsvergunning, anderen die niet bekend zijn worden wel uitgezet. We hebben juist rechters om die willekeur te voorkomen en objectief te oordelen of de wet juist is toegepast. Het oordeel van de rechtsprekende macht zou definitief moeten zijn. Er zou geen sprake mogen zijn van discretionaire bevoegdheid bij de uitvoerende macht om het oordeel van de rechtsprekende macht ter zijde te schuiven.

Mijn sentimenten over willekeur en stimulering van onderduiken worden blijkbaar gedeeld door IND-medewerkers. Ondertussen is een onderzoekscommissie ingesteld om te onderzoeken hoe dit soort situaties kunnen worden voorkomen. Blijkbaar is het moeilijk om het jarenlange stapelen van juridische procedures voor een asielprocedure te voorkomen vanwege het VN-vluchtelingenverdrag. Als dat zo is moet dat verdrag worden aangepast.

De afschaffing van de dividendbelasting

Het plan van Rutte III om de dividendbelasting af te schaffen is continu negatief in het nieuws. Het kabinet kon immers geen overtuigend bewijs leveren dat het plan een positief effect had op de werkgelegenheid. Het plan slaat ook een gat van 2 miljard in de begroting.

Recent was er nieuws dat de afschaffing noodzakelijk lijkt te zijn om juridische redenen. Het is nu namelijk zo dat de dividendbelasting alleen buitenlandse beleggers treft omdat Nederlandse beleggers deze mogen aftrekken van hun belasting. Denemarken deed hetzelfde, maar werd aangeklaagd door buitenlandse beleggers. Het Europese Hof van Justitie stelde de buitenlandse beleggers in het gelijk omdat het beleid discriminerend was. Als de Nederlandse staat een vergelijkbare rechtszaak verliest zou dat tot gevolg hebben dat buitenlandse beleggers ook een verzoek tot belastingteruggave zouden mogen indienen. Omdat de Belastingdienst niet bij machte is om met zo een grote wijziging om te gaan, zou dat de facto neerkomen op noodzakelijke afschaffing van de belasting. Ik begrijp echter niet waarom plan B – helemaal géén belastingteruggave voor Nederlandse én buitenlandse beleggers – niet mogelijk is.

Ik zie de VVD-bewindslieden er wel voor aan dat zij het plan hebben bedacht omdat de lobby van de multinationals hen dat influisterde. Volgens het nieuwsbericht was het juridische argument mogelijk de werkelijke reden voor Rutte III. Het zou alleen niet zo gecommuniceerd zijn omdat ambtenaren hadden afgeraden het juridische aspect te benoemen. Juist omdat het de juridische positie van de Nederlandse staat zou verzwakken. Heeft Rutte III werkelijk een rookgordijn opgetrokken? Vaak is de simpele uitleg de betere: die VVD-bewindslieden zijn géén politieke geniën maar de pionnen van de multinationals. De lobby voor dit plan gaat al jaren terug en deze juridische dimensie is pas vrij recent in de schijnwerpers gekomen.

Wat de werkelijke reden ook mag zijn, in principe houdt toch niemand van discriminatie? Zeker niet als wij worden gediscrimineerd, zoals bij het Duitse tolheffingsplan. Dat houdt in dat buitenlanders betalen voor het gebruik van Duitse snelwegen, terwijl Duitsers het bedrag terugkrijgen via de wegenbelasting. Eind vorig jaar besloot de Nederlandse staat dan ook om samen met andere EU-lidstaten op te trekken in een rechtszaak tegen Duitsland bij het Europese Hof van Justitie. Dan is het toch consistent om ook de dividendbelasting aan te pakken?

Waar het voor mij uiteindelijk om draait is of het afschaffen van de dividendbelasting op eerlijke wijze wordt gecompenseerd door hogere belastingen op vermogen en winst (waaronder specifiek vennootschapsbelasting op de winst van bedrijven). Het is wachten op de komende Rijksbegroting later deze maand, maar het lijkt inderdaad die richting op te gaan. Het plan zou zijn om het hoogste tarief van de vennootschapsbelasting niet naar 21% te verlagen, maar naar 22% om het wegvallen van de dividendbelasting te compenseren.

Het probleem is dat het hoogste tarief van de vennootschapsbelasting nu nog 25% is en ooit begon met 46%. Nederland laat zich samen met andere staten meesleuren in de belastingconcurrentie. Het idee is dat belastingen voor bedrijven steeds verder moeten worden verlaagd omdat bedrijven zich anders in het buitenland zouden vestigen als de belastingtarieven daar lager zijn. Overweeg nu een aantal andere statistieken. De collectieve lastendruk (de totale opbrengst van belastingen en sociale premies als percentage van het bruto binnenlands product) is sinds 1995 gestegen van 37,2% naar 38,5% in 2017. De opbrengsten van de vennootschapsbelasting als percentage van het bruto binnenlands product stegen van 2,87% in 1995 naar 2,90% in 2017.

De collectieve lastendruk stijgt duidelijk terwijl het aandeel van de vennootschapsbelasting ongeveer hetzelfde blijft. Deze kleine verschuiving is in werkelijkheid ernstiger. Het Centraal Planbureau kan de gelijkblijvende opbrengsten van de vennootschapsbelasting gedeeltelijk verklaren met twee oorzaken. Enerzijds worden de gedaalde tarieven gecompenseerd door een bredere belastinggrondslag, zoals minder aftrekposten en afschrijvingsmogelijkheden en dergelijke. Anderzijds is er ook een verschuiving in rechtsvorm van bedrijven, bijvoorbeeld van eenmanszaken naar besloten vennootschappen (bv’s). Een eenmanszaak betaalt inkomstenbelasting en een bv vennootschapsbelasting. Omdat de vennootschapsbelasting lager is loont het om een bedrijf om te zetten naar een bv. De consequentie is dat de opbrengsten uit de inkomstenbelasting wel getroffen worden.

Bovenstaande is natuurlijk maar een deel van het antwoord omdat we het alleen over vennootschapsbelasting hebben. Helaas kan ik geen goede historische cijfers vinden over de verdeling van de collectieve lastendruk tussen bedrijven en huishoudens. Ik heb een sterk vermoeden dat deze zouden laten zien dat bedrijven een steeds kleiner aandeel bijdragen aan de belastinginkomsten en huishoudens steeds meer. De tarieven van de vennootschapsbelasting iets minder fors verlagen gaat het probleem dus niet oplossen.