Gebruikersonvriendelijkheid van NS Hispeed

Mijn moeder wil met vriendinnen op wintersport en besloot een treinreis te regelen naar de plaats Wörgl in Oostenrijk op de website van NS Hispeed. Zelf herinnerde ik mij dat deze website best wel goed werkte, maar in dit geval was het anders. Het invoeren van ‘Wörgl’ als eindbestemming geeft de mededeling ‘Station wordt niet herkend’ terwijl daar toch echt een treinstation te vinden is.

Ik schiet te hulp en sta ook voor een raadsel. Ik krijg een lange lijst van alternatieve stations van A tot Z die ik misschien wel had bedoeld. Bijvoorbeeld het Deense ‘Aalborg’ om mee te beginnen, dat lijkt natuurlijk best veel op ‘Wörgl’. Dan maar naar de contactpagina, waar ik het 0900-nummer voor € 0,35 per minuut vind en invoer op de telefoon.

De medewerker die ik al snel aan de lijn krijg vertelde mij dat Wörgl wel in te voeren is als bestemming, maar alleen met behulp van de spelling ‘Woergl’. Dat een ‘ö’ naar een ‘oe’ moet worden geconverteerd is volgens haar overigens algemeen bekend. Niet voor mij en mijn moeder in ieder geval. Om volledig te zijn, de Engelse Wikipedia leert dat:

In other languages that do not have the letter as part of the regular alphabet or in limited character sets such as ASCII, O-umlaut is frequently replaced with the digraph ‘oe’.

Maar in het Nederlands is die umlaut wel normaal. Diegene bij NS Hispeed die dit heeft verzonnen kan simpelweg niet goed spellen. Gebruik je de spelling ‘Woergl’ dan wordt het station inderdaad herkent, maar dan is in de volgende stap van de reisplanner te lezen dat de eindbestemming ‘Wörgl Hbf’ is. Ze zijn dus niet eens consistent met hun spelling.

Er van uitgaande dat de reisplanner op de een of andere manier geen umlaut kan verwerken, hoe moeilijk was het nu om bij het invoeren van Wörgl (met of zonder umlaut) die naam automatisch te converteren naar ‘Woergl’ zodat de bestemming alsnog gevonden zou worden?!

En wil je daar over klagen, dan is op de contactpagina alleen een postadres te vinden. Terwijl ze wel hip genoeg zijn om een Twitter account bij te houden is er geen enkele mogelijkheid om snel en gratis een bericht via de website te verzenden waar vervolgens per e-mail op geantwoord kan worden door NS Hispeed. Wat een prutsers.

Naast klantonvriendelijk zijn ze vooral ook te duur. Een retour van Utrecht naar Berlijn kostte mij een jaar geleden € 128, terwijl ik met Ryanair voor een retourvlucht van Eindhoven naar Trapani € 50 betaalde. Toen ik met mijn vader naar London ging besloten we te vliegen omdat de trein toen ook veel duurder was. Voor Parijs opteerden we ook voor de leaseauto omdat de treintarieven buitensporig waren.

Verdere ervaringen met datingsites

Inmiddels zal ik via e-Matching misschien wel op meer dan vijftig profielen hebben gereageerd, met als gevolg tien reacties en twee ontmoetingen die tot niets hebben geleid. En nu is mijn betaalde lidmaatschap bijna verlopen en ben ik door alle profielen die binnen mijn selectiecriteria vallen – academische opleiding, niet roken, lengte tussen de 170 en 193 cm en wonend in de provincie Utrecht – heen. Omdat het een betaalde website is was het ook nog eens geldverspilling. De gratis website dating.studenten.nl die ik al eerder noemde doet eigenlijk precies hetzelfde als e-Matching, het enige probleem is de bekendheid. Zo had ik maar vijf profielen die binnen mijn criteria vallen.

Vandaag heb ik ook nog eens een applicatie voor Facebook genaamd Are You Interested? geprobeerd. Maar wat een waardeloos excuus voor een contactapplicatie is dat, het biedt nauwelijks mogelijkheden om te selecteren. Zo weet de applicatie mijn woonplaats, maar toch krijg ik profielen voorgeschoteld van mensen uit Maastricht en Groningen, en dan heeft de helft van de profielen helemaal geen woonplaats vermeld. Je kunt alleen uit een bereik van leeftijdsgroepen kiezen, waardoor ik gedwongen werd om 18–24 te kiezen terwijl 25 voor mij ook prima was. Voeg daar nog eens aan toe dat de gebruikersinterface schreeuwerig en lelijk is, dat er constant gezeurd wordt om kado’s (wat dat ook mag voorstellen) te sturen naar de profielen die je leuk vindt en om betaald lid te worden. Hoe het precies zit weet ik niet omdat het niet staat uitgelegd op de onduidelijke website van AYI, maar ik krijg de indruk dat er ook betaald moet worden om te reageren. Binnen een half uur had ik deze applicatie er al weer uitgeschopt, ik voel er ook weinig voor om een vergelijkbare applicatie zoals Zoosk te proberen.

Misschien wordt het maar eens tijd om de datingsites de deur te wijzen en in het Echte Leven op zoek te gaan.

Succesvoller datingsites gebruiken

Ik heb nu al een paar weken ervaring met datingsites. StudentDating leverde niets op omdat de profielen waar ik op reageerde, ongeveer vijf, allemaal inactief waren. Daarmee was het aantal interessante profielen ook al snel opgedroogd. Op e-Matching waren veel meer profielen te vinden, maar ontving ik nauwelijks reacties: van de ongeveer vijftien profielen waar ik een bericht naar had gestuurd stuurden drie vrouwen een reactie terug en één vrouw had mij als eerst een bericht gestuurd, de rest negeerde mij. Om hier iets aan te veranderen zal ik een aantal maatregelen nemen.

  • Het deel van de tekst waarmee ik met (te) veel woorden vertel dat het onbeleefd is om niet te reageren als mensen je een bericht sturen verwijderen. De aso’s die mij negeren zullen zich er waarschijnlijk toch niets van aantrekken, en potentieel geïnteresseerde vrouwen worden alleen maar afgeschrikt door  al die uitingen van frustratie.
  • Inkomen veranderen naar ‘minimum’ in plaats van ‘geen’. Omdat mijn werk bij OGD op oproepbasis is en ik vooral inval voor anderen de laatste tijd kan het voorkomen dat ik een maand echt niets verdien, maar vaak is het wel een paar honderd euro. Omdat ik mijn inkomen niet serieus nam had ik voor ‘geen’ gekozen, maar ik kan het glas beter als halfvol zien en voor ‘minimum’ kiezen. Voor vrouwen is de sociaal-economische status van mannen immers een belangrijk criterium (Pawłowski, 2000). Ik ben al bezig een andere baan te zoeken die vast werk biedt, maar dat is tot nu toe zonder succes. Financieel zit ik in veilig vaarwater omdat ik zuinig ben en voldoende reserve op mijn bankrekening heb staan (al verdampt de waarde van mijn aandelen door de crisis), maar dat is niet iets wat direct uit een profiel is op te maken natuurlijk, vandaar het belang van de beeldvorming.
  • Een betere portretfoto. Hier heb een fotograaf met een studio en de juiste belichting voor nodig. Ik lijk rond mijn huis geen geschikte plek te hebben om goede portretfoto’s te nemen. De foto die in het onderdeel ‘Over mij’ staat is ook rond mijn huis genomen, maar deze foto is niet goed: mijn donkergroene irissen zijn niet van mijn zwarte pupillen te onderscheiden. Ook moet ik wat andere foto’s in mijn verzameling zien te vinden, want alleen een portretfoto uit een fotostudio is te saai. Dit punt is erg belangrijk, want foto’s zeggen natuurlijk meer dan duizend woorden en de eerste indruk telt.
  • Interesses die niet in mijn voordeel werken voor de eerste indruk – want dat biedt een profiel immers, niet meer dan een eerste indruk – niet noemen in mijn profiel. Interesses zoals computergames en -hardware moet ik niet noemen omdat mijn vermoeden is dat vrouwen geneigd zijn te denken dat je dan een nerd bent, ook al besteed ik er tegenwoordig maar zo’n zeven uur per week aan. Zeker als je vrije software noemt, dan heeft 90% al geen idee waar je het over hebt. Zoiets kan je wel in je CV zetten, maar beter niet in je profiel op een datingsite. Schrijven voor je weblog bijvoorbeeld wordt daarentegen weer gewaardeerd vanwege het creatieve aspect.

Tegenover mijn profiel staan de profielen van de vrouwen. De tweede soort overwegingen die genomen moeten worden is op welke profielen ik zou moeten reageren, wat zouden mijn criteria moeten zijn.

  • In het verlengde van het principe dat de man financiële zekerheid moet kunnen bieden zou ik alleen moeten reageren op profielen van vrouwen die net als mij ook nog studeren. Ik heb wel geprobeerd om op profielen te reageren van vrouwen die wel net een baan hebben, maar het is kansloos. Je zou denken dat het niet zoveel uitmaakt omdat ik over een half jaar ook een master diploma heb en een baan kan gaan zoeken, maar dat is wel zo. Dat betekent niet dat ik het helemaal niet meer zou moeten proberen, maar ik moet er van uitgaan dat het nergens toe zal leiden.
  • Pawłowski (2000) geeft een lange opsomming van de voordelen die gemiddeld langere mannen genieten, onder meer betere gezondheid, beter mentaal vermogen, hogere aantrekkelijkheid, hogere intelligentie en sociaal-economische status. Wat relevant is in deze context is dat vrouwen een voorkeur hebben voor lange mannen, maar niet te lange. Een precieze lengte wordt gegeven door onderzoek van Swami et al. (2008) in Groot-Brittannië. In een groep van 901 Britten moest de ideale man volgens vrouwen een lengte van 179,75 cm hebben terwijl de gemiddelde lengte van mannen in de groep 175,78 cm was. De lengte van de ideale vrouw zou 167,64 cm moeten zijn terwijl het gemiddelde 166,51 cm was. Deze uitkomsten waren conform de verwachtingen die waren gewekt door eerdere studies. Mijn lengte is 193 cm en de gemiddelde Nederlandse vrouw is 169 cm lang. Concreet betekent dat voor mij dat ik zoek (e-Matching biedt de mogelijkheid om op lengte te zoeken) naar vrouwen die tussen de 170 en 195 cm lang zijn. Dat deed ik al dus hoef ik niets te veranderen.
  • Mannelijke twintigers zoeken vrouwen die even oud zijn als henzelf of gemiddeld twee tot vier jaar jonger zijn. Vrouwen zijn daarentegen op zoek naar mannen die ouder zijn dan henzelf (Pawłowski, 2000). Ik zoek daarom naar vrouwen met een leeftijd van 18 tot 25 om zo veel mogelijk profielen te vinden, al zegt mijn intuïtie dat een leeftijd jonger dan 20 iets te jong voor mij is. Ook hier hoef ik niets te veranderen omdat ik dit al deed.

Referenties:

Pawłowski, B. (2000). The biological meaning of preferences on the human mate market. Anthropological Review, 60, 39–72. Hier downloaden.
Swami, V., Furnham, A., Balakumar, N., Williams, C., Canaway, K. & Stanistreet, D. (2008). Factors influencing preferences for height: A replication and extension, Personality and Individual Differences, 45(5), 395–400.

Wat profielen van vrouwen op datingsites mij leren

Allereerst een waarschuwing, met dank aan Richard: ik had mij niet gerealiseerd dat het sarcasme op sommige punten in deze post anders kan worden geïnterpreteerd. Neem deze post met een korrel zout, zie ook de reacties.

Sommige vrouwen willen dominante mannen. In sommige profielen wordt dit expliciet geschreven (waarna vaak een nuance volgt) of het wordt niet met zoveel woorden geschreven, in een aantal profielen las ik bijvoorbeeld dat vrouwen een man zoeken die hen ‘onder de duim kan houden’ of ‘op mijn plaats kan zetten’. En ik dacht nog dat het idee dat vrouwen zich aangetrokken voelen tot dominante mannen een verzinsel van de mannen zelf was! Blijkbaar zit er ergens toch een kern van waarheid in. Ik schrijf bewust sommige omdat je het niet in alle profielen leest maar het is, laten we zeggen, statistisch significant.

Vrouwen willen mannen met humor. Dit is een cliché wat in ieder profiel lijkt voor te komen. Als je dat keer op keer leest ga je haast denken dat ze een soort Youp van’t Hek of Hans Teeuwen willen met een zesde zintuig voor huimor. Ik weet natuurlijk dat dit beeld niet klopt, de soep wordt niet zo heet gegeten als deze wordt opgediend, maar toch denk ik dat er te hoge eisen worden gesteld. Ik kan mij maar weinig mannen voorstellen die helemaal geen enkel gevoel voor humor hebben, is enig gevoel voor humor niet inherent aanwezig in iedere man met redelijke sociale vaardigheden en een goede stemming? Het verschil zit vooral in de gradatie, weinig, minder, meer of veel. Ik zou mijzelf in de categorie ‘weinig’ plaatsen, sporadisch weet ik een grappige opmerking te maken maar ik ben niet bijdehand genoeg om mijzelf als iemand met een noemenswaardig gevoel voor humor te zien. Toch denk ik dat vrouwen mij niet zouden afkeuren op basis van mijn vermeende gebrek aan humor. Is het misschien niet zo dat humor een soort van standaardeis van vrouwen is, die tot stand komt onder sociale conditionering? Ik betwijfel of vrouwen echt bewust die eis stellen, het heeft immers pas nut om een eis te stellen als een significant deel van potentiële mannen daar niet aan kan voldoen, maar dat is dus niet zo als we er van uitgaan dat het grote merendeel van de mannen een gevoel voor humor hebben dat voldoende is.

Vrouwen kijken te weinig oude films. Soms is er een uitzondering wanneer iemand The Godfather in haar profiel heeft staan , maar uit de profielen blijkt dat vrouwen kinderen van hun tijd zijn die hun klassiekers niet kennen. Vaak staan alleen maar recente films vanaf de jaren ’90 in de favoriete films vermeld. Het feit dat het hier gaat om profielen van mensen met een universitaire opleiding maakt mij pessimistisch. Nee, Lord of the Rings is goed maar bij lange na niet zo goed om een favoriete film te zijn! Ik heb bewust Seven Samurai, Once Upon a Time in the West, Ong-Bak en Persepolis in mijn favorieten gezet om met een meer gebalanceerde selectie van favorieten hier de tegenaanval in te zetten. Maar ik moet ook toegeven, films als Casablanca, The Great Dictator en Seven Samurai worden nooit op televisie uitgezonden en ze zijn ook niet in de videotheek te vinden, ze zijn alleen te koop op DVD. Omdat het te begrijpen is dat veel mensen deze films niet kennen kan ik het ze vergeven. Om nog een andere uitzondering te noemen, het viel mij op dat van de tientallen profielen die ik heb gelezen er een persoon was die een anime film in haar profiel staan, Ghost in the Shell. Dat leverde in mijn ogen veel bonuspunten op.

Vrouwen lezen te weinig oude literatuur. Hier gaat hetzelfde op als bij de films. In een enkel profiel van iemand die net als ik Geschiedenis had gestudeerd las ik ‘klassieke literatuur’ als favoriet, maar het merendeel blijkt vaak fan van Harry Potter, Haar naam was Sarah of Dan Brown. Nu lees ik zelf vanwege mijn desinteresse in moderne fictie en mijn interesse als historicus geen fictie die na de Middeleeuwen is geschreven, maar als ik wel van fictie zou houden, wat zou ik dan doen? Dan zou ik Tolstoj en Dostojevski lezen. Fitzgerald, Hemingway en Twain. Dickens en Austen. Als er zoveel klassiekers zijn waarom zou ik dan tijd besteden aan het lezen van de eerder genoemde meer recente titels die, hoewel ze ook zeker hun kwaliteiten zullen hebben, in het niet vallen bij het werk van deze oudere auteurs? Zelfs de tien Nederlandse boeken die tot beste boek werden verkozen heb ik in geen enkel profiel teruggezien. En waar op het terrein van films eerst nog een excuus was dat oudere films moeilijker te vinden zijn, is Anna Karenina gewoon gratis en voor niets van de website van Project Gutenberg te downloaden. Er zullen ongetwijfeld profielen tussen zitten van historici en literatuurwetenschappers die wel een verfijnde smaak voor literatuur hebben, maar de hoogopgeleide massa stelt mij teleur.

Vrouwen schrijven vaak beknopte profielen. Na tientallen profielen te hebben gelezen had ik het idee dat in te veel profielen vooral een aantal clichés worden opgerateld over wie de vrouw achter het profiel zelf is en wie ze zoekt. Het is grappig om te zien dat sommige vrouwen dat zelf ook erkennen met teksten zoals ‘maar dat is iedereen op deze website toch?’. Mensen vertellen te weinig over zichzelf, een CV vertelt meer over de persoon dan de informatie in het profiel. In het profiel staat vaak te weinig informatie voor mij om effectief te bepalen of er een overeenkomst te verwachten is tussen onze persoonlijkheden. Op e-Matching is alleen het opleidingsniveau in te voeren als gegeven, maar is het aan de gebruiker zelf om hun opleiding te noemen in hun profiel. Veel vrouwen laten dat na. Jammer, want ik zou het graag willen weten, ik denk dat ‘je bent wat je studeert’ een idee is dat wel tot op zekere hoogte van toepassing is. Zelf denk ik juist goed na over hoe ik mij het beste kan presenteren in mijn profiel, en is mijn tekst met 445 woorden waarschijnlijk dubbel zo lang als het gemiddelde profiel van de vrouwen.

Vrouwen maken soms spelfouten in hun profielen. Dit is net als de eerder opgemerkte beknoptheid van sommige profielen voor mij een indicatie dat een deel van de vrouwen snel een tekst schrijft om in het profiel te plaatsen zonder er lang bij stil te staan. Natuurlijk vertellen we onszelf, mijzelf inclusief, dat het om een profiel op een datingsite gaat en niet een sollicitatiebrief en dat we mensen niet beoordelen op basis van iets triviaals als een of twee duidelijke spelfouten. Maar toch laat het geen positieve eerste indruk achter, hoe je het ook wendt of keert een spelfout wordt nooit als iets positiefs gezien. Ze zijn makkelijk vermijdbaar en daarom is er alle reden toe om net even die minuut extra te besteden om de tekst door de spellingscontrole te halen.

Mijn ervaringen met datingsites: e-Matching en StudentDating

Sinds een paar dagen ben aan de slag gegaan op twee datingsites, de gratis datingsite StudentDating en de betaalde datingsite e-Matching. Het verschil lijkt sterk op dat tussen de gratis aanbieders van kameradvertenties en het betaalde Kamernet waarover ik eerder al een klaagzang schreef.

StudentDating is exclusief gericht op studenten en is internationaal. Dat is goed omdat het zo ook toegankelijk is voor internationale studenten in Nederland, met andere woorden een breder publiek heeft toegang. De datingsite e-Matching heeft alle hoogopgeleiden als doelgroep, is niet internationaal, en vraagt een prijs voor de mogelijkheid om zelf het initiatief te kunnen nemen om op profielen te reageren. Een profiel plaatsen is gratis, en reageren op berichten van anderen is dat ook. Wil je op eigen initiatief een reactie kunnen versturen dan zal er minimaal € 17,95 per maand moeten worden betaald. Wanneer je voor meerdere maanden lid wordt krijg je een korting, met als risico dat je geld ‘weggooit’ als je eerder de juiste persoon vind, of wanneer je na dat aantal maanden lidmaatschap nog steeds niemand hebt gevonden en weer opnieuw moet betalen. Identiek aan dat vervelende prijsmodel van Kamernet.

Om het zakelijke model van e-Matching te beschermen is het dus ook niet toegestaan om links te geven in een profiel. Dan is er immers de mogelijkheid dat er buiten e-Matching om gecommuniceerd kan worden zonder dat de gebruiker betaalt. Logisch, maar de consequentie is dus wel dat ik in mijn profiel geen link kan geven naar weblog, een belangrijk deel van mijn identiteit waar ik anderen op wil wijzen. Als ik ga betalen kan ik wil in berichten die ik naar anderen stuur verwijzen naar mijn weblog, maar nooit in mijn profiel, blijkt uit mijn correspondentie met de profielen politie van e-Matching. Op StudentDating kan een gebruiker daarentegen wel links plaatsen, ook naar profielen op sociale netwerken en video’s op YouTube, omdat het natuurlijk een gratis datingsite is die inkomsten uit advertenties haalt. Ondanks alle populariteit van sociale netwerken tegenwoordig is e-Matching vanwege haar zakelijke model gedwongen om die uit te sluiten. De moraal van het verhaal: gratis kan beter zijn. Net zoals vrije software (in sommige opzichten) beter kan zijn dan software die dat niet is.

Een ander argument waarom gratis beter kan zijn is dat gratis datingsites een groter publiek aantrekken omdat – sorry voor het intrappen van de open deur – er niet betaald hoeft te worden. Het probleem is echter dat deze theorie niet werkt in de praktijk. Ik, en jullie waarschijnlijk ook, kennen e-Matching van die flauwe reclame op de televisie. StudentDating heeft geen indrukwekkend advertentiebudget en was mij volstrekt onbekend totdat ik via Google op een overzicht van datingsites terecht kwam. Een zoektocht op beide datingsites leert mij dat op e-Matching meer interessante vrouwen voor mij zijn te vinden dan op StudentDating.

In feite zou ik dus alleen maar betalen voor e-Matching vanwege het ledenbestand. Een datingsite als e-Matching is hetzelfde voor dating als Kamernet is voor kamers en Microsoft voor software. Natuurlijk, e-Matching heeft wel een iets beter afgewerkte website, maar dat is geen zwaarwegend voordeel. Omdat ik weinig zin heb om enkel te betalen voor een groter ledenbestand ga ik voorlopig eerst aan de slag met de profielen op StudentDating die mij interesseren, ik ga pas betalen voor e-Matching als ik via StudentDating niemand vind.

Master gevonden, hospiteren en frustraties met Kamernet

In mijn vorige  post schreef ik over mijn zoektocht naar een andere masteropleiding. Inmiddels heb ik al een bewijs van toelating ontvangen voor de master Public Administration aan de Universiteit Leiden met als specialisatie Politics & Bureaucracy. Tot zover alleen nog een bewijs van toelating en geen post die mij uitlegt waar ik wanneer aanwezig moet zijn voor een introductie, maar dat is ook mijn eigen fout omdat ik mij na de uiterste aanmelddatum van 15 juni had aangemeld. Inmiddels ben ik al even op zoek naar een kamer en heb ik al drie hospiteeravonden achter de rug. Ik wil namelijk absoluut woonruimte delen met andere studenten na mijn negatieve ervaring met zelfstandige woonruimte in Rotterdam en mijn positieve ervaringen met het leven bij een gastgezin samen met andere vrijwilligers in Nepal.

Het vinden van een studentenkamer is voor mij niet makkelijk. Reageren en uitnodigingen krijgen voor een hospiteeravond is makkelijk, dat is een kwestie van een goede reactie schrijven en die later weer eventueel met enige aanpassing hergebruiken. Bij de eerste hospiteeravond had ik simpelweg te veel concurrentie, daar kwamen iets van zes anderen op af. De tweede hospiteeravond ging veel beter, ook daar waren veel mensen verwacht maar kwamen er maar vier anderen opdagen. Blijkbaar gebeurt het wel vaker dat veel mensen reageren en worden uitgenodigd, later om de een of andere reden niet meer geïnteresseerd zijn en zich dan niet meer afmelden. Deze keer was het mogelijk om vanwege het geringe aantal aanwezige genodigden één op één gesprekken te houden met de huisgenoten, in tegenstelling tot de drie vragenrondes van de eerste hospiteeravond. Er waren dus iets van vier of vijf huisgenoten aanwezig op de tweede hospiteeravond, terwijl er meer dan vijftien in het huis woonden, maar die waren blijkbaar niet aanwezig of op vakantie. Dat lijkt een patroon te zijn op de hospiteeravonden die ik tot zover heb bezocht. Ik vind het vreemd (met uitzondering van afwezigheid bij vakanties), als ik een huisgenoot was zou ik erg geïnteresseerd zijn in wie ik in huis kan halen.

Tijdens deze tweede hospiteeravond ging ik beter te werk en heb ik veel gekletst en mij meer proberen te onderscheiden. Wederom zonder success. De derde hospiteeravond was in dezelfde studentenflat, maar dan met huisgenoten die mij nog beter gezelschap leken te zijn en die hun woonruimte iets beter verzorgden. Voor het eerst dacht ik werkelijk, met deze mensen wil ik graag de woning delen. Bij deze hospiteeravond waren er vier huisgenoten en drie andere kamerzoekenden aanwezig, en ik schatte mijn kansen op success hoog in. Maar ik viel alweer buiten de boot. Soms ook tot de verbazing van anderen die een woning zochten, waarvan een mij op de tweede hospiteeravond vertelde dat hij had verwacht dat de keuze op mij zou zijn gevallen. Een ander uitte een ‘so…’ van verbazing toen ik een veel uitgebreider verhaal hield op de derde hospiteeravond dan de anderen om mijzelf te introduceren. Volgens mij is mijn grootste probleem dat ik masterstudent ben. Dat is voor zover bijna de enige reden geweest voor huisgenoten om mij niet uit te nodigen voor een hospiteeravond (en als dat geen reden is wordt ik dus in bijna alle gevallen wel uitgenodigd) en om mij niet te kiezen als huisgenoot. Want als masterstudent blijf ik er niet langer dan een jaar en ben ik met 24 jaar soms ook nog als nieuwkomer de oudste in huis. Ik kan wel begrijpen dat een huisgenoot van 19 jaar daar niet op zit te wachten.

De eerste drie hospiteeravonden ben ik op het spoor gekomen via de woningcorporatie SLS Wonen. Omdat daarna het aanbod via SLS Wonen begon te slinken (ik wil niet meer dan € 250 neerleggen voor een kamer) moest ik mijn heil zoeken op andere websites om aan een kamer te komen. Dat is tot mijn onvrede Kamernet geworden, omdat deze het grootste aanbod van advertenties lijkt te hebben en simpelweg omdat andere websites zuigen. Inmiddels heb ik al op drie advertenties via Kamernet gereageerd. Een daarvan was voor een zeer ruime kamer voor minder dan € 200 inclusief die antikraak was en waarvan de bewoners bewust naar iemand tussen de 20 en 30 jaar oud zochten. Dat maakte met mij een uiterst geschikte overeenkomst, maar ik heb niet eens een antwoord ontvangen op mijn reactie. Uiteraard sprong ik met mijn hoofd tegen het plafond van frustratie omdat ik om de een of andere mysterieuze reden niet eens een reactie kreeg. De overige twee reacties hebben wel tot uitnodigingen geleid voor hospiteeravonden vanavond en morgenavond.

De website van Kamernet werkt redelijk goed, maar ik heb een groot probleem met het zakelijk model van deze website. In de advertenties zijn geen huisnummers te zien en om te reageren en vervolgens bij een uitnodiging het huisnummer te zien te krijgen moet betaald worden. En dan is het prijsmodel om reactiemogelijkheden te kopen ook nog eens heel slinks manipulatief. Één reactiemogelijkheid kost kost € 3,50 (!), maar 30 mogelijkheden kosten € 29,95. Stel je voor, als er tien huizen in plaats van één zouden worden gebouwd zou je schaalvoordelen hebben en zouden de marginale kosten lager zijn. Maar we hebben het hier over bits die door kabels worden gepompt, in dit geval zijn marginale kosten zo goed als nonexistent. Kamernet maakt misbruik van de onzekerheid in de zoektocht naar een kamer: zou ik tien reactiemogelijkheden kopen en riskeren dat ik duurder uit ben wanneer ik na tien reacties nog geen kamer heb, of zal ik er twintig voor minder kopen en riskeren dat veel reactiemogelijkheden ongebruikt blijven wanneer ik al snel een kamer heb gevonden? Volgens Kamernet zelf komt de bijdrage voor reageren ‘onder andere ten goede van marketingcampagnes om nieuwe verhuurders te werven voor de site zodat het kameraanbod voor onze leden nóg groter wordt’. Tuurlijk, alsof de bewoners van studentenhuizen die op zoek zijn naar nieuwe huisgenoten niet uit zichzelf de weg weten te vinden naar de website van Kamernet. Nota bene, de website van de Universiteit Leiden linkt zelfs naar Kamernet. Al die overbodige marketeers die ze in dienst willen nemen, afgaande op hun weblog, moeten ook ergens van eten. Maar als het aan mij ligt liever van niet het spaargeld van hardwerkende studenten.

Daarnaast leiden kosten voor het reageren op advertenties tot meer terughoudendheid bij geïnteresseerden om te reageren. Zelf besloot ik pas te dokken voor Kamernet toen ik geen andere mogelijkheden meer zeg om advertenties te vinden. Omdat ik aanneem dat adverteerders willen dat hun advertentie tot zo veel mogelijk reacties leidt (dan hebben ze immers meer keuze) benadelen adverteerders zichzelf met deze betaalmuur van Kamernet. Ik merk op dat het plaatsen van een advertentie gratis is. Maar er zijn genoeg andere zakelijke modellen die door vergelijkbare websites worden gebruikt en laten zien dat het ook anders kan. Bijvoorbeeld Marktplaats. Marktplaats biedt bijvoorbeeld ook de mogelijkheid om advertenties voor kamers te plaatsen. De tragische ironie was dat toen ik een paar weken geleden zocht op Marktplaats naar kamers in Leiden alle advertenties doorverwezen naar de advertentie op Kamernet voor die kamer om te reageren. Zucht. Maar het punt is, bij Marktplaats is reageren altijd gratis en is het plaatsen van de advertentie gratis of betaald afhankelijk van de rubriek. Marktplaats probeert ook munt te slaan uit het verkopen van extra’s, zoals het weer opnieuw bovenaan laten zetten van de advertentie.

Ik denk dat een website die bemiddelt voor studentenkamers in principe gratis zou kunnen zijn. Al die marketeers die Kamernet moet onderhouden zijn niet nodig, een website kan ook populair worden door mond-op-mond reclame. Er zijn ook succesvolle nieuwswebsites zoals bijvoorbeeld Tweakers.net die naar ik aanneem aardig wat inkomsten vergaren met advertenties die in beperkte mate aanwezig zijn en wat extra betaalde dienstverlening bieden. Facebook laat nog meer advertenties zien. Een Kamernet killer zou ook gebruik kunnen maken van advertenties als enigste inkomstenbron, in tegenstelling tot Kamernet wat nu helemaal geen advertenties (en dan bedoel ik dus banners, om verwarring te voorkomen) laat zien. Immers, een dergelijke website zou best intensief gebruikt worden door een brede, jonge leeftijdsgroep, dus dat is aantrekkelijk voor adverteerders. En het is nu ook niet zo dat de aanwezigheid van advertenties mensen ervan weerhoudt om Facebook te gebruiken, al voel ik mij wel wat… ongemakkelijk als ik weer die advertenties voor daten met single moeders te zien krijg op Facebook.  Eventueel vraag je een klein bedrag van een paar euro voor extra dienstverlening zoals een berichtenservice wanneer er een kamer beschikbaar komt die aan de zoekcriteria van een gebruiker voldoet.

Deze dominante positie die Kamernet nu heeft en het gemak waarmee dat clubje hardwerkende studenten kan uitkleden slaat nergens op en is niet nodig. Ik heb ik een steengoed zakelijk model uiteengezet voor een website die Kamernet kan doodconcurreren, het kan haast niet anders dan dat iemand hier de draad oppakt en aan het werk gaat om een concurrent te beginnen. In het onwaarschijnlijke geval dat niemand anders met mijn idee aan de haal gaat zou ik het misschien zelf oppakken, als ik tijd te veel heb.

Geen studie in het buitenland dit jaar

Alweer heb ik wat in te halen aan posts op mijn weblog, dus ik ga weer even terug in de tijd. Aan het einde van het vorige studiejaar begon ik met mijn zoektocht naar een buitenlandse universiteit om twee achtereenvolgende blokken (een half studiejaar) in het buitenland te studeren. Ik begon daar zo laat mee omdat ik twijfelde of ik de drie cursussen die ik tegelijk volgde in het derde blok van mijn derde studiejaar wel tot een goed einde kon brengen; ik ben daar in geslaagd, maar had ik bijvoorbeeld Grondslagen van de Geschiedenis niet gehaald, dan had ik die cursus in het derde blok van dit vierde studiejaar moeten herkansen. Was dat zo gegaan, dan had ik geen twee achtereenvolgende blokken meer die vrij waren om in het buitenland te studeren en was alle voorbereiding voor niets geweest. Consequentie van het late begin was dat bijna alle plaatsen die door het universiteitsbrede International Office werden aangeboden al waren vergeven, alleen het facultaire International Office van Geesteswetenschappen had nog een divers aantal restplaatsen over.

Inmiddels zag ik door de bomen het bos niet meer, maar gelukkig was de medewerker van het facultaire International Office erg behulpzaam. In tegenstelling tot het universiteitsbrede programma kon ik alleen kiezen uit universiteiten binnen Europa. Met behulp van de medewerker kwam ik te weten dat de beschikbare universiteiten in Duitstalige landen en Frankrijk, Spanje, Portugal en Italië niet eens onderwijs in het Engels aanboden, dus die landen vielen al snel af. Ligt dat aan chauvinisme, of een gebrek aan internationale oriëntatie? Interessante plaatsen in het Verenigd Koninkrijk waren al vergeven, en hadden sowieso niet mijn voorkeur omdat de Engelstalige wereld te bekend is voor mij.

Daarna raakte ik erg geïnteresseerd in het aanbod van de Universiteit van Linköping, in Zweden. Mijn probleem met alle universiteiten die ik had onderzocht, waaronder ook deze, is het beperkte aanbod aan cursussen. De Arts and Sciences faculteit (het uitwisselingprogramma liep via de faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit Utrecht, dus bij de ontvangende universiteit ben ik ook beperkt tot die faculteit) biedt bijvoorbeeld maar één bachelorcursus aan op het gebied van Geschiedenis die ook nog eens totaal niet interessant is. Het aanbod op het terrein van Business Studies en Political Science was veel groter en aantrekkelijk genoeg voor mij om daar twee blokken te willen studeren.

Het probleem van Zweden is echter dat het wel veel mooie blonde vrouwen heeft, maar dat het klimaat iets minder aantrekkelijk is dan in Nederland en vooral dat het prijspeil ook vergelijkbaar is met Nederland. Ik dacht, als ik toch naar het buitenland ga, dan kan het toch maar beter ergens zijn waar het goedkoop is en bij voorkeur met een beter klimaat. De impressie die het land geeft op een CV speelde ook mee, wat dat betreft zou het Verenigd Koninkrijk dus laag scoren. Wat betreft mijn financiële bezwaren had de medewerker van het facultaire International Office een goede suggestie, namelijk het zoeken van een universiteit in Oost-Europa. Zij had zelf een half studiejaar in Hongarije gestudeerd. In Oost-Europa wordt veel Engelstalig onderwijs gegeven en is het bedrag van de Erasmusbeurs (uitgaande van € 200 of € 250, dat weet ik niet zeker) genoeg om de huur te betalen. Ook zou het natuurlijk meer interesse wekken op mijn CV dan Zweden.

Uit het aanbod van restplaatsen kwam ik uit op de Universiteit van Pécs in Hongarije. Mooi meegenomen is dat deze plaats een iets beter klimaat dan Nederland heeft, maar dat maakt dus niet zo veel uit. Na heel veel e-mailen met de Erasmus (de naam van het Europese uitwisselingsprogramma via welke de de Universiteit Utrecht en de Universiteit van Pécs blijkbaar een uitwisselingsovereenkomst hebben) coördinator van de website om onduidelijkheden over het hele proces te verhelderen – het aanmeldingsformulier moest echt via de snail mail helemaal naar Hongarije verstuurd worden, e-mailen of zelfs faxen was niet mogelijk – kwam ik eindelijk bij het punt aan waarop ik alles begreep en de cursussen die ik wilde gaan volgen ging uitzoeken. Na wat e-mails werd duidelijk dat ik de Engelse Erasmus Guide (merk op dat er geen categorisering van cursussen is, het is één lange pagina waar je flink mag scrollen) helemaal niet moest gebruiken voor het uitzoeken van mijn cursussen, maar deze website die in het Hongaars is. Mijn Hongaars is helaas niet wat het moest zijn, gelukkig was er nog wel een Word-document van een paar regels bij het antwoord per e-mail bijgevoegd dat toelichtte hoe ik via alle Hongaarse woorden tot de selectie van Engelse cursussen moest komen. Alleen de cursusbeschrijvingen waren Engelstalig, de rest Hongaars, probeer er dan maar eens achter te komen in welke tijdseenheid een cursus wordt gegeven. Ook worden er gigantisch veel cursussen getoond, zonder mogelijkheden om tot een nauwkeurige selectie te komen, in een heel klein venster. Je mag je dus een ongeluk scrollen.

Toen ik na veel bloed, zweet en tranen eindelijk door had welke cursussen ik kon volgen, besloot ik maar af te zien van studeren in het buitenland. De Universiteit van Pécs had geen interessante cursussen te bieden, zeker niet op een moment dat ik (tegen die tijd) al genoeg studiepunten voor mijn bachelor in mijn zak had en mijn enige motivatie dus was om ervaring op te doen in het buitenland en tegelijkertijd nog interessante cursussen te volgen. De laatste datum voor aanmelding bij de Universiteit van Linköping was al verstreken op het moment dat ik mij dat realiseerde. Wat ook meespeelde was dat ik studiemoe was, naast drie jaar voor de bachelor van Geschiedenis had ik al twee jaar op het HBO en twee jaar op universiteiten (een jaar in Rotterdam, en een jaar extra in Utrecht) besteed. Er waren nog wel andere universiteiten in Oost-Europa, maar deze hadden ook niets interessants te bieden. Misschien had ik iets beters kunnen vinden als ik er op tijd bij was geweest, maar omdat ik toch genoeg heb van studeren wil ik liever een stage in het buitenland gaan volgen, daar zal ik later meer over schrijven.

Veel universiteiten, echt niet alleen Oost-Europese (maar wel primair uit die landen en enkele Oost-Aziatische landen), waarvan ik de websites heb bezocht hebben gigantisch slecht ontworpen websites. Alsof hun website ontwerpers nog nooit van usability hebben gehoord. In mijn zoektocht heb ik te maken gehad met slechte en vooral half vertaalde websites, informatie die simpelweg ontbreekt, een onduidelijke hiërarchie van de website en een lang of heel onduidelijk pad van links door de hiërarchie van de website vanaf de beginpagina naar de pagina met de voor studenten van uitwisselingsprogramma’s relevante informatie. Dan heb ik het vooral over welke Engelstalige cursussen ik kan volgen als student van een uitwisselingsprogramma. Die informatie is belangrijker dan alle informatie voor buitenlandse studenten over procedures, hoe het leven in het land van de universiteit is, enzovoort. Cursusinformatie moet het meest eenvoudig beschikbaar zijn, als ik die informatie heb verwerkt kan ik beslissen of ik wel of niet in die universiteit geïnteresseerd ben en of ik de overige relevante informatie wil raadplegen. Veel websites lijken er op te rekenen dat het denkproces van de student (ik neem aan dat andere studenten ook in mijn volgorde denken) andersom gaat. Ik heb tijdens mijn zoektocht naar een buitenlandse universiteit tientallen websites van universiteiten bekeken, en het heeft mij zoveel frustratie opgeleverd dat ik inmiddels de ontwerper van de website van de Universiteit van Linköping wil aanbidden, verafgoden en doodknuffelen. Want die website is absoluut het beste voorbeeld van een website van een universiteit die ik heb gezien. De hiërarchie van die website is simpel, duidelijk, en binnen een paar minuten kan ik zien welke cursussen ik kan volgen.

Populariteit buienradar.nl terecht?

Laatste zaterdag stond in het AD dat bijna iedere Nederlander met een internetverbinding wel eens de website Buienradar.nl heeft bezocht, en dat die website erg veel bezoekers geniet. Maar ik vraag mij af, waarom? Wat biedt die website wat de website van het KNMI niet biedt? De website van het KNMI is in mijn ogen veel beter. Deze biedt ook radarbeelden van neerslag, en ook weersvoorspellingen. Wat heb ik aan radarbeelden van neerslag van het laatste uur tot een paar minuten geleden als ik wil weten of het morgenmiddag gaat regenen? Niets toch? De website van het KNMI biedt daarnaast nog veel meer informatie, heeft een veel beter ontwerp dan het rommelige uiterlijk van Buienradar.nl en is in tegenstelling tot Buienradar.nl vrij van advertenties. Hoe kan het toch dat een inferieure website als Buienradar.nl populairder is dan de website van het KNMI?

Mijn presentie op Hyves

Sinds kort heb ik een account op Hyves. Iedereen gebruikt tegenwoordig Hyves, ik wilde niet buiten de boot vallen en besloot mee te doen met de massa, hoewel ik Hyves maar een matige social networking website vind. Op zich is het al geen mooie, gebruikvriendelijke website. Maar op Hyves lijkt het voor veel mensen wel een wedstrijd om de profielpagina zo afgrijselijk en onleesbaar als mogelijk is te pimpen. Hoewel Hyves de enige social networking website is die ik tot nu toe heb gebruikt, heb ik de indruk dat bijvoorbeeld Facebook een veel beter ontworpen website heeft.

Mijn Hyves profiel acht ik voorlopig vooral handig om te verwijzen naar mijn twee weblogs. Ik heb op dit moment nog maar twee vrienden, en ik zie het nut van een social networking website niet echt. Ik begrijp het functioneren van een social networking website ook nog niet. Hoe zou ik nieuwe mensen kunnen leren kennen, als ik ze niet in het echte leven ken? De informatie in profielen is immers ook maar erg oppervlakkig. Het is toch niet de bedoeling dat ik in het wilde weg wat onbekende mensen toevoeg als vriend? En als ik mensen ga toevoegen die ik in het echte leven wel ken, waarom zou ik ze dan toevoegen?

Mijn hackergotchi heb ik als profiel foto gebruikt, maar met een witte i.p.v. een transparante achtergrond. Op de een of andere manier lijkt Hyves mijn afbeelding met de transparante achtergrond niet goed weer te geven, het ligt i.i.g. niet aan de afbeelding zelf.

Virtuele organisaties

In de literatuur die ik bestudeerde voor colleges bestuurlijke informatica las ik over een interessant verschijnsel, de virtuele organisatie. Organisaties die niet fysiek bestaan, zonder een centrale geografische locatie waar productie plaatsvindt. Organisaties die afhankelijk zijn van ICT om te bestaan.

Veel traditionele organisaties die bestonden voor de opkomst van het internet, bevatten onderdelen die nu de kenmerken van een virtuele organisatie hebben, echter blijven zij toch nog traditionele organisaties omdat zij nog steeds een kantoorgebouw bezitten waar de productie plaatsvindt. Er zijn echter ook organisaties die bijna volledig virtueel zijn, ik denk hierbij vooral aan de manier waarop vrijwilligers software ontwikkelen en zich organiseren via het Internet.

Voorbeelden zijn software zoals Linux, KDE en GNOME. Al deze drie organisaties hebben een aantal dingen gemeen. Ze begonnen met een of iets meer mensen die een visie hadden voor software die zij wilden ontwikkelen. Zij gaven hun ideeën en streven bekendheid door posts te plaatsen in nieuwsgroepen. Zodoende raakten meer softwareontwikkelaars geïnteresseerd om de initiatiefnemers te assisteren. Vandaag de dag zijn alle drie voorbeelden die ik heb genoemd zeer succesvol geworden. Honderden mensen van over de hele wereld leveren een bijdrage. Zij communiceren via mailing lists, IRC en websites en weblogs. De bijdragen (software code, maar ook bijvoorbeeld documentatie en vertalingen van de software) voor de software worden geüpload naar een revision control systeem. De manier waarop beslissingen tot stand komen lijkt sterk op een combinatie van meritocratie en democratie, er geen sprake van een hiërarchie binnen deze virtuele (vrijwilligers) organisaties in tegenstelling tot traditionele organisaties. De enigste kenmerken van traditionele organisaties zijn terug te vinden in het bestaan van de ‘officiële’ non-profit organisaties zoals de GNOME Foundation en de KDE e.V. die grote projecten als GNOME en KDE nodig hebben om zich te presenteren voor contact met de pers en andere organisaties, voor het afhandelen van financiële zaken, enzovoort.

In dit opzicht is de opkomst van het Internet misschien wel een stille revolutie, de werkelijke waarde en invloed van Internet wordt niet genoeg gezien. De drie virtuele organisaties die ik genoemd heb zouden zonder Internet nooit hebben kunnen bestaan. En ondertussen gaat de ontwikkeling van het gebruik van Internet nog steeds in een stroomversnelling door, met Web 2.0-achtige websites zoals Wikipedia en Hyves.

Ik zie het Internet daarom als belangrijker voor organisaties dan internetgebruikers als individu. Voor het individu biedt het Internet enkel een makkelijkere manier om iets te doen wat al mogelijk was, telecommunicatie. Maar voor organisaties biedt Internet een werkelijk unieke functionaliteit, een nieuwe manier van organiseren.