Bot gevangen bij Public Result, ondanks betoog

Vandaag hoorde ik dat mijn laatste sollicitatie bij een adviesbureau, Public Result in Den Haag, niet tot een sollicitatiegesprek heeft geleid. Het ging om een functie als (junior) adviseur, waar ik met mijn opleiding Bestuurskunde erg goed bij paste. Maar er waren andere sollicitanten die “beter op het vacatureprofiel aansluiten”. Vanwege het “grote aantal reacties” (hoeveel?) kunnen ze er niet inhoudelijk op ingaan. Ik heb een sterk CV, maar ik neem aan dat ook hier de concurrentie van anderen die wél werkervaring hebben te sterk was. Als ik in hun schoenen stond had ik hetzelfde gedaan en voor de meest ervaren mensen gekozen.

Wat ik wel leuk vond aan de sollicitatie bij Public Result is dat ze verzochten om een betoog te schrijven om de motivatie voor de functie te demonstreren. Het betoog moest gaan over een maatschappelijk probleem naar keuze en hoe dat opgelost zou kunnen worden. Dat is weer eens wat anders dan vervelend assessment nummer zoveel omdat dit ook creativiteit vraagt. Ik besloot een oudere blogpost te verbeteren en ben daar denk ik redelijk in geslaagd. Het einde had wat meer argumentatie kunnen gebruiken, maar het mochten maar 750 woorden zijn. Omdat het anders door niemand meer gelezen zou worden en het mij een vrije dag heeft gekost om dit te schrijven, publiceer ik het ook op mijn weblog.

Geen gemeentelijke herindeling

In Nederland is al lang een proces van gemeentelijke herindeling gaande. Het aantal gemeenten is gereduceerd van 1.015 gemeenten in 1950 naar 403 in 2014. En het einde is nog niet in zicht. De rijksoverheid begon met herindeling vanwege de decentralisatie van overheidstaken. Zij veronderstelt dat alleen grotere gemeenten voldoende bestuurskracht hebben om deze nieuwe taken uit te voeren. Het mag duidelijk zijn dat een overvloed aan kleine gemeenten zoals in 1950 niet wenselijk was, maar het is de vraag of verder gaan met herindeling op dit punt verstandig is. Ik denk dat verder gaan onwenselijk is in politiek en democratisch opzicht. Belangrijker nog is dat het op bestuurlijk en financieel vlak ook geen rendement meer oplevert.

Door verdere herindeling lijkt een politiek en democratisch deficit te ontstaan. Er is voorspeld dat de opkomst voor de komende gemeenteraadsverkiezingen weer historisch laag zal zijn. Tevens is het steeds moeilijker voor lokale politieke partijen om kandidaat-raadsleden te vinden. Verklaringen voor deze ontwikkelingen zijn er nog niet, maar het lijkt logisch dat kiezers onverschilliger gaan denken over hun gemeente als deze veel groter is. De afstand tussen hen en de gemeente wordt zowel mentaal als fysiek groter. Het voelt dan veel minder aan als hun eigen lokale gemeenschap. Wellicht is de schaarste aan goede raadsleden ook zo te verklaren, daarnaast zal de toegenomen complexiteit door extra taken potentiële raadsleden wellicht afschrikken. De nieuwe taken zorgen er tegelijkertijd wel voor dat controle door de gemeenteraad steeds belangrijker wordt. Daar wringt de schoen.

De belangrijkste reden voor het Rijk om taken naar gemeenten over te hevelen is de aanname dat gemeenten deze taken goedkoper kunnen uitvoeren. Naast decentralisatie zal de reductie van het aantal gemeenten op zich ook leiden tot minder kosten, aldus Den Haag. Zo heeft het kabinet-Rutte II voor 2017 al een bezuiniging van € 180 miljoen op het Gemeentefonds berekend. In het regeerakkoord (p. 46) is de politieke gedachtegang te doorgronden:

“Het eindperspectief voor gemeenten leidt tot besparingen die ontstaan door schaalvoordelen, verminderen van toezicht, vereenvoudiging van regelgeving en minder dubbeling van taken. De besparing gaat uit van een daling van het aantal gemeenteambtenaren doordat gemeenten groter worden of met elkaar gaan samenwerken. Er is uitgegaan van het rekenkundige equivalent van een vermindering met 75 gemeenten in de periode tot 2017. Voor de totale periode komt deze benadering neer op een resterend aantal van 100-150 gemeenten in 2025. Dit leidt tot een uitname uit het Gemeentefonds.”

Recent onderzoek wijst uit dat herindeling op de lange termijn juist leidt tot hogere uitgaven van 10 tot 20%. Dat maakt des te meer duidelijk dat het idee om taken naar gemeenten te decentraliseren omdat zij het goedkoper kunnen een politieke opvatting is zonder onderbouwing. Onderzoek naar de resultaten van de decentralisatie van specifieke taken stemt ook niet hoopvol. Zo is het beroep op de bijstand weliswaar gedaald sinds deze de verantwoordelijkheid is geworden van gemeenten, maar dat was niet omdat er efficiënter gewerkt werd. Dit kwam omdat gemeenten uitkeringstrekkers lieten doorstromen naar de duurdere Wajong, welke niet hun verantwoordelijkheid is. Sinds 2004 zou minimaal een derde van de instroom in de Wajong het resultaat zijn geweest van afwenteling uit de bijstand.

Paradoxaal genoeg besluiten veel gemeenten die een herindeling achter de rug hebben om alsnog een intergemeentelijk samenwerkingsverband aan te gaan met andere gemeenten. Op het eerste gezicht speelt dat het kabinet in de kaart, dat graag supergemeenten van minstens 100.000 inwoners ziet. Maar dit is ook anders te interpreteren. Wellicht voelen gemeenten zich genoodzaakt tot samenwerking vanwege de overvloed aan nieuwe taken en misschien ook omdat er een gebrek is aan een krachtig middenbestuur.

Zou een beter middenbestuur niet de oplossing voor het probleem zijn? Provincies lijken door hun grotere schaal beter geëquipeerd te zijn om een aantal taken uit te voeren die nu naar gemeenten worden gedecentraliseerd. Het voornemen van het kabinet om andere regionale bestuurslagen zoals plusregio’s af te schaffen snijdt wel hout. Schaf de waterschappen dan ook af en draag hun taken over naar de provincie. Hoewel hiermee niet veel bezuinigd zal worden zal het wel de bestuurlijke drukte reduceren en het openbaar bestuur eenvoudiger maken. Maak een Randstadprovincie om de huidige fragmentatie in de Randstad op te heffen. Door een sterker middenbestuur te smeden kunnen gemeenten weer terug naar de menselijke maat. Roep de herindeling en overstroming aan decentralisatie van taken een halt toe en maak deze eventueel deels ongedaan. Geef de gemeente als bestuurslaag terug aan de lokale gemeenschap.

Klantgericht werken voor goede doelen

De Stadhuisbrug in Utrecht blijkt een favoriete plek van donateurswervers. Op bijna exact dezelfde plaats waar een donateurswerver van het Wereld Natuurfonds mij iets meer dan een jaar geleden aansprak kwam ik daar een paar dagen geleden een donateurswerver van Care Nederland tegen. Ik loop rechtdoor en zie die vrouw op mij afstappen. Oh jee, denk ik al. De hand wordt geschut, en na een groet volgt snel de vraag of ik bekend ben met Care Nederland (nooit van gehoord). Een korte toelichting volgt. Zoals de lezer van mijn weblog ondertussen wel begrijpt ben ik sceptisch over organisaties voor ontwikkelingshulp wat betreft de topsalarissen en ook de efficiëntie van de organisatie. Ze kon mij niet vertellen wat de directeur verdient, kan ik begrijpen. Maar op hun website is het ook nergens te vinden. Wel maak ik uit hun jaarverslag op dat ze een efficiëntie van ongeveer 85% hebben. Artsen zonder Grenzen en Cordaid zijn nog efficiënter (meer dan 90%, zie mijn vorige post over organisaties in de ontwikkelingshulp), maar dat vind ik nog wel redelijk. Ze vertelt dat ik ook post kan verwachten, ik houd niet van post van organisaties waar ik aan doneer omdat ik die dode bomen dan toch weer uit eigen zak betaal met mijn donatie. Gelukkig kan ik er voor kiezen om geen post te ontvangen.

Maar ja, uiteindelijk draait het toch weer uit op wat ik al aan zag komen. Een eenmalige donatie kan ik natuurlijk ook overschrijven, maar ze willen liever dat ik maandelijks donateur wordt voor (als ik het mij goed herinner) minimaal € 6, want eenmalige donaties creëren onzekerheid en met vaste donaties kunnen ze makkelijker een begroting maken. En het formulier om donateur te worden kan ik niet mee naar huis nemen om er nog eens even goed over na te denken en het in te vullen, nee, het moet nu direct op straat worden ingevuld. Ik ga er van uit dat ze dat wensen omdat de donateurswerver per ingevuld formulier een premie krijgt of iets dergelijks. Waarom zetten ze dan niet gewoon een code op het formulier waarmee de donateurswerver te identificeren is en ik het formulier kan meenemen?

Deze en andere goede doelen zouden meer klantgericht moeten werken. Ze moeten niet denken vanuit hun eigen perspectief, maar uit het perspectief van de klant. Ik als klant wil niet direct op straat een formulier tekenen en dan vast zitten aan een maandelijks donateurschap wat ik dan weer moet afzeggen via een of ander 0900-nummer. Ik zou het liefst een systeem zien wat op Flattr lijkt, maar dan zonder het tarief van 10% en de mogelijkheid om vanaf een Nederlandse bankrekening geld over te schrijven naar een account bij dat systeem. Die donateurswervers zouden nog steeds hun verhaal kunnen houden om een toelichting op hun organisatie te geven en overhandigen de potentiële donateur een folder die uitleg geeft over de organisatie en verwijst naar de website en de mogelijkheid om via dat Flattr-achtige systeem te doneren. Via dat systeem zit ik niet vast aan minimale bedragen – € 6 vind ik toch iets veel omdat ik per maand niet meer dan € 60 uitgeef, en omdat ik ook al heb gedoneerd aan andere goede doelen – en kan ik eenvoudig opzeggen. Overigens heb ik de indruk dat er een wildgroei aan goede doelen is ontstaan. Ik kan mij niet zo snel bedenken wat Care Nederland nou onderscheid van bijvoorbeeld Cordaid.

Goed de weg wijzen

Ongeveer een halve week geleden zit ik in bus 11 op weg naar De Uithof. Bus 11 gaat door het centrum heen, dus ook langs het Janskerkhof. Ik wordt aangesproken door een vreemde: ‘Is de volgende halte het Janskerkhof?’ Ik: ‘Ja. Ben je op zoek naar de Universiteitsbibliotheek?’ Ze zag er namelijk uit  als een student, en ik heb zelf ook wel eens naar de Universiteitsbibliotheek van de Universiteit van Amsterdam moeten reizen omdat sommige boeken niet in de Universiteitsbibliotheek van Utrecht te vinden zijn. Zij: ‘Nee, Selexyz.’  Maar ze wist niet precies waar dat lag. Ik: ‘Even denken… oh ja, dat ligt aan de Minrebroederstraat. Je loopt de straat in vlakbij de halte Janskerkhof, die jij uitzicht geeft op de Dom (de Korte Jansstraat), en dan neem je gelijk de eerste rechts.’ Zij: ‘Oké, bedankt.’

Terwijl de halte Janskerkhof in zicht komt, verzuim ik aan te wijzen welke straat het precies is, in de overtuiging dat mijn routebeschrijving prima is. Als ze uitstapt zie ik haar echter de Drift in lopen, de zuidelijke richting in, dat gelukkig nog wel. Tsja, de Drift ligt wel net iets dichter bij de halte Janskerkhof, ook al geeft die geen direct zicht op de Dom. Uiteindelijk zal ze het wel gevonden hebben natuurlijk, maar ik voel mij altijd zo schuldig als ik mensen het moeras heb ingestuurd.

Open Monumentendag en Uitfeest 2010 in Utrecht

Vorig weekeinde heb ik in Utrecht de Open Monumentendag en het Uitfeest bezocht, respectievelijk op zaterdag 11 en zondag 12 september. Ik heb veel nieuwe dingen gezien, ook al loop ik wat langer rond in Utrecht. Even een overzicht van de belangrijkste dingen die ik gezien heb, zoveel mogelijk op volgorde:

Wij (mijn vader en ik) hebben inderdaad vooral kerken bekeken, we zijn niet op de Maliebaan geweest die dit jaar de focus van de Open Monumentendag was geweest. Daarnaast hebben wij ook nog wat kleinere gebouwen bekeken, over sommige had ik mijn twijfels of het de moeite waard was om ze onder de aandacht van het publiek te brengen, zoals bijvoorbeeld de Boothstraat 6 (een waterput in het midden van een vergaderzaal) of de kelder van Domplein 16 (eeuwenoude, maar oninteressante, stenen).

De Dom van Utrecht had ik ‘natuurlijk’ al eens eerder gezien, maar dat was erg lang geleden. Het Academiegebouw ook, maar dan een zeer beperkt deel er van. De Willibrordkerk was met afstand de mooiste kerk die ik in Utrecht gezien heb voor zover ik weet, het orgelspel was ook erg mooi. De Janskerk die wij gelijk daarna bezochten was de lelijkste, het was een groot contrast. Verrassend was dat mijn vader, die in Utrecht is geboren en er lang heeft gewoond, de Sint-Gertrudiskathedraal en de Gertrudiskapel er naast (een schuilkerk) nog nooit had gezien. Het was een geslaagde dag, en de volgend jaar ga ik er zeker weer op uit voor de volgende Open Monumentendag, misschien in een andere stad omdat het een landelijke dag is.

Het Uitfeest is een Utrechts evenement om de opening van het cultureel seizoen in te leiden. Ik voel mij niet aangetrokken tot het soort cultuur dat op dit soort feesten het onderwerp is, maar besloot toch te gaan omdat ik wat anders wilde doen dan thuis blijven. Het programma was gigantisch, omdat ik geen zin had mij er lang in te verdiepen besloot ik maar gewoon wat door het centrum van Utrecht te lopen. Op het Domplein aangekomen liep ik eens willekeurig binnen bij het UCK. Daar werden rondleidingen gegeven die in sessies van een paar minuten het aanbod van hun diensten lieten zien, en het publiek betrokken bij de getoonde activiteiten. Ik had nooit verwacht dat ik met een groep onbekenden zou dansen, zingen en een musical zou uitvoeren.

Verder heb ik de Domkerk nog een keer bezocht en aangesloten bij een rondleiding, de vorige dag had ik geen rondleiding gehad. Daarna sloot ik aan bij een stadswandeling. Het was interessant om te horen van de gids dat de kloostertuin bij de Domkerk geen kloostertuin is maar een pandhof. Ik vroeg mij de vorige dag al af wat de beeldhouwwerken op de muren binnen het pandhof afbeeldden, de uitleg was dat het wimbergen (een nieuw woord voor mij) zijn met voorstellingen uit het leven van Sint-Maarten. Gelukkig staat op het Wikipedia artikel over de Domkerk ook een gedetailleerde beschrijving van de voorstellingen.

Doneren voor Haïti, niet via giro 555

De verwoesting die is aangericht door de natuur op Haïti is erg triest en ik wil dan ook wat gaan doneren, ook al zit ik op dit moment wat krap bij kas. De populairste manier om te doneren is Giro 555 van de Samenwerkende Hulporganisaties (SHO). Mijn probleem met de SHO is dat daar organisaties bij zitten met een relatief lagere efficiëntie en graaiers aan de top, zoals ik in een eerdere post uitgebreid heb toegelicht. De hulporganisatie Kerk in Actie maakt ook deel uit van de SHO. Als ik op hun website kijk klinkt de slogan ‘geloof in uitvoering’ mij niet zo goed in de oren. Het feit dat deze club ook evangeliseert is voor mij een tweede reden om de SHO mijn donatie niet toe te vertrouwen. Ook al zal Kerk in Actie, naar ik aanneem, alle donaties die zij van de SHO ontvangen aan Haïti spenderen, ik vind dat geen goede houding voor een ontwikkelingsorganisatie. In principe heb ik geen problemen met ontwikkelingsorganisaties die een levensbeschouwelijke grondslag hanteren, maar evangelisatie doet voor mij de deur dicht omdat het normatief is, ze hoeven mensen niet te vertellen wat zij moeten denken.

Artsen zonder Grenzen stapte begin 2006 uit de SHO omdat de werkwijze van deze organisatie te rigide is, wanneer er een geldoverschot is voor noodhulp aan A kan dat niet besteed worden aan B. Het is merkwaardig dat minister Koenders blijkbaar alleen de donaties die via giro 555 zijn binnengekomen verdubbelt. Wrang dat AzG op deze manier buiten de boot valt. Ik heb Cordaid een e-mail gestuurd of ik direct aan hen kan doneren zonder tussenkomst van de SHO. Het antwoord op mijn e-mail luidde dat het alleen mogelijk is om specifiek voor Haïti te doneren via giro 555, maar dat via hun gironummer 667 te doneren is voor al het werk dat zij doen. Op basis van het verhaal over de motivatie van AzG om uit de SHO te stappen lijkt mij dat niet slecht idee. Een ontwikkelingsorganisatie kan toch ook zelf wel beslissen waar zij een prioriteit aan toekennen? Ik zal € 10 doneren aan Cordaid en ook € 10 aan AzG. AzG heeft giro 4054, blijkbaar ook niet een gironummer specifiek voor donaties aan Haïti.

Topsalarissen in de charitieve sector

In mijn laatste post over het Wereld Natuur Fonds schreef ik dat ik nog eens zou terugkomen op de salarissen in de top van de goede doelen. De salariëring van de directeur van het WNF noemde ik al buitensporig omdat zij net iets meer verdienen dan een ton, maar sinds ik er onderzoek naar heb gedaan ben ik helemaal verbluft en geschokt.

Volkert Manger Cats staat ongetwijfeld aan de top van de zwarte lijst van graaiers. Wat moet hij een akelig en naar persoon zijn om een salarisverlaging van € 172.000 naar € 132.000 niet te accepteren en vervolgens € 700.000 voor doorbetaling van zijn salaris van de Hartstichting te eisen. Op de website van de Hartstichting staat dat van iedere euro € 0,80 aan de doelstellingen wordt besteed. In het jaarverslag van 2008 staat echter onder de ‘Rekening van baten en lasten’ dat van de uitgaven van € 41,5 miljoen er € 31,5 miljoen aan de doelen is besteed, dus 75%. Even verderop wordt onder ‘Kengetallen’ vermeld dat 78% werd besteed aan de doelstellingen. Maar 75% of zelfs 78% is geen 80% natuurlijk. En ondertussen verdient de opvolger van Cats, Jaap Stam, nog altijd € 135.442. Blijkbaar zijn ze niet alleen goed in graaien bij de Hartstichting, maar ook in creatief rekenen.

Sowieso heb ik mijn vraagtekens bij het werk van de Hartstichting. Hart- en vaatziekten zijn welvaartsziekten die in belangrijke mate te voorkomen zijn door een gezonde levensstijl, en voornamelijk mensen op hoge leeftijd treffen. Natuurlijk zijn er waarschijnlijk ook jonge mensen die leiden aan zeldzame aandoeningen op dit vlak, maar dan heb je simpelweg pech dat de natuur je niet goed genoeg ontworpen heeft. Het is misschien cru dat ik het zo vind, maar ik acht het soms extreme streven van mensen naar zelfbehoud belachelijk. Mocht ik op mijn vijftigste een hartaanval krijgen ondanks mijn gezonde levensstijl dan heb ik daar vrede mee. Ik zou dus nooit doneren aan de Hartstichting, al staat de directeur voor € 1 op de loonlijst.

Het schrijven van deze post vandaag heeft als aanleiding een artikel in het Algemeen Dagblad van vandaag. Daar valt in te lezen dat ondanks de crisis de salarissen van de directeuren van Oxfam, de Dierenbescherming, het WNF en Plan Nederland met respectievelijk 10,2%, 9%, 8,2% en 8,2%. Grappig dat Farah Karimi de directeur van Oxfam is, in beschouwing nemende dat zij eerder voor GroenLinks in de Tweede Kamer zat is dat cliché ‘links lullen en rechts vullen’ toch niet zo slecht. In het artikel staat dat de directeur van Cordaid, René Grotenhuis, een salaris verdient van € 8000 bruto per maand (€ 96.000 per jaar dus) en vrijwillig afziet van een loonsverhoging omdat hij naar eigen zeggen al genoeg verdient. Die € 96.000 vind ik nog wel aan hoge kant, maar bestonden er maar meer mensen zoals deze man die zich realiseren dat zij genoeg hebben. Met afgrijzen las ik echter in het artikel dat de directeur van het Rode Kruis € 141.000 verdient. Ik heb een aantal keren aan het Rode Kruis gedoneerd en ben hier niet blij mee.

Bij het lezen van het artikel fronste ik mijn wenkbrauwen. Zo hebben alle erkende goede doelen een salarisgrens afgesproken die ‘maatschappelijk te verantwoorden’ is aldus Grotenhuis, van maximaal € 154.000 bruto. Meer dan de € 139.701,18 die de minister-president verdiende in 2009! En tel daar ook het verschil bij op dat het belastinggeld waar zijn salaris van wordt betaald niet vrijwillig en uit liefde is gegeven zoals een donatie! Wat mij betreft is hun definitie van wat maatschappelijk verantwoord is helemaal losgeslagen. Ook meten de directeuren van de goede doelen zich aan de CAO voor rijksambtenaren wat betreft hun bezoldiging, en negeren zij daarmee het verschil dat ik zie tussen belastinggeld en donaties. Een onderzoeker die medebedenker was van de salarisrichtlijn stelt dat niemand de grens van € 154.000 overtreed. Ook zouden directeuren volgens zijn mening zelf beter mogen worden van flink toegenomen donaties.

Laten we eens een blik werpen op een aantal andere goede doelen organisaties om te zien hoe de beloning daar georganiseerd is. Zoals ik in de vorige post schreef zal ik KDE, Wikipedia en Creative Commons onder de loep nemen. De organisatie achter KDE, de KDE e.V., is niet helemaal duidelijk over haar uitgaven in haar rapportages. Er is wel uit af te leiden dat er een aantal betaalde werknemers in dienst zijn, maar dat de directie niet betaald wordt. Op de website van Creative Commons staat hier onder aan de pagina een ‘tax return’ die de salariëring weergeeft. Het blijkt dat de directeurs geen salaris ontvangen en het personeel wordt niet buitensporig beloond. Voor de Wikimedia Foundation geldt dat de salarissen niet transparant worden weergegeven in het Annual Report of de andere rapportages. Wikipedia is niet zo transparant als ik vermoedde, voor mij is dat een teleurstelling. Van KDE en Creative Commons ben ik echter zeker dat het wel die positieve uitzondering is waar ik zonder twijfel aan zou doneren.

Deze drie relatief kleinschalige goede doelen hebben een nobele missie, maar ik wil ook wat voor mijn medemensen betekenen die diep in de problemen zitten. Mijn probleem is dat het Rode Kruis dus een graaier als opperhoofd heeft, en dat ik daar niet meer aan kan (wil) doneren. Laat ik daarom kijken naar Artsen zonder Grenzen. In hun jaarverslag van 2008 staat op pagina 102 dat geen enkele directeur meer dan een ton verdient. De efficiëntie of overhead van een goed doel is voor mij ook een belangrijke overweging. Volgens de jaarrekening van 2008 bedroegen de bestedingen aan de doelstellingen € 111 miljoen en bedroegen de totale bestedingen € 121 miljoen (pagina 7). Dan kom ik uit op een efficiënte van 91,7%. Volgens het jaarverslag van Cordaid bedroegen in 2008 de bestedingen aan de doelstellingen € 167,4 miljoen en bedroegen de totale bestedingen € 175,7 miljoen (pagina 59), dus 95,2%. Volgens het jaarverslag van het WNF zijn de bedragen voor hen € 52 en € 63,1 miljoen, dus maar 82,4%. Het is 81,7 voor het Rode Kruis.

Mijn conclusie is dat ik voortaan aan Cordaid en/of Artsen zonder Grenzen zal doneren naast de kleinere goede doelen zoals KDE. Indien ik doneer zal ik voortaan beter opletten hoe transparant de organisatie is die mijn gift ontvangt. Natuurlijk zal een paar tienduizend euro niet zoveel verschil maken op budgetten van meer dan 100 miljoen, maar het gaat uiteindelijk om het principe, het goede voorbeeld dat gegeven wordt door de top, het feit dat zorgvuldig met gedoneerd geld wordt gehandeld.

De malafide donateurswerving van het Wereld Natuur Fonds

Wanneer mensen mij op straat om geld vragen of om donaties kan ik maar moeilijk weigeren. Zo heb ik wel eens geld gegeven aan bedelaars op straat in Rotterdam en Utrecht, terwijl ik meen dat mensen moeten werken voor hun geld of een uitkering ontvangen. Ik ben wel eens aangesproken door donateurwervers van Stichting Aap op Utrecht Centraal, maar dat had ik geweigerd. Er leven genoeg mensen op de wereld die grote problemen hebben, die hebben voor mij simpelweg meer prioriteit dan apen. In juli werd ik in het centrum van Utrecht aangesproken door iemand die donateurs wierf voor het Wereld Natuur Fonds, en hem kon ik ook niet weigeren.

Hij begon met een verhaal over wie hij is en waarom ik zou moeten doneren. Hij studeerde aan de Universiteit Utrecht, dat wekte sympathie bij mij op aangezien ik daar ook studeer. Ik kon doneren voor verschillende projecten van het WNF. Eigenlijk wilde ik niet doneren, maar hij wist mij over te halen. Er moest een formulier worden ingevuld, en dat kon ik niet in alle rust thuis doen, maar het moest op straat. Dit soort wervers (ook wel eens een enquêteur) is niet klantgericht, het moet altijd onder hun voorwaarden gebeuren. Ik geef mijn details, en besluit om € 4 per maand te doneren.

Later ontving ik post, met een bevestiging van mijn donateurschap. Maar ik krijg meer post waar ik niet om gevraagd heb, zoals hun donateursblad Panda (dat verschijnt vier keer per jaar, maar ik had er niet om gevraagd) en meer post met het verzoek om ook voor andere projecten te doneren. Zo is een aardig deel van mijn donatie al weer verspild aan dode bomen en postbodes. Kan dat niet per e-mail gecorrespondeerd worden, en alleen als ik er om vraag?

Ik vond het ook niet zo fijn dat mijn donatie maandelijks per automatische incasso wordt afgeschreven. Natuurlijk, er wordt wel meer afgeschreven van mijn rekening per automatische incasso, maar ik wil het tot een minimum beperken omdat ik anders het idee heb te weinig controle te hebben over mijn financiën. Als ik doneer doe ik dat liever eenmalig door een bedrag over te schrijven naar een bankrekening, geen fratsen zoals ze bij C1000 zouden zeggen.

Daarom besloot ik dus om vandaag mijn maandelijkse donatie op te zeggen. De telefoniste (als je jouw donatie wilt opzeggen moet dat telefonisch volgens hun website door te bellen naar hun 0900-nummer!) merkt op dat ik pas sinds juli € 4 per maand doneer, en dat als ik nu zou opzeggen dat ik een kostenpost voor het WNF zou zijn omdat het € 30 (!) kost om donateurs te werven. Dat had de werver mij niet verteld. Die had gezegd dat als ik niet te veel wil doneren dat ik rustig na een paar maanden kon opzeggen. Ik had ook de indruk dat de werver een vrijwilliger was, maar sindsdien is mij vertelt dat dit soort mensen betaalt worden. Dat zal ook haast wel moeten als het € 30 kost om een donateur te werven. Ik was kwaad op het WNF, maar de telefoniste wist mij toch te verleiden om later mijn donatie op te zeggen in plaats van per direct. Ik koos om per 1 december te stoppen.

Ik besloot eens te kijken naar het salaris van de algemeen directeur van het WNF. Dat is te vinden in het jaarverslag van 2008/2009 (het PDF document, pagina 50) op hun website. Dat bedroeg maar liefst € 120.432. Dat doet voor mij de deur dicht. Ik begrijp natuurlijk dat een grote organisatie als het WNF vaardige bestuurders nodig heeft en dat die een prijs hebben, maar als je aan het hoofd staat van een organisatie die voor een belangrijk deel afhankelijk is van donaties, dan is bescheidenheid gepast. In die positie zou je niet zoveel moeten willen verdienen, € 70.000 of € 80.000 is ook een heel mooi salaris. Graaien doe je maar in de private sector.

Ik zal later een uitgebreidere post schrijven over dit ethische vraagstuk, maar ik sluit af met mijn mededeling dat ik vanaf nu alleen maar nog doneer aan organisaties die nog puur zijn, zonder directies die tonnen als salaris eisen. Bijvoorbeeld KDE, Wikipedia en Creative Commons. Dat zal ik later ook toelichten.

De portemonnee en het valse alarm

Jaren geleden heb ik een portemonnee gekocht bij de HEMA die ik vandaag nog steeds gebruik. Toen ik laatst echter de Bijenkorf in Utrecht binnenliep, liet deze portemonnee het alarm van de detectiepoorten afgaan. Toen het alarm afging keken de mensen die voor mij de ingang inliepen wat twijfelachtig over hun schouder, maar meer gebeurde er niet. Je zou verwachten dat wanneer het alarm afging het personeel op je af zou snellen om de vermeende winkeldief in de kraag te vatten, maar ze hadden niets opgemerkt. Ik stapte zelf, uiterst gegeneerd en zenuwachtig, op een personeelslid af om mijn verhaal te doen. Ze vroeg of ik iets bij de HEMA had gekocht, ik ontkende omdat ik mij de aankoop van de portemonnee niet snel kon herinneren. Er werd even in mijn tas gekeken, en op basis van trial and error probeerden wij te achterhalen wat het alarm deed afgaan.

Uiteindelijk werd duidelijk dat het de portemonnee was. Mij werd verteld dat ik eens goed mijn portemonnee moest controleren op beveiliging die mogelijk niet verwijderd was, en na een periode van tijd mogelijk zou reactiveren of iets dergelijks. Zelf vond ik niets in mijn portemonnee. Ik weet dat ik niet zo goed ben in zoeken, dus vroeg ik het aan mijn moeder die dat als de beste kan. Al snel vond zij een vak in mijn portemonnee dat ik na al die jaren nog nooit had opgemerkt, en haalde daar een stuk wit plastic uit waar ‘credit card’ op stond, met op de achterkant een kleiner stuk plastic wat blijkbaar dienstdeed als beveiliging. Ongelofelijk dat die stommelingen bij de HEMA dat er niet zelf hebben uitgehaald.

Dit was trouwens niet de eerste keer dat detectiepoorten alarm sloegen toen ik een winkel binnenliep, het zal mij waarschijnlijk zo’n drie keer eerder gebeurd zijn in een periode van een aantal jaren. Maar het is mij ook opgevallen dat de detectiepoorten niet altijd accuraat zijn. In de Bijenkorf gaven ze een enkele keer geen alarm terwijl ik met mijn rugzak met portemonnee door de poorten heen liep om te verifiëren of ik de oorzaak was van het alarm.

Had ik de Mexicaanse griep?

Zondag een week geleden leek ik last te hebben van mijn allergie, erg vervelend, maar na een dag houdt het bijna altijd weer op. Op die dag versleet ik gemakkelijk zes zakdoeken, want wanneer ik last heb van allergie heb ik vooral last van een verstopte neus, en soms jeuk in mijn ogen. Op maandag was het nog niet opgehouden, tijdens de avond merkte ik in het sportcentrum dat ik wel erg snel buiten adem was. Weliswaar had ik in de zomervakantie niet veel aan beweging gedaan, maar ik vond het toch vreemd. Midden in de nacht werd ik wakker na een bizarre droom. Dinsdag ging het echt slecht, de verstopte neus was voorbij, maar de slijmvliezen in mijn neus leken in brand te staan. Later op de dag kreeg ik ook last van lichte maar zeer vervelende hoofdpijn. Ondanks alles heb ik geen enkel college gemist, ik dacht dat het niet zo ernstig was. Later op de dag in de collegezaal werd opgemerkt dat het wel erg warm in de zaal was, terwijl ik het koud had. Toen ik eenmaal thuis was pakte ik een thermometer, die gaf meer dan 38 °C aan. Toen wist ik dat er iets mis was, mijn eerste vermoeden was dat ik was besmet door een familielid die blijkbaar de Mexicaanse griep had gehad.

De volgende dag, woensdag, voelde ik mij echter weer helemaal goed. De vorige avond had ik mij alvast ziek gemeld voor een college dat voor woensdag op het programma stond, en toen ik daar toch aanwezig was werd ik raar aangekeken. Begrijpelijk natuurlijk, want ik was een potentiële bron van besmetting. Ik voelde mij echter gezond en wilde liever geen college missen. Ik ging er van uit dat ik niet meer besmettelijk was zodra het over was, maar ik hoop desondanks dat ik niemand anders besmet had. Wat ik zo vreemd vind is dat ik er maar vier dagen last van heb gehad, en mijn symptomen relatief mild waren. Voor zover ik weet hebben anderen er langer last van gehad, en was de ziekte bij hen ernstiger. Misschien had ik dus helemaal geen Mexicaanse griep?

Evaluatie na een half studiejaar kickboksen

Ik heb nu twee perioden van dit studiejaar kickboksen gevolgd by Olympos, en ik heb mij ook voor de volgende twee perioden ingeschreven. Ik ben van plan daarna een vereniging te zoeken die dichter in de buurt ligt, iedere week in de avond naar de Uithof reizen kost mij te veel tijd.

Na twee perioden ben ik wat pessimistisch over mijn vooruitgang, ik constateer nog te veel problemen. Vaak heb ik de neiging tijdens een gevecht mijn adem in te houden, wat mij snel uitput. ik moet beter op mijn ademhaling letten. Ook moet ik mijn uitputtingsniveau meer aandacht geven, en minder snel uitgeput raken. Deze sport is veel zwaarder dan je zou denken, ik raak snel vermoeid, ook al is mijn conditie goed. Helaas ben ik vaak te passief tijdens een sparringsessie omdat ik simpelweg op adem moet komen. Wat mij ook opvalt is dat het eelt onder mijn voeten nog steeds niet is aangepast aan het intensieve bewegen over de vloer, het slijt en beschadigt snel.

Maar uitputting en conditie is niet het grootste probleem. Wat ik misschien nog wel belangrijker vind om te verbeteren is mijn techniek. Een slag uitdelen lijkt simpel, maar om dat effectief te doen vergt vaardigheid. Het beoordelen van de afstand tussen mijzelf en de tegenstander voor het inzetten van een bepaalde techniek moet beter. Ik moet sneller kunnen reageren tijdens gevechten, beter ontwijken en verdedigen, beter balans bewaren, beter kunnen aanvallen en beter de openingen in de verdediging van de tegenstander zien.

Hoe ik dat ga doen? Vooral meer ervaring op doen tijdens de trainingen, het kost simpelweg meer tijd denk ik. Op YouTube bijvoorbeeld zijn veel instructie video’s te bekijken die leerzaam zijn, zeker ook omdat tijdens de training naar mijn idee te oppervlakkig wordt ingegaan op de techniek. Daarnaast wil ik ook meer kijken naar Eurosport, zij zenden relatief vaak wedstrijden van kickboxen en ook K-1 uit, door oplettend naar die wedstrijden te kijken kan ik leren van de besten.