De dividendbelasting blijft

Op 5 oktober maakte Unilever bekend dat het haar hoofdkantoor niet verhuist van Londen naar Rotterdam omdat haar aandeelhouders tegen het plan waren. Later op de dag kondigt het kabinet aan dat het de afschaffing van de dividendbelasting gaat heroverwegen. Volgens Rutte betekent dat niet dat de afschaffing direct van tafel is. In zijn eigen woorden: “We hebben die maatregel niet voor één bedrijf genomen. Maar de besluiten vandaag van Unilever zijn natuurlijk wel relevant om mee te wegen en dat is aanleiding om af te spreken opnieuw te wegen.”

De woorden van Rutte rijmen niet met de realiteit. De aankondiging van de heroverweging kwam direct na de aankondiging van Unilever. En de actie van alleen Unilever, één bedrijf, is uiteindelijk toch de beweegreden voor de heroverweging. De uitspraak van Rutte heeft geen enkele geloofwaardigheid. Wederom lijkt dit een rookgordijn, ik denk dat Rutte al langer naar een uitweg zocht om af te zien van de afschaffing. De actie van Unilever past in zijn straat omdat hij het makkelijk kon gebruiken als excuus om zonder groot gezichtsverlies de afschaffing te annuleren. En dat het niet direct betekent dat de dividendbelasting afgeschaft zou worden geloof ik voor geen cent, want anders ga je geen twijfel zaaien. Ik weet nu zeker dat de dividendbelasting blijft.

Bedenk ook dat de Unilever’s plan om niet te verhuizen een bar slecht excuus is voor de heroverweging. De verhuizing van het hoofdkantoor naar Rotterdam zou enkele tientallen banen hebben opgeleverd. Zelfs als je er wat indirecte werkgelegenheid bij optelt, stellen tientallen banen niets voor. En wij moeten geloven dat tientallen banen van invloed zijn op een besluit over 1,9 miljard aan gederfde belastingopbrengsten? Dat bedrag zou de staat namelijk mislopen als de dividendbelasting zou worden afgeschaft.

Ander nieuws is dat volgens de Hoge Raad de dividendbelasting juridisch houdbaar is en buitenlandse beleggers niet discrimineert. Het nieuwsbericht is niet echt duidelijk over de argumenten van de Hoge Raad, maar geeft wel een link naar de gedetailleerde uitspraak. Ik heb geen kennis van belastingrecht, maar na de samenvatting te hebben gelezen denk ik het te begrijpen. Denemarken discrimineerde omdat “niet-Deense (beleggings)fondsen niet de keuze hebben om net als Deense fondsen aan de uitgang in plaats van aan de ingang belast te worden”.

De belasting aan de ingang is blijkbaar de belasting die wordt afgedragen aan de staat waar het beleggingsfonds gevestigd is. De belasting aan de uitgang wordt afgedragen aan de staat waar de ontvanger van het dividend is gevestigd, voor zover ik begrijp. In de praktijk biedt de keuze echter geen voordeel, omdat de vrijstelling voor de ingang alleen wordt gegeven als er belasting aan de uitgang wordt betaald. Dat laatste vergt echter zoveel complexe administratie dat in de praktijk geen enkel beleggingsfonds hier voor zou kiezen. Als de Belastingdienst een loket opent waarmee buitenlandse beleggingsfondsen de mogelijkheid wordt geboden om belasting over de uitgang te betalen en zo vrijstelling over de belasting aan de ingang te krijgen, kunnen de beleggingsfondsen de Nederlandse staat niets maken.

De samenvatting is redelijk leesbaar in deze voor leken complexe zaak. Toch viel het onnodige gebruik van Engels mij direct op in het taalgebruik van Advocaat-Generaal P.J. Wattel. Bijvoorbeeld “zowel de lokale, if any, als de Deense bronbelasting” en “zal het niet-ingezeten fonds moeten tracen welke ontvangen dividenden hij dooruitdeelt”. Naar correct Nederlands vertaald “indien van toepassing” en “traceren”. Dit was geen juridisch jargon waarvoor geen Nederlandse woorden bestonden. Jammer dat zelfs de Hoge Raad vatbaar is voor de vervuiling van onze taal met onnodig Engels.

Lili, Howick, Harbers en discretionaire bevoegdheid

Eerder deze maand besloot Mark Harbers, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, om zijn discretionaire bevoegdheid te gebruiken om Lili en Howick alsnog een verblijfsvergunning te geven. Ik had gehoopt dat de staatssecretaris net zo onbuigzaam zou zijn in deze kwestie als het kabinet in haar plan om de dividendbelasting af te schaffen. Ik ben teleurgesteld dat deze staatssecretaris geen ruggengraat heeft.

Nog even wat feiten op een rij: Lili (12) en Howick (13) wonen sinds 2008 in Nederland maar hebben de Armeense nationaliteit. Hun zaak is acht keer beoordeeld door rechters en acht keer luidde het oordeel dat ze geen recht hadden op asiel in Nederland. Armenië is immers een veilig land. Hun moeder was eerder al uitgezet naar Armenië in 2017. Omdat zij de verblijfplaats van haar ondergedoken kinderen verzweeg werd zij zonder hen uitgezet.

Natuurlijk, als je zoals Lili en Howick in Nederland bent opgegroeid zal het lastig zijn om in Armenië te integreren. Maar lastig is niet onmogelijk: als de vluchtelingen die naar Nederland komen hier kunnen integreren, kunnen Lili en Howick toch ook in Armenië integreren? Bij terugkeer naar Armenië zouden Lili en Howick zes maanden in een weeshuis moeten verblijven omdat hun moeder niet voor hen kan zorgen. Als we het comfort in het land van uitzetting tot criterium gaan maken kunnen we iedere asielzoeker uit Afrika of het Midden-Oosten ook wel gelijk een verblijfsvergunning geven. Want een snelle blik op de statistieken van gedwongen vertrek laat zien dat er genoeg mensen worden uitgezet naar nare landen waar het welvaartspeil flink lager ligt dan in Armenië.

Het is in Nederland mogelijk om een uitzetting eeuwig te rekken door keer op keer in beroep te gaan. Maar is het dan onze schuld dat Lili en Howick hier zijn geworteld? Nee! Hun moeder had niet jarenlang in beroep hoeven te gaan, dat was een keuze. Zij accepteerde het risico dat het uiteindelijk tot een afwijzing zou komen en zou daar terecht de gevolgen voor moeten dragen.

Het besluit van Lili en Howick om onder te duiken was effectief een vorm van chantage. Uit zorgen over de veiligheid van de kinderen besloot Mark Harbers hen immers een verblijfsvergunning te verstrekken. Lili en Howick hebben het in hun wanhoop waarschijnlijk niet zo bedoeld, maar het is toch fout. Door toe te geven laat Harbers zien dat onderduiken wordt beloond.

Waar ik de meeste moeite mee heb in deze zaak is het bestaan van de discretionaire bevoegdheid van de staatssecretaris. Er zijn geen regels voor het gebruik van deze bevoegdheid. De staatssecretaris kan naar eigen goeddunken en zonder uitleg besluiten om toch een verblijfsvergunning te geven aan afgewezen asielzoekers. Dit werkt willekeur in de hand. Asielzoekers zoals Lili en Howick die de media en publieke opinie weten te bespelen krijgen wel een verblijfsvergunning, anderen die niet bekend zijn worden wel uitgezet. We hebben juist rechters om die willekeur te voorkomen en objectief te oordelen of de wet juist is toegepast. Het oordeel van de rechtsprekende macht zou definitief moeten zijn. Er zou geen sprake mogen zijn van discretionaire bevoegdheid bij de uitvoerende macht om het oordeel van de rechtsprekende macht ter zijde te schuiven.

Mijn sentimenten over willekeur en stimulering van onderduiken worden blijkbaar gedeeld door IND-medewerkers. Ondertussen is een onderzoekscommissie ingesteld om te onderzoeken hoe dit soort situaties kunnen worden voorkomen. Blijkbaar is het moeilijk om het jarenlange stapelen van juridische procedures voor een asielprocedure te voorkomen vanwege het VN-vluchtelingenverdrag. Als dat zo is moet dat verdrag worden aangepast.

De afschaffing van de dividendbelasting

Het plan van Rutte III om de dividendbelasting af te schaffen is continu negatief in het nieuws. Het kabinet kon immers geen overtuigend bewijs leveren dat het plan een positief effect had op de werkgelegenheid. Het plan slaat ook een gat van 2 miljard in de begroting.

Recent was er nieuws dat de afschaffing noodzakelijk lijkt te zijn om juridische redenen. Het is nu namelijk zo dat de dividendbelasting alleen buitenlandse beleggers treft omdat Nederlandse beleggers deze mogen aftrekken van hun belasting. Denemarken deed hetzelfde, maar werd aangeklaagd door buitenlandse beleggers. Het Europese Hof van Justitie stelde de buitenlandse beleggers in het gelijk omdat het beleid discriminerend was. Als de Nederlandse staat een vergelijkbare rechtszaak verliest zou dat tot gevolg hebben dat buitenlandse beleggers ook een verzoek tot belastingteruggave zouden mogen indienen. Omdat de Belastingdienst niet bij machte is om met zo een grote wijziging om te gaan, zou dat de facto neerkomen op noodzakelijke afschaffing van de belasting. Ik begrijp echter niet waarom plan B – helemaal géén belastingteruggave voor Nederlandse én buitenlandse beleggers – niet mogelijk is.

Ik zie de VVD-bewindslieden er wel voor aan dat zij het plan hebben bedacht omdat de lobby van de multinationals hen dat influisterde. Volgens het nieuwsbericht was het juridische argument mogelijk de werkelijke reden voor Rutte III. Het zou alleen niet zo gecommuniceerd zijn omdat ambtenaren hadden afgeraden het juridische aspect te benoemen. Juist omdat het de juridische positie van de Nederlandse staat zou verzwakken. Heeft Rutte III werkelijk een rookgordijn opgetrokken? Vaak is de simpele uitleg de betere: die VVD-bewindslieden zijn géén politieke geniën maar de pionnen van de multinationals. De lobby voor dit plan gaat al jaren terug en deze juridische dimensie is pas vrij recent in de schijnwerpers gekomen.

Wat de werkelijke reden ook mag zijn, in principe houdt toch niemand van discriminatie? Zeker niet als wij worden gediscrimineerd, zoals bij het Duitse tolheffingsplan. Dat houdt in dat buitenlanders betalen voor het gebruik van Duitse snelwegen, terwijl Duitsers het bedrag terugkrijgen via de wegenbelasting. Eind vorig jaar besloot de Nederlandse staat dan ook om samen met andere EU-lidstaten op te trekken in een rechtszaak tegen Duitsland bij het Europese Hof van Justitie. Dan is het toch consistent om ook de dividendbelasting aan te pakken?

Waar het voor mij uiteindelijk om draait is of het afschaffen van de dividendbelasting op eerlijke wijze wordt gecompenseerd door hogere belastingen op vermogen en winst (waaronder specifiek vennootschapsbelasting op de winst van bedrijven). Het is wachten op de komende Rijksbegroting later deze maand, maar het lijkt inderdaad die richting op te gaan. Het plan zou zijn om het hoogste tarief van de vennootschapsbelasting niet naar 21% te verlagen, maar naar 22% om het wegvallen van de dividendbelasting te compenseren.

Het probleem is dat het hoogste tarief van de vennootschapsbelasting nu nog 25% is en ooit begon met 46%. Nederland laat zich samen met andere staten meesleuren in de belastingconcurrentie. Het idee is dat belastingen voor bedrijven steeds verder moeten worden verlaagd omdat bedrijven zich anders in het buitenland zouden vestigen als de belastingtarieven daar lager zijn. Overweeg nu een aantal andere statistieken. De collectieve lastendruk (de totale opbrengst van belastingen en sociale premies als percentage van het bruto binnenlands product) is sinds 1995 gestegen van 37,2% naar 38,5% in 2017. De opbrengsten van de vennootschapsbelasting als percentage van het bruto binnenlands product stegen van 2,87% in 1995 naar 2,90% in 2017.

De collectieve lastendruk stijgt duidelijk terwijl het aandeel van de vennootschapsbelasting ongeveer hetzelfde blijft. Deze kleine verschuiving is in werkelijkheid ernstiger. Het Centraal Planbureau kan de gelijkblijvende opbrengsten van de vennootschapsbelasting gedeeltelijk verklaren met twee oorzaken. Enerzijds worden de gedaalde tarieven gecompenseerd door een bredere belastinggrondslag, zoals minder aftrekposten en afschrijvingsmogelijkheden en dergelijke. Anderzijds is er ook een verschuiving in rechtsvorm van bedrijven, bijvoorbeeld van eenmanszaken naar besloten vennootschappen (bv’s). Een eenmanszaak betaalt inkomstenbelasting en een bv vennootschapsbelasting. Omdat de vennootschapsbelasting lager is loont het om een bedrijf om te zetten naar een bv. De consequentie is dat de opbrengsten uit de inkomstenbelasting wel getroffen worden.

Bovenstaande is natuurlijk maar een deel van het antwoord omdat we het alleen over vennootschapsbelasting hebben. Helaas kan ik geen goede historische cijfers vinden over de verdeling van de collectieve lastendruk tussen bedrijven en huishoudens. Ik heb een sterk vermoeden dat deze zouden laten zien dat bedrijven een steeds kleiner aandeel bijdragen aan de belastinginkomsten en huishoudens steeds meer. De tarieven van de vennootschapsbelasting iets minder fors verlagen gaat het probleem dus niet oplossen.

Het rookverbod op straatniveau

Op 3 augustus werd bekend dat de gemeente Rotterdam plannen heeft om voor een aantal straten een rookverbod in te stellen. Het initiatief is ter bescherming van de gezondheid en komt van het Erasmus MC, de Hogeschool Rotterdam en het Erasmiaans Gymnasium. Om te garanderen dat er voor de ingangen van hun gebouwen niet wordt gerookt zou er effectief een rookverbod komen voor drie straten in de buurt van hun gebouwen. Blijkbaar staan ook andere gemeenten op het punt om in hun Algemene Plaatselijke Verordening (APV) gebieden aan te wijzen waar roken op straat verboden is.

Eigenlijk verbaast het me dat roken in het openbaar nog steeds toegestaan is. Ik vermoed dat electorale overwegingen een rol spelen. Omdat er nu eenmaal zo veel rokers zijn zou een rookverbod stemmen kunnen kosten voor de politieke partijen die het invoeren. Misschien is het feit dat het aantal rokers gestaag daalt een reden dat er tegenwoordig meer beweging is.

Het is raar dat roken zo slap wordt aangepakt in vergelijking met andere drugs. Neem cannabis, een drug die qua gezondheidsschade op gelijke voet staat met tabak of zelfs als minder schadelijk wordt gezien. Het blowen van cannabis in het openbaar is in de meeste gemeenten al verboden, ook via de APV. Of paddo’s, paddestoelen met een hallucinogene en psychedelische werking. Hoewel die niet verslavend en nauwelijks schadelijk zijn werden ze in 2008 toch compleet verboden. Tabak is in vergelijking een massamoordenaar die nauwelijks wordt ingeperkt.

Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen hoe schadelijk drugs zijn voor de publieke ruimte in theorie en in de praktijk. In een ideale situatie hebben we geen last van tabakrokers die ver uit de buurt van anderen roken en gebruikte sigaretten opruimen. In de praktijk zie ik echter dat veel rokers op de busstations en de perrons van Utrecht Centraal die afstand niet houden. Ze roken dicht in de buurt van groepen mensen die wachten op de trein of bus, die zo alsnog meeroken.

Ook gooien veel rokers hun sigarettenpeuken op straat omdat opruimen te veel moeite is voor hen. Het excuus is vast dat hun niet gedoofde sigaret niet in de vuilnisbak kunnen gooien. Toen ik recent tijdens een middagpauze op een bank in een park in Den Haag zat, viel me op dat de grond naast de bank bezaaid was met peuken. Het zag er naar uit dat die daar over een aantal dagen of meer dan een week waren geaccumuleerd. Daarnaast geeft roken in het openbaar altijd een slecht voorbeeld aan kinderen.

Deze ambitie om roken in het openbaar te verbieden komt laat, maar is erg welkom. Ik hoop wel dat we dan gelijk een landelijk verbod op roken in het openbaar kunnen invoeren in plaats van dat we op actie van iedere gemeente in ons land moeten wachten. Er is geen reden waarom roken wel verboden zou moeten zijn op een paar straten in Rotterdam terwijl op de Grote Marktstraat in Den Haag wel mag worden gerookt.

Omdat een compleet rookverbod misschien illegale productie en criminelen in de kaart speelt, zou ik niet kiezen voor een compleet rookverbod. Ik zou tabak ongeveer gelijk stellen aan cannabis, er vanuit gaande dat de productie van cannabis in nabije toekomst waarschijnlijk wordt gelegaliseerd. Dus alleen legale verkoop in coffeeshops (dus geen tabakverkoop meer in supermarkten en dergelijke!) en gebruiksverboden in het openbaar.

Waarom er geen excuses gemaakt moet worden voor de slavernij

Op 30 juni dit jaar heeft de burgemeester van Rotterdam, Ahmed Aboutaleb, de Nederlandse regering opgeroepen om formeel excuses te maken voor de Nederlandse slavenhandel. De Nederlandse staat had eerder al wel spijt betuigd voor de slavenhandel, maar van excuses is het nooit gekomen uit vrees voor mogelijke juridische aansprakelijkheid. Om verschillende redenen vind ik formele excuses een slecht idee.

Dat juist Aboutaleb met zijn Berberse oorsprong deze oproep doet vind ik op zijn minst ironisch. De Barbarijse zeerovers uit Noord-Afrika ondernamen van de 16de tot de 19de eeuw rooftochten naar Europa om Europeanen tot slaaf te maken. Waar is zijn oproep aan Marokko, Algerije en Tunesië om formeel excuses te maken aan Europese landen voor hun slavenhandel? Natuurlijk is het wel zo dat Europeanen veel meer slaven hebben verhandeld dan de Berbers, maar dat is niet het punt. Gewoon een geïnteresseerde vraag, geen jij-bak aan het adres van Aboutaleb.

Europeanen eisen tegenwoordig geen excuses van Noord-Afrikaanse landen vanwege hun slavenhandel uit het verleden. Inheemse Nederlanders eisen tegenwoordig geen excuses van Spanje omdat hun verre voorouders tijdens de Tachtigjare Oorlog zijn vermoord door toedoen van het Spaanse Rijk. Het Spaanse Rijk heeft de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden ook nooit gecompenseerd voor de oorlogsschade. Deze mensen realiseren zich blijkbaar wel dat je niet moet blijven trekken aan het verre verleden.

Er zijn natuurlijk wel andere situaties mogelijk waarin excuses wel gepast zijn. Het belangrijkste criterium daarbij moet zijn dat de mensen die excuses eisen ook daadwerkelijk geleden hebben door de daden waarvoor excuses wordt gevraagd. Daarvan zijn de moordpartijen door Nederlandse militairen in het Indonesische Rawagede en Zuid-Sulawesi in 1946 en 1947 een goed voorbeeld. De weduwen van de mannen die destijds zijn vermoord zijn gecompenseerd voor de schade en er is officieel excuses gegeven.

Kanttekening daarbij is dat de Nederlandse politici die destijds verantwoordelijk waren voor het gewelddadig onderdrukken van de Indonesische Onafhankelijkheidsstrijd niet meer in leven zijn. Een excuses boet aan waarde in als het niet gemaakt wordt door hen die verantwoordelijk waren voor de misdaden. In dit geval is de verantwoordelijkheid dus meer abstract omdat excuses wordt gemaakt namens de Nederlandse staat als rechtspersoon. Dat doet echter niets af aan de noodzaak van het excuses.

Vergelijk dit met de situatie van de slavenhandel door Nederlanders. Onder de mensen die excuses eisen van de Nederlandse staat is er niemand die heeft geleden onder de slavernij en zij hebben ook geen ouders gehad die slaaf zijn geweest. Op welke manier zijn zij beschadigd door de slavernij? Hoe gaat een excuses er dan voor zorgen dat zij ’s nachts beter slapen? Ik kan mij niet aan de gedachte onttrekken dat deze mensen een excuses willen zodat zij de Nederlandse staat juridisch aansprakelijk kunnen stellen en dan met rechtszaken uit zijn op financiële compensatie.

Gemeenteraadsverkiezingen 2014: wat ik ga stemmen in Rotterdam

Voor de gemeenteraadsverkiezingen op 19 maart in Rotterdam ga ik op GroenLinks stemmen. En wel om de volgende redenen:

  • Met € 372,50 betaal ik in Rotterdam de hoofdprijs voor de afvalstoffenheffing. En dan is de afvalverwerking niet eens duurzaam: in mijn vorige gemeente Vianen wordt plastic apart ingezameld, maar dat wordt niet gedaan in Rotterdam. GroenLinks heeft volgens mij het beste plan om de afvalstoffenheffing te verlagen én afval duurzamer te verwerken.
  • Het streven om de luchtkwaliteit te verbeteren. Als ik naar de meetresultaten voor de Pleinweg in Rotterdam-Zuid kijk zie ik dat de luchtkwaliteit hier best slecht kan zijn, zeker de laatste paar dagen. Omdat de normen voor luchtkwaliteit in Nederland blijkbaar aan de ruime kant zijn is dit iets waar ik mij zorgen om maak. GroenLinks geeft verbetering van de luchtkwaliteit de hoogste prioriteit van alle Rotterdamse politieke partijen.
  • Scooters moeten verbannen worden van de fietspaden. Scooters kunnen meer vervuilend zijn dan een auto, veel herrie maken en bovenal gevaarlijk zijn op fietspaden. GroenLinks heeft in een aantal gemeenten een petitie gestart om scooters naar de rijbaan te krijgen.
  • Arno Bonte, de fractievoorzitter van GroenLinks Rotterdam, zet zich in voor een vuurwerkverbod. Helaas gaat de lokale politiek daar niet over, maar ik wil met mijn stem dat initiatief wel steunen. Het heeft discussie opgeleverd ten gunste van zo’n verbod. Zoals ik al eerder heb gezegd, zelf vuurwerk afsteken levert te veel verminking en ellende op: laat het professioneel doen op een centrale plaats of doe het helemaal niet.

Dan heb ik, naast de confessionele partijen, nog twee partijen waar ik zeker niet op zou stemmen:

  • Leefbaar Rotterdam. Door een slechte beslissing van Leefbaar wethouder Wim van Sluis zit de gemeente voor 25 jaar vast aan een duur contract voor de afvalverwerking. Ik houd Leefbaar Rotterdam daarom verantwoordelijk voor de hoge afvalstoffenheffing. Ook weet de lijsttrekker van deze partij, Joost Eerdmans, niet waar hij over praat. In een opiniestuk waarin hij het Rotterdam Climate Initiative afkeurt (waar ik zelf ook mijn bedenkingen bij heb) schrijft hij ook dat de opwarming van de aarde al zestien jaar geleden gestopt zou zijn. En nog meer onzin. Deze partij kan ik niet serieus nemen en is de antithese van GroenLinks, zelfs nog meer dan bijvoorbeeld de VVD.
  • De PvdA. Ik acht de lijsttrekker en huidig wethouder van deze partij, Hamit Karakus, niet integer. De ambtenaar die misstanden bij een moskee-internaat als klokkenluider naar buiten bracht werd door hem ontslagen. De rechter oordeelde dat dit ontslag onterecht was. Ondertussen verschuilt Karakus zich achter “onafhankelijke deskundigen” die stellen dat het signaal van de klokkenluider “onjuist was”.

Natuurlijk zijn er nog veel meer zaken die meespelen in de stemkeuze. Zelf had ik niet veel tijd om mij er in te verdiepen, maar dit zijn voor mij de belangrijkste overwegingen: ik denk niet dat verdere verdieping voor mij tot een andere keuze had geleid. Anderen die nog twijfelen kan ik aanraden om zich net als mij te verdiepen in de belangrijkste standpunten. Lees het politieke nieuws eens door of de partijprogramma’s. Stemwijzers doe ik niet aan, debatten interesseren mij ook niet. Joost Eerdmans wordt als een sterke debatteerder gezien, maar dat maakt hem nog geen goede politicus. Ik kies politici omdat ik wil dat ze goede beslissingen maken, niet omdat ze goed kunnen praten.

Bot gevangen bij Public Result, ondanks betoog

Vandaag hoorde ik dat mijn laatste sollicitatie bij een adviesbureau, Public Result in Den Haag, niet tot een sollicitatiegesprek heeft geleid. Het ging om een functie als (junior) adviseur, waar ik met mijn opleiding Bestuurskunde erg goed bij paste. Maar er waren andere sollicitanten die “beter op het vacatureprofiel aansluiten”. Vanwege het “grote aantal reacties” (hoeveel?) kunnen ze er niet inhoudelijk op ingaan. Ik heb een sterk CV, maar ik neem aan dat ook hier de concurrentie van anderen die wél werkervaring hebben te sterk was. Als ik in hun schoenen stond had ik hetzelfde gedaan en voor de meest ervaren mensen gekozen.

Wat ik wel leuk vond aan de sollicitatie bij Public Result is dat ze verzochten om een betoog te schrijven om de motivatie voor de functie te demonstreren. Het betoog moest gaan over een maatschappelijk probleem naar keuze en hoe dat opgelost zou kunnen worden. Dat is weer eens wat anders dan vervelend assessment nummer zoveel omdat dit ook creativiteit vraagt. Ik besloot een oudere blogpost te verbeteren en ben daar denk ik redelijk in geslaagd. Het einde had wat meer argumentatie kunnen gebruiken, maar het mochten maar 750 woorden zijn. Omdat het anders door niemand meer gelezen zou worden en het mij een vrije dag heeft gekost om dit te schrijven, publiceer ik het ook op mijn weblog.

Geen gemeentelijke herindeling

In Nederland is al lang een proces van gemeentelijke herindeling gaande. Het aantal gemeenten is gereduceerd van 1.015 gemeenten in 1950 naar 403 in 2014. En het einde is nog niet in zicht. De rijksoverheid begon met herindeling vanwege de decentralisatie van overheidstaken. Zij veronderstelt dat alleen grotere gemeenten voldoende bestuurskracht hebben om deze nieuwe taken uit te voeren. Het mag duidelijk zijn dat een overvloed aan kleine gemeenten zoals in 1950 niet wenselijk was, maar het is de vraag of verder gaan met herindeling op dit punt verstandig is. Ik denk dat verder gaan onwenselijk is in politiek en democratisch opzicht. Belangrijker nog is dat het op bestuurlijk en financieel vlak ook geen rendement meer oplevert.

Door verdere herindeling lijkt een politiek en democratisch deficit te ontstaan. Er is voorspeld dat de opkomst voor de komende gemeenteraadsverkiezingen weer historisch laag zal zijn. Tevens is het steeds moeilijker voor lokale politieke partijen om kandidaat-raadsleden te vinden. Verklaringen voor deze ontwikkelingen zijn er nog niet, maar het lijkt logisch dat kiezers onverschilliger gaan denken over hun gemeente als deze veel groter is. De afstand tussen hen en de gemeente wordt zowel mentaal als fysiek groter. Het voelt dan veel minder aan als hun eigen lokale gemeenschap. Wellicht is de schaarste aan goede raadsleden ook zo te verklaren, daarnaast zal de toegenomen complexiteit door extra taken potentiële raadsleden wellicht afschrikken. De nieuwe taken zorgen er tegelijkertijd wel voor dat controle door de gemeenteraad steeds belangrijker wordt. Daar wringt de schoen.

De belangrijkste reden voor het Rijk om taken naar gemeenten over te hevelen is de aanname dat gemeenten deze taken goedkoper kunnen uitvoeren. Naast decentralisatie zal de reductie van het aantal gemeenten op zich ook leiden tot minder kosten, aldus Den Haag. Zo heeft het kabinet-Rutte II voor 2017 al een bezuiniging van € 180 miljoen op het Gemeentefonds berekend. In het regeerakkoord (p. 46) is de politieke gedachtegang te doorgronden:

“Het eindperspectief voor gemeenten leidt tot besparingen die ontstaan door schaalvoordelen, verminderen van toezicht, vereenvoudiging van regelgeving en minder dubbeling van taken. De besparing gaat uit van een daling van het aantal gemeenteambtenaren doordat gemeenten groter worden of met elkaar gaan samenwerken. Er is uitgegaan van het rekenkundige equivalent van een vermindering met 75 gemeenten in de periode tot 2017. Voor de totale periode komt deze benadering neer op een resterend aantal van 100-150 gemeenten in 2025. Dit leidt tot een uitname uit het Gemeentefonds.”

Recent onderzoek wijst uit dat herindeling op de lange termijn juist leidt tot hogere uitgaven van 10 tot 20%. Dat maakt des te meer duidelijk dat het idee om taken naar gemeenten te decentraliseren omdat zij het goedkoper kunnen een politieke opvatting is zonder onderbouwing. Onderzoek naar de resultaten van de decentralisatie van specifieke taken stemt ook niet hoopvol. Zo is het beroep op de bijstand weliswaar gedaald sinds deze de verantwoordelijkheid is geworden van gemeenten, maar dat was niet omdat er efficiënter gewerkt werd. Dit kwam omdat gemeenten uitkeringstrekkers lieten doorstromen naar de duurdere Wajong, welke niet hun verantwoordelijkheid is. Sinds 2004 zou minimaal een derde van de instroom in de Wajong het resultaat zijn geweest van afwenteling uit de bijstand.

Paradoxaal genoeg besluiten veel gemeenten die een herindeling achter de rug hebben om alsnog een intergemeentelijk samenwerkingsverband aan te gaan met andere gemeenten. Op het eerste gezicht speelt dat het kabinet in de kaart, dat graag supergemeenten van minstens 100.000 inwoners ziet. Maar dit is ook anders te interpreteren. Wellicht voelen gemeenten zich genoodzaakt tot samenwerking vanwege de overvloed aan nieuwe taken en misschien ook omdat er een gebrek is aan een krachtig middenbestuur.

Zou een beter middenbestuur niet de oplossing voor het probleem zijn? Provincies lijken door hun grotere schaal beter geëquipeerd te zijn om een aantal taken uit te voeren die nu naar gemeenten worden gedecentraliseerd. Het voornemen van het kabinet om andere regionale bestuurslagen zoals plusregio’s af te schaffen snijdt wel hout. Schaf de waterschappen dan ook af en draag hun taken over naar de provincie. Hoewel hiermee niet veel bezuinigd zal worden zal het wel de bestuurlijke drukte reduceren en het openbaar bestuur eenvoudiger maken. Maak een Randstadprovincie om de huidige fragmentatie in de Randstad op te heffen. Door een sterker middenbestuur te smeden kunnen gemeenten weer terug naar de menselijke maat. Roep de herindeling en overstroming aan decentralisatie van taken een halt toe en maak deze eventueel deels ongedaan. Geef de gemeente als bestuurslaag terug aan de lokale gemeenschap.

Homoseksualiteit zou geen grond voor asiel mogen zijn

Het Europese Hof van Justitie oordeelt dat homoseksualiteit een grond voor asiel kan zijn. Bijvoorbeeld als een vluchteling homoseksueel is en daarvoor in zijn of haar thuisland gevangenisstraf kan krijgen. Het Hof stelt dat van deze mensen niet verwacht mag worden dat zij geen uiting geven aan hun seksuele geaardheid of deze geheim houden om vervolging te voorkomen. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie vertelde dat de Nederlandse staat al conform dit beleid handelt.

Ik ben een tegenstander van discriminatie op seksuele aard en gun homoseksuelen de vrijheid om te leven naar hun seksuele oriëntatie, maar ik denk dat dit geen grond voor asiel mag zijn. Ik denk dat de inwoners van een staat moeten leren leven met hun wetgeving, zelfs als deze discriminerend is. Ik zou pas asiel willen verlenen als er sprake is van staatsterreur (Syrië) of genocide. Het is aan de bevolking van een staat zelf om politieke strijd te voeren voor gelijkheid. Helaas kunnen wij mensenrechten niet opleggen. Wij kunnen anderen wel steunen in hun strijd voor gelijke rechten, maar niet met asiel.

Mijn belangrijkste bezwaar is echter dat asiel voor homoseksuelen niet praktisch is en niet eerlijk. In veel landen worden vrouwen gediscrimineerd, vooral in Saudi-Arabië en Iran. Homoseksuelen kunnen hun seksuele aard verbergen, maar vrouwen kunnen hun sekse niet geheim houden. Ik zou daarom zeggen dat vrouwen nog meer recht op asiel zouden hebben dan homo’s als ik zou redeneren dat sekse net als seksuele geaardheid een reden voor asiel kan zijn. Maar in Saudi-Arabië alleen al wonen 29 miljoen mensen en in Iran 77 miljoen. Als je er van uit gaat dat de helft van de bevolking vrouw is zijn dat erg veel potentiële asielzoekers. En tel daar andere landen en homoseksuelen bij op. Die kunnen wij in Nederland, laat staan in Europa, niet allemaal huisvesten.

Daarnaast is het makkelijk om met dit argument onrechtmatig asiel aan te vragen. Als homoseksualiteit een grond voor asiel kan zijn voorzie ik dat veel asielzoekers valselijk zullen beweren dat zij homoseksueel zijn. Hoe wil de Immigratie en Naturalisatiedienst er achter komen of zij de waarheid spreken?

Een kiesdrempel vergroot de politieke slagkracht niet

Benk Korthals, de partijvoorzitter van de VVD, wil een kiesdrempel van twee procent. Hij wijst er op dat vijf van de elf partijen in de Tweede Kamer minder dan tien zetels hebben. In de woorden van Korthals zelf:

Het mag mooi zijn dat vrijwel iedereen in Nederland zich vertegenwoordigd mag weten, maar de vraag is gerechtvaardigd of de politiek in het huidige tijdsgewricht niet te veel aan slagkracht inboet.

Ik denk dat dit een slecht plan is en heb daar vier argumenten voor.

Potentiële consequenties en hun onwenselijkheid

De Tweede Kamer telt 150 zetels. Twee procent van 150 zetels is drie zetels. Kijken wij naar de uitslag van de verkiezingen van 2012, dan zien wij dat er maar twee partijen zijn die minder dan drie zetels hebben: de Partij voor de Dieren (2) en 50Plus (2).

Dus dan zouden de overige partijen maar vier (!) extra zetels te verdelen hebben. Een andere blogger heeft al aangetoond dat een kiesdrempel pas voor noemenswaardige veranderingen zorgt als deze hoger is dan 7,5 procent. Naast dit praktische bezwaar vind ik het democratische bezwaar nog belangrijker.

De mogelijkheid dat kleine partijen in ons politieke systeem toegang kunnen krijgen tot de Tweede Kamer versterkt onze democratie omdat zij de grote partijen scherp kunnen houden. De Partij voor de Dieren krijgt disproportioneel veel media-aandacht omdat zij zich met haar standpunten goed weet te onderscheiden. Zo heeft de partij recent een natuurgebied gekocht, maar ik wil vooral wijzen op het verbod op ritueel slachten. Het initiatiefvoorstel van de partij werd met amendementen aangenomen in de Tweede Kamer maar afgewezen door de Eerste Kamer.

50Plus is wat minder succesvol, maar de gevestigde partijen moeten wel voorzichtiger zijn met maatregelen die niet in goede aarde vallen bij hun oudere kiezers. Die kunnen immers overstappen naar 50Plus als de gevestigde partijen in hun ogen te ver gaan. De kleine partijen zorgen voor nog sterkere concurrentie en dat is een goede zaak.

Deze kleine fracties, de Partij van de Dieren in het bijzonder, hebben wel degelijk invloed. Ook al zijn ze oppositiepartijen met maar twee zetels. Ik ben er van overtuigd dat er een verschraling van het politieke landschap zou optreden als deze partijen weggewerkt worden door een kiesdrempel.

Een kiesdrempel is diefstal

Mijn andere bezwaar is dat het concept van een kiesdrempel pure diefstal van stemmen is. Stemmen van kiezers op kleine partijen die de kiesdrempel niet halen worden simpelweg verdeeld over de grote partijen. Zij hoeven daar niets voor te doen, behalve groot genoeg worden.

Als er bij het stemmen een optie zou zijn om een tweede en/of derde partij op te geven als de partij van de eerste voorkeur de kiesdrempel niet haalt zou een kiesdrempel voor mij meer acceptabel zijn. Maar voor zo ver ik weet bestaat zoiets niet in de praktijk en ik hoor Korthals dat ook niet voorstellen.

En ja, ik weet dat de kiesdeler in feite al zorgt voor een kiesdrempel van één zetel. Maar dat zie ik niet als diefstal, eerder als noodzaak. Je kunt immers niet een halve zetel behalen.

Waarom is er een gebrek aan slagkracht?

Korthals legt niet uit waarom een groot aantal politieke partijen de politieke slagkracht verzwakt. Daarom lijkt het mij vooral een oplossing die op zoek is naar een probleem. Voordat wij hier verder over nadenken moeten we eerst duidelijk maken wat politieke slagkracht is. Mijn definitie voor politieke slagkracht zou zijn: de mate waarin een politieke partij haar wensen voor beleid kan realiseren.

Het is echter onmogelijk om het concept met deze definitie te meten. Laat ik daarom vier simpele criteria hanteren:

  1. Het volledig afmaken van de parlementaire periode van vier jaar.
  2. Hoogstens drie partijen in het kabinet. Dit maakt overeenstemming vinden eenvoudiger.
  3. Een meerderheid in de Tweede Kamer.
  4. Een meerderheid in de Eerste Kamer.

Laat ik drie voorbeelden geven van naoorlogse kabinetten die aan alle criteria behalve het tweede voldoen: de kabinetten Drees IIDe Quay en de De Jong. Ze bestonden uit vier partijen, meer dan de drie partijen die de laatste decennia genoeg waren voor een kabinet. In de verkiezingen voor deze drie kabinetten in 1952, 1958 en 1967 behaalden respectievelijk acht, zeven en tien partijen zetels in de Tweede Kamer.

Ik heb zojuist op Parlement & Politiek alle artikelen gelezen over de verschillende naoorlogse kabinetten en de eventuele redenen voor hun val. Ik zie een patroon: het aantal partijen in de Tweede Kamer heeft niets te maken met de val van een kabinet. Een val werd (bijna?) altijd veroorzaakt door coalitiepartijen die een onoverbrugbaar meningsverschil hadden met andere coalitiepartijen. En als er regelmatig een succesvolle coalitie werd gevormd door vier partijen, is er dan echt een probleem van kleine partijen die te veel zetels in handen hebben?

Het huidige kabinet Rutte II zou in principe heel slagvaardig kunnen zijn volgens ons tweede criterium. Het bestaat immers alleen uit de VVD en de PvdA. Het eerste criterium moet nog blijken, maar in tegenstelling tot de andere drie kabinetten voldoet Rutte II niet aan het vierde criterium.

De Eerste Kamer als oorzaak van het probleem

Het verbaasde mij dat Korthals een kiesdrempel als oplossing zag terwijl al vaak genoeg is gezegd dat de Eerste Kamer het grootste probleem is voor Rutte II. Dat zou opgelost kunnen worden door de Eerste Kamer af te schaffen. Ik wijs er graag op dat landen zoals Noorwegen, Zweden en Finland een eenkamerstelsel hebben. Ook is het mogelijk om de leden van de Eerste Kamer anders te kiezen.

Nu worden de leden van de Eerste Kamer gekozen door de leden van de Provinciale Staten, welke weer worden gekozen door het volk. De verkiezingen voor de Provinciale Staten vinden vaak plaats in andere jaren dan de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Zo kan de samenstelling van de Eerste Kamer nogal verschillen van de samenstelling van de Tweede Kamer, zoals nu het geval is. Dit zou opgelost kunnen worden door de leden van de Eerste Kamer te laten kiezen door de leden van de Tweede Kamer. Of direct door het volk tegelijkertijd met de verkiezingen voor de Tweede Kamer.

Wellicht het beste voorbeeld wat ik kan bedenken om aan te geven dat de Eerste Kamer het probleem is en een kiesdrempel er niets mee te maken heeft zijn de Verenigde Staten. Obama is een Democraat, maar de Democraten hebben alleen een meerderheid in de Senaat (vergelijkbaar met onze Eerste Kamer). In het Huis van Afgevaardigden (vergelijkbaar met onze Tweede Kamer) hebben de Republikeinen een meerderheid. Zo zijn de Republikeinen in staat alle wetgeving te blokkeren.

Hoewel de Verenigde Staten geen kiesdrempel hebben is er wel een districtenstelsel, wat in de praktijk betekent dat er een tweepartijenstelsel bestaat waarin bijna alle gekozen kandidaten Democraten of Republikeinen zijn. En toch is de politieke slagkracht ronduit slecht, zoals wij hebben gezien bij de fiscal cliff. Als een van de partijen wel het presidentschap, de Senaat en het Huis van Afgevaardigden in handen heeft is er wel politieke slagkracht, maar is het kiesstelsel nog altijd onrechtvaardig vanwege het districtenstelsel.

Burgerinitiatief salaris koning gestrand

Het burgerinitiatief voor het verlagen van het salaris van de koning is de laatste weken gestagneerd. De teller staat nu op iets meer dan 23.000 handtekeningen en ik verwacht niet dat het initiatief ook maar in de buurt zal komen van de vereiste 40.000 handtekeningen. Je zou toch denken dat er voldoende mensen ontstemd zijn over grootverdiener Willem-Alexander in deze crisistijd. En veel andere burgerinitiatieven wisten wel genoeg handtekeningen wisten te verzamelen voor indiening bij de Tweede Kamer. Wat ging er dan mis?

Wat ik anders had gedaan

Mijn kennis van de organisatie van het initiatief is niet compleet dus ik kan geen complete reconstructie maken. Maar er zijn wel een aantal zaken die mij opvielen.

Zo herinner ik mij dat ik al meer dan een week van tevoren in de media kon lezen dat er een burgerinitiatief in aantocht was. Een slechte zaak, want zo verlies je wat in het Engels met een mooi woord momentum wordt genoemd. Wanneer het dan uiteindelijk mogelijk is om het burgerinitiatief te ondertekenen is de aandacht alweer verslapt voor sommige mensen. Ze hadden het stil moeten houden en pas een persbericht hebben vrijgegeven wanneer het mogelijk was om direct te tekenen. Het is cruciaal dat de piek van de aandacht in de media zo goed mogelijk geëxploiteerd wordt.

Een betere websiteontwerper had ook niet misstaan. Rood-wit-blauw met donkergrijs er bij is onaantrekkelijk. En de openingszin met “eerlijkheid” en “redelijkheid” die “belangrijk” zijn? En wat is de Balkenendenorm ook alweer, zullen mensen die minder goed geïnformeerd zijn zich afvragen? De titelpagina is niet aansprekend en overtuigt mensen niet sterk genoeg om hun handtekening te zetten. Nee, schuif direct dat astronomische salaris van Willem-Alexander – met inbegrip van de belastingen die hij niet hoeft te betalen – voor het netvlies van de bezoeker.

Maar ik wil het Nieuw Republikeins Genootschap hier niet te veel afvallen. Ik ben ze erg dankbaar dat ze actie hebben ondernomen, volgende keer beter. Maar dat wil nog niet zeggen dat het nu een verloren zaak is.

De politiek aan zet

Maar de Tweede Kamer kan ook zonder burgerinitiatief actie ondernemen. Ik vraag mij af waarom er nog geen wetsvoorstel is ingediend? Dat lijkt mij erg kansrijk. Immers, welke partij zou het aandurven het salaris van Willem-Alexander te verdedigen in deze crisistijd?