Archive for the ‘studie’ Category

De vuistregel in de wetenschap: ouder is vaak slechter

Bij mijn vorige post werd een reactie geplaatst door Johan Nijhof die mij lang heeft doen laten nadenken. Omdat de reactie iets afweek van het onderwerp van mijn post en vanwege de omvang van dit onderwerp schrijf ik nu een nieuwe post om op de reactie te reageren.

In de reactie worden twee personen geciteerd, Christiaan Snouck Hurgronje en Jacob Burckhardt. Burckhardt is een bekende naam voor mij omdat hij behandelt werd in de literatuur van de cursus Grondslagen van de Geschiedenis die ik had gevolgd, hij is bekend voor zijn bijdragen aan de kunst- en cultuurgeschiedenis. Het is merkwaardig om deze man als islamhistoricus te beschrijven, in zijn Wikipedia artikel lees ik helemaal niets over zijn werk met betrekking tot de islam. Ik was dus benieuwd waar dat citaat van Burckhardt vandaan kwam.

Google is je beste vriend, dat wordt alweer eens duidelijk als je een zin van het citaat aan Google voert. Allereerst is het grappig om te zien dat mijn weblog dan bovenaan staat in de zoekresultaten, dat streelt mijn ego. Dat terzijde, de zoekresultaten wijzen naar een aantal interessante opinies, deze en deze blogposts op de website van de International Civil Liberties Alliance en deze blogpost op de website van het NRC Handelsblad, waar Johan ook heeft gereageerd en ook Hurgronje en Burckhardt aanhaalt. Ook wijst Google op deze post op een ander weblog, maar die bevat dezelfde opinie als de tweede weblogpost van de ICLA. Het blijkt dus dat Johan de tekst van de tweede voetnoot van de eerste weblogpost van de ICLA heeft overgenomen in zijn reactie. Niets mis mee, maar vermeld dan wel a.u.b. naar goed gebruik de plaats waar de informatie vandaan komt. Bij mijn opleiding is het zo dat citaten zonder bronvermelding als plagiaat worden gezien, wat volkomen terecht is.

De eerste weblogpost van de ICLA geeft als bronvermelding voor het citaat van Burckhardt de tweede weblogpost, die weer hoofdstuk 22 en 23 van het boek Judgments on History and Historians uit 1929 opgeeft. De bronvermelding leidt naar de digitale publicatie van het boek op de website van de Online Library of Liberty. In het voorwoord lezen we dat het boek is samengesteld uit de notities en manuscripten voor colleges die Burckhardt op de Universiteit van Basel gaf tussen 1865 en 1885. Laten we even de vertaling van de bron in de weblogpost en de originele Engelse tekst uit het boek naast elkaar leggen. Eerst de Nederlandse vertaling:

De islam-historicus Jacob Burckhardt stelt: Alle religies zijn exclusief, maar de islam is dat bij uitstek. Deze ontwikkelde zich onmiddellijk tot een staatsvorm die versmolten is met de eigen religie. De Koran is daarvan het spirituele en seculiere wetboek. Diens statuten omvatten alle terreinen van het leven… en blijven vaststaand en onvervormbaar; de bijzonder bekrompen Arabische geest dringt zich op aan vele andere volken en kneedt ze dan voorgoed naar haar eigen vorm (een totale, allesomvattende spirituele gevangenschap!).

En dan de Engelse:

All religions are exclusive, but Islam is quite notably so, and immediately it developed into a state which seemed to be all of a piece with the religion. The Koran is its spiritual and secular book of law.

(1) Its statutes embrace all areas of life, as Döllinger states, and remain set and rigid; the very narrow Arab mind imposes this nature on many nationalities and thus remolds them for all time (a profound, extensive spiritual bondage!)

Ik acht de vertaling natuurgetrouw, het was belangrijk dat even vast te stellen omdat de betekenis nog wel eens verdraaid kan raken door vertaling, en hou er rekening mee dat de bron ook nog eens in het Engels vertaald Duits is.

Burckhardt vertelt in feite dat de islam meer exclusief is dan andere religies, geen scheiding tussen kerk en staat kent, haar wetgeving onveranderbaar en rigide is. Kortom, een bewering die je met uitzondering van de opmerking over de Arabische geest serieus zou nemen, zeker als je de reputatie van Burckhardt in ogenschouw neemt. Allemaal beweringen die potentieel serieus zouden kunnen worden genomen als een historicus ze vandaag zou uiten. Als ze waar zouden zijn.

Maar Burckhardt voegt daar een waardeoordeel over de ‘narrow Arab mind’ aan toe. Dat is laakbaar vanwege de afbreuk die het doet aan het wetenschappelijke karakter en omdat het een beledigende, racistische generalisering is. Iets verder schrijft hij:

It is a low religion of slight inwardness, although it can combine with whatever asceticism and religious absorption it now and again finds among the nations.

Het mag wel duidelijk zijn dat Burckhardt met zijn beledigingen niet voldoet aan onze wetenschappelijke standaarden. Burckhardt is na het lezen van de tekst in mijn achting gedaald, maar ik ben niet verbaasd. Burckhardt schreef dit tussen tussen 1865 en 1885, in een tijdperk waarin de wetenschap niet werd bedreven conform onze huidige maatstaven. Dergelijke uitingen van bevooroordeeldheid en superioriteitsgevoelens van het westen waren voor veel wetenschappers niet vreemd. In dat opzicht is Burckhardt een oriëntalist omdat hij de oriënt (het oosten, de islam) als achterlijk veroordeelt in vergelijking met zijn eigen westerse beschaving. Ter illustratie, hetzelfde is gebeurd met Alexander de Grote. In de negentiende en zelfs de twintigste eeuw werd hij onder invloed van het westerse imperialisme gezien als een held die de het barbaarse oosten beschaving bijbracht. Met de ontwikkeling van de geschiedwetenschap in de twintigste eeuw zijn historici met een meer objectieve blik naar hem gaan kijken, en kwamen zij tot zowel een veel negatiever als een meer genuanceerd beeld. De visies van historici op Alexander werden voor een belangrijke mate bepaald door het politieke klimaat van hun tijd.[1]

Het zeer bezwaarlijk is om Burckhardt als autoriteit te gebruiken. Voor Snouck Hourgronje geldt tot op zekere hoogte hetzelfde. Hoewel hij wel een islamoloog en arabist is en geen beledigingen uit, leefde hij van 1857 tot 1936. We kunnen daarom op basis van de ontwikkeling van de wetenschap in die tijd twijfelen over de juistheid van zijn methode om wetenschap te bedrijven. Tenzij je er goede redenen voor hebt, gebruik je hem daarom niet als bron, maar de moderne kennis van de islamologie. Een belangrijk principe in de wetenschap is ‘standing on the shoulders of giants’, voortbouwen op eerder opgedane kennis. Zelf als hij het bij het juiste eind heeft, dan zegt dat alleen iets over de islam zoals die was tot 1936, en niets over de islam nu. Dat geldt ook voor Burckhardt natuurlijk.

Wat de originele auteur van de weblogpost, Kent Ekeroth, dus doet is het misbruiken van de reputatie van Burckhardt om zijn argument wit te wassen, om het geloofwaardiger te maken door het wetenschappelijke legitimiteit te verschaffen (er wordt natuurlijk niet voor niets opgemerkt dat het een citaat is van een ‘islamhistoricus’). In werkelijkheid is het niet meer dan misleiding omdat Burckhardt geen autoriteit mag worden toegedicht om te oordelen over de islam. Mensen die geen aandacht besteden aan de gebruikte bronnen zullen er intuinen, zoals Johan. Mijn mening over de islam zal ik geven in een volgende post.

Referenties:

  1. Strootmans, Rolf. Alexander de Grote: held of hufter? In: Aanzet, 21.2 (2005), p. 38-42.

Position paper Grondslagen van de Geschiedwetenschap en het vorige blok

Een aantal weken geleden heb ik de cursus Grondslagen van de Geschiedwetenschap succesvol afgerond, met als beoordeling een acht. De beoordeling bestond uit een mondeling tentamen en het schrijven van een position paper, een reflectie op een aantal onderwerpen uit de behandelde literatuur waarin stelling wordt genomen. Het position paper was het meest geslaagd en ik ben ook tevreden met het resultaat. Ik heb wat meer gedaan dan er oorspronkelijk werd gevraagd, en heb er veel andere literatuur bijgehaald. Mijn position paper is hier te vinden.

De andere cursus, Moderne Geschiedenis, heb ik op het nippertje voldoende afgesloten met een 5,8. Voor die cursus had ik veel meer literatuur gelezen en veel meer tijd besteed dan voor Grondslagen. Ik wijt het lage resultaat dan ook aan de vervelende tentamenvragen die altijd gesteld worden bij deze eerstejaars (niveau 1) cursus, samen met de andere eerstejaars cursussen Vroegmoderne Tijd en Eigentijdse Geschiedenis. Grondslagen is daarentegen een niveau 3 cursus die pas na het eerste jaar is te volgen. Als ik heel eerlijk ben, grote delen van de literatuur van Grondslagen had ik niet eens doorgelezen. Wat ik wel had gedaan was heel goed opletten tijdens de werkcolleges en een paar dagen voor het mondeling tentamen het dunste boek uitlezen, dat het grootste deel van de materie behandelde in compacte vorm. Naar mijn idee wordt de bacheloropleiding Geschiedenis alleen maar makkelijker na het eerste jaar, in positieve zin. Dat geldt dan alleen als je het net zoals ik fijner vind om de cursus Onderzoeksseminar III (de cursus waarin de bachelorscriptie wordt geschreven) te volgen dan een van die drie vervelende eerstejaarscursussen. Ik ben veel beter in het verrichten van onderzoek dan in het lezen van literatuur voor tentamens. Waarschijnlijk is dat zo omdat het lezen van literatuur voor en het verrichten van onderzoek mij veel meer activeert dan het reproduceren van kennis uit de literatuur voor tentamens.

Wat de andere cursus Bestuurskunde betreft – ik volgde het vorige blok drie cursussen tegelijk – twijfel ik nog steeds of ik het tentamen wel succesvol heb afgerond. Twijfel inderdaad, want na het tentamen op 20 april te hebben afgelegd heb ik nu, 14 mei, nog steeds geen uitslag. Wie de tentamens nakijken weet ik niet, maar in mijn beleving houden ze nu het record voor het langzaamst nakijken van een tentamen in mijn academische carrière ooit!

Nu even terug naar mijn position paper. Ik heb er heel verschillende invalshoeken bij betrokken, waaronder het boek The Black Swan: The Impact of the Highly Improbable van Nassim Nicholas Taleb. Helaas kon ik maar een deel van het boek lezen wegens tijdgebrek voor het schrijven van het position paper, maar de indruk die ik van het boek had was geweldig. Ik kan dit boek iedereen aanraden, en ga het zelf nog eens een keer helemaal uitlezen.

Een succesvol verlopen eerste helft van mijn derde studiejaar

De laatste keer dat ik over de planning van mijn studie schreef was in juli 2009. Inmiddels heb ik alle cursussen van de eerste helft van mijn derde studiejaar succesvol afgerond. Mijn bachelorscriptie die ik voor Onderzoeksseminar III heb geschreven is met een 8,5 beoordeeld, helaas is daar wel een punt van afgetrokken omdat het te laat was ingeleverd. Stom, het was erg veel werk en ik was er niet snel genoeg aan begonnen. Desondanks ben ik wel tevreden, zo’n hoge beoordeling is voor mij een zeldzaamheid. Maar als perfectionist blijft het mij irriteren omdat ik blijf nadenken over hoe ik het nog beter had kunnen schrijven. De inleiding en de conclusie hadden beter gekund, mijn docent deelde die mening. Voor wie mijn bachelorscriptie wil lezen, zie mijn Engelse weblog.

Over beoordelingen gesproken, voor Management van Organisaties haalde ik een 5,6. Dat geeft mij net als Onderzoeksseminar III een dubbel gevoel, enerzijds ben ik héél blij dat ik geen herkansing zou moeten afleggen, anderzijds vind ik het jammer dat ik een belangrijk deel van de literatuur helemaal niet gelezen heb. Weliswaar heb ik vragen over dat deel van de literatuur op het tentamen toch enigszins kunnen beantwoorden omdat ik goed had opgelet tijdens de hoorcolleges waar de literatuur werd toegelicht en samengevat, maar het is de omgekeerde wereld. Ik heb het gevoel dat ik kennis en begrip mis omdat beoordeling door middel van tentamens stimuleren om strategisch te studeren, met andere woorden primair aandacht geven aan het begrip van hoofdlijnen en -zaken door middel van hoor en -werkcolleges. Omdat ik niet de tijd kan vinden om de verplichte literatuur aandachtig genoeg te lezen is mijn begrip niet zo ‘puur’ als ik zou wensen.

Op dit moment is het derde blok gaande. Wederom heb ik de planning gevolgd, met als verschil dat ik ook Grondslagen van de Geschiedenis herkans in plaats van in de derde periode volgend jaar. Het vrijkomen van het derde blok volgend jaar geeft mij meer flexibiliteit in mijn planning van volgend jaar, maar ik volg nu dus drie cursussen in één blok. Ik heb diep respect voor mensen die twee studies tegelijk kunnen volgen en dus waarschijnlijk vier cursussen per blok volgen, ik heb al moeite genoeg met de standaard twee cursussen per blok, laat staan drie. Dit gaat mij erg veel inspanning vergen, gelukkig is het wel zo uitgekomen dat ik straks drie tentamens heb die over drie weken verspreid zijn. De ontwerpers van de cursus Moderne Geschiedenis zijn sinds ik de cursus in mijn eerste studiejaar had verprutst op het idee gekomen om nog wat extra literatuur toe te voegen. Aan deze cursus moest al een dag besteed worden, en nu de extra literatuur ook gelezen moet worden nog meer. Grondslagen van de Geschiedenis vraagt ook aardig wat leeswerk, Bestuurskunde is wel acceptabel. Het is voor mij moeilijk deze cursussen alle drie tegelijk te volgen, op dit moment sta ik al op een achterstand met het lezen van de literatuur. Niet dat het onmogelijk is, zeker omdat ik thuis woon en geen bijbaan heb op dit moment moet het goed te doen zijn, mijn grote probleem is dat ik te weinig of helemaal geen tijd reserveer om literatuur te lezen, en dat wanneer ik wel lees ik niet zo snel lees.

Als alles volgens planning verloopt heb ik volgend jaar alleen het eerste blok (of een later blok, dat zou ook kunnen als ik daar toe beslis) een stage gepland, en is de rest van het jaar vrij in te richten. Ik ben nog hard aan het nadenken over wat ik de rest van het jaar ga doen. Studeren in het buitenland heeft mijn interesse, misschien kan ik aan het werk gaan, misschien kan ik meer stage lopen dan strikt noodzakelijk is om mijn bachelor te halen, misschien kan ik nog meer cursussen gaan volgen die mij interesseren bij andere opleidingen. Ik weet het nog niet zeker. Wel is zeker dat ik volgend jaar nog niet met de master kan beginnen, alle masters bij Bestuurs- en Organisatiewetenschap starten per 1 september wanneer ik nog met die stage moet beginnen. Er zijn ook masters waar vanaf februari mee begonnen kan worden.

Trouwens, in de planning voor het derde jaar in de eerdere post stond dat ik in het vierde jaar in het laatste blok nog een contexcursus op niveau 3 moest kiezen. Ik heb nog een keer de examencommissie verzocht om deze in te ruilen voor een niveau 3-keuzecursus bij Bestuurs- en Organisatiewetenschap. De examencommissie heeft dat verzoek ook ingewilligd, en daarom heb ik gekozen voor de cursus ‘Leiderschap‘.

Het derde en vierde jaar van mijn bachelor

Vorig jaar had ik geschreven over de planning van mijn tweede en derde studiejaar. Hoewel ik de planning voor mijn tweede studiejaar niet compleet heb kunnen realiseren, is het toch redelijk goed verlopen. Ik heb alle cursussen uit de planning behaald, met uitzondering van Management van organisaties en Grondslagen van de Geschiedenis. Ik moet Onderzoeksseminar II C nog herkansen – ik ga uit van een succesvolle herkansing – en ik heb Vroegmoderne Tijd en Eigentijdse Geschiedenis herkanst, twee cursussen uit het eerste jaar die niet op de planning vermeld stonden. Management van organisaties had ik eigenlijk moeten halen, puur een kwestie van te weinig inzet. Grondslagen van de Geschiedenis had ik niet gehaald omdat ik die periode drie cursussen volgde, de twee op de planning inclusief Vroegmoderne Tijd, en dat was iets te veel van het goede. Ook in de vierde periode volgde ik drie cursussen, maar tijdens deze periode was het makkelijker omdat de data van de examens van de verschillende cursussen wat verder uit elkaar lagen dan in de derde periode. Voor Onderzoeksseminar II C had ik niet voldoende kwaliteit afgeleverd, ook al had ik er veel tijd in geïnvesteerd, en dat gebeurt mij maar sporadisch. Hieronder even een evaluatie met afgekorte cursusnamen omdat de tabel anders te breed wordt, volg de links voor details van de cursussen.

Evaluatie tweede jaar: 2008–2009
Blok Eerste cursus Tweede cursus Derde cursus
1 Thema: MG (niveau 2) Minor B&O: OBM (niveau 1)
2 Context: TEC (niveau 2) Minor B&O: MvO (niveau 2)
3 OS II C (niveau 2) GG (niveau 3) VT (niveau 1)
4 Context: BD (niveau 3) EG (niveau 1)

Voor het derde jaar geldt dat de ik de minor van de opleiding Bestuurs- en Organisatiewetenschappen moet afronden, dit moet in twee jaar gebeuren. Gelukkig werd ik geplaatst voor Onderzoeksseminar III, die van Cultuurgeschiedenis werd op het laatste moment nog gecreëerd om aan de grote belangstelling te voldoen. Zou ik niet geplaatst zijn, dan zou mijn planning op een vervelende manier overhoop zijn gegooid.

Planning derde jaar: 2009–2010
Blok Eerste cursus Tweede cursus
1 Casus: Het Koninkrijk Azië (niveau 3) Onderzoeksseminar III: Cultuurgeschiedenis (niveau 3)
2 Minor B&O: Management van Organisaties (niveau 2)
3 Minor B&O: Bestuurskunde (niveau 2) Moderne Geschiedenis (niveau 1)
4 Minor B&O: Multidisciplinair Onderzoek (niveau 3) Context: ? (niveau 3)

Het vervelende is dat ik nog een jaar extra studievertraging oploop, omdat ik mijn achterstand niet verkleind heb in het tweede studiejaar. Zoals gezegd heb ik twee cursussen uit het eerste jaar gehaald, maar daar komen weer twee cursussen uit het tweede jaar die ik niet gehaald heb voor in de plaats. Enerzijds vind ik dit erg vervelend, anderzijds zijn er nog genoeg mogelijkheden om dat vierde jaar in te vullen. Wellicht cursussen volgen bij een andere opleiding, studeren in het buitenland of de arbeidsmarkt betreden. Dat zie ik later wel. In het vierde jaar resteren de stage en de cursus Grondslagen van de Geschiedenis.

Planning vierde jaar: 2010–2011
Blok Eerste cursus Tweede cursus
1 Stage (niveau 3)
2
3 Grondslagen van de Geschiedenis (niveau 3)
4

Studiefinanciering loopt ten einde, nullening voor OV-studentenkaart

Dit jaar is het laatste jaar dat ik studiefinanciering ontvang. Ik ging er van uit dat de OV-studentenkaart is gekoppeld aan de studiefinanciering en dat ik deze vanaf volgend jaar niet meer zou kunnen gebruiken, ondanks dat ik nog twee jaar te gaan heb voor ik mijn bachelordiploma behaal. Ik vreesde dat vanaf volgend jaar het openbaar vervoer veel geld zou kosten, en ik besloot nog eens goed te zoeken of er nog een mogelijkheid is om de OV-studentenkaart te blijven gebruiken nadat mijn recht op studiefinanciering verlopen is. Gelukkig blijkt dat inderdaad mogelijk te zijn, maximaal drie jaar nadat de prestatiebeurs is verbruikt, kan een nullening worden aangevraagd om de OV-studentenkaart te blijven gebruiken. Drie jaar is voor mij net genoeg, er van uitgaande dat ik geen vertraging oploop tijdens de masteropleiding. Ik ga dus de nullening aanvragen.

Twee papers ingeleverd

Recent heb ik twee papers ingeleverd voor mijn opleiding, zie mijn Engelse weblog om ze te downloaden. Een groter paper voor de cursus Onderzoeksseminar 2 en een kleiner paper voor de cursus Burgers en Democratie. Voor de laatste heb ik nog geen beoordeling gekregen, maar de eerste is als onvoldoende beoordeeld. Het is veel te veel beschrijvend, het eerste en tweede hoofdstuk zijn niet veel meer dan de samenvatting van de gebruikte bron. Daarnaast is de analyse op basis van doeltreffendheid en doelmatigheid ook onder de maat. Ik begrijp de redenen waarom het als onvoldoende werd beoordeeld, gelukkig heb ik de mogelijkheid om een verbeterde versie in te leveren. Het paper dat ik voor Burgers en Democratie had ingelverd (een cursus die ik volg bij de opleiding Bestuurs- en Organisatiewetenschap) bevat ook meer mankementen dan ik wens, maar ik reken op een voldoende.

Beide tentamens gehaald, traag nakijken bij de UU

De laatste weken heb ik in spanning afgewacht op mijn tentamenresultaten van het eerste blok (vier blokken in totaal) van dit jaar. Ik heb veel langer moeten wachten dan de termijn van 10 werkdagen die geldt voor het bekendmaken van resultaten, op 4 en 6 november had ik respectievelijk de tentamens Inleiding Organisatie, Beleid en Management (IOBM) en Militaire Geschiedenis (MG) afgelegd.  In het studenteninformatiesysteem OSIRIS wat de Universiteit Utrecht gebruikt werden mijn resultaten op 24 november en 28 november voor respectievelijk IOBM en MG bekendgemaakt. Dat is respectievelijk 14 en 16 werkdagen.

De resultaten die ik heb behaald voor de tentamens zijn een 5,7 voor IOBM en een 6,5 voor MG. Het resultaat voor MG is opgebouwd uit een beoordeling voor een essay dat voor 25% telt en het tentamen dat voor 75% telt, ik had een 8 voor het essay behaald en een 5,8 voor het tentamen.

Ik heb twee visies op zelfevaluatie. Enerzijds ben ik heel tevreden dat ik beide tentamens heb gehaald. Volgens de efficiëntievisie is een 5,5 het best haalbare resultaat (als cum laude afstuderen geen doel is, uiteraard), want dan is een voldoende resultaat behaald met een minimum aan inzet.

En mijn inzet was inderdaad nihil, hoewel ik bijna alle hoorcolleges bijwoon zoals bij iedere cursus, heb ik de boeken nauwelijks opengeslagen. Gelukkig gingen de tentamenvragen voor een belangrijk deel over een managementgoeroe, Mintzberg. Ik had al een boek van hem gelezen tijdens mijn HBO-opleiding Bestuurskunde, de inhoud daarvan wist ik nog prima te herinneren en zo kon ik de vragen goed beantwoorden. Daarnaast had ik een van de boeken die behandeld werden bij deze cursus al gebruikt tijdens mijn voorgaande twee studies Bestuurskunde.

Voor MG had ik meer tijd besteed, tijdens mijn verblijf als proefpersoon heb ik aardig wat literatuur gelezen. Voor MG werd echter ook een ongezonde hoeveelheid aan readers voorgeschreven, die heb ik grotendeels links laten liggen. Uiteindelijk wist ik twee of drie vragen niet goed te beantwoorden omdat ik die readers niet had gelezen, maar ik had dus beter verwacht dan een 5,8.

Waarom zou je een 10 als resultaat halen als 5,5 ook genoeg is? Ik kan me niet voorstellen dat werkgevers behaalde tentamenresultaten zo zwaar laten meespelen bij het beoordelen van sollicitanten. Eigenlijk is er nauwelijks motivatie om zo hoog mogelijke tentamenresultaten te behalen. Meer vrije tijd is juist een goede motivatie voor een zo minimale inzet als mogelijk. Als je het rendement berekent door het resultaat dat is behaald voor de cursus te delen door de tijd die is besteed aan de cursus, dan heeft iemand met een 5,5 die zich nauwelijks heeft ingezet een hoger rendement behaald dan iemand die een hoger resultaat heeft behaald maar daar relatief harder voor moet werken. Eigenlijk ben ik dus een betere student dan de studenten die moeten ploeteren voor een hoger resultaat.

Aan de andere kant hanteer ik de perfectionismevisie. Eigenlijk vind ik het beschamend dat ik zulke lage resultaten heb behaald, en dat ik nauwelijks productief ben geweest. Mijn eeuwige goede voornemen is dan ook weer om dit blok beter te presteren.

De cursus The Eighteenth Century nodigt daar echter niet toe uit. Ik had echter een contextcursus nodig, en deze cursus leek mij de beste keuze van de slechtsten. Britse literatuur bestuderen uit de achtiende eeuw is voor mij pure tijdverspilling, maar het is natuurlijk ook mijn eigen schuld omdat ik er voor koos om Geschiedenis te gaan studeren. Gelukkig is de tweede cursus van de minor Bestuurs- en Organisatiewetenschappen, Management van Organisaties, wel de moeite waard. De hoorcolleges worden verzorgd door een goede docent, en de gastsprekers die iedere week aan bod komen kan ik erg waarderen.

De planning voor de komende jaren van mijn opleiding

Nu het eerste jaar van de opleiding Geschiedenis aan de UU achter mij ligt, begint het interessant te worden in de laatste twee jaren van de bachelor. In tegenstelling tot het eerste jaar van de studie zijn er in de laatste twee jaren keuzemogelijkheden voor de te volgen cursussen. De keuzemogelijkheden worden echter wel beperkt door de eisen die de opleiding stelt aan het niveau en type van de te volgen cursussen. Een planning maken voor de keuzes is daarom niet eenvoudig. De inschrijvingsperiode voor de cursussen van het volgende studiejaar licht inmiddels al weer even achter ons, en na veel gepuzzel ben ik er uiteindelijk uitgekomen. Gelukkig was de studieadviseur, mevrouw Van Ruyven, erg behulpzaam bij het maken van keuzes. Zij verdient hulde.

Planning tweede jaar: 2008–2009
Periode Eerste cursus Tweede cursus
1 Thema: Inleiding militaire geschiedenis (niveau 2) Minor B&O: Organisatie, beleid, management (niveau 1)
2 Context: The Eighteenth Century (niveau 2) Minor B&O: Management van organisaties (niveau 2)
3 Onderzoeksseminar 2 C (niveau 2) Grondslagen Geschiedwetenschap (niveau 3)
4 Onderzoeksseminar 2 C (niveau 2) Context: ? (bij voorkeur keuzecursus B&O) (niveau 3)

In het tweede jaar zijn eigenlijk alleen de themacursus en de twee cursussen van de minor van Bestuurs- en Organisatiewetenschap een eigen keuze. De overige cursussen met uitzondering van de context cursussen zijn verplicht, je kan alleen kiezen wanneer je die cursussen gaat volgen. De keuze is erg beperkt wat betreft de context cursussen omdat er maar twee tot vier context cursussen op niveau 2 worden aangeboden gedurende alle periodes van het studiejaar.

De enige cursus die mij werkelijk interesseerde – cursuscode: WB1BD3022 – in de tweede periode was helaas niveau 1. Ik heb toen maar de beste van de slechtste gekozen, de keuzecursus “The Eighteenth Century” van de opleiding Engelse Taal en Cultuur. Erg jammer dat er zo weinig keuze is wat betreft de context cursus. Wanneer je echter geen geschikte context cursus op niveau 3 kan vinden, is het gelukkig mogelijk om de examencommissie te verzoeken om het tekort te compenseren in de profileringsruimte. Ik ga dat proberen en heb een voorkeur voor een cursus van B&O.

De cursus “Inleiding militaire geschiedenis” lijkt mij fascinerend, maar ik was onaangenaam verrast toen ik naar het rooster keek en zag dat deze cursus op donderdagavond van 20:00 tot 21:45 uur wordt gegeven. Met mijn reistijd ben ik dan ongeveer om 23:00 uur thuis. Fijn dat de deeltijd en voltijd studenten weer bij elkaar worden gegooid, al hoeft dat niet automatisch te betekenen dat de cursus daarom zo laat gegeven wordt.

Ik heb mij ingeschreven voor de minor van B&O omdat ik mij zo via een omweg alsnog bezig kan houden met de opleiding die mij werkelijk interesseert. De minor van B&O geeft ook toegang voor de masters van B&O, waar ik waarschijnlijk mijn heil ga zoeken. Ik zie erg naar het volgen van de minor B&O uit, want de opleiding staat in Utrecht zeer hoog aangeschreven als de beste van Nederland. De opleiding is kleinschalig en de bacheloropleiding hanteert ook selectie aan de poort. Nu geldt dat niet voor de minor, maar ik verwacht dat de kwaliteit van het minor programma ongeveer gelijk is.

Planning derde jaar: 2009–2010
Periode Eerste cursus Tweede cursus
1 Casus: ? (niveau 3) Stage (niveau 3)
2 Context: ? (niveau 3) Stage (niveau 3)
3 Onderzoeksseminar 3: ? (niveau 3) Minor B&O: Bestuurskunde (niveau 2)
4 Onderzoeksseminar 3: ? (niveau 3) Minor B&O: Multidisciplinair kwalitatief onderzoek (niveau 3)

Het derde en laatste jaar van de bachelor is wat verder weg, en omdat de cursussen die worden aangeboden kunnen veranderen aan het einde van het studiejaar 2008-2009, heeft het niet zoveel zin om de exacte cursus aan te wijzen die ik van plan ben te volgen. Wel weet ik natuurlijk wat voor soort cursus het moet zijn en op welk niveau.

Mijn keuze voor een stage zie ik als een zeer belangrijke en effectieve keuze. Zo kan ik werkervaring opdoen in plaats van constant literatuur lezen en essays of onderzoeken schrijven voor de opleiding. Ik zie mijzelf vooral als een denker wat betreft leertype en niet als een doener of toepasser, maar desondanks heeft studeren voor mij te weinig aantrekkingskracht. Dat ik in mijn stage de kans krijg om mijn vaardigheden te benutten voor de werkelijkheid zal een goede afwisseling zijn. Ook zal een stage op mijn CV waarschijnlijk in hoge waardering worden gehouden door potentiële werkgevers. Ik twijfelde geen minuut over de keuze voor een stage.

Ik ben benieuwd wat mijn medestudenten van het eerste jaar tijdens de rest van de bachelor gaan uitspoken. Omdat mijn weblog blijkbaar (nog) niet zo veel bekendheid geniet zal ik ze eens een e-mail sturen.

Verder naar het tweede jaar van geschiedenis

Ik heb voldaan aan de eis van 37,5 ECTS voor het bindend studieadvies van mijn opleiding, geschiedenis. Ik ben blij dat ik deze keer door kan gaan met mijn opleiding en dat een diploma over een paar jaar in zicht is. Toch vind ik het wat jammer dat ik drie tentamens van ieder 7,5 ECTS (het totaal aantal ECTS dat in een jaar te behalen is bedraagt 60) niet gehaald heb, dat neem ik mijzelf kwalijk.

In tegenstelling tot het eerste jaar is het in het tweede en derde jaar mogelijk om volledig zelf het studieprogramma te bepalen binnen de beperkingen van de keuzemogelijkheden die geboden worden door de opleiding. Voor volgend jaar heb ik onder andere gekozen voor de minor bestuurs- en organisatiewetenschap, en het derde jaar volg ik waarschijnlijk een stage. Met de minor krijg ik toegang tot een master op het gebied van bestuurs- en organisatiewetenschap. Zo heb ik tot mijn tevredenheid toch nog mogelijkheden om mij bezig te houden met bestuurskunde.

Engels weblog

Ik heb al een lange tijd niets meer geschreven op dit weblog, ik heb aardig wat te vertellen, maar ik ga dat niet meer proberen in te halen door die verhalen alsnog op mijn weblog te posten. Wel heb ik de laatste tijd heel veel gepost op mijn nieuwe Engelse weblog. Ik ben met een Engels weblog begonnen omdat ik ook een internationaal publiek wil bereiken, maar posts die niet voor een internationaal publiek interessant zijn blijf ik op mijn Nederlandse weblog posten, misschien komt er ook wel wat overlap. De link naar mijn Engelse weblog staat in de rechter kolom onder “Pagina’s”.

Verder is het belangrijkste wat ik heb te vertellen dat mijn studie redelijk goed gaat, volgende periode moet ik nog maar één van de twee tentamens halen om het bindend studieadvies te halen. Natuurlijk probeer ik ze wel alle twee te halen, daar niet van.