Hoe praat je met een collega over stroeve samenwerking?

Een maand geleden schreef ik dat ik nieuwe baan had bij ID Ware en dat ik moeite had om goed samen te werken met een specifieke collega daar. Een gesprek om hier iets aan te doen heb ik lang uitgesteld omdat ik tegen dat moeilijke gesprek op zag. Dit ging zo door tot een werkdag aan het einde van juli, toen de collega in kwestie wederom flinke kritiek uitte. Zijn verwijten aan mijn adres over de tijdige afhandeling van vragen van klanten waren de druppels die mijn emmer deden overlopen. Tot mijn eigen frustratie had ik namelijk niet voldoende tijd voor klantondersteuning vanwege andere taken.

Ik stond op het punt te exploderen, maar bleef kalm en vroeg of de collega over een paar uur tijd had voor een gesprek over onze samenwerking onder vier ogen. Die paar uur extra tijd bleken nuttig om tot rust te komen. Omdat het gesprek makkelijk de verhouding nog verder kon verslechteren als ik het slecht voerde, dacht ik goed na over de gesprekstactieken die ik zou volgen.

Als eerste de belangrijkste: ga niet uit van kwade bedoelingen. Hoewel jij de interacties van een collega als structureel negatief en neerbuigend kan ervaren, staat niet vast dat de collega het zo bedoelt. Veel mensen, mijzelf inclusief, begrijpen vaak niet goed welke indruk zij achterlaten bij anderen. Dit betekent dat je beter een vraag kunt stellen als “ben je ontevreden over onze samenwerking?” in plaats van meer gesloten vragen die aannames doen. Zoals bijvoorbeeld de vraag “waarom kun je niet met mij samenwerken?”, die er al van uit gaat dat de collega niet met jou overweg kan. Ik was verrast om te horen dat mijn collega geen probleem met mij had.

Met die kennis kun je vervolgens doorpraten over de indruk die de communicatie van jouw collega bij jou achterlaat. Doe dit op een manier die niet stellig is, zeg bijvoorbeeld niet “je loopt constant over mij te klagen” wat beschuldigend overkomt. Focus op het feit dat het gaat over jouw indruk of interpretatie en laat de bedoeling van de collega er buiten. Als je zegt “ik heb de indruk dat je altijd ontevreden bent over mijn werk” is het makkelijker voor de collega om te zeggen dat dit niet klopt. De collega zal waarschijnlijk begrijpen dat hij of zij zijn kritiek wat moet intomen.

Probeer ook voorbeelden te geven van recente interacties met de collega die je als vervelend hebt ervaren. Dit maakt het concreet en beter te begrijpen. Over een punt, zijn tendens om mij (en anderen) tot in detail te willen aansturen, kon ik geen duidelijke en recente voorbeelden geven. Dat punt werd geparkeerd, maar omdat ik het wel noemde heb ik het idee dat de boodschap is overgekomen.

Sommige kleinere problemen zijn snel op te lossen. Zo beloofde mijn collega om mijn volledige voornaam te gebruiken in plaats van “Alex” en de “wat denk je zelf?” vraag achterwege te laten als ik een probleem aan hem voorlegde.

Ten slotte is het belangrijk om te onthouden dat niet alleen de collega zou moeten veranderen, maar ook jij. Ik heb beloofd dat ik mijn vragen aan hem meer zou verzamelen en op een of twee momenten per dag zou stellen. Ik heb soms de neiging om te vaak vragen te stellen en mijn collega’s zo te vaak onderbreek in hun werk. Ook zou ik meer uitgebreid vooronderzoek doen voordat ik een probleem aan hem zou voorleggen. Hoewel niet gevraagd, heb ik toegezegd meer documentatie aan te leggen voor complexe procedures. Als de documentatie goed is hoeft de collega minder vaak uitleg te geven.

Nieuwe baan bij ID Ware

Kort voor mijn vertrek bij FRISS had ik drie sollicitatieprocedures naast elkaar lopen. Uiteindelijk tekende ik bij ID Ware, wat chipkaarten, chipkaartprinters en de software om ze te beheren verkoopt. Ik ben in maart bij hen gestart. Eerst schrijf ik over de sollicitaties, daarna mijn nieuwe werkgever.

De eerste sollicitatie was bij het Ministerie van Financiën voor een baan als (junior) beleidsadviseur. Ik kwam door de briefselectie heen. Omdat ik deze baan zo graag wilde bereidde ik mijzelf extra goed voor op het gesprek. Ik heb het zelfs geoefend met een loopbaanadviseur, iets wat ik nog niet eerder had gedaan. Ik dacht dat het gesprek goed ging, maar ik heb blijkbaar altijd te maken met zeer kieskeurige mensen aan de andere kant van de tafel. Nadat ik was afgewezen vroeg en ontving ik uitgebreide terugkoppeling, maar ik was te zeer teleurgesteld om het goed te onthouden. Wat wel bleef hangen was een opmerking over onvoldoende analytische vaardigheden, wat toont hoezeer die mensen niet bereid zijn om verder te kijken dan de eerste indruk, naar bewezen prestaties. Zoals een publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift, wat de meeste andere kandidaten niet gehad zouden hebben. Als dat geen analytische vaardigheden onderschrijft, wat dan wel?

De afwijzing voelde vernietigend. Waarom wil het lot niet dat ik een baan krijg waar ik voor heb gestudeerd, als bestuurskundige? Mijn vermoeden is dat er relatief veel sollicitanten zijn voor banen als beleidsadviseur, terwijl het IT-personeel relatief schaars is. Niet lang na de afwijzing kwam de cognitieve dissonantie. Ik was het zat om naar banen in de publieke sector te solliciteren, zeker na de realisatie dat mijn huidige salaris bij ID Ware overeenkomt met de ondergrens van het salaris van een senior (!) beleidsadviseur. I kan anticiperen wat er gebeurt met mijn salaris als ik nog wat meer ervaring opdoe en certificeringen zoals Scrum Master en Lean Six Sigma binnenhaal.

Ik had twee andere sollicitatieprocedures, nadat twee rekruteerders mij hadden uitgenodigd. Natuurlijk voelde het goed om uitgenodigd te worden in plaats van zelf het initiatief te moeten nemen. Een van deze bedrijven was Doculayer, wat een Enterprise Content Management systeem bouwt. Ik hield van de diversiteit in hun personeelsbestand, was onder de indruk van hun product en vond hun kantoorgebouw mooi. Ik was minder te spreken over hun locatie vlakbij de A12 en de lange afstand naar hun kantoor met de fiets, wat gebruik van openbaar vervoer noodzakelijk maakte. Het salaris was aantrekkelijk, maar ID Ware bood nog meer.

ID Ware is een veel kleiner bedrijf met een onopvallend kantoor in een voormalig woonhuis. Bijna al mijn collega’s zijn blank en man. Maar aan de andere kant kan ik het kantoor in een half uur met de fiets bereiken. Het ligt in een leuke wijk met een mooi park vlakbij. Het goede salarisaanbod kwam nadat ik hun rekruteerder had verteld dat ik het moeilijk vond om te kiezen tussen Doculayer en ID Ware. Zoals bekend uit mijn vorige post ben ik er € 1.000 in bruto salaris op vooruit gegaan. Voor het eerst voel ik mij gerespecteerd en gewaardeerd door mijn werkgever, in plaats van een vervangbare pion om winst binnen te harken.

In tegenstelling tot het gesprek bij het het Ministerie van Financiën had ik geen speciale voorbereiding getroffen voor de gesprekken bij deze twee bedrijven. Ik was gewoon mijzelf en stelde grofweg net zoveel vragen als ik er had beantwoord. Misschien liet ik bij hen ook geen goede indruk achter en waren ze zo wanhopig op zoek naar nieuw personeel dat zij mij toch kozen? Of misschien deed ik het wel goed in deze gesprekken terwijl het ministerie op zoek was naar eenhoorns en veel keuze had? Ik heb geen idee.

Mijn baan is uitdagend. Ik moet van de grond af aan de producten en software van ons bedrijf leren kennen omdat het zo anders is dan de software van FRISS. De documentatie kan verbetering gebruiken. Veel processen leiden onder te veel administratie en kunnen worden geoptimaliseerd. De ERP-software die we veel gebruiken, SAGE, voldoet niet en zou vervangen moeten worden. We gebruiken een oude versie van SAGE gebaseerd op Microsft Access die we zelf hosten, het is erg traag en gebruiksonvriendelijk. Aan de IT Service Management kant is er redelijk incident management, maar er is geen structureel problem management om het aantal binnenkomende incidenten te reduceren door hun oorzaken op te lossen. We hebben betere monitoring software nodig zodat we gelijk geïnformeerd worden als zakelijk kritische systemen onderuit gaan.

Uiteraard houd ik van uitdaging. Echter, de realiteit is dat ik mijn reguliere werk al nauwelijks kan bijhouden. Dat bestaat voornamelijk uit het oplossen van incidenten met onze software, inkooporders plaatsen en inkomende en uitgaande verzendingen verwerken. Ik heb niet genoeg tijd, het voelt alsof ik zo druk ben met water uit mijn boot hozen dat ik geen gelegenheid heb om het lek in de romp te dichten. Ik hoop meer efficient in mijn dagelijkse werk te worden gedurende de komende maanden en zo meer tijd kan vrijmaken voor structurele verbeteringen.

Er is echter een andere kwestie waar ik mij meer zorgen over maak. De samenwerking met een van mijn directe collega’s is zeer stroef. Ik ervaar dat hij mij met minachting behandeld, alsof ik een onervaren stagiair ben in plaats van zijn collega. Hij werkt langer bij het bedrijf, is meer ervaren en heeft onrealistische verwachtingen over hoe snel ik mijzelf kan inwerken. De grote meerderheid van de interacties die hij met mij heeft zijn negatief omdat hij altijd over mij klaagt. Hoewel hij niet mijn manager is ‘micromanaged’ hij mij vaak en geeft hij mij orders. Wanneer ik hem vragen stel over hoe ik meer complexe problemen moet oplossen, antwoord hij vaak met de vraag “Wat denk je zelf?”, alsof het een examen is. Ik ervaar dit als zeer neerbuigend.

Ik acht mijzelf makkelijk in de omgang en kan goed overweg met al mijn andere collega’s bij ID Ware. Ik had wel een directe collega bij FRISS waar ik regelmatig mee botste, maar uiteindelijk kreeg ik wel een professionele verstandhouding met hem die ons in staat stelde om goed samen te werken. Ik mocht hem nog steeds niet op persoonlijk vlak, maar ik kreeg wel respect voor hem als collega. Maar met deze man nu weet ik het niet. Ik weet niet of het puur passief-agressief gedrag is of een gebrek aan sociale vaardigheden. Tot zover ben ik mij iets meer assertief tegenover hem gaan opstellen en negeer ik zijn geklaag en meer contraproductieve advies, maar dat is geen weg die ik verder wil volgen.

Ik dacht dat ik het een paar maanden zou slikken en wachten om te zien of onze samenwerking zou verbeteren, maar vier maanden verder is dat nog niet gebeurd. Deze kwestie heeft ook een sterk negatieve invloed op mijn werkplezier. Als het langer doorgaat, zou ik er zeker een gesprek met hem over moeten hebben. Het feit dat ik dat gesprek al zo lang uitstel vertelt mij dat ik het blijkbaar lastig vind en het wil vermijden.

Vertrokken bij FRISS

Februari 2018 was mijn laatste maand bij mijn werkgever FRISS. Na tweeënhalf jaar vond ik een nieuwe baan bij ID Ware. Ik zal in een volgende post schrijven over mijn nieuwe baan en terugkijken naar FRISS in deze.

In de komende alinea’s zal ik voornamelijk beschrijven wat er niet leuk was en niet goed ging bij FRISS, maar ik wil duidelijk zijn over de goede zaken. Ik waardeerde de interactie met mijn collega’s veel, vooral degenen in de groep waarmee ik tijdens de middagpauzes ging wandelen en goed leerde kennen. Ik hield van de (internationale) diversiteit en hoe ik uitgebreid kon praten over de details van Indiaas eten met een Indiase collega, net als andere onderwerpen met collega’s uit andere culturen. Mijn manager was een aardige kerel. De directie hield iedere maand met alle werknemers een vergadering aan het einde van de werkdag om de voortgang en richting van het bedrijf te bespreken. Dit werd gecombineerd met een gratis diner. Dit was een zeer transparante manier om iedereen geïnformeerd en betrokken te houden.

Er waren een aantal factoren die het plezier in mijn werk verminderden. Het belangrijkste was het salaris. Sinds ik voor mijn huidige werkgever ID Ware werk verdien ik bruto € 1.000 meer. Om bij mijn huidige salaris te komen heb ik wel profijt gehad van mijn opgedane ervaring bij FRISS en een ITIL Practitioner certificering, als ook goed onderhandelen. Ik doe echter nog steeds grotendeels hetzelfde werk als bij FRISS. Indien je dat in overweging neemt is het verschil nogal groot.

Een andere flinke domper was de IT Service Management software die ik gebruikte voor mijn werk. Ik voelde mij als een kok die de hele dag moest werken met een bot koksmes. Deze software, genaamd GAIA en geproduceerd door het Nederlandse AllSolutions, was simpelweg een naar product uit de Steentijd. Het kon schijnbaar alles doen, maar niets goed. Het verschil met moderne IT Service Management software was er een van dag en nacht. Het kon niet eens automatische e-mails versturen om het sluiten van een ticket door te geven, of automatisch de naam vastleggen van degene die een opmerking schreef bij een ticket. De afdeling Financiën gebruikte het ook voor de financiële administratie. Iedereen die ik sprak haatte het, behalve de collega die het beheerde omdat die vaardigheid hem onmisbaar maakte.

Ik besprak de gebreken van GAIA al in mijn eerste week bij FRISS. Ik had niet de tijd en overtuigingskracht om zaken snel in beweging te krijgen. Uiteindelijk kwam er een nieuwe CFO die wel de urgentie zag en het initiatief nam omdat GAIA zo ongeschikt was voor Financiën. Kort voordat ik vertrok nam ik deel aan de inspanning om te migreren naar Oracle NetSuite, maar ik dacht dat FRISS jaren eerder had kunnen en moeten zoeken naar iets beters. Ik denk dat ik het deels aan mijzelf heb te wijten omdat ik het meer onder de aandacht had kunnen brengen en meer overtuigingskracht had moeten hebben.

Naast gereedschap waren de processen ook niet optimaal. Hoewel ik een goede verhouding had met de Product Owner (Scrum terminilogie) van het ontwikkelteam, was mijn ervaring dat onze terugkoppeling en suggesties geen invloed hadden op het werk van het ontwikkelteam. Ik denk dat kwam omdat de Product Owner niet anders kon dan luisteren naar de CTO en de Product Managers. Natuurlijk moeten er prioriteiten worden gesteld, maar als het eeuwen duurt om softwarefouten op te lossen die de productiviteit van Support en soms zelfs een enkele klant schaden, is de balans zoek. Ik dacht dat de CTO en Product Managers het ontwikkelteam te veel lieten focussen op allerlei populaire en overdreven nieuwe functionaliteiten die weinig bijdroegen op de korte termijn terwijl de basis niet genoeg aandacht kreeg.

Een voorbeeld van die gebrekkige basis was de implementatie van ‘watchlists’ met adressen van bekende frauders. Deze was ronduit snel, gemakzuchtig en slordig ontworpen. De functionaliteit was zo gebruiksonvriendelijk dat de klant watchlists niet zelf kon uploaden maar naar ons moest sturen. Wij gebruikten dan wat SQL-queries om de watchlist in de database te krijgen. Omdat de klanten die deze functie gebruikten op een uitgefaseerde (maar nog steeds ondersteunde) versie van onze software zaten werkte het ontwikkelteam niet aan het verbeteren van die functionaliteit. Het idee was dat de verbeterde functionaliteit terecht zou komen in de actuele versie van de software, maar dit kreeg nooit prioriteit. Dat is waarom de situatie de volle tweeënhalf jaar dat ik bij FRISS werkte aanhield. De klanten moeten er ontevreden mee zijn geweest, omdat wij ze ook kosten in rekening brachten voor de invoer in de database. Ik raakte gefrustreerd omdat er niets werd gedaan om de situatie te verbeteren (ik drong er meer dan eens op aan) en ik in essentie iets deed wat de klant zelf zou moeten kunnen doen.

Naast slecht werkende functionaliteit werd ik ook pessimistisch omdat ik te weinig vooruitgang zag in het schaalbaar maken van ons product. Met onze software was het mogelijk om dezelfde functionaliteit met verschillende implementaties te zien bij iedere klant. Dit maakte het moeilijker om te achterhalen waar het probleem zat en gaf Support meer werk dan nodig.

Omdat ik de communicatie over nieuwe softwareversies schreef en naar onze klanten stuurde was ik goed geïnformeerd over het werk van het ontwikkelteam. Zo kreeg ik de impressie dat de ontwikkeling van onze software in het algemeen traag verliep in verhouding tot de fte’s in het ontwikkelteam. Iedere nieuwe release bevatte een kleine hoeveelheid nieuwe functionaliteiten en de meeste daarvan waren triviaal. Ik was niet de enige die dit zag, maar ik kan niet uitleggen wat de oorzaak is. Het is zeker niet zo dat onze ontwikkelaars lui waren, maar het kan te maken hebben met het proces. Er kwam iedere vier weken een nieuwe release na de afronding van een sprint (Scrum terminologie). Het is dan begrijpelijk dat grote nieuwe features niet in iedere release landen, maar ik had de indruk dat het wel heel sporadisch was.

Het talent management schoot tekort. Ik had niet verwacht snel de ladder op te klimmen omdat ik tekende als Support Engineer en mijn hulp essentiëel was om de werkdruk haalbaar te houden voor Support. Echter, een half jaar na mijn start werden twee nieuwe mensen bij ons gedetacheerd vanuit een extern bedrijf. Ze hadden WO-masterdiploma’s net als ik, ongerelateerd aan IT, maar respectievelijk geen en gelijke werkervaring in de IT vergeleken met mij. Ik was verrast toen zij al snel in het Consultancy team gingen werken terwijl ik in Support bleef. Het was ironisch omdat een van hen mij meerdere keren om hulp vroeg bij problemen na die promotie. Ik zag ook dat een andere collega die ook ontevreden was met haar werk wel een andere functie kreeg, terwijl er niets werd ondernomen voor mij. Ik beschouw al deze drie mensen als fijne collega’s, maar je zult begrijpen dat ik mij oneerlijk behandeld voelde. Kort voordat ik aankondige FRISS te verlaten kreeg ik te horen dat ik binnenkort in het Project Management team kon werken. Hoewel ik dit sterk waardeerde, was het niet zo aantrekkelijk als het aanbod van ID Ware.

Ten slotte, de onaantrekkelijke omgeving van het bedrijventerrein Papendorp was een motivatie om te vertrekken. Vooral omdat ik graag in de pauze een wandeling maakte met collega’s. Papendorp is een treurige verzameling van gras en betegeling, met een asfaltfabriek en een grote snelweg dicht in de buurt. Als FRISS een nieuw kantoor moet zoeken voor uitbreiding, hoop ik dat er een mooiere omgeving wordt gekozen die de zintuigen positief stimuleert.

Ik vat de moraal van dit verhaal over hoe je werknemers gemotiveerd houdt samen, in de stijl van de management literatuur. Betaal je werknemers een competitief salaris om ze gewaardeerd te laten voelen en te voorkomen dat ze gekaapt worden door andere bedrijven. Geef ze goed gereedschap om hun dagelijkse werk uit te voeren. Steun ze in hun zoektocht naar beter gereedschap als ze dat nodig hebben. Luister naar de wensen van zowel je Support team als je Product Management team. Support krijgt andere inzichten van de gebruikers van je software, die Product Management niet heeft. Balanceer ontwikkeling van nieuwe functionaliteiten met het verbeteren van bestaande functionaliteiten. Voer goed talentmanagement om te voorkomen dat er een verschil is tussen de vaardigheden en de functies van je personeel, op een manier dat ze zich niet achtergesteld voelen. Zorg voor een aantrekkelijke werkomgeving, zowel binnen als buiten.

Gestopt als commercieel tekstschrijver bij OGD

Sinds de tweede week van juli ben ik gestopt met mijn functie als commercieel tekstschrijver bij OGD. Ik begon in februari met deze functie en heb bijna exclusief voor het weblog van OGD geschreven. In juni werd mij tijdens een tweede evaluatiegesprek verteld dat ik niet uit het juiste hout was gesneden om de functie goed uit te voeren. Ik ben het daar ben ik het mee eens.

Schrijfvaardigheden

Mijn gebreken zijn dat ik mijn formele schrijfstijl niet goed kon aanpassen aan de meer informele schrijfstijl die past bij de cultuur van OGD. De posts die ik schreef voor het weblog leken te veel op referenties, ik had moeite met het vinden van een interessante invalshoek voor een verhaal. Ik had ook kritiek verwacht op mijn productiviteit omdat ik daar zelf ontevreden mee was, ik vond dat ik sneller kon werken, maar daar was geen sprake van.

Als ik nog eens terugkijk op mijn eerdere post over dit werk denk ik dat een aantal van de verschillen die ik daar beschreef tussen het schrijven van persoonlijke/academische teksten en commerciële teksten uiteindelijk niet te overbruggen waren. Als ik zelf een tekst schrijf weet ik goed welk doel ik daar mee voor ogen heb. Als iemand anders mij de opdracht geeft om een tekst te schrijven is het lastig om het verhaal dat de tekst moet vertellen te ontrafelen. Het commerciële karakter vereist dat je erg efficiënt omgaat met tekst, ieder woord moet doelmatig zijn in het overbrengen van de boodschap.

Hoewel ik mijzelf nog wel als journalist kan voorstellen, is de wig tussen mijn schrijfstijl en een commerciële schrijfstijl te groot. Ondanks dat heb ik wel geleerd van mijn functie, ik kijk nu kritischer naar de teksten die ik schrijf op dit weblog en was kritischer in mijn beoordeling van hoe ik mijn masterscriptie schreef.

OGD is voor mij nog steeds een goede werkgever

Dit veranderd niets aan mijn mening over OGD, ik vind het nog steeds een goede werkgever. Na dat tweede evaluatiegesprek had ik er direct uit kunnen liggen, maar ik kon nog ongeveer een maand door blijven werken tot er een nieuwe functie voor mij was gevonden. Die heb ik inmiddels, ik kan in augustus voor een maand aan de slag op de helpdesk van de Hogeschool Utrecht.

Het is voor mij geen probleem dat dit maar een tijdelijke functie zal zijn. Ik ben toch op zoek naar meer passend werk buiten de ICT-branche nu ik mijn master achter de rug heb. Ik heb overigens zelf kunnen bepalen wanneer mijn laatste werkdag was in de tweede week van juli, dat kwam mij goed uit omdat ik op dat tijdstip al mijn energie in mijn masterscriptie wilde steken.

OGD en open source software

Wat mij opviel tijdens mijn werk is dat OGD vrij diep in het moeras van Microsoft vastzit. Het mag duidelijk zijn dat ik een grote fan van open source software ben en dat ik niet van Microsoft houd, maar ik heb professioneel gezien goed afstand kunnen nemen van mijn persoonlijke mening. Zo ben ik bijvoorbeeld de ghostwriter van deze post. Maar zie ook deze meer recente post die niet van mijn hand is. Natuurlijk wil je als ICT-dienstverlener laten zien dat je expertise op het gebied van Microsoft in huis hebt, zeker als je klanten vragen om Microsoft producten.

Maar al met al denk ik dat OGD zich te veel laat leiden door Microsoft. Aan de andere kant wordt intern Zarafa gebruikt in plaats van Exchange en is er een partnerschap met Red Hat. OGD profileert zich graag als onafhankelijke adviseur, ze beperkt zich niet tot één of enkele leveranciers. En laat open source software nu juist het middel bij uitstek zijn om leveranciersonafhankelijkheid te realiseren.

Ik denk dat OGD daarom haar dienstverlening omtrent open source software wat meer onder de aandacht mag brengen, onder andere op haar weblog. Intern zouden veel mensen bij OGD makkelijk kunnen overstappen op LibreOffice, Microsoft Word 2010 wat ik gebruikte als commercieel tekstschrijver had echt geen meerwaarde voor mijn functie. Als je het intern gebruikt bouw je er als het goed is ook expertise in op en kun je jouw klanten een extra oplossing aanbieden als zij een office suite nodig hebben. Daarnaast bespaart OGD dan zelf op licentiekosten voor MS Office.

Dat er geen markt voor is kan in ieder geval geen argument zijn, want een dienstverlener als Stone-IT is zelfs volledig gespecialiseerd in dienstverlening rondom open source software. Kortom, dit marktsegment wordt door OGD op dit moment niet optimaal bediend.

Werken als commercieel tekstschrijver bij OGD

Eind januari dit jaar schreef ik over mijn weinig succesvolle zoektocht naar werk. Zoals in de reacties te lezen was werd dit opgemerkt door OGD (door het gebruik van Google Alerts) en leidde dit tot een afspraak voor een gesprek. Ik had er eigenlijk wat eerder over moeten schrijven, want inmiddels ben ik al sinds begin februari voor twee dagen in de week werkzaam als commercieel tekstschrijver bij OGD in Delft. Ik hou mij daar voornamelijk bezig met het schrijven voor het weblog van OGD, waar veel mijn teksten grotendeels onder de naam van anderen gepubliceerd worden. Daarnaast heb ik ook wel eens teksten voor de vacatures geschreven, een kleine hoeveelheid tekst voor de website van Coconut geschreven en Engelse teksten gecorrigeerd.

Ik wist van tevoren al dat de reistijd niet mals zou zijn, voor mij anderhalf uur ’s ochtends in het meest positieve geval. Ik stap dan op de bus naar Utrecht Centraal, neem daar de intercity naar Rotterdam Centraal en neem daar weer de stoptrein naar Den Haag Centraal. Dan stap ik uit bij Delft Zuid en is het minder dan vijf minuten lopen naar het hoofdkantoor van OGD in Delft. In de ochtend gaat er nauwelijks tijd verloren met overstappen, maar op de terugweg ben ik een kwartier meer kwijt omdat ik wat langer op de bus moet wachten op Utrecht Centraal. Ik stoor mij er niet echt aan, ik kan mijn tijd in de trein en bus goed gebruiken door mijn ogen dicht te doen of de gratis kranten te lezen. En de reistijd heb ik graag over voor deze fijne baan.

Het bloggen voor OGD in plaats van op mijn persoonlijke weblog vraagt wel een andere benadering uiteraard. Voor mijn werk schrijf ik teksten voor andere OGD’ers, vaak accountmanagers, die meer weten over de onderwerpen die interessant zijn voor het weblog. Ook moet ik goed in het oog houden wat mijn publiek is en wat hen interesseert. Het blog richt zich vooral op ICT managers van organisaties die potentiële klanten kunnen zijn voor OGD. Die mensen weten wel iets van ICT af, maar hebben misschien niet de diepgaande kennis over technische details. Voor hen is het vaak belangrijker om te weten wat de praktische voordelen zijn van technologie. Als teksten of documentatie die ik krijg aangeleverd dan veel technische details bevatten probeer ik de tekst eenvoudiger te maken. Als commercieel tekstschrijver moet je jezelf inleven in je publiek en hen met je tekst vertellen wat voor hen interessant is.

Daar komt ook bij dat ik mij de communicatiestijl van OGD eigen moest maken. Die stijl is meer informeel dan gemiddeld, conform de organisatiecultuur van OGD. Ook moet ik er voor oppassen dat ik niet te ‘verkoperig’ schrijf. Wat ik niet had verwacht is dat er best veel tijd gaat zitten in het schrijven en publiceren van sommige posts. Vooral die posts die een project bij een klant beschrijven, omdat daar ook goedkeuring aan de klant voor wordt gevraagd. Mij werd verteld dat ik productief was, maar ik had verwacht dat mijn productiviteit zou resulteren in een hoger aantal posts.

Ik ben tevreden met mijn werk. Ik heb nu bijna drie maanden werkervaring en heb zodoende al veel ervaring opgedaan als commercieel tekstschrijver. Ik kan het goed vinden met mijn collega’s en mijn bazen. Hoewel ik geen ervaring heb met hoe het er bij andere ICT dienstverleners aan toe gaat, denk ik dat OGD een zeer goede werkgever is en een aangename organisatiecultuur heeft.

De zoektocht naar werk in 2011/2012

Voor de laatste maanden wist mijn werkgever OGD, welke mij detacheert op oproepbasis, geen werk voor mij te vinden. Ik kon mij moeilijk voorstellen dat mijn beschikbaarheid van minstens twee, voornamelijk drie dagen in de week in het tweede blok van mijn master (november en december 2011) het vinden van een klus voor mij verhinderde. Weliswaar heb ik in de laatste maanden een paar dagen voor een andere OGD’er ingevallen, maar dat hebben wij met elkaar buiten de accountmanagers om geregeld. Omdat de waarde van mijn aandelen grotendeels in rook is opgegaan en ik mijn bankrekening moet aanvullen was het voor mij noodzaak om op zoek te gaan naar werk op een meer vaste basis dan wat OGD kan bieden.

Aldus viel in de vorige maand mijn oog op een advertentie in het universiteitsblad Mare van de Universiteit Leiden. Het ging om een baan als vertaler van een Engelse cosmeticawebsite gebouwd op basis van WordPress (de weblogsoftware waar ook dit weblog op draait) naar het Nederlands. Omdat ik ervaring met beiden heb en thuis werken mogelijk was solliciteerde ik naar de baan en volgde een sollicitatiegesprek in Oegstgeest. Het was geen grote onderneming, de vrouw waarmee ik sprak was tevens de directeur en kwam aardig over. We spraken af dat ik bij wijze van proef een document zou vertalen om mijn vaardigheden als vertaler te demonstreren. Mijn vertaling verstuurde ik op woensdag 21 december. Diezelfde dag nog ontving ik een antwoord, er zou diezelfde week nog een vertaling van een vertaalbureau binnen komen waar ze mijn werk mee wilde vergelijken. Dat was mij niet verteld tijdens het sollicitatiegesprek, maar dat was niet erg.

De volgende week na kerst zou een reactie volgen. Deze laatste toezegging bleek net zo waardevol als een toezegging van een klantenservice dat je teruggebeld wordt op een bepaald tijdstip. Inmiddels was het januari en ging ik maar eens proberen contact op te nemen. Op 2 januari had ik een e-mail gestuurd, de mobiele telefoon leidde tot een voicemail en de persoon die het telefoonnummer van het bedrijf beantwoordde vertelde mij dat de directeur onbereikbaar was. Uiteindelijk krijg ik op 10 (!) januari een e-mail terug met de mededeling dat de keuze op een andere sollicitant was gevallen. Verrassend, omdat ik de indruk had gekregen dat er best meerdere mensen aangenomen konden worden voor het vertaalwerk. Ik stuurde een e-mail terug waarin ik op diplomatieke wijze vroeg of de reactie verlaat was omdat het vertaalbureau hun vertaling misschien te laat had geleverd. Ik vroeg ook of de kwaliteit van mijn vertaling niet toereikend was. Een antwoord op die e-mail heb ik nooit ontvangen.

Het mag niet verwonderlijk zijn dat ik mij flink genaaid voel. Ik had ook gesolliciteerd naar een baan als tekstschrijver bij Qompas. Daar zou ik modules schrijven met werkgerelateerde informatie over specifieke sectoren voor studenten en starters. Na daar naar gesolliciteerd te hebben brak ik de procedure af omdat ik verwachtte de baan als vertaler binnen te halen, maar ook omdat mij onduidelijk was wat precies van mij werd verwacht in de functie en omdat het mij ontbreekt aan specifieke kennis over werk in de diverse sectoren. Mijn eigen naïviteit lag ten grondslag aan de eerste reden, maar achteraf denk ik dat de twee andere redenen overbrugbaar waren indien ik had geweten dat ik naast de functie als vertaler zou grijpen. Die eerste reden was overigens wel enigszins gerechtvaardigd omdat de vacature voor het vertaalwerk al een aantal weken oud was toen ik reageerde; als er concurrentie was geweest van andere sollicitanten had ik verwacht dat die al eerder waren afgevallen vóór mijn sollicitatie. Er was ook een functie als onderzoeksassistent bij mijn opleiding waar ik op had gesolliciteerd, maar daar viste ik ook buiten het net vanwege de concurrentie.

Uiteindelijk besloot ik maar uit wanhoop te solliciteren naar een baan als postbode op de zaterdagochtend in mijn dorp bij Post NL. Uit wanhoop ja, want als masterstudent verwacht ik keuze te hebben uit betere bijbanen. Desalniettemin zal ik blij zijn wanneer ik werk heb, ook al is het alleen maar voor drie uur op zaterdagochtend en is mijn bruto uurloon € 8,76 vergeleken met € 10,32 bij OGD. Het sollicitatiegesprek heb ik volgende week maandag, maar laat ik eerst even vertellen over hoe de afspraak voor het sollicitatiegesprek tot stand kwam. Post NL heeft een ‘recruitment center’ met telefonisten die jou opbellen nadat je via Internet hebt gesolliciteerd met korte vragen over o.a. motivatie, of je een fiets hebt die een posttas aan kan en om een datum af te spreken voor het sollicitatiegesprek.

Het eerste telefoontje kwam vorige week, net op een moment toen ik met spoed aan het werk was (daarover later meer) en ik geen tijd had. Ze konden wel later terugbellen, maar niet met de garantie dat ze dezelfde dag nog zouden bellen, en het is niet mogelijk om zelf hen te bellen. Vervolgens had ik de rest van de dag nauwelijks iets te doen, maar werd ik niet teruggebeld. Het bellen op ongelegen momenten herhaalde zich geloof ik nog twee dagen, daarna had ik eindelijk een afspraak. Die zou deze maandag zijn, maar op dezelfde dag werd ik later opnieuw gebeld. De telefonist vertelde dat haar collega een fout had gemaakt, en vroeg of het sollicitatiegesprek een week later gehouden kon worden omdat de recruiter (is daar eigenlijk wel een Nederlands woord voor?) anders een paar uur enkel op mij moest wachten. Als de rest van de organisatie uit hetzelfde hout is gesneden als de sollicitatieprocedure dan voorspelt dat niet veel goeds, maar als postbode verwacht ik daar niet veel mee te maken te hebben. Zolang ik die baan maar krijg vind ik het best.

Maar ondertussen heeft OGD mij kunnen plaatsen voor zes werkdagen verdeeld over vorige week en deze week, en kan ik ook nog wat dagen invallen voor de eerder genoemde collega. En omdat ik ze wel eens een aantal keer uit de brand heb geholpen door in te vallen zij de accountmanager dat er waarschijnlijk voor mij nog wel meer werk te vinden is, ook in het derde blok van mijn master met een beschikbaarheid van drie werkdagen. Dat klinkt goed, maar omdat ik veel uren wil werken wil ik de functie als postbode achter de hand houden als verzekering.

Gestopt met mijn bijbaan

Voor zover ik mij kan herinneren heb ik er nooit over geschreven op mijn weblog, maar van februari 2008 tot en met augustus 2008 ben ik werkzaam geweest bij het UMC Utrecht als systeembeheerder van Unix systemen. Ik werd daar gedetacheerd door OGD.

Ik vond het erg aantrekkelijk om bij het UMC Utrecht te werken, het ligt makkelijk bereikbaar op de Uithof, dus ik kon vaak met mijn vader meerijden die ook in Utrecht werkt. Inhoudelijk viel het werk mij echter wel wat tegen, het was weinig afwisselend en kort door de bocht was het mijn taak om te zorgen dat de systemen bleven draaien, eventueel software updates te installeren om fouten of veiligheidslekken in software te dichten, en e-mails beantwoorden. Er gebeurde niet veel, maar zoals systeembeheerders zeggen, “geen nieuws is goed nieuws”. Ik heb mij niet altijd nuttig gevoeld in mijn werk, ook al heb ik redelijk wat kennis van Unix-achtige besturingssystemen. De meer gecompliceerde taken moest ik aan mijn collega’s overlaten. Waarschijnlijk is dat onvermijdelijk met een tekortschietende kennis, en ik ben blij dat ik veel heb kunnen leren van mijn collega’s. De omgang met mijn collega’s is mij zeer goed bevallen, en dat compenseert de gebrekkige inhoudelijke aantrekkingskracht van het werk goed.

Ik had niet verwacht zo lang bij het UMC te werken. Uiteindelijk werd mij vertelt dat ik zou stoppen aan het einde van augustus, en daar was ik zelf ook tevreden mee, ik raakte uitgekeken op het werk. OGD is op zoek naar een nieuwe functie voor mij, maar tot nu toe hebben zij mij nog niets aan kunnen bieden. Dat is voor mij geen probleem, want ik zo meer tijd aan mijn studie besteden. Afhankelijk van welke functie mij eventueel later wordt aangeboden, kan ik misschien nog besluiten weer een nieuwe bijbaan te nemen.