De dividendbelasting blijft

Op 5 oktober maakte Unilever bekend dat het haar hoofdkantoor niet verhuist van Londen naar Rotterdam omdat haar aandeelhouders tegen het plan waren. Later op de dag kondigt het kabinet aan dat het de afschaffing van de dividendbelasting gaat heroverwegen. Volgens Rutte betekent dat niet dat de afschaffing direct van tafel is. In zijn eigen woorden: “We hebben die maatregel niet voor één bedrijf genomen. Maar de besluiten vandaag van Unilever zijn natuurlijk wel relevant om mee te wegen en dat is aanleiding om af te spreken opnieuw te wegen.”

De woorden van Rutte rijmen niet met de realiteit. De aankondiging van de heroverweging kwam direct na de aankondiging van Unilever. En de actie van alleen Unilever, één bedrijf, is uiteindelijk toch de beweegreden voor de heroverweging. De uitspraak van Rutte heeft geen enkele geloofwaardigheid. Wederom lijkt dit een rookgordijn, ik denk dat Rutte al langer naar een uitweg zocht om af te zien van de afschaffing. De actie van Unilever past in zijn straat omdat hij het makkelijk kon gebruiken als excuus om zonder groot gezichtsverlies de afschaffing te annuleren. En dat het niet direct betekent dat de dividendbelasting afgeschaft zou worden geloof ik voor geen cent, want anders ga je geen twijfel zaaien. Ik weet nu zeker dat de dividendbelasting blijft.

Bedenk ook dat de Unilever’s plan om niet te verhuizen een bar slecht excuus is voor de heroverweging. De verhuizing van het hoofdkantoor naar Rotterdam zou enkele tientallen banen hebben opgeleverd. Zelfs als je er wat indirecte werkgelegenheid bij optelt, stellen tientallen banen niets voor. En wij moeten geloven dat tientallen banen van invloed zijn op een besluit over 1,9 miljard aan gederfde belastingopbrengsten? Dat bedrag zou de staat namelijk mislopen als de dividendbelasting zou worden afgeschaft.

Ander nieuws is dat volgens de Hoge Raad de dividendbelasting juridisch houdbaar is en buitenlandse beleggers niet discrimineert. Het nieuwsbericht is niet echt duidelijk over de argumenten van de Hoge Raad, maar geeft wel een link naar de gedetailleerde uitspraak. Ik heb geen kennis van belastingrecht, maar na de samenvatting te hebben gelezen denk ik het te begrijpen. Denemarken discrimineerde omdat “niet-Deense (beleggings)fondsen niet de keuze hebben om net als Deense fondsen aan de uitgang in plaats van aan de ingang belast te worden”.

De belasting aan de ingang is blijkbaar de belasting die wordt afgedragen aan de staat waar het beleggingsfonds gevestigd is. De belasting aan de uitgang wordt afgedragen aan de staat waar de ontvanger van het dividend is gevestigd, voor zover ik begrijp. In de praktijk biedt de keuze echter geen voordeel, omdat de vrijstelling voor de ingang alleen wordt gegeven als er belasting aan de uitgang wordt betaald. Dat laatste vergt echter zoveel complexe administratie dat in de praktijk geen enkel beleggingsfonds hier voor zou kiezen. Als de Belastingdienst een loket opent waarmee buitenlandse beleggingsfondsen de mogelijkheid wordt geboden om belasting over de uitgang te betalen en zo vrijstelling over de belasting aan de ingang te krijgen, kunnen de beleggingsfondsen de Nederlandse staat niets maken.

De samenvatting is redelijk leesbaar in deze voor leken complexe zaak. Toch viel het onnodige gebruik van Engels mij direct op in het taalgebruik van Advocaat-Generaal P.J. Wattel. Bijvoorbeeld “zowel de lokale, if any, als de Deense bronbelasting” en “zal het niet-ingezeten fonds moeten tracen welke ontvangen dividenden hij dooruitdeelt”. Naar correct Nederlands vertaald “indien van toepassing” en “traceren”. Dit was geen juridisch jargon waarvoor geen Nederlandse woorden bestonden. Jammer dat zelfs de Hoge Raad vatbaar is voor de vervuiling van onze taal met onnodig Engels.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *