De vuistregel in de wetenschap: ouder is vaak slechter

Bij mijn vorige post werd een reactie geplaatst door Johan Nijhof die mij lang heeft doen laten nadenken. Omdat de reactie iets afweek van het onderwerp van mijn post en vanwege de omvang van dit onderwerp schrijf ik nu een nieuwe post om op de reactie te reageren.

In de reactie worden twee personen geciteerd, Christiaan Snouck Hurgronje en Jacob Burckhardt. Burckhardt is een bekende naam voor mij omdat hij behandelt werd in de literatuur van de cursus Grondslagen van de Geschiedenis die ik had gevolgd, hij is bekend voor zijn bijdragen aan de kunst- en cultuurgeschiedenis. Het is merkwaardig om deze man als islamhistoricus te beschrijven, in zijn Wikipedia artikel lees ik helemaal niets over zijn werk met betrekking tot de islam. Ik was dus benieuwd waar dat citaat van Burckhardt vandaan kwam.

Google is je beste vriend, dat wordt alweer eens duidelijk als je een zin van het citaat aan Google voert. Allereerst is het grappig om te zien dat mijn weblog dan bovenaan staat in de zoekresultaten, dat streelt mijn ego. Dat terzijde, de zoekresultaten wijzen naar een aantal interessante opinies, deze en deze blogposts op de website van de International Civil Liberties Alliance en deze blogpost op de website van het NRC Handelsblad, waar Johan ook heeft gereageerd en ook Hurgronje en Burckhardt aanhaalt. Ook wijst Google op deze post op een ander weblog, maar die bevat dezelfde opinie als de tweede weblogpost van de ICLA. Het blijkt dus dat Johan de tekst van de tweede voetnoot van de eerste weblogpost van de ICLA heeft overgenomen in zijn reactie. Niets mis mee, maar vermeld dan wel a.u.b. naar goed gebruik de plaats waar de informatie vandaan komt. Bij mijn opleiding is het zo dat citaten zonder bronvermelding als plagiaat worden gezien, wat volkomen terecht is.

De eerste weblogpost van de ICLA geeft als bronvermelding voor het citaat van Burckhardt de tweede weblogpost, die weer hoofdstuk 22 en 23 van het boek Judgments on History and Historians uit 1929 opgeeft. De bronvermelding leidt naar de digitale publicatie van het boek op de website van de Online Library of Liberty. In het voorwoord lezen we dat het boek is samengesteld uit de notities en manuscripten voor colleges die Burckhardt op de Universiteit van Basel gaf tussen 1865 en 1885. Laten we even de vertaling van de bron in de weblogpost en de originele Engelse tekst uit het boek naast elkaar leggen. Eerst de Nederlandse vertaling:

De islam-historicus Jacob Burckhardt stelt: Alle religies zijn exclusief, maar de islam is dat bij uitstek. Deze ontwikkelde zich onmiddellijk tot een staatsvorm die versmolten is met de eigen religie. De Koran is daarvan het spirituele en seculiere wetboek. Diens statuten omvatten alle terreinen van het leven… en blijven vaststaand en onvervormbaar; de bijzonder bekrompen Arabische geest dringt zich op aan vele andere volken en kneedt ze dan voorgoed naar haar eigen vorm (een totale, allesomvattende spirituele gevangenschap!).

En dan de Engelse:

All religions are exclusive, but Islam is quite notably so, and immediately it developed into a state which seemed to be all of a piece with the religion. The Koran is its spiritual and secular book of law.

(1) Its statutes embrace all areas of life, as Döllinger states, and remain set and rigid; the very narrow Arab mind imposes this nature on many nationalities and thus remolds them for all time (a profound, extensive spiritual bondage!)

Ik acht de vertaling natuurgetrouw, het was belangrijk dat even vast te stellen omdat de betekenis nog wel eens verdraaid kan raken door vertaling, en hou er rekening mee dat de bron ook nog eens in het Engels vertaald Duits is.

Burckhardt vertelt in feite dat de islam meer exclusief is dan andere religies, geen scheiding tussen kerk en staat kent, haar wetgeving onveranderbaar en rigide is. Kortom, een bewering die je met uitzondering van de opmerking over de Arabische geest serieus zou nemen, zeker als je de reputatie van Burckhardt in ogenschouw neemt. Allemaal beweringen die potentieel serieus zouden kunnen worden genomen als een historicus ze vandaag zou uiten. Als ze waar zouden zijn.

Maar Burckhardt voegt daar een waardeoordeel over de ‘narrow Arab mind’ aan toe. Dat is laakbaar vanwege de afbreuk die het doet aan het wetenschappelijke karakter en omdat het een beledigende, racistische generalisering is. Iets verder schrijft hij:

It is a low religion of slight inwardness, although it can combine with whatever asceticism and religious absorption it now and again finds among the nations.

Het mag wel duidelijk zijn dat Burckhardt met zijn beledigingen niet voldoet aan onze wetenschappelijke standaarden. Burckhardt is na het lezen van de tekst in mijn achting gedaald, maar ik ben niet verbaasd. Burckhardt schreef dit tussen tussen 1865 en 1885, in een tijdperk waarin de wetenschap niet werd bedreven conform onze huidige maatstaven. Dergelijke uitingen van bevooroordeeldheid en superioriteitsgevoelens van het westen waren voor veel wetenschappers niet vreemd. In dat opzicht is Burckhardt een oriëntalist omdat hij de oriënt (het oosten, de islam) als achterlijk veroordeelt in vergelijking met zijn eigen westerse beschaving. Ter illustratie, hetzelfde is gebeurd met Alexander de Grote. In de negentiende en zelfs de twintigste eeuw werd hij onder invloed van het westerse imperialisme gezien als een held die de het barbaarse oosten beschaving bijbracht. Met de ontwikkeling van de geschiedwetenschap in de twintigste eeuw zijn historici met een meer objectieve blik naar hem gaan kijken, en kwamen zij tot zowel een veel negatiever als een meer genuanceerd beeld. De visies van historici op Alexander werden voor een belangrijke mate bepaald door het politieke klimaat van hun tijd.[1]

Het zeer bezwaarlijk is om Burckhardt als autoriteit te gebruiken. Voor Snouck Hourgronje geldt tot op zekere hoogte hetzelfde. Hoewel hij wel een islamoloog en arabist is en geen beledigingen uit, leefde hij van 1857 tot 1936. We kunnen daarom op basis van de ontwikkeling van de wetenschap in die tijd twijfelen over de juistheid van zijn methode om wetenschap te bedrijven. Tenzij je er goede redenen voor hebt, gebruik je hem daarom niet als bron, maar de moderne kennis van de islamologie. Een belangrijk principe in de wetenschap is ‘standing on the shoulders of giants’, voortbouwen op eerder opgedane kennis. Zelf als hij het bij het juiste eind heeft, dan zegt dat alleen iets over de islam zoals die was tot 1936, en niets over de islam nu. Dat geldt ook voor Burckhardt natuurlijk.

Wat de originele auteur van de weblogpost, Kent Ekeroth, dus doet is het misbruiken van de reputatie van Burckhardt om zijn argument wit te wassen, om het geloofwaardiger te maken door het wetenschappelijke legitimiteit te verschaffen (er wordt natuurlijk niet voor niets opgemerkt dat het een citaat is van een ‘islamhistoricus’). In werkelijkheid is het niet meer dan misleiding omdat Burckhardt geen autoriteit mag worden toegedicht om te oordelen over de islam. Mensen die geen aandacht besteden aan de gebruikte bronnen zullen er intuinen, zoals Johan. Mijn mening over de islam zal ik geven in een volgende post.

Referenties:

  1. Strootmans, Rolf. Alexander de Grote: held of hufter? In: Aanzet, 21.2 (2005), p. 38-42.

3 gedachten over “De vuistregel in de wetenschap: ouder is vaak slechter”

  1. De vertaling is beslist correct, maar het lijkt mij twijfelachtig of het Engels een rol heeft gespeeld als bron voor het Nederlands. Ook ik vind niet dat Burckhardt als islamkenner moet worden gezien, maar wel is zijn kennis als cultuurhistoricus in het algemeen zeer breed, en hij geldt toch als een van de reuzen op wiens schouders we staan mogen.
    Burckhardt veroordelen of zelfs toegeeflijk zijn omdat hij in zijn tijd spreekt van de “bekrompen Arabische geest” lijkt mij juist weer ongepast. Het is beslist geen verouderde visie. Luister maar naar de psychologe Dr. Sania Hamady, die zelf Arabische is (uit Libanon), en een autoriteit op het gebied van de Arabische psychologie: ‘De luiheid van de Arabieren, hun gebrek aan volharding en verantwoordelijkheidsgevoel, hun gebrek aan saamhorigheidsgevoel, samenwerkingsgezindheid en stiptheid, hun getalm en leugenachtigheid moet men begrijpen om te weten wat men van hen kan verwachten en hoe men hen moet benaderen… Alles wat slecht is, is bij de Arabieren toegestaan, mits niemand het merkt. Geheimhouding staat elke vorm van gedrag toe en bevrijdt het individu van een knagend geweten… Een Arabier is menselijk maar niet humaan… (human but not humane)’ (Temperament and Character of the Arabs, New York 1960){ik gebruik de Nederlandse vertaling van Dirk Kroon uit John Laffin’s “De Arabische Mentaliteit”. Ik hoop dat u dit vonnis kunt meenemen in uw volgende post.
    Snouck had stellig een nogal koloniale instelling, maar voor noch na hem is er een niet-moslim in Mekka wezen kijken, dus er is ook hier weinig aanleiding hem als verouderd te zien. Men zou een islamoloog van nu nodig hebben, meen ik, om zijn analyse te bestrijden, niet puur de constatering dat hij oud is.
    Men kan mij niet verwijten dat ik een oude bron koos, want het ging er juist om dat de visie al honderd jaar bestaat, en Wilders die dus niet niet heeft verzonnen.
    Met de parafrase van Burckhardt “dat de islam meer exclusief is dan andere religies, geen scheiding tussen kerk en staat kent, haar wetgeving onveranderbaar en rigide is”, waarvan u zegt dat men haar serieus zou kunnen nemen als ze waar zou zijn, kan ik instemmen. Maar wie weet er heden ten dage zo weinig van de islam, dat hij dat zou durven ontkennen?

  2. Bedankt voor uw reactie, interessant dat u ook een discussie aangaat, dat maak ik niet vaak mee op mijn weblog.

    Wat het karakteriseren van het hele Arabische volk op de manier waarop Hamady dat doet betreft, ik vind het erg twijfelachtig. Ik denk wel dat er cultuurverschillen tussen verschillende volken bestaan, zoals het werk van Geert Hofstede uitwijst. Wat Hofstede deed is scores meten op dimensies, gemiddelde scores die nog altijd veel ruimte laten voor individuele verschillen, en op eigenschappen die redelijk abstract en breed zijn zoals bijvoorbeeld individualisme en collectivisme.

    Wat Hamady doet is generaliseren, zij verliest de mogelijkheid van individuele verschillen uit het oog. Hoe kan zoiets als luiheid eigenlijk een eigenschap van een volk zijn, dat is toch zo sterk verschillend voor individuen dat er geen peil op is te trekken? Dit soort uitspraken zijn toch van hetzelfde kaliber als bijvoorbeeld een etnisch stereotype dat zegt dat Nederlanders een erg ondernemend volk zijn, en dat Chinese kinderen erg gehoorzaam zijn aan hun ouders? De veroveringen door de Arabieren na de dood van Mohammed, wijzen die op luiheid?

    Ik heb ook wat besprekingen opgezocht van het werk van Hamady en Laffin. Helaas heb ik via de toegangsweg van mijn universiteit geen toegang tot veel wetenschappelijke tijdschriften die de besprekingen bevatten, maar degene die wel toegankelijk waren zijn erg negatief over Hamady en Laffin. Het wordt beschreven als een poging tot massale karaktermoord, hun bevindingen worden sterk bekritiseerd, en Hamady wordt op haar best als controversieel gezien. De autoriteit op het gebied van Arabische psychologie (ik heb nooit gehoord van verschillende vakgebieden voor psychologie op basis van etniciteit) die u aan Hamady toeschrijft lijkt mij dus twijfelachtig.[1,2]

    Ik wil er ook op wijzen dat Richard Francis Burton Mekka had bezocht in 1853, Snouck Hurgronje bezocht Mekka in 1885. En dan zou Burton nog niet eens de eerste niet-moslim zijn geweest die Mekka had bezocht. Het verbod op het bezoeken van Mekka door niet-moslims lijkt mij ook erg moeilijk te handhaven omdat niet-moslims zich kunnen voordoen als moslim, net zoals Burton en Snouck Hurgronje hebben gedaan. Ik kan mij dan ook moeilijk voorstellen dat Snouck Hurgronje de laatste niet-moslim was die Mekka heeft bezocht. Voor de duidelijkheid, ik wilde niet de beweringen van Hurgronje van tafel schuiven enkel op basis van de leeftijd, ik wilde enkel duidelijk maken dat opgepast moet worden met het gebruik van oude bronnen. Dat de visie al langer bestaat en Wilders dus niet iets nieuws verkondigd, daar geef ik u uiteraard gelijk in.

    Wat betreft de parafrase van Burckhardt, laat ik duidelijk zijn dat ik het er niet mee eens ben. Het ontbreekt deze uitspraak aan nuance, maar zie voor mijn tegenargumenten mijn volgende post, die al gepubliceerd is.

    Referenties:

    1. Kilpatrick, Hilary M.D. Bespreking van John Laffin, The Formation of an Image of the Arabs: A Propos of ‘The Arab Mind’. In: Bulletin (British Society for Middle Eastern Studies), 5.2 (1978), p. 88-95.
    2. Hopwood, Derek. Bespreking van John Laffin, Know the Middle East. In: Bulletin (British Society for Middle Eastern Studies), 13.1 (1986), p. 94-97.
  3. Dank voor uw uitgebreide antwoord. U bent er duidelijk diep ingedoken. De negatieve reacties op Hamady en Laffin had ik niet opgespoord. Ik moet zeggen dat Laffin juist een vrij milde indruk op mij maakte, mild ten opzichte van de kenmerken die hij noemt.
    We moeten ons serieus afvragen dezer dagen, inhoeverre het kwaad van de political correctness onze informatiestroom vertroebelt. Tenslotte is 1984 al een hele tijd gepasseerd.
    Het viel mij op, dat ik bij lezing van de dagboeken van Ghislain de Busbeq, vroeg 16e eeuws gezant in Constantinopel, die met veel begrip de Turkse maatschappij beschrijft, feitelijk dezelfde karakteristieken aantref.
    Als men de moeite neemt de Arabische reacties op het Palestijnse conflict vanuit de psychologieschets van Hamady te bezien, valt ook alles op zijn plaats.Ik heb mij, zonder veel vertrouwen te koesteren in Israël, altijd afgevraagd waarom een Palestijn altijd loog zodra hij over dat thema zijn mond maar open deed.
    In de reacties op Sarrazin reageerden moslimorganisaties ook weer met een complete ontkenning van de feiten. Er zouden geen problemen met integratie zijn, en ze spraken allemaal wel degelijk Duits. Als bewoner van een allochtone wijk in Berlijn weet ik wel beter. Het lijkt dus echt de Islam te zijn, die de problemen veroorzaakt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *