Gemeentelijke herindeling, goed of gek?

In Nederland is al een aantal decennia een proces aan de gang van gemeentelijke herindeling. Op de website van de Rijksoverheid wordt uitgelegd waarom dit gedaan wordt. De kern van het verhaal is dat decentralisatie van taken van de rijksoverheid grotere gemeenten noodzakelijk zou maken.

Decentralisatie

Het rijk is al een aantal jaren bezig met overdragen van taken aan gemeenten en provincies omdat zij de taken efficiënter kunnen uitvoeren. Het Rijk streeft naar een besparingen van 2 miljard in de toekomst. Hoeveel er op dit moment al is bespaard wordt niet duidelijk gemaakt, maar het Centraal Planbureau (CPB) heeft er wel onderzoek naar gedaan. Zo is als gevolg van de decentralisatie van de bijstandswet naar gemeenten in 2004 het beroep op de bijstand met ongeveer 8% gedaald.

Maar wij mogen hier niet uit extrapoleren dat fiscale decentralisatie in het algemeen efficiëntiewinst oplevert. Het CPB plaatst de kanttekening (tweede pagina) dat er nog maar beperkt bewijs is voor deze stelling op basis van empirisch onderzoek. In sommige gevallen kan decentralisatie de efficiëntie ook verminderen. Ik geef de keuze voor decentralisatie het voordeel van de twijfel, maar met gemeentelijke herindeling heb ik wel een probleem.

Gemeentelijke herindeling

De redenering van de Rijksoverheid is dat kleine gemeenten vanwege de decentralisatie hun verantwoordelijkheden niet meer aankunnen en daarom moeten groeien. Op haar website verwijst zij ook naar een onderzoek waaruit zou blijken dat herindeling leidt “tot meer vakkundige ambtenaren, meer efficiënt beleid en een betere positie van de nieuwe gemeente ten opzichte van de regio, de provincie en het Rijk”.

Wie de moeite doet om de conclusies van het volledige rapport te lezen zal zien dat de bevindingen wat genuanceerder zijn. Zo heeft herindeling weliswaar voordelen, maar ervaren de inwoners van de gemeenten dat de afstand met de lokale politiek groter wordt.

Merk ook op dat op pagina 119 van het rapport over ‘effectief beleid’ wordt gesproken in plaats van ‘efficiënt beleid’ in de samenvatting van het rapport op de website van de Rijksoverheid. Een wezenlijk verschil: effectiviteit is de omvang of kracht van het effect, efficiëntie is het behalen van een zo groot mogelijk effect met zo min mogelijk moeite.

Maar het is vooral een heel relevant verschil, omdat uit recent onderzoek blijkt dat de uitgaven van fusiegemeenten structureel sterker stijgen dan in niet-gefuseerde gemeenten. Ondertussen had het kabinet Rutte II in het regeerakkoord (pagina 46) al een bezuiniging van € 180 miljoen op het Gemeentefonds ingeboekt voor 2017 vanwege de kosten die bespaard zouden worden met gemeentelijke herindeling:

Het eindperspectief voor gemeenten leidt tot besparingen die ontstaan door schaalvoordelen, verminderen van toezicht, vereenvoudiging van regelgeving en minder dubbeling van taken. De besparing gaat uit van een daling van het aantal gemeenteambtenaren doordat gemeenten groter worden of met elkaar gaan samenwerken. Er is uitgegaan van het rekenkundige equivalent van een vermindering met 75 gemeenten in de periode tot 2017. Voor de totale periode komt deze benadering neer op een resterend aantal van 100-150 gemeenten in 2025. Dit leidt tot een uitname uit het Gemeentefonds.

De onderzoekers bekritiseren het kabinet uiteraard voor het inboeken van een bezuiniging die nergens op is gebaseerd. De grote vraag voor mij is dan waarom er in de eerste plaats bezuinigd werd zonder onderzoek naar de haalbaarheid van deze bezuiniging te doen? En waarom heeft het kabinet nog niet gereageerd op dit onderzoek? Er is ook over bericht door het NOS Journaal, dus het nieuws moet hen zeker bekend zijn.

Waar zijn ze mee bezig, denken ze een strategie te gebruiken van doodzwijgen en over laten waaien? Ondertussen wordt er in ieder geval vrolijk doorgegaan met de herindelingen.

Het vrijwillige karakter van gemeentelijke herindeling

Volgens de website van de Rijksoverheid ligt het initiatief voor herindeling bij gemeenten zelf en kan de provincie alleen in bijzondere gevallen het initiatief nemen. Maar de vraag is wat de politiek gaat doen als er gemeenten zijn die geen zin hebben in een herindeling? Per 1 januari 2012 bestaan er 415 gemeenten in ons land, een fors verschil met de 100 tot 150 gemeenten die het kabinet graag ziet in 2025.

Ik voorzie dat veel inwoners van kleine plattelandsgemeenten die volgens het kabinet moeten worden opgeslokt door megagemeenten van 100.000 inwoners veel weerstand gaan geven. Stel je eens voor wat voor moeite de inwoners van Schiermonnikoog (de kleinste gemeente van Nederland)  zouden moeten doen om een raadsvergadering bij te wonen van hun fusiegemeente die waarschijnlijk gehuisvest zou zijn op het Friese vasteland? En de opkomstpercentages voor de lokale politiek zouden een nog groter drama worden dan ze nu al zijn.

Mijn gok is dat het plan in deze vorm niet doorgaat, of dat er nog meer dwang wordt toegepast. Zo is eerder dit jaar Goedereede bijvoorbeeld gedwongen om onderdeel te worden van de nieuwe fusiegemeente Goeree-Overflakkee.

Verkiezingen Tweede Kamer 2012: wat ik stemde

Vanwege mijn werk kon ik helaas niet de tijd vinden om te vertellen op welke partij ik uiteindelijk zou stemmen voordat de verkiezingen plaatsvonden. Het is nu mosterd na de maaltijd, maar het is toch interessant om het er over te hebben. Ik heb namelijk geen stem uitgebracht op de VVD of D66, maar op GroenLinks.

Waarom? Op ideologisch vlak pas ik meer bij de VVD, maar GroenLinks is ook een liberale partij, ook al zijn ze links in plaats van rechts. Een groter verschil is dat GroenLinks progressief is en de VVD conservatief. Uiteindelijk zijn het voor mij de standpunten die tellen, en ik heb grotere problemen met een aantal standpunten van de VVD.

De standpunten

Specifiek zijn deze standpunten de volgende:

  • Hypotheekrenteaftrek
  • Europa
  • Kinderpardon
  • Ontwikkelingshulp
  • 130 kilometer per uur
  • Minimumstraffen
  • Openbaar vervoer
  • Monarchie

De VVD wil de hypotheekrenteaftrek het liefst in stand houden. D66 wil het beperken. GroenLinks wil deze helemaal afschaffen door deze geleidelijk aan af te bouwen in 25 jaar. Ik zie niet waarom het subsidiëren van huizenbezit een goed idee is en ik heb al eerder toegelicht waarom het een slechte zaak is. Wie meer uitleg wil verwijs ik graag naar het onderzoek van het Centraal Planbureau.

Als ik het onderdeel over Europa in verkiezingsprogramma van de VVD lees staat er veel wat mijn instemming kan genieten. Maar de VVD staat niet positief tegenover verdere Europese integratie, terwijl het juist wel nodig is om soevereiniteit in te leveren om op dit moment de crisis te bestrijden. Daarnaast biedt een machtiger Europa ook andere voordelen. Zoals ik heb beschreven in mijn post over het programma van GroenLinks kunnen zij en D66 mij op dit punt meer overtuigen.

Een potentieel belangrijke reden om eventueel voor D66 te stemmen als compromis tussen GroenLinks en de VVD was het kinderpardon, maar D66 is net als GroenLinks voorstander van een pardonregeling. Maar ja, als er naar schatting maar 600 tot 800 kinderen van profiteren is dat niet iets waar ik mij veel zorgen over maak. Zolang ze in de toekomst maar geen nieuwe pardonregeling willen hebben en zich inzetten voor structurele oplossingen kan ik er mee leven.

Over ontwikkelingshulp had ik nog zeer recent geschreven. Het plan van de VVD om er flink op te bezuinigen en dan maar te hopen dat mensen uit vrije wil doneren voor ontwikkelingshulp komt er op neer dat er veel minder zal worden uitgegeven aan ontwikkelingshulp. Van mij mag internationale solidariteit wel degelijk worden afgedwongen net zoals wij dat doen met ons pensioenstelsel. GroenLinks en D66 willen geen bezuiniging op dit terrein, GroenLinks wil zelfs 750 miljoen extra besteden.

De VVD heeft 130 kilometer per uur als maximumsnelheid verzonnen. Dat is een dom plan, vooral bedoeld om kiezers te paaien. GroenLinks wil deze verhoging van de maximumsnelheid terugdraaien. D66 schenkt er geen aandacht aan in haar verkiezingsprogramma.

“Mensen die binnen tien jaar voor de tweede maal een ernstig gewelds- of zedenmisdrijf plegen (bijvoorbeeld een levensdelict, straatroof, overval, verkrachting) krijgen een minimumstraf opgelegd”, aldus het VVD programma. Nog een onzalig plan dat meer gedreven is door onderbuikgevoelens dan betere criminaliteitsbestrijding. Uit onderzoek in de VS blijkt bijvoorbeeld dat streng straffen niet noodzakelijk het meest effectief is. Ook een Nederlandse academicus schrijft op de website van de Rijksuniversiteit Groningen en in de Volkskrant dat deze plannen niet gaan helpen.

Meer in het algemeen heb ik al langer het idee dat wij in Nederland op te grote voet leven en dat we te weinig aan duurzaamheid doen. GroenLinks had al de beste plannen op dat front, maar laat ik eens kort duidelijk maken hoe dat concreet doorwerkt in de effecten van de programma’s op autogebruik en openbaar vervoer. Die heeft het CPB namelijk doorberekend in hun publicatie Keuzes in kaart 2013–2017.

Download het volledige document en kijk naar de samenvatting op pagina 18. Daar is te zien dat er met de plannen van GroenLinks in 2020 22% minder autogebruik en 20% meer OV-gebruik is en dat files op de snelweg met 67% afnemen. Met de VVD plannen is er 2% meer autogebruik, 2% minder OV-gebruik en zijn er 10% meer files. GroenLinks bereikt dat door invoering van de kilometerheffing (pagina 203), maar als er dan flink minder files zijn vind ik dat geen probleem.

Dan de monarchie, als VVD’er heb ik dit standpunt altijd voor lief genomen omdat je nooit volledig eens zal zijn met een partij. Maar nu we toch de verschillen tussen de partijen bestuderen is het goed om dit mee te nemen in de vergelijking. Toen laatst op mijn werk weer eens uitlegde dat de koningin een onbelast (!) inkomen (vrij besteedbaar, dus geen onkostenvergoeding) ontvangt ter hoogte van € 829.000 en onze minister-president ongeveer € 144.000 leidde dat tot veel verbazing en onbegrip. Zelf Maximá verdient nog € 246.000, is daar ook te lezen.

Ik wil daarmee niet zeggen dat onze minister-president te weinig verdient, maar dat ons koninklijk huis belachelijk veel verdient. De Nederlandse monarchie is de duurste van West-Euopa (en volgens datzelfde onderzoek kan een republiek inderdaad goedkoper zijn, bijvoorbeeld de Bondsrepubliek Duitsland). Ze dragen veel minder verantwoordelijkheid en hebben een veel rustiger agenda dan onze minister-president.

Rutte vind het prima dat een ongekozen staatshoofd zo veel verdiend. Nu kan dat inkomen natuurlijk flink gekort worden, maar wat mij betreft mag de monarchie helemaal afgeschaft worden. De VVD is conservatief en voorstander van de monarchie en D66 wil een ceremoniële rol. GroenLinks wil dat ook, maar is de enige van de drie die op termijn een republiek wil hebben.

Als laatste nog iets over het energiebeleid van GroenLinks. In het verleden was ik kritisch over de ambitieuze plannen voor groene energie van GroenLinks, maar inmiddels is al 25% van de energie die Duitsland produceert groen. En de groene energie is daar ook goedkoper geworden dan dan grijze energie. Als tijdelijke oplossing denk ik overigens nog steeds dat kernenergie beter is dan kolencentrales, want wij lopen hier natuurlijk geen risico vanwege tsunami’s of aardbevingen.

Financiële plannen en Conclusie

Naast de inhoudelijke standpunten zijn de financiële plannen ook erg belangrijk. Rutte is goed in het maken van flauwe grappen zoals “geef links het beheer over de Sahara en binnen de kortste keren is het zand op”, maar dat is historisch gezien simpelweg niet waar. Als we de doorrekening van het CPB er weer even bijhalen lezen we op pagina 18 dat de VVD met 16 miljard weliswaar het meest bezuinigt, maar dat de PvdA en GroenLinks bijna even veel bezuinigen met 15 miljard.

Als het verschil maar 1 miljard is biedt de VVD voor mij op dat punt geen noemenswaardig voordeel. Ondanks alle VVD-retoriek van hardwerkende Nederlanders, op de pof leven en niet doorschuiven maakt het vrij weinig verschil met het ‘rampzalige links’.

Wie weet stem ik misschien ooit weer VVD, als de linkervleugel van de VVD met een progressievere boodschap meer de overhand krijgt. Nu is het vooral een partij die te veel richting rechts is opgeschoven en die ik niet meer kan steunen. Dan is uiteraard ook de consequentie dat ik mijn VVD-lidmaatschap opzeg en lid wordt van GroenLinks.

Roemer bepleit een tijdelijk verbod op peilingen

Emile Roemer zou graag willen dat er wordt nagedacht over een tijdelijk verbod op peilingen in de laatste weken voor de verkiezingen. Dat is in Frankrijk al het geval en het zou een hype voorkomen. Het staat er niet letterlijk geschreven, maar ik ga er van uit dat Roemer dit zegt omdat de PvdA de SP voorbij is gestreefd met een gestage opmars in de peilingen. De Volkskrant schrijft ook:

Volgens sommige deskundigen heeft het grote aantal peilingen vlak voor de verkiezingen effect op het gedrag van politici en zouden ook de kiezers erdoor beïnvloed worden.

Welke deskundigen en welk onderzoek?

De Volkskrant noemt niet om welke deskundigen het gaat, maar het onderzoek van Morwitz en Pluzinski (1996) dat ik zelf heb gevonden ondersteunt deze stelling:

…when polls are provided to voters whose attitudes toward the candidates are labile, they can alter attitudes. Furthermore, in some cases the consequence may be changes in voting behavior.

Ze leggen uit dat labiliteit van de kiezer draait om het reduceren van cognitieve dissonantie. Wanneer mensen tegenstrijdige ideeën (cognities) hebben proberen we die te verenigen. In de context van hun onderzoek gebeurt dat twee manieren:

  • Stel dat een kiezer een voorkeur heeft voor de SP, een verwachting dat de PvdA wint en peilingen die de verwachting bevestigen. Er werd bewijs voor gevonden dat de kiezer dan de voorkeur aanpast om consistent te zijn met de verwachting en de peiling, m.a.w. de kiezer stemt dan wellicht PvdA.
  • Stel dat een kiezer een voorkeur heeft voor de SP, een verwachting dat de PvdA wint en peilingen die de verwachting verwerpen. Er werd bewijs voor gevonden dat de kiezer dan de verwachting aanpast om consistent te zijn met de voorkeur en de peiling, m.a.w. de kiezer stemt dan wellicht SP.

In hoeverre deze bevindingen van toepassing zijn op Nederland met ons stelsel van evenredige vertegenwoordiging is onzeker omdat Morwitz en Pluzinski (1996) de VS onderzochten. Daar is natuurlijk een districtenstelsel wat in de praktijk leid tot een ‘winner takes all’ strijd tussen twee partijen.

Ik heb zelf nog twee vermoedens over de redenen voor de plotselinge opkomst van de PvdA: kiezers zijn calculerend en stemmen strategisch of laten zich te veel beïnvloeden door de media.

Kiezers stemmen strategisch

Een strategisch stemmende linkse kiezer zou bijvoorbeeld kunnen denken dat de PvdA een programma heeft dat redelijk lijkt op dat van de SP, maar dat de PvdA beter in staat zal zijn om een coalitie te smeden. Deze kiezer zou dan op de PvdA kunnen stemmen terwijl hij of zij eigenlijk meer een voorkeur heeft voor de SP.

Het aandeel van de kiezers dat strategisch stemt lijkt echter klein. Blais, Nadeau, Gildengil en Nevitte (2001) ontdekten in hun onderzoek naar de Canadese verkiezingen van 1997 dat maar 3% van de kiezers strategisch stemde. Ze wijzen er op dat voor de verkiezingen van 1988 een schatting werd gemaakt van 6% strategische stemmers, maar ook dit blijft klein.

Ook al gebeurt het niet vaak, het gebruik van peilingen door strategische stemmers voor het bepalen van hun keuze lijkt mij volstrekt legitiem. Er zijn misschien kleine culturele verschillen tussen Canada en Nederland, maar zelfs als we uitgaan van 6% strategische kiezers kan dat de grote stijging van de PvdA niet verklaren.

Kiezers laten zich leden door de media

Een meer plausibele verklaring zoek ik dan ook in het feit dat de kiezer zich laat leiden door de mediaoptredens van de lijsttrekkers, zoals debatten. De fout die ze dan maken is dat een partij veel meer is dan een lijsttrekker en de manier waarop die het gedachtegoed van de partij uitdraagt in de media. De Stemwijzer is ook populair, maar die had dit jaar bijvoorbeeld geen stelling over het kinderpardon, terwijl dat mijns inziens zeker een belangrijk punt is.

Uiteindelijk is het lezen van partijprogramma’s de enige manier om een partij echt te leren kennen en om te besluiten of de partij aansluit bij jouw voorkeuren. En ja, dat kost wat tijd, tijd die veel mensen blijkbaar niet hebben. Maar democratie kan niet werken als de kiezers onverschillig zijn, ze moeten zich goed informeren.

De praktijk leert dat het anders is: de verkiezingsprogramma’s zijn al lang geleden vastgesteld, terwijl de opkomst van de PvdA pas leek te beginnen tijdens de verkiezingsstrijd op de televisie. Ik concludeer daar uit dat kiezers zich laten leiden door het geslaagde optreden van Samson in de media en een minder overtuigende Roemer. Tot op zekere hoogte is dat gerechtvaardigd vanwege de domme uitspraak van Roemer over de potentiële boete van de EU, maar dat verklaart voor mij nog steeds niet de stevige groei van de PvdA.

De politicologen hebben ongetwijfeld veel geschreven over de invloed van debatten op televisie op de verkiezingsuitslag, maar ik kon niet eenvoudig een artikel over het onderwerp vinden. Vandaar dat ik  op dit punt helaas geen wetenschappelijke onderbouwing heb en dat ik afga op mijn vermoedens.

Wel of geen tijdelijk verbod op peilingen?

De conclusie is dat peilingen inderdaad een ongewenste invloed hebben op het gedrag van kiezers. Tegelijkertijd hebben ze ook een gewenste invloed omdat ze strategische stemmers steunen.

Ik ben dus geen voorstander van een verbod, maar ik ben ook geen overtuigd tegenstander. Ik zou het namelijk fijn vinden als ze bij Nieuwsuur eens ophouden met dat constante gezeik over peilingen. Het confronteren van politici met tegenvallende peilingen is ook zo zinloos, ‘peilingen zijn dagkoersen’ luidt het altijd voorspelbare antwoord immers.

Wat wel verboden zou moeten worden zijn kiezers die niet hun best doen om een geïnformeerde keuze te maken en zich te veel laten leiden door de peilingen en de media.

Edit 16/09/2012: In Nederland is strategisch stemmen veel populairder. Op basis van een onbekende wetenschappelijke bron en een onbekende tijdsspanne bedraagt het percentage kiezers 10 tot 15%. Volgens opinieonderzoek bedroeg het percentage bij deze verkiezingen meer dan 25%. En volgens ander opinieonderzoek was het percentage 17%.

Verkiezingen Tweede Kamer 2012: ontwikkelingshulp

In juni schreven de VVD’ers Stef Blok en Ingrid de Caluwé dat het budget voor ontwikkelingssamenwerking met 3 miljard verlaagd kan worden naar 1,4 miljard. De VVD wil niet meer vasthouden aan de internationale norm om 0,7% van het nationaal inkomen uit te geven aan ontwikkelingshulp. Nederland is een van de vijf landen ter wereld die zich aan deze norm houden, volgens de OECD zijn de andere vier Zweden, Noorwegen, Luxemburg en Denemarken.

De argumenten voor de bezuiniging zijn dat ontwikkelingshulp niet effectief is en dat het geen kerntaak van de overheid is. Mensen kunnen immers zelf besluiten om geld te doneren voor ontwikkelingshulp. Met de komende verkiezingen is het daarom een goed idee om deze argumenten te evalueren. De VVD verschilt in dit opzicht met de linkse partijen die dit niet willen veranderen. De PVV wil ontwikkelingshulp helemaal van de begroting schrappen en het CDA houdt tot 2015 aan de norm vast.

Is ontwikkelingshulp effectief?

Volgens Blok en De Caluwé zijn er ‘veel dramatische mislukkingen’ en zijn er hulporganisaties die hun ‘eigen boekhouding niet eens op orde krijgen’. Maar welke mislukkingen dan, en welke organisaties? Ze treden in hun tekst niet in detail en ze doen dat ook niet in hun standpunt over ontwikkelingshulp op hun eigen website.

Het European Centre for Development Policy Management stelt dat economische ontwikkeling een veel grotere bijdrage heeft geleverd dan ontwikkelingshulp (zonder uitspraken te doen over de effectiviteit er van). Ook is het de vraag of de norm nog wel effectief is vanwege geldstromen die niet worden gerekend tot officiële ontwikkelingshulp en daarom buiten de norm vallen.

Oud-VVD-fractievoorzitter Joris Voorhoeve verwijst in zijn antwoord op Blok en De Caluwé naar een interessant onderzoek van Channing, Jones en Tarp (2010). Hun conclusie is dat ontwikkelingshulp wel degelijk helpt:

In our findings, aid has a positive and statistically significant causal effect on growth over the long run, with confidence intervals conforming to levels suggested by growth theory. Aid remains a key tool for enhancing the development prospects of poor countries.

En uit de conclusie:

…we conclude that the bleak pessimism of much of the recent aid–growth literature is unjustified and the associated policy implications drawn from this literature are often inappropriate and unhelpful. Aid has been and remains an important tool for enhancing the development prospects of poor nations.

Abolishing foreign aid, or drastically cutting it back, would be a mistake and is not warranted by any reasonable interpretation of the evidence. The challenge is to improve foreign assistance effectiveness so that living standards in poor countries are substantially advanced over the next three decades.

Critici zoals Dambisa Moyo staan lijnrecht tegenover hen. Zij stelt dat ontwikkelingshulp schadelijk is, maar haar onderzoek is sterk bekritiseerd. Ik denk dat ontwikkelingshulp inderdaad schadelijk kan zijn als het op de verkeerde manier gegeven wordt, maar dat brengt mij weer op het punt van Channing, Jones en Tarp (2010); we moeten daarom streven om ontwikkelingshulp nog effectiever te maken in plaats van het af te schaffen.

Liefdadigheid afdwingen wel of geen overheidstaak?

‘Het is niet een taak van de overheid om liefdadigheid af te dwingen’, aldus Blok en De Caluwé. Dit argument van de VVD dat wij ook zonder de overheid ontwikkelingshulp kunnen verlenen krijgt geen aandacht van de critici, maar is voor mij wél het meest belangrijke argument. In theorie heeft de VVD gelijk. Mijn salaris dat ik heb verdiend in 2011 bij mijn detacheerder OGD bedroeg € 3246 en 0,7% daarvan is € 22,72. Dat is niet veel en ik zou het best kunnen missen, als iedere andere Nederlander zo zou denken zou er niets aan de hand zijn als ontwikkelingshulp volledig wordt wegbezuinigd.

Maar de kern van de zaak is dat de overheid, ook onder de VVD, wel degelijk liefdadigheid (ik heb het liever over solidariteit) afdwingt. Dat is het geval met de zorgverzekering en AOW bijvoorbeeld. Waarom? Omdat mensen zonder dwang niet zo liefdadig zouden zijn. Mijn vermoeden is dat veel mensen geen 0,7% van hun inkomen zouden besteden aan ontwikkelingshulp als de overheid het niet doet. Wij hebben ons stelsel van sociale zekerheid omdat we solidair met elkaar zijn als inwoners van dit land, dan is het toch ook logisch dat wij tot op zekere hoogte solidair zijn met degenen buiten ons land? Die solidariteit met hen kunnen we net zo goed afdwingen als onze solidariteit met elkaar.

Verkiezingen Tweede Kamer 2012: langstudeerboete

De draai van 180 graden die het CDA heeft gemaakt omtrent de langstudeerboete fascineert. Genoeg reden om dit niet per partij te belichten, maar een eigen blogpost te geven. In Nieuwsuur was een reportage over het onderwerp te zien.

Van Haersma Buma vertelt dat het CDA (als initiatiefnemer) in 2010 voor de boete koos als ‘noodzakelijk kwaad’ omdat ze de basisbeurs anders niet konden behouden. ‘Maar we hebben nu een manier gevonden om het te doen zonder de langstudeerdersboete’, zegt hij. Een artikel in Trouw geeft veel antwoorden:

Het CDA wil het geld deels bij universiteiten halen en deels via maatregelen die niets met het onderwijs te maken hebben, zoals verhoging van de AOW-leeftijd.

Het CDA, dat tot voor kort de maatregel fervent verdedigde, vindt nu dat de boete “in de praktijk veel vervelende consequenties blijkt te hebben”. Daarbij doelt CDA-lijsttrekker Sybrand van Haersma Buma op studenten die ziek worden of die twee studies doen. Buma erkent dat hij al in 2010 van de nadelen wist toen het kabinet-Rutte het plan introduceerde, maar zag toen geen andere financiële oplossing voor de hoge kosten van het hoger onderwijs.

“Wij wisten tot voor kort nog niet of het afschaffen van de boete financieel haalbaar was”, zei hij dinsdag. Daarom is afschaffing volgens hem niet opgenomen in het begrotingsakkoord dat VVD en CDA eerder sloten met D66, ChristenUnie en GroenLinks. En mede daarom staat het niet in het CDA-verkiezingsprogramma.

Is het CDA opportunistisch?

Volgens een interview met de woordvoerder onderwijs van CDA op 20 juni was die partij op dat moment nog voorstander van de langstudeerboete. Misschien is er ook bewijs te vinden dat dit standpunt langer ongewijzigd bleef. In ieder geval, als we 20 juni aanhouden, is de draai binnen twee maanden gemaakt.

Met de uitleg die wordt gegeven in Trouw krijg ik iets meer begrip voor het handelen van het CDA. Maar ook als ik ze het voordeel van de twijfel geef blijft dit een blunder. Ze hadden bij het CDA eerder hun rekenmachines moeten opstarten, want nu is het (te) laat om de invoering van de boete te stoppen. Opportunisme of niet, het maakt hen ongeloofwaardig.

De Andere partijen

Maar dan is de vraag, wat is de rol van de andere partijen inzake de langstudeerboete? Want Mark Rutte vertelde begin juli dat de VVD van ‘die gehate langstudeerboete’ afwil door een sociaal leenstelsel in te voeren. In de reportage vertelt de onderwijswoordvoerder van de VVD, Klaas Dijkhof, dat de VVD akkoord ging met de langstudeerboete als compromis met het CDA. Volgens hem stond de boete niet in het vorige verkiezingsprogramma en ook niet in het huidige.

In het vorige verkiezingsprogramma van de VVD uit mei 2010 is inderdaad te lezen dat de partij toen al voorstander was voor een sociaal leenstelsel (pagina 17), dus de VVD draait niet. In een coalitie met andere partijen moet je nu eenmaal compromissen maken. Zo stemde de VVD vanwege het CDA ook tegen een verbod op weigerambtenaren.

Het is echter wel jammer dat de VVD de langstudeerboete niet wil afblazen nu het CDA ook tegen is. Het zou begrotingstechnisch niet mogelijk zijn, maar er zijn goede redenen om te twijfelen aan dat argument van Halbe Zijlstra.

In de reportage van Nieuwsuur is te horen dat de ChristenUnie de boete nog steeds steunt. En zowel het CDA, de SP en de ChristenUnie blijven tegenstanders van een sociaal leenstelsel. Maar waarom?

Langstudeerboete of leenstelsel?

In de reportage vertelt Van Haersma Buma:

Een sociaal leenstelsel lijkt sociaal, maar je zit voor de rest van je leven met een schuld. De eerste vijftien jaar betaal je af.

En Arie Slob van de ChristenUnie:

Wij hopen te voorkomen dat jongeren straks met enorme financiële problemen worden geconfronteerd omdat er nogal wat partijen een sociaal leenstelsel willen gaan invoeren, wat gaat betekenen dat als studenten gewoon netjes hun normale studietijd uitzitten en hun diploma halen, dat ze dan minimaal met € 13.000 studieschuld aan het werk gaan.

En Jasper van Dijk van de SP:

Je ziet dat je daar heel veel studenten mee in de problemen brengt, want die krijgen dan € 13.000 schuld, dat is nog vier keer meer dan de boete, dus dan kom je van de regen in de drup

Het bedrag van € 13.000 dat door Slob en Van Dijk wordt genoemd in de reportage is gebaseerd op de hoogte van de basisbeurs voor uitwonenden over vier jaar (266,23 × 48 = 12.799,04). Ja, dat is natuurlijk meer dan de langstudeerboete van € 3.000, maar die heeft dan ook maar het potentieel om € 180 miljoen te bezuinigen. Als je echt wilt bezuinigen zet dat bedrag geen zoden aan de dijk; met een sociaal leenstelsel kan meer bezuinigd worden – € 350 miljoen in 2015 tot € 800 miljoen in 2020 – op een meer intelligente manier.

De tegenstanders van het sociaal leenstelsel schilderen € 13.000 af als een onoverkomelijke schuld, maar de gemiddelde hypotheek in 2011 was € 213.739. Dat is een gemiddelde voor alle hypotheken, ik vermoed dat hoger opgeleiden meer vermogend zijn en nog hogere hypotheken hebben. En € 13.000 over de vijftien jaar (uiteraard afhankelijk van het definitieve ontwerp van een sociaal leenstelsel) die Van Haersma Buma noemt is € 72 per maand. Ik kan mij niet voorstellen dat zo’n bedrag een probleem zou zijn.

Een langstudeerboete van € 3.000 ineens dokken tijdens de studententijd is logischerwijs een stuk lastiger dan later in het leven € 72 per maand aflossen. En de langstudeerboete straft niet alleen de ‘echte’ luie studenten, maar ook de hardwerkende student die een verkeerde studiekeuze heeft gemaakt en een of meer jaren vertraging oploopt. Zie trouwens ook mijn eerdere post die deels over de langstudeerboete gaat van anderhalf jaar geleden. Wat ik daar schreef is grotendeels vergelijkbaar met wat ik nu schrijf, zie ik.

Verkiezingen Tweede Kamer 2012: GroenLinks

Met de verkiezingen voor de Tweede Kamer in aantocht zal ik de verkiezingsprogramma’s van een aantal partijen evalueren op mijn weblog. Ik begin met GroenLinks, hun verkiezingsprogramma is hier onderaan de pagina te downloaden. In 2010 schreef ik over hun vorige verkiezingsprogramma.

Marktinterventie: van fleswater tot cultuursubsidies

De reden dat ik GroenLinks (GL) als eerste behandel is hun recente plan om de horeca gratis kraanwater te laten serveren. Als hun petitie daarvoor 25.000 handtekeningen krijgt, zullen ze een initiatiefwet indienen om het te verplichten. Dit voorbeeld illustreert in mijn ogen goed het verschil tussen de Nederlandse liberale partijen. Het is moeilijk voor te stellen dat D66, de VVD of de PVV met een vergelijkbaar plan zouden komen.

Van alle liberale partijen is GL het meest sociaalliberaal en links. Waar de gemiddelde liberaal houdt van een kleine overheid die niet onnodig ingrijpt in de markt  is dat bij GroenLinks duidelijk niet het geval. Zoals dit plan laat zien is hun drempel voor overheidsingrijpen relatief laag vergeleken met andere liberalen: te laag wat mij betreft.

Begrijp me niet verkeerd, ik haat gebotteld water net zo hard als GL. Maar dit is echt iets wat je kan overlaten aan de markt. Als genoeg klanten om kraanwater vragen en geen fleswater meer bestellen zal een restaurant het gaan aanbieden. GroenLinks verwijst naar het buitenland als voorbeeld, waar gratis kraanwater in de horeca normaal is. Maar zou daar wetgeving zijn die het verplicht?

Kortom, typisch een probleem dat beter kan worden opgelost door te stemmen met de portemonnee in plaats van wetgeving. Wat als liberaal misschien nog wel te rechtvaardigen zou zijn is een extra belasting op fleswater, dat zou de consumptie er van ook reduceren zonder de aanpassing van de Drank- en Horecawet die GL wil.

Maar deze bereidheid tot marktingrijpen gaat veel verder dan gebotteld water. Het is niet anders met de cultuursubsidies waar ik eerder al over schreef. Het wordt mij niet duidelijk uit het verkiezingsprogramma of GL de bezuinigingen van het kabinet-Rutte op cultuur wil terugdraaien, maar op pagina 30 is te lezen dat er niet (verder?) op wordt bezuinigd en dat er meer wordt geïnvesteerd in innovatief kunstaanbod, talentontwikkeling en cultuuronderwijs. Ook wordt het lage btw-tarief van 6 procent voor podiumkunsten en beeldende kunsten gehandhaafd na 2013.

Met de laatste twee punten heb ik in principe geen probleem, al ben ik benieuwd wat die investering in cultuuronderwijs precies inhoud. Maar over de eerste twee punten kan ik kort zijn: laat het over aan de markt. De overheid moet cultuur niet actief (i.t.t. passief door dat lage btw-tarief bijvoorbeeld) subsidiëren, burgers kunnen zelf bepalen wat zij leuk vinden qua cultuur. Als er dan een orkest over de kop gaat omdat de subsidiekraan is opgedroogd, is er blijkbaar geen interesse in hun werk.

Wat mij dan wel positief opvalt op pagina 31 van het programma zijn de plannen van GroenLinks met de publieke omroep. Zij willen – net als de VVD – terug naar twee netten en een einde aan de verzuiling. Persoonlijk zou ik het echter ook prima vinden als de publieke omroep wordt afgeschaft omdat het net als cultuur kan worden overgelaten aan de markt.

Geen zicht op financiën

Op het punt van financiën is het verkiezingsprogramma angstvallig stil. Op pagina 3 wordt ‘een sluitende begroting’ genoemd en onder aan pagina 19 wordt verteld dat GL het begrotingstekort ‘zo snel als verantwoord’ wil wegwerken. Maar hoe snel dan? De VVD is er in ieder geval duidelijk over, volgens hun programma streven zij naar begrotingsevenwicht in 2017 en willen ze 24 miljard bezuinigen.

Ik kan het nergens vinden in de documenten van GL zelf, maar als ik RTL Nieuws mag geloven wil GL tussen 2017 en 2019 ook begrotingsevenwicht. Daarbij valt op dat D66, PvdA en CDA net als de VVD in 2017 ook begrotingsevenwicht willen hebben, en dat SP en PVV het ‘op termijn’ willen bereiken. De Volkskrant leest echter hetzelfde in het programma van GL als ik: er wordt simpelweg geen jaartal genoemd. Mijn conclusie is dat er wél een jaartal werd genoemd in het concept, maar niet in de finale versie.

We zullen het zien wanneer de doorrekeningen van de verkiezingsprogramma’s door het CPB worden gepresenteerd op 27 augustus. Maar tot dan is het programma van GL op dit vlak niet transparant. Ze hadden een apart hoofdstuk moeten weiden aan de financiële plannen. De Volkskrant merkt op dat ook andere partijen hier last van hebben en dat de VVD het meest transparant is op dit punt.

Pro-Europees

Het wordt weliswaar niet echt onder de aandacht gebracht als hoofdpunt, maar het programma maakt duidelijk dat GL pro-Europees is (pagina 30). In Nieuwsuur werd in juni een goede uitleg gegeven door econoom Barbara Baarsma over hoe de Eurocrisis is op te lossen: door een meer federaal Europa. Een aanbeveling die gedeeld wordt met het CPB.

De VVD, de PVV en de SP zijn eurosceptisch terwijl GL en D66 pro-Europees zijn. Rutte wil naar eigen zeggen liever ‘de brand blussen’ dan praten over ‘institutionele vergezichten’. De brandweer moet zeker snel in actie komen, maar zodra de brand is geblust zou ik ook zo snel mogelijk een nieuw huis gaan bouwen dat minder vatbaar is voor brand.

Ik heb niks tegen een federaal Europa. Dat wordt ook wel schertsend de ‘Verenigde Staten van Europa’ genoemd, maar is federalisme zoals in de VS dan zo verkeerd? De EU-lidstaten hebben minder met elkaar gemeen dan de staten van de VS, maar dat is een kwestie van machtsbalans tussen de staten en de federale regering; in de EU kan die balans meer uitslaan naar de lidstaten.

Als het Europees Parlement dan ook machtiger wordt zoals GL voorstelt dan zouden er nog minder bezwaren zijn. Vooral hun standpunt voor grensoverschrijdende kieslijsten voor het Europees Parlement vind ik interessant. Als er een Bulgaar is met goede ideeën dan wil ik daar best op stemmen.

In plaats van doormodderen moet er werk worden gemaakt van dat meer federale Europa, en daarvoor acht ik de pro-Europese partijen het meest geschikt.

Overig

Ik kan nog lang doorgaan, maar dan kan ik beter een boek schrijven in plaats van een weblogpost. Daarom zal ik nog kort wat overige punten ter sprake brengen.

Ik ben het grotendeels eens of ten minste niet oneens met de plannen voor de groene economie van GroenLinks. Alleen denk ik niet dat kernenergie zo snel mogelijk moet worden uitgefaseerd. Zie wat dat betreft ook mijn post over hun vorige verkiezingsprogramma.

Op het asielbeleid verschil ik het meest met GL. Ze willen een kinderpardon (hier schreef ik al eerder over), ze ‘nodigen jaarlijks een groep kwetsbare vluchtelingen uit om hier een nieuw bestaan op te bouwen’ en willen een ‘warm vluchtelingenbeleid’ (pagina 11).

Wat mobiliteit betreft is het goed om te zien dat GL kiest voor ambitieuze investeringen in openbaar vervoer in plaats van het asfalt waar het kabinet-Rutte zich op heeft blindgestaard. Ook willen ze dat stomme paradepaardje van de VVD, 130 kilometer per uur, terugdraaien. Maar ze willen ook nog steeds de kilometerheffing (pagina 17 en 18). Daar ben ik nu meer genuanceerd over, ook al blijft het duur. De implementatie van kilometerheffing in Singapore bijvoorbeeld biedt ook voordelen.

Tot mijn verrassing is GL voorstander van een variant van een sociaal leenstelsel voor studiefinanciering. Dit had ik eigenlijk niet van ze verwacht gezien hun linkse oriëntatie, maar een zoekactie leert dat zij al langer voorstander zijn van dat systeem. De basisbeurs en langstudeerboete schaffen ze af, de aanvullende beurs gaat omhoog en het collegeld omlaag (pagina 22). Ik zie geen bezwaar omdat onderwijs zo toegankelijk blijft terwijl er ook geld wordt bespaard.

Jammer genoeg gelooft GL in positieve discriminatie, zoals een vrouwenquotum en ander voorkeursbeleid voor etnische minderheden. Niet alleen is dat veel bemoeizucht, maar het lijkt mij ook niet bevorderlijk voor de status die een persoon geniet in een organisatie als die is aangenomen ‘voor het quotum’ (pagina 22 en 23).

Als bestuurskundige viel mij op dat GL het aantal zelfstandige bestuursorganen wil terugbrengen. Ik kan een aantal redenen bedenken, maar ben benieuwd wat de motivatie van GL is. Er wordt geen toelichting op gegeven (pagina 30), maar op de website van GL is te lezen dat ze het gebrekkige toezicht op zbo’s een probleem vinden. Ik kan mij dat goed voorstellen na het debacle met het COA. Maar ze zouden net als andere partijen meer concreet moeten zijn, welke zbo’s moeten eraan?

Conclusie

Ik heb veel sympathie voor GL. Naast de eerder genoemde standpunten vind ik de motie-Vendrik en het standpunt dat Nederland een republiek moet worden ook zeer lovenswaardig in dat opzicht. Maar er zijn te veel haken en ogen die mij er van weerhouden om op GL te stemmen.

Tegen ACTA

De Europese Commissie heeft deze week het ACTA-verdrag ondertekend, op een manier waarbij de volksvertegenwoordiging voor zover geen invloed had. ACTA is gevaarlijk en bedreigt onze vrijheid, maar het blijft spannend nu onze Tweede Kamer en het Europees Parlement aan zet zijn om het te ratificeren omdat er nog geen tekenen zijn van een ruime meerderheid van tegenstanders. De VVD heeft in het verleden wel geklaagd over de geheime onderhandelingen op initiatief van Jeanine Hennis-Plasschaert, maar het laatste nieuwsbericht daarvan dateert van maart 2010. Sindsdien is het angstvallig stil gebleven.

Gelukkig zijn er ook leden van het Europees Parlement die wel uitgesproken zijn over vrijheden, zoals Marietje Schaake die voor D66 lid is van het EP. Precies zoals je van een liberale partij zou verwachten. Als de EP-fractie van de VVD geen tegenstander is van ACTA weet ik naar wie mijn voorkeurstem gaat voor de volgende verkiezingen voor het EP. Ik heb net de petitie tegen ACTA getekend en ga contact opnemen met de relevante VVD’ers die in de TK en het EP deze materie in hun portefeuille hebben om meer te weten te komen over het standpunt van mijn partij.

Post Scriptum 25 februari 2011: inmiddels heeft de Europese Commissie de ACTA ter beoordeling voorgelegd aan het Europees Hof om te kijken of de ACTA in strijd is met Europese regelgeving. Die beoordeling kan echter een paar jaar op zich laten wachten. Wat mij opvalt is dat ACTA niets zou veranderen aan de bestaande wetgeving volgens de Eurocommissaris die in het gelinkte bericht wordt aangehaald. Onze minister Verhagen deelt die mening. Het is in dat opzicht jammer dat de tegenstanders zoals de Electronic Frontier Foundation waar ik eerder naar linkte in dit bericht niet duidelijk zijn wat er nu precies zo bezwaarlijk is aan het verdrag.

Het doet mij vermoeden dat er inderdaad niet zoveel aan de hand zou kunnen zijn. Maar als ik Herbert Blankesteijn mag geloven is ACTA wel degelijk gevaarlijk. En hoewel hij blijkbaar geen jurist is gebruikt hij overtuigende argumenten en heeft hij de verdragstekst blijkbaar bestudeerd. Overigens heeft Afke Schaart van de VVD inmiddels nog steeds geen antwoord gegeven op mijn berichten. Wordt vervolgd, over drie jaar?

Tegen het generaal (kinder)pardon

Links en rechts hebben een meningsverschil over een kinderpardon. GroenLinks is voorstander met Tofik Dibi als initiatiefnemer. De VVD is, bij monde van Cora van Nieuwenhuizen, tegen het kinderpardon. Nieuwenhuizen was op 26 januari te gast in Nieuwsuur om het VVD-standpunt uit te leggen. Ondanks dat Twan Huys agressief interviewde en Nieuwenhuizen nauwelijks liet uitpraten, wist dit kamerlid toch een overtuigend optreden te maken.

Een kinderpardon of welk generaal pardon dan ook is simpelweg niet eerlijk. Is het eerlijk dat iedereen die onder de pardonregeling valt mag blijven, terwijl de mensen die een maand voor het ingaan van de regeling zijn uitgezet niet alsnog een verblijfsvergunning krijgen? Nee, want dat is rechtsongelijkheid. Niet alleen gelijke rechten, maar ook de regels zelf worden overboord gegooid. Normaliter worden er regels toegepast om te beoordelen wie wel of niet recht heeft op een verblijfsvergunning. Dat doen wij omdat wij denken dat de een meer recht heeft op een verblijfsvergunning dan de ander op basis van de achtergrond van de asielzoeker.

Ja, in de eerste link naar het verhaal op nu.nl erkent minister Leers al dat lange procedures en de mogelijkheid tot het stapelen van procedures een fout zijn aan de zijde van de overheid. Maar het exploiteren van die mogelijkheden om een beslissing over de verblijfsvergunning uit te stellen is de fout van de asielzoeker. En stel nu dat je als asielzoeker niet actief misbruik maakt van de mogelijkheden en je weet dat het jaren kan duren voordat er een definitieve beslissing over een vergunning wordt genomen. Ik denk niet dat het dan gerechtvaardigd is om jezelf te benoemen tot schrijnend geval. Als je niet tegen de onzekerheid, met het zwaard van Damocles boven het hoofd, om kunt gaan dan had je eieren voor je geld moeten kiezen en zelf de beslissing moeten nemen om terug te keren zonder het besluit af te wachten. Als je dat wel kunt, aanvaard de weigering van de verblijfsvergunning na jaren vertraging dan.

Dat is ook hoe ik denk over de zaak Mauro. Het was het beste geweest als al in 2002 of 2003 was besloten dat hij weer had moeten terugkeren naar Angola. En zijn pleeggezin waar hij al in 2003 werd ondergebracht wist toen al dat een weigering van de verblijfsvergunning van Mauro hen boven het hoofd hing. In 2007 wordt de verblijfsvergunning definitief afgewezen. Maar in plaats van deze afwijzing te aanvaarden gaan de pleegouders (mijn aanname) door met juridisch getouwtrek en pas als alle opties uitgeput zijn start de ophef in de media. Ik begrijp het gedrag van de pleegouders wel, ik zou het misschien ook zo gedaan hebben, maar dat maakt het niet juist. Uiteindelijk besluiten de politici dat de regels voor Mauro niet gelden, hij mag een studievisum aanvragen voor een mbo-opleiding terwijl dat normaal alleen voor een hbo-niveau of hoger is toegestaan en hij mag de beslissing over het studievisum in Nederland afwachten, ook een afwijking van wat gangbaar is. Wat heeft dit met rechtvaardigheid te maken? Voor mij is dit niets meer dan een perversie van rechtvaardigheid.

Hoewel ik op nu.nl lees dat Van Nieuwenhuizen in het Mauro-debat de woorden ‘schrijnend geval’ heeft laten vallen, heeft zij een idee van rechtvaardigheid en rechtsgelijkheid waar ik mij bij kan aansluiten. Zij wil als kamerlid niet buigen voor de publieke opinie die voorstander is van dit kinderpardon en durft onpopulaire beslissingen te verdedigen, om te doen wat juist is ondanks de hevige oppositie. Van Nieuwenhuizen is een van mijn kandidaten voor een voorkeursstem bij de volgende verkiezingen geworden.

Evaluatie prestaties kabinet Rutte: 130 km/u, onderwijs en cultuur

Ik denk dat het tijd is om een eerste balans op te maken van de prestaties van het kabinet Rutte tot zover. Ik ga in deze post twee onderwerpen behandelen die flink wat media aandacht hebben genoten, de verhoging van de snelheidslimiet naar 130 kilometer per uur en de bezuinigingen op het onderwijs. Ik vind het niet fijn om mijn onderwerpkeuze in feite te laten bepalen door de media, omdat ik op andere onderwerpen nog geen zicht heb. Het liefst zou ik het volledige stemgedrag van mijn partij, de VVD, in de Tweede Kamer evalueren, maar daar heb ik op dit moment geen tijd voor. Ik zal dat zeker eens gaan doen in een volgende post.

Over 130 km/u kan ik kort zijn. Het is een idee van de VVD (specifiek Charlie Aptroot) en de PVV. Het huidige experiment met 130 km/u in plaats van 100 km/u op de A16 tussen Moerdijk en Breda blijkt in ieder geval een triviale tijdswinst op te leveren. Verder leidt het tot meer luchtverontreiniging, geluidsoverlast en verkeersongelukken. Kortom, het is symboolpolitiek die ons niets oplevert en dient alleen maar electoraal gewin. Ook erger ik mij aan de argumenten die Aptroot geeft voor verhoging: ‘Auto’s zijn schoner geworden dus wordt de uitstoot minder. Waarom rijden veel mensen te hard op sommige wegen? Omdat de snelheidsbeperking er belachelijk is.’ Dus het voordeel dat behaald is met schonere auto’s doen we weer teniet en dan zijn we niets opgeschoten. En een snelheidsbeperking van 120 km/u vind ik niet belachelijk, waarom moet er zoveel haast gemaakt worden? Zelf vind ik 100 km/u snel genoeg, maar ik doe dan ook graag aan hypermilen.

Dan de onderwijsbezuinigingen. De boete van 3000 euro voor langstudeerders die meer dan een jaar vertraging oplopen leidt bij mij tot gemengde gevoelens. Enerzijds vind ik het wel terecht, maximaal een jaar vertraging voor een bachelor en een jaar vertraging voor de master vind ik goed haalbaar. Straks heb ik mijn bachelor Geschiedenis afgerond met een half jaar vertraging (in een andere post daarover later meer).

Maar ik heb ook een jaar moeten besteden aan het halen van mijn HBO-propedeuse voor de studie Bestuurskunde, vervolgens nog een jaar aan mijn HBO-studie voordat ik realiseerde dat ik beter een universitaire studie kon volgen. Daarna nog een jaar aan een studie Bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Dat wijt ik aan studeerproblemen. Als iemand werkelijk last heeft van studeerproblemen in plaats van luiheid, zou die persoon dan ook financieel gestraft moeten worden? Wat als iemand een slechte studiekeuze heeft gemaakt? Dat ene jaar dat ik heb besteed aan het halen van mijn propedeuse, moet dat eigenlijk wel als vertraging tellen? Ik heb ook het geluk dat mijn ouders mijn opleiding betalen, dus bij mij is er geen sprake geweest van een financiele prikkel om snel af te studeren. Ik twijfel of mijn ouders indien de boeteregeling van toepassing zou zijn geweest drie keer 3000 euro zouden hebben betaalt, maar ik vermoed dat ze die wel voor minstens een jaar zouden hebben betaald. Dus voor mensen met rijke ouders geldt de financiele prikkel niet altijd. Ik vraag mij af wat er van mij zou zijn geworden als ik was opgegroeid als wees onder de hoede van arme verzorgers, zou ik op tijd zijn afgestudeerd? Ik ben uiteraard heel blij met mijn ouders, maar ik tegelijkertijd vind ik het jammer dat mijn studie voor mij betaald is.

Werkelijk bezwaarlijk was dat universiteiten ook een boete voor langstudeerders krijgen. Dat plan is echter aangepast: de ‘perverse prikkel’, de boete voor de universiteiten, is geschrapt, maar daar komt een generieke korting van 160 miljoen voor in de plaats. Uiteraard lijkt het mij geen goed plan om op het onderwijs te bezuinigen en kan ik mij niet voorstellen dat er niets te vinden is wat minder prioriteit geniet en waar die 160 miljoen te halen is. Echter moet nog iets anders opgemerkt worden, door efficiënter gebruik van middelen kunnen betere resultaten behaald worden. Misschien een open deur, maar kijk eens naar de resultaten van het PISA-onderzoek en het jaarlijkse budget per student tussen het secundair en tertiair onderwijs. Finland en Zuid-Korea spenderen noemenswaardig minder budget aan onderwijs dan Nederland, maar ze scoren wel veel hoger in het PISA-onderzoek. Oostenrijk en vooral de Verenigde Staten spenderen meer maar scoren slechter. Kortom, er is niet noodzakelijk een causale relatie tussen onderwijsbudgetten en prestaties van studenten. In het PISA-onderzoek worden de vaardigheden van vijftienjarigen onderzocht, maar wellicht zijn de resultaten tot op zekere hoogte te extrapoleren naar het hoger onderwijs. Wat het hoger onderwijs betreft, de VS hebben wel de beste universiteiten. Ik ben benieuwd of daar wel een causale relatie is met budget en prestaties.

In plaats van de boete voor langstudeerders zou het eerlijker zijn indien de studiefinanciering wordt afgeschaft en vervangen door een sociaal leenstelsel. Dan deelt iedereen in de bezuinigen, niet alleen langstudeerders, en blijft wel een stimulans bestaan om snel af te studeren. Een renteloze lening of iets dergelijks moet met goede randvoorwaarden geen probleem vormen, als we een hypotheek nemen op een huis is een lening voor een studie toch ook geen probleem? De discussie over die maatregel speelde voor de langstudeerboete, halverwege 2010. Een artikel van de krant Trouw is wat dat betreft verhelderend (zie de tweede pagina). De VVD was in die tijd voorstander van het sociaal leenstelsel, de PVV wilde niets veranderen, het CDA wilde studiefinanciering behouden en langstudeerders beboeten. Ik denk dat de drie partijen in de formatie op het standpunt van het CDA zijn uigekomen als compromis, en dat doet mij ook twijfelen of Halbe Zijlstra uit eigen motivatie deze maatregel neemt, voelt hij zich niet gedwongen om een afspraak van de coalitie uit te voeren?

Nu herinner ik me ook weer de bezuinigingen op cultuur. Daar kan ik ook kort over zijn: prima plan, laat de markt maar bepalen welke vormen van cultuur waardevol zijn, dat hoeft de overheid niet voor ons te bepalen. Als een toegansbewijs voor het optreden van een orkest dan te duur wordt, kan er gewoon een CD met klassieke muziek worden geluisterd. Met Spotify is dat tegenwoordig zelfs gratis.

Ledenraadpleging kandidaten Eerste Kamer VVD

Zojuist heb ik gestemd voor de ledenraadpleging voor de kandidatenlijst van de VVD voor de Eerste Kamer. Partijdemocratie is een belangrijk goed, en het geeft naar mijn mening ook een zekere verantwoordelijk aan de leden van de VVD. Als leden niet stemmen of domweg het advies van de partij voor de kandidatenlijst overnemen heb je niets aan partijdemocratie, het is er wel maar het heeft geen betekenis. Ik vermoed dat een groot deel van de leden toch zo zal handelen. Zelf ben ik er schuldig aan geweest ten tijde van de ledenraadpleging voor de kandidatenlijst van de VVD voor de Tweede Kamer, ik had toen niet opgelet en niet gestemd.

Dat stemrecht geeft dus de verantwoordelijkheid om zelfstandig over kandidatenlijst na te denken. Voor de ledenraadpleging werd ook per post een document waarin de kandidaten werden geïntroduceerd aan de leden. Introductie is echter een groot woord, er staat alleen een CV en een foto van de kandidaat in. Een CV is natuurlijk erg belangrijk om er achter te komen of iemand wel capabel is voor een functie, maar het gaat hier om een politieke functie. Dan is een belangrijke overweging voor de stemmende leden wat de visie van de kandidaat is op zijn werk. Bijvoorbeeld waar een kandidaat zich voor wil gaan inzetten in de Eerste Kamer of wat die kandidaat gerealiseerd heeft in de Eerste Kamer als de kandidaat een nieuwe termijn ambiëert. Het probleem is, ik kan dus niets te weten komen over hun motivaties om lid van de Eerste Kamer te worden. En als iedere kandidaat een indrukwekkende CV heeft, ook al zijn er wel wat verschillen, wordt het erg moeilijk om te kiezen.

Een zeer beperkt aantal van de kandidaten heeft een website vermeldt. Bijvoorbeeld Jos van Rey. maar die website gaat alleen maar over zijn werk in de lokale politiek van Roermond. Er is eigenlijk maar een kandidaat die een persoonlijke website heeft die wel nuttige informatie geeft, en dat is Anne-Wil Duthler. Haar website beschrijft waar zij in de Eerste Kamer aan heeft gewerkt en wat haar prioriteiten zijn. Het had nog wel wat uitgebreider gemogen, met een weblog bijvoorbeeld dat meer de diepte in gaat, maar het is al een grote prestatie in vergelijking met de rest van de kandidaten. Niet alleen de communicatie is een groot pluspunt, maar het feit dat zij ook aandacht heeft gevraagd voor ‘privacybescherming bij de bewaarplicht van internetgegevens’ maakt het compleet. Privacy wordt tegenwoordig te vaak met voeten getreden en die bewaarplicht is ongewenst, er zijn niet genoeg politici die zich dat realiseren.

De cynicus zou vermoeden dat de kandidaten denken dat de leden toch wel slaafs het advies gaan volgen van de partij en instemmen met de kandidatenlijst zoals die is, of dat zij helemaal niet stemmen, en dat communiceren naar de leden dus niet nodig is. Voor mij gaat dat in ieder geval niet op. Net zoals een sollicitatiegesprek over veel meer gaat dan alleen een imponerende CV eis ik als lid dat kandidaten mij uitgebreid vertellen wat hun visie op het lidmaatschap van de Eerste Kamer is, wat hun plannen zijn en waarom ik op hen zou moeten stemmen. Daarom heb ik de advieslijst overgenomen, met twee aanpassingen: ik heb Anne-Wil Duthler op nummer 1 gezet in plaats van 11 en Frans-Willem Lantink op nummer 9 in plaats van 26. Hij is mijn docent en stagebegeleider en ik ken en vertrouw hem, dus mijn motivatie om hem flink wat hoger te zetten is dus ietsjes aangetast door nepotisme. Het liefst zou ik de afweging op eerlijke wijze hebben gemaakt door goed te vergelijken welke leden volgens mij het beste mijn belang en dat van de VVD behartigen, maar dat was dus niet mogelijk als ik alleen kan afgaan op een CV.

Vandaag is de laatste dag om te stemmen (ik stel ook alles uit…) voor de ledenraadpleging, dus mijn advies zal zijn als mosterd na de maaltijd voor de leden die al gestemd hebben. Maar dan nog is mijn advies goed om te onthouden voor de volgende ledenraadpleging.

P.S.: mijn vermoeden dat de opkomst geen storm zou lopen bleek juist te zijn, bijna 17% van de leden nam de moeite om te stemmen en aan het advieslijst van de partij is dus niets veranderd.