Te veel misinformatie in Seaspiracy

Een aantal weken geleden zag ik Seaspiracy op Netflix. Deze documentaire weet goed de aandacht van haar kijkers te trekken en shockeert hen met de weergave van hoe de visserij werkt. Maar tegen het einde van de documentaire, die concludeert dat vis eten niet duurzaam is en daarom vermeden zou moeten worden, had ik al twijfels. Hoe zit het dan met de mosselen die we in Nederland kweken, bijvoorbeeld? Ik weet mosselen weekdieren zijn en geen vissen, maar de documentaire gaat ook over garnalen, welke kreeftachtigen zijn.

Het blijkt dat mosselen plankton eten dat al overal in het zeewater zit, dus mosselteelt vraagt geen inbreng van voer en is zeer duurzaam. Ik ging mij verdiepen in de reacties op de documentaire, zoals die op het weblog van de Universiteit van Wageningen, de Sustainable Fisheries website van de Universiteit van Washington, Otter Strategies en een reactie die is gepubliceerd op Inverse. Ik stel voor dat iedereen deze zelf leest omdat het veel informatie is om samen te vatten, maar ik zal de meest belangrijke kritiek kort toelichten.

Het blijkt dat de zee helemaal niet leeg zal zijn tegen 2048 en dat veel visserij wel duurzaam is. De Marine Stewardship Council (MSC) gebruikt derde partijen om vast te stellen of een visserij een certificering krijgt in plaats van dat zij dit zelf doen. Ik denk wel dat het jammer is dat de MSC geen interview gaf aan de documentairemakers. Seaspiracy bekritiseert visteelt voor het gebruik van vismeel als voer voor geteelde vis. Het blijkt dat het aandeel van vismeel in het diëet van geteelde vis al sterk gereduceerd is over de afgelopen jaren. Daarnaast zal het straks vervangen kunnen worden door andere voerbronnen, zoals insecten. In sommige plaatsen in Zuidoost-Azië wordt zoetwatervis al duurzaam geteeld zonder vismeel.

Misschien de meest onthutsende beelden van de hele documentaire waren van een geteelde zalm die langzaam en levend werd gevild en opgegeten door zeeluizen. Zeeluizen zijn blijkbaar inderdaad een probleem, maar ze treffen ook wilde zalm. Omdat zeeluisinfecties zalm onverkoopbaar maken, hebben visteelers een sterke stimulans om het te voorkomen. Ik vond Seaspiracy zwak op dit punt, omdat het alleen wilde shockeren. Er was helemaal geen discussie van statistieken of wetenschappelijk bewijs over zeeluisinfecties.

Terwijl de reacties op Seaspiracy vaak wijzen op fouten in de verhouding tussen weggegooide plastic visnetten en plastic rietjes die in de documentaire worden gepresenteerd, lijken ze de kern van het probleem te negeren. Waarom wordt plastic in visnetten gebruikt? Visnetten werden al duizenden jaren gemaakt voordat plastic werd uitgevonden. Omdat het onmogelijk is voor wetshandhavers om het opzettelijk weggooien van die visnetten ver weg op zee in de gaten te houden, lijkt het makkelijker om wetgeving te maken voor de productie van visnetten. Ik hoop dat er wetgeving zal komen die het gebruik van materiaal dat niet biologisch afbreekbaar is in visnetten, zoals plastic, zal verbieden.

Elders op de Sustainable Fisheries website is er een interessante vergelijking gebaseerd op wetenschappelijke literatuur welke broeikasgasemissies van verschillende voedselbronnen vergelijkt. Rundvlees en geteelde katvis zijn de grootste boosdoeners, maar de Impossible Burger 2.0 en geteelde zalm geven veel minder emissies. De winnaars in de zin van laagste emissies zijn echter respectievelijk gevangen pelagische kleine vis, gevangen witvis en geteelde mosselen. Ze wijzen er ook op dat vis betere voedingswaarde dan de Impossible Burger heeft, welke veel verzadigd vet bevat.

Kleine pelagische vis is blijkbaar vis zoals ansjovis, sardines, makreel of haring, precies de vis die ik graag eet. Ik gebruik ook tonijn (met MSC certificering), vooral op pizza. Ik eet maar een of twee keer per week kleine hoeveelheden vis. Overwegende dat deze vis duurzaam gevangen kan worden, zie ik geen reden om mijn gedrag aan te passen.

Ik denk wel dat we allemaal de gidsen moeten raadplegen over welke vis duurzaam is, zoals de VISwijzer. Bijvoorbeeld, wat mij verbaasd is dat een zeer bedreigde soort zoals de Europese aal nog steeds gevangen mag worden. Ik weet dat overheden al maatregelen hebben genomen voor bescherming van de aal, maar het lijkt er op dat het niet genoeg is. Zolang overheden dit verzaken zullen consumenten zichzelf ook moeten verdiepen in welke vis duurzaam is en welke niet.

Het Westen moet zich niet langer laten intimideren door Rusland

Op 22 april kondigde Rusland aan dat zij een groot deel van haar troepen aan de oostgrens van Oekraïne gaat terugtrekken. Eerder dit jaar had Rusland daar namelijk 100.000 troepen gestationeerd, blijkbaar met het doel om Oekraïne te intimideren. Aan de oostgrens van Oekraïne bevinden zich de zelfverklaarde Volksrepublieken Donetsk en Loehansk, welke een aantal jaren geleden in opstand zijn gekomen tegen Oekraïne. We weten dat Rusland deze rebellen militair steunde (hoewel Rusland dat blijft ontkennen) en er ijverig Russische paspoorten heeft uitgedeeld. Nu is het argument van Rusland dat zij haar staatsburgers wil beschermen in deze opstandige provincies van Oekraïne. Rusland dreigt Oekraïne met oorlog als Oekraïne deze regio’s weer onder haar controle zou willen brengen of als het Westen zich met de situatie gaat bemoeien.

Toen Rusland tijdens de Syrische Burgeroorlog haar bondgenoot Syrië militair te hulp schoot in 2015 was het anders. Het Westen klaagde dat Rusland een dictatoriaal regime te hulp schoot dat op grote schaal mensenrechten schond, maar erkende impliciet dat Rusland het recht had om een bondgenoot te helpen. Het Westen uitte geen dreigementen dat Russische hulp aan Syrië zou leiden tot militair conflict tussen het Westen en Rusland. En nu laat het Westen zich wel intimideren door Rusland als het haar bondgenoot Oekraïne te hulp wil schieten? En het komt niet met een reactie nu Rusland ook de Straat van Kertsj heeft afgesloten voor buitenlandse marineschepen, zodat de marine van Oekraïne de toegang wordt ontzegd naar haar eigen territoriale wateren in de Zee van Azov?

Het is het een of het ander voor Rusland. Als Rusland vond dat het Syrië kon helpen, zou het geen probleem moeten zijn als het Westen troepen zou sturen om samen met Oekraïne de opstand in de Volksrepublieken Donetsk en Loehansk neer te slaan. Sluit Rusland de Straat van Kertsj voor buitenlandse marineschepen? Dan kan NAVO-lid Turkije de Bosporus sluiten voor Russische marineschepen. Dat had het Westen al veel eerder kunnen doen, als onderdeel van meer serieuze sancties om Rusland te dwingen de bezetting van de Krim op te geven. Laat Duitsland dan ook gelijk ophouden met die Nord Stream 2 gasleiding bijvoorbeeld. Want we lijken te zijn vergeten dat Rusland simpelweg de Krim heeft veroverd op Oekraïne en dat er niet stevig genoeg gereageerd is met sancties door het Westen. De sancties die wel werden ingezet maakten geen indruk op Rusland.

Een invasie van Donetsk en Luhansk is nog te verantwoorden omdat Rusland blijft beweren dat zij niets met die opstanden te maken hadden, maar de Krim is bezet door Rusland zelf. Omdat militaire actie tegen de Krim tot een groot militair conflict met Rusland kan leiden lijkt het beter om daar de route van sancties kiezen. Zelfs als dat militaire conflict met Rusland er wel zou komen, dan zou Rusland het onderspit delven tegen de gecombineerde legers van de EU-lidstaten, als we Binkov’s Battlegrounds mogen geloven. En dan hebben we het nog niet over de Verenigde Staten die de EU te hulp zou schieten. Dan is het wel te hopen dat het een conventionele oorlog blijft zonder nucleaire wapens, maar onder de streep genomen is het Westen degene die Rusland zou moeten intimideren, niet andersom.

De mislukte verkenning en Rutte’s geheugen

Gisteren en vandaag heb ik met veel belangstelling de debatten gevolgd over de mislukte verkenning na de verkiezingen. Ik denk niet dat Mark Rutte loog toen hij beweerde dat hij niet over Omtzigt had gesproken tijdens de gesprekken met de verkenners. Immers, liegen is het ‘opzettelijk vertellen van onwaarheden’, volgens een woordenboek als Van Dale. Ik zie geen reden voor opzet hier. Als Rutte immers gelijk had verteld dat hij had gesuggereerd om Omtzigt een ministerpost aan te bieden, hadden maar weinig mensen daar aanstoot aan kunnen nemen.

Omtzigt heeft het Rutte vaak lastig gemaakt als kritisch Kamerlid, maar ik zie geen slechte bedoelingen van Rutte in het aanbod van een ministerspost. Misschien denken anderen aan het Engelse spreekwoord ‘keep your friends close, and your enemies closer’ in de zin dat Omtzigt geen criticus van het kabinet meer zou zijn als hij zich zou moeten toewijden aan zijn taken als minister. Maar dat overtuigt mij niet, omdat het Omtzigt immers vrij zou staan een aanbod voor een ministerspost te weigeren.

Sommige fractievoorzitters waren er toch van overtuigd dat Rutte loog. Ik vond het jammer dat zij zo overdreven op Rutte moesten inhakken. Het enige feit is dat Rutte onwaarheden heeft vertelt. Maar, zoals Klaver en daarna ook Kaag zeiden, de verdediging van Rutte dat hij het zich niet meer herinnerde past in een patroon. De verdediging is sleets geworden nadat deze veelvuldig in het verleden is ingezet, zoals bij de dividendbelasting, Hawija, de Teevendeal en Halbe Zijlstra.

Maar laten we ons nu beperken tot Rutte’s optreden in de verkenning. Mijn geheugen is ook niet perfect, ik vergeet ook dingen. Ik vind het dan ook niet vreemd dat Rutte zich niet alles meer herinnerd, zeker als je jaren lang, dag in dag uit, zoveel informatie krijgt als minister-president. Maar wat ik dan toch verbazend vind is dat Rutte zich de grenzen van zijn herinneringen niet leek te realiseren toen hij voor de camera’s zei dat hij niet over Omtzigt gesproken had. Als hij het niet zeker wist had hij ook gewoon kunnen zeggen dat hij daar nog over na moest denken.

Daarna had hij in theorie de notulen van zijn gesprek met de verkenners kunnen nakijken. Als secretaris van GroenLinks Zuid-Holland schreef ik ook altijd notulen van onze vergaderingen en zorgde ik er voor dat ik deze liefst de dag er na al opstuurde naar de aanwezigen. Op de een of andere manier heeft het echter een week geduurd (de rel begon op donderdag 25 maart toen Ollongren werd gefotografeerd met haar notities) voordat Rutte op donderdag 1 april de notulen van zijn gesprek kon inzien. Ik begrijp niet waarom dat zo lang moest duren.

Als ik in een hoge functie zo veel problemen met mijn geheugen had en daarom onwaarheden verkondigde, zou ik wellicht al zijn ontslagen. Enerzijds zou ik Rutte misschien het voordeel van de twijfel geven. Laat ze doorgaan met de verkenning en snel met een nieuw kabinet komen. Het gedoe met de mislukte verkenning leidt te veel af van de crisis die nu bestreden moet worden. Anderzijds was het ook goed voorstelbaar dat de voltallige oppositie een motie van wantrouwen steunde en de coalitie een motie van afkeuring. Alle andere partijen hebben hun boten verbrand op een manier dat ze verdere samenwerking met Rutte voor zichzelf onmogelijk of op zijn minst ongeloofwaardig hebben gemaakt. Misschien is het vertrouwen het snelst te herstellen als Rutte toch opstapt als partijleider. Tamara van Ark, de nummer twee op de VVD-kandidatenlijst, als minister-president van het nieuwe kabinet dan maar?

De uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen van 2021

De uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen van 2021 geeft mij gemengde gevoelens. Jammer dat de VVD weer de grootste is geworden. Het zal vast met de coronacrisis te maken hebben, waar dit kabinet ons ondanks alle kritiek toch redelijk goed doorheen loodst. Dit kabinet heeft meer dingen goed gedaan, zoals de versnelde stop met gaswinning in Groningen, het pensioenakkoord en het klimaatakkoord. Maar er is ook veel misgegaan, zoals het invoeren van 130 kilometer per uur als maximumsnelheid, de stikstofcrisis (wat ironisch genoeg weer leidde tot afschaffing van 130 kilometer per uur), de sleepwet, CETA, de afschaffing van het raadgevend referendum, de crisis op de huizenmarkt, het gebrek aan landelijke coördinatie bij ruimtelijke ordening, de (gelukkig mislukte) poging de dividendbelasting af te schaffen, het uitkleden van de rechtsbijstand, de flexibilisering van de arbeidsmarkt, de trage afhandeling van de aardbevingsschade in Groningen en de toeslagenaffaire.

Toch heb ik liever de VVD dan de alternatieven op radicaal rechts. Ik had gehoopt dat Thierry Baudet was veroordeeld tot een bestaan in de afvoergoot, maar de weerzin tegen de maatregelen om de coronacrisis tegen te gaan heeft hem blijkbaar toch weer winst opgeleverd. JA21 lijkt dan tenminste nog iets redelijker dan zijn Forum voor Democratie. De PVV is ook nog steeds groot met een verkiezingsprogramma dat discrimineert en haaks staat op onze Grondwet.

Het is jammer dat GroenLinks flink wat zetels heeft verloren, maar ik denk ook dat het een terechte afstraffing is voor de hubris van Klaver tijdens de vorige formatie. Hij liet de formatie knappen omdat hij (misschien met opzet) overvroeg op het gebied van asielbeleid. Volgens mij had GroenLinks toen al mee moeten doen in de coalitie, ze hadden water bij de wijn moeten doen op het asielbeleid en dan iets kunnen binnenhalen op bijvoorbeeld het gebied van klimaat. Volgens de openbaar gemaakte gespreksverslagen van de verkenners zou GroenLinks nu wel graag mee willen doen en meer bereid zijn tot compromissen. Beter stappen ze dan maar in een coalitie met VVD, CDA, D66 en PvdA, want als ze nu niet meedoen overweeg ik om op D66 te gaan stemmen.

D66 heeft immers flink gewonnen en hun programma toont veel overeenkomsten met dat van GroenLinks. Het is een verademing dat deze partij er niet voor terugdeinsde om een ouderwets lang verkiezingsprogramma te schrijven waarin details niet worden geschuwd. Er staan veel dingen in waar ik enthousiast van wordt: halvering van de veestapel, invoering vleestaks, verhoging van de vliegtaks, betere aansluiting op het Europese netwerk van hogesnelheidstreinen, invoeren kilometerheffing, invoeren gratis kinderopvang, afschaffen huidige toeslagenstelsel.

Tegelijkertijd vind ik het merkwaardig dat D66 in het regeerakkoord van 2017 afsprak dat het raadgevend referendum zou worden afgeschaft, terwijl ze in hun programma voorstander zijn van een bindend correctief referendum. Dat hebben ze misschien moeten inleveren bij de onderhandelingen met de andere partijen. Tegelijkertijd vraag ik mij af waarom ze akkoord zijn gegaan met afschaffing terwijl er nog steeds geen bindend correctief referendum is ingevoerd. Ook op de sleepwet hebben ze in het regeerakkoord van 2017 een concessie gedaan, hoewel ze er enige waarborgen tegen massasurveillance voor hebben teruggekregen. Ook heeft D66 voor CETA gestemd, al is dat blijkbaar wel met het voornemen om op termijn het Investment Court System in CETA te vervangen door een Multilateraal Investeringshof dat beter zou werken, volgens het programma.

Over Lelystad Airport wordt het volgende geschreven in het programma: ‘Lelystad Airport kan alleen open voor burgerluchtvaart als dit niet leidt tot groei van de uitstoot en milieuvervuiling van luchtvaart in Nederland. Ook stellen we als voorwaarden dat er geen ‘laagvliegroutes’ zijn, er geen stikstofprobleem ontstaat en Lelystad alleen mag functioneren als overloopluchthaven van Schiphol.’ Hoewel ik meer vertrouwen heb in het GroenLinks standpunt dat Lelystad Airport per definitie niet moet openen, is dat een compromis waar ik mee zou kunnen leven.

Ik denk dat ik bereid zou zijn om D66 deze keuzes uit het verleden te vergeven, als ze waakzaam blijven voor potentieel machtsmisbruik door de AIVD en MIVD, als ze inderdaad streven naar verbetering van CETA, het invoeren van het bindend correctief referendum en een gekozen burgemeester. We zullen zien.

Dan tenslotte die suggestie dat de linkse partijen zouden moeten fuseren. Als we dat betrekken op de PvdA, GroenLinks en de SP, zie ik dat de laatste uit de euro wil stappen terwijl de eerste tegen een vleestaks is en voor CETA stemde. Als de PvdA progressiever zou worden en de SP minder extreem zou ik een fusie wel zien zitten, maar zo werkt het waarschijnlijk niet. Die fusiepartij zou dermate een compromis tussen de drie worden dat de kiezers van de drie partijen daar zich te weinig in zouden herkennen.

Is Rutte verantwoordelijk voor de toeslagenaffaire?

Tijdens de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen in maart dit jaar kwam de toeslagenaffaire een paar keer aan bod. Onze minister-president Mark Rutte kreeg kritiek omdat dit onder zijn kabinet kon gebeuren. Hij trok zich die kritiek ook aan, nam eigenaarschap van het probleem en heeft excuses aangeboden aan de slachtoffers van de toeslagenaffaire. Ik vroeg mij af hoe terecht dit is en heb daarom het eindverslag van de parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag en de verslaggeving in de media er nog eens op nagetrokken.

Hoewel de boetedoening van Rutte op zich te prijzen is, geeft het denk ik een verkeerd beeld van de functie van de minister-president en in hoeverre hij de mogelijkheden had om er iets aan te doen. Als we kijken naar de beschrijving van de functie en bevoegdheden van de minister-president dan zien wij dat al snel dat de toeslagen niet in zijn portefeuille zaten. De kinderopvangtoeslag en de fraudebestrijding vallen onder de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Financiën. De toeslagenaffaire werd pas in 2019 in de ministerraad besproken, eerder was Rutte niet geïnformeerd.

We mogen niet verwachten dat de minister-president andere ministers of staatssecretarissen op de vingers gaat kijken. De minister-president is de ‘eerste onder zijn gelijken’ en de andere bewindslieden hebben een eigen verantwoordelijkheid voor hun ministerie. De indruk die ik heb is dat Rutte vanaf 2019 weinig meer kon doen dan het beperken van de schade, het leed was toen al geschied. Ook daarna was hij afhankelijk van de andere bewindslieden voor de oplossing. Het is daarom terecht dat twee staatssecretarissen van Financiën (verantwoordelijk voor de Belastingdienst), VVD’er Eric Wiebes en daarna D66’er Menno Snel, en PvdA’er Lodewijk Asscher als minister van SZW, zijn opgestapt. Zij hebben echt geblunderd in de toeslagenaffaire, Rutte niet.

Wat we Rutte wel kunnen verwijten, en waar de ondervragingscommissie en Pieter Omtzigt ook op wijzen, is de slechte informatievoorziening naar de Tweede Kamer. De Rutte-doctrine speelt daarin een belangrijke rol. Dit is Rutte’s opvatting dat interne stukken met persoonlijke opvattingen van ambtenaren, die ter voorbereiding van een besluit worden opgesteld, niet openbaar gemaakt moeten worden. Anders zouden deze ambtenaren niet meer vrij kunnen discussiëren volgens Rutte. Vier hoogleraren staatsrecht maakten al korte metten met deze interpretatie van Rutte.

Het is begrijpelijk dat Rutte als gezicht van het kabinet het boetekleed aantrok. Hij moet natuurlijk ook balanceren, omdat hij niet de indruk wil wekken dat hij de schuld afschuift op anderen. Toch had hij ook meer uit kunnen leggen dat rol van minister-president beperkingen heeft in verhouding tot de bewindslieden op de ministeries. Ik ga er dan ook van uit dat de aangifte tegen Rutte door gedupeerden van de toeslagenaffaire niet zal leiden tot vervolging.

De verdorvenheid van de Chinese Communistische Partij

De Chinese Communistische Partij heeft nooit een goede reputatie op het gebied van mensenrechten gehad. In het laatste decennium heeft het echter een nieuw en zeer laag dieptepunt bereikt. Gedurende deze jaren werd de ernst van de onderdrukking van het Oeigoerse volk in Xinjiang (de meest noordwestelijke regio van China) stap voor stap duidelijk. Wat ik mij het best herinner was de publicatie van gelekte documenten van de Chinese overheid door de New York Times in 2019. Deze documenten onthulden dat China een systematische campagne startte om de Oeigoeren collectief te straffen na een islamistische terroristische aanslag in Xinjiang in 2014. In 2019 had China al bijna een miljoen Oeigoeren opgesloten in gevangenissen, waar ze worden gehersenspoeld om de islam de rug toe te keren. De documenten maakten het duidelijk dat het staatshoofd van China, Xi Jinping, het bevel had gegeven voor de strafcampagne. Daarna kwam er gaandeweg meer verontrustend nieuws naar buiten. Zelfs kleine ‘overtredingen’ zoals het dragen van een hoofddoek of baard waren al genoeg reden om opgesloten te worden. Verder kwam ook aan het licht dat honderdduizenden Oeigoeren als dwangarbeiders worden ingezet op de katoenvelden, dat Oeigoerse vrouwen gedwongen worden gesteriliseerd en dat er systematische marteling en verkrachting plaatsvindt in de detentiekampen.

In antwoord op het nieuws over de vervolging van de Oeigoeren spraken de VS (zowel de Trump– als de Biden-regering) van genocide. Snel daarna volgde Canada als tweede land. Ons eigen Nederland werd het derde land. Net als in Canada was het echter het parlement dat de vervolging erkende als genocide, niet de regering. Ons kabinet houdt het bij ‘grootschalige mensenrechtenschendingen’ en wil niet spreken over genocide zolang de Verenigde Naties of het Internationaal Strafhof zich er nog niet over hebben uitgesproken. Met zo’n instelling gaat er dus niets gebeuren omdat China als lid van de VN Veiligheidsraad een veto kan uitspreken en het Internationaal Strafhof eerder al liet weten dat China niet te vervolgen is omdat het niet is aangesloten bij het hof. Volgens een analyse van NRC Handelsblad is de afweging is inderdaad lastig en de voorzichtigheid van het kabinet begrijpelijk. Het NRC verwijst echter ook naar een Britse juridische opinie die stelt dat er sterk bewijs is voor genocide.

Wij herinneren ons nog dat moslims wereldwijd woedend werden over relatief onschuldige zaken in het verleden. De publicatie van Mohammed cartoons in de Deense krant Jyllands-Posten in 2005 was genoeg voor massale protesten in de islamitische wereld en een boycot. De publicatie van de anti-islamitische film Innocence of Muslims werd breed veroordeeld in de islamitische wereld en leidde tot rellen. Een andere zaak is Asia Bibi, een christelijke vrouw uit Pakistan die werd beschuldigd van godslastering tegen de Islam en uiteindelijk werd vrijgesproken door het Hooggerechtshof van Pakistan in 2018. Wederom raakten hordes radicale moslims buiten zinnen, eisten zij haar dood en begonnen ze te rellen. Ik kan veel meer voorbeelden geven natuurlijk.

Wat mij misschien echter nog meer verbaasd dan de wreedheid waarmee de Oeigoeren worden onderdrukt is dat China er mee weg komt. Als het Westen moslims zou behandelen zoals China, zouden we de toorn van de islamitische wereld over ons heen krijgen. Terecht zou een regen van fatwa’s en terreuraanvallen op ons neerdalen. Met China als dader blijft de islamitische wereld echter stil. Iran, Saudi-Arabië en de VAE willen China niet trotseren en staan hun staatsmedia niet toe om er over te schrijven. De Pakistaanse staat en zelfs haar islamistische groepen blijven stil. Turkije overweegt nog steeds serieus om een uitleveringsverdrag met China te ratificeren.

Het blijkt dat er geen solidariteit is tussen moslimlanden. Ze staan er bij en kijken er naar terwijl ze verleid worden door China’s economische macht. Het is extreme ironie dat het Westen meer begaan is met de mensenrechten van de Oeigoeren dan de islamitische wereld. Laten we hopen dat de VS, Canada en Nederland bondgenoten verzamelen onder andere democratische landen, en uiteindelijk ook moslimlanden, om een front te vormen tegen China. Er zouden sancties moeten komen en we moeten werken aan het reduceren van onze afhankelijkheid van Chinese toeleveringsketens. We kunnen ook zelf iets doen door producten die zijn geproduceerd in China te vermijden. Dit is lastig, maar bijvoorbeeld Samsung produceert geen telefoons meer in China. Het vermijden van de Chinese auto’s die de laatste tijd vaker in Europa worden verkocht is daarentegen relatief eenvoudig.

De toekomst laat zich lastig voorspellen. Als er ooit een democratische wind gaat waaien in China, hoop ik dat de verantwoordelijken voor vervolging van de Oeigoeren niet kunnen ontsnappen aan vrouwe Justitia. Misschien zal haar weegschaal en zwaard dan onverwacht streng en scherp zijn voor Xi Jinping. Hij is een schoft die het verdient om berecht te worden door het Internationaal Strafhof hier in Den Haag, samen met zijn bende van ontaarde medeplichtigen in de Chinese Communistische Partij.

Apple’s irritante koppigheid inzake Lightning

Drie jaar geleden kocht ik een refurbished iPhone 6 voor € 168. Ik dacht dat het een goede koop was voor een telefoon die mij niet bespioneert, in tegenstelling tot Google Android telefoons. Echter, vanaf de beschikbaarheid van iOS versie 13 in 2019 werd de iPhone 6 niet meer ondersteund. Dit is jammer maar niet onredelijk aangezien deze telefoon in 2014 voor het eerst werd verkocht. Ik heb ook witte vlekken zien verschijnen op het scherm. Ik gebruik de telefoon nog dagelijks, maar gezien deze factoren en vooruitgang in meer recente telefoons overweeg ik een nieuwe telefoon te kopen.

De iPhone 6 gebruikte nog steeds een LCD-scherm in plaats van een OLED-scherm, hoewel OLED-schermen al jaren gebruikt werden in telefoons van andere fabrikanten zoals Samsung. Omdat Apple zo laat was met het invoeren van OLED-schermen werd ik niet verleid tot het kopen van een nieuwe iPhone. Apple besloot eindelijk OLED te gebruiken voor de iPhone X, die op de markt werd gebracht in 2017. Een refurbished iPhone X is nu te koop voor € 300 tot € 400, of voor de helft van die prijs als je naar aangeboden tweedehands exemplaren kijkt. Veel duurder dan mijn iPhone 6, maar nog steeds acceptabel.

Wat voor mij niet acceptabel is, is dat Apple nog steeds haar eigen Lightning poort gebruikt en niet is overgestapt naar de open USB-C standaard die door zo goed als alle Android telefoons wordt gebruikt. Ik ben het zat om constant aparte kabels te gebruiken voor USB-C en Lightning. Het slaat nergens op omdat Apple wel naar USB-C overstapte voor de Macs, MacBooks en iPads. Het lijkt er op dat ze de verkoop van accessoires voor de Lightning poort willen uitmelken.

De laatste geruchten over de iPhone 13 suggereren dat de Lightning poort volledig gaat verdwijnen ten gunste van een poortloze telefoon met draadloos opladen. Apple zou daar de MagSafe standaard voor willen gebruiken, welke al is geïmplementeerd in de iPhone 12. MagSafe is zowel een verschrikkelijke naam als een verschrikkelijk idee.

Het is een verschrikkelijke naam omdat het verwarrend is. Immers, MagSafe was ook de naam voor de magnetisch aangesloten stroomkabel voor MacBook laptops. Deze werd tussen 2016 en 2019 uitgefaseerd ten gunste van de USB-C poort. Omdat dit nog steeds vrij recent is zullen veel mensen zich afvragen over welke van de twee producten het gaat. Ford heeft hetzelfde gedaan met hun Mustang Mach-E. Toen ik daar voor het eerst over hoorde dacht dat het over een nieuwe generatie van hun bekende sportwagen ging, maar het bleek een elektrische cross-over SUV te zijn. De marketeers bij Apple en Ford die dit verzonnen hebben zouden ontslagen moeten worden voor hun idiotie.

Het is een verschrikkelijk idee omdat draadloos opladen zowel duurder, trager en inefficiënter is dan bedraad opladen. Tests hebben uitgewezen dat draadloos opladen gemiddeld 47% meer energie kost dan een kabel. Als iedereen draadloos zou opladen zou dat significant meer elektriciteitsproductie vragen. Toen Apple besloot om de iPhone 12 zonder oplader te verkopen had het de mond vol met geblaat over hoe milieuvriendelijk ze waren omdat het elektronisch afval beperkte en er meer iPhones in een container pasten. Echter, als ze besluiten om draadloos opladen aan ons op te dringen is het een grote middelvinger naar duurzaamheid. En voor welk doel? Een MagSafe oplader, welke nog steeds met een kabel moet worden aangesloten in het stopcontact.

Gelukkig is de Europese Commissie (EC) het met mij eens. Volgens een nieuwsbericht lijkt het er op dat er later dit jaar een concept wet wordt gepubliceerd om telefoonproducenten te dwingen één oplaadstandaard te gebruiken. Hopelijk zou dat effectief betekenen dat Apple wordt gedwongen om USB-C toe te passen. Hetzelfde bericht stelt ook dat de EC kritisch is over de lage efficiëntie van draadloos opladen. Ik waardeer het activisme van de EC op dit front. Aangezien ze een paar jaar terug al inefficiënte stofzuigers hebben verboden, hoop ik ook dat ze het stupide draadloze opladen in telefoons verbieden.

Voor wat betreft mijn telefoon, ik overweeg serieus om een Samsung Galaxy A51 te kopen. Voor een nieuwprijs van € 240 biedt deze OLED en USB-C. Ik zal dan maar mijn toevlucht moeten zoeken in de maatregelen die op het Internet te vinden zijn om de verplichte bloatware er af te gooien en de spionage tot een minimum te beperken.

Bespreking van het Ducky One toetsenbord

In 2014 schreef ik op mijn Engelse weblog een bespreking van het Cooler Master QuickFire Ultimate mechanische toetsenbord. Ik vond dit een heel fijn toetsenbord, maar het had twee nadelen voor mij: het was een toetsenbord met een numeriek deel en had een uiterlijk dat gericht was op gamers. Omdat ik het numerieke deel nooit gebruik en een voorkeur had voor een meer ingetogen uiterlijk besloot ik het toetsenbord te verkopen en een Ducky One DKON1687 te kopen. Dit is ook een mechanisch toetsenbord, maar is tenkeyless (TKL, of 80% van de breedte van een normaal toetsenbord) en heeft dus geen numeriek deel.

De Ducky One DKON1687 gebruikt dezelfde Cherry MX brown switches voor de toetsen als de Cooler Master QuickFire Ultimate. Het wordt gezegd dat het afhankelijk is van persoonlijke voorkeur welke switches het meest wenselijk zijn. Met uitzondering van de Romer-G switches van het Logitech G613 toetsenbord heb ik echter nooit andere switches geprobeerd, dus ik kan ze niet goed vergelijken met andere keuzes. Alles wat ik kan zeggen is dat ik de Cherry MX brown switches fijner vind dan de Romer-G switches. Beide zijn zijn ‘tactile’ switches, maar ik heb de voorkeur voor de Cherry MX brown switches omdat ze iets meer weerstand bieden voordat een toetsaanslag wordt geregistreerd. Klachten dat de Cherry MX brown switches wat luid zijn neem ik voor lief.

Het feit dat de Ducky One DKON1687 een TKL toetsenbord is, is voor mij het grootste voordeel. Met de Cooler Master QuickFire Ultimate raakte ik soms de rechterzijde van het toetsenbord met mijn rechterhand die op de muis lag, dat was oncomfortabel. Ik heb geen klein bureau, maar het voelt natuurlijker dat ik mijn arm niet zo ver naar rechts moet buigen als voorheen. De Ducky One DKON1687 heeft geen verlichting onder de toetsen zoals de Cooler Master QuickFire Ultimate, maar ik mis het geen moment. Verlichting is niet meer dan een verkooptruc zonder toegevoegde waarde. Ik zet gewoon het licht op mijn computerkamer aan of ga blind typen als het te donker is om de toetsen te onderscheiden.

Helaas is de Ducky One DKON1687 nog steeds niet het ultieme toetsenbord voor mij omdat het bedraad is. Ik houd van het aanzicht dat ik geen draden heb lopen naar de achterkant van mijn bureau. Het Logitech G613 toetsenbord dat ik noemde wordt gebruikt door Stephanie en is wel draadloos. De Lightspeed technologie van Logitech die daarbij wordt gebruikt is erg indrukwekkend. Er is een vertraging van maar 1 milliseconde volgens Logitech. Dit is praktisch niet te onderscheiden van of equivalent aan een bedraad toetsenbord. Net zo indrukwekkend is dat de G613 het achttien maanden kan uithouden op twee AA batterijen volgens Logitech. Het toetsenbord heeft een kleine draadloze USB-ontvanger, nauwelijks groter dan de USB-poort zelf, om te verbinden met een computer. Het uiterlijk komt ook mooi overeen met de Logitech G603 draadloze muis, die ook Lightspeed heeft en wordt gebruikt door Stephanie.

We kunnen het echter niet allemaal hebben. Het breekpunt voor mij is dat de Logitech G603 zelfs groter is dan een standaard toetsenbord omdat het een kolom van macrotoetsen heeft aan de linkerkant. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de onnodige grote handpalmsteun. De Logitech G613 is ook niet ideaal omdat het ruwe groeven heeft bij het muiswiel, welke de huid van mijn vinger irriteren. De oude Logitech G5 bedrade muis die ik nu gebruik heeft mooi afgewerkte randen bij het muiswiel en doet dat niet, dus ik begrijp de ontwerpkeuze niet.

Ducky One DKON1687 versus Logitech G613

Meer recent heeft Logitech het G915 TKL mechanisch toetsenbord uitgebracht in de zomer van 2020. Dit toetsenbord doet veel goed omdat het TKL met Lightspeed, toetsverlichting en low profile switches combineert. Toch ben ik wederom teleurgesteld: het bevat een interne batterij die veertig uur meegaat met de verlichting op 100%. Hoewel we kunnen aannemen dat de batterij langer meegaat als de verlichting uit staat, is mijn probleem hier dat het een interne batterij is. Uiteindelijk zal de batterij in capaciteit afnemen naarmate deze ouder wordt en onbruikbaar worden. Naar ik aanneem kan deze dan niet vervangen worden, in tegenstelling tot de AA-batterijen van de G603. Mijn grootste probleem is echter de prijs: minstens € 220 voor de zwarte versie met de US QWERTY indeling en tacticle switches. Compleet gestoord als je bedenkt dat ik € 90 voor de Ducky One DKON1687 betaalde en € 100 voor de Logitech G603.

Ik wens dat Logitech een TKL versie van de G603 zou produceren, zonder de macro toetsen links en zonder de handpalmsteun. Ze zouden ook de ruwe randen bij het muiswiel van de G613 moeten oplossen. Aan de andere kant zou het ook mooi zijn als Ducky draadloze technologie zou toepassen in hun TKL toetsenborden die kan wedijveren met Logitech’s Lightspeed technologie.

Als werkzoekende ben ik de Rijksoverheid zat

Na mijn ontslag bij Neomax vorig jaar april raakte ik een aantal maanden werkloos. Uiteindelijk werd ik door IT-detacheerder Tergos gevonden op LinkedIn en kreeg ik zo een nieuwe baan. Via hen kon in juli aan de slag bij Viterra als applicatiebeheerder. Ik heb veel waardering voor de aanpak van Tergos omdat ze het salaris wat ik verdiende bij ID Ware International evenaarden en een opleidingsbudget van € 1.500 per jaar bieden. Het enige waar ik minder over te spreken ben is het uitzendbeding in het contract. Dat houdt in dat als hun klant besluit de opdracht in te trekken, mijn contract met Tergos ook ontbonden wordt. Dit uitzendbeding zou echter verdwijnen uit mijn contract als mijn contract in juli wordt verlengd.

Ergens is het wel frustrerend, dat ik mij in die drie maanden suf heb gesolliciteerd zonder succes en vervolgens wordt gevonden door rekruteerders die mij wel eenvoudig aan een baan helpen. Bij mijn vorige drie functies was het niet anders.

Ik dacht tijdens die drie maanden werkloosheid nog steeds dat ik het liefst een functie als beleidsmedewerker bij een Rijksoverheidsorganisatie wilde. Het was de droombaan die ik al wilde hebben sinds ik mijn master Public Administration haalde in 2012. Ik zocht ook naar een functie als IT Service Manager, welke op mijn tweede plaats stond.

Sinds 2012 heb zeer vaak gesolliciteerd naar functies als beleidsmedewerker. Sinds dat jaar heb ik in een spreadsheet bijgehouden welke sollicitaties ik heb ingediend. Dit was cruciaal om overzicht te houden op de voortgang en respons op sollicitaties. Daar staan nu 192 sollicitaties in, waarvan waarschijnlijk 70 tot 90 naar functies als beleidsmedewerker.

Een deel leidde tot sollicitatiegesprekken. Soms had ik het idee dat het goed ging, maar toch ben ik nooit verder gekomen dan de eerste ronde van gesprekken. Het feit dat ik een excellente masterscriptie met wetenschappelijke publicatie op mijn CV had staan leek niet veel uit te maken. Ik vind mijzelf ook niet bovengemiddeld bedreven in het voeren van sollicitatiegesprekken, waarschijnlijk zou ik zelfs iets onder het gemiddelde scoren. Bij navraag bij de P&O-afdelingen van de Rijksoverheid leek een van de belangrijkste factoren te zijn dat er zo belachelijk veel concurrentie op die vacatures voor beleidsmedewerkers is. Vaak wel tientallen reacties op één vacature.

Ik dacht lange tijd dat ik gewoon door ging met solliciteren, de aanhouder wint toch? Inmiddels ben ik het helemaal zat en denk ik dat ik mijn studie bestuurskunde de verkeerde keuze was. Omdat ik zo lang de deur naar de functie van beleidsmedewerker heb opengehouden heb ik een achterstand opgelopen in mijn loopbaan in de IT, op het vlak van certificeringen en carrière. Hoewel ik nu zonder technische certificeringen in de IT (alleen ITIL Practitioner, PRINCE2 Foundation en Professional Scrum Master I) een goed salaris heb dat vergelijkbaar is met dat van ervaren beleidsmedewerkers op WO-niveau acht ik deze achterstand toch schadelijk.

Een applicatiebeheerder heeft immers vooral applicatiespecifieke kennis die niet goed herbruikbaar is in andere functies en weinig toevoegt op een CV. Daarom vind ik het zo belangrijk om breed inzetbare kennis op te doen door middel van de bekende technische certificeringen, bijvoorbeeld die van Microsoft. Als ik serieus werk maak van certificeringen halen kan ik in aanmerking komen voor functies die inhoudelijk interessanter zijn en een salaris bieden dat nog hoger ligt. Ik heb daarom besloten om mij te richten op een functie als Cloud Engineer met specialisatie in Microsoft Azure, waar nu een tekort aan is op de arbeidsmarkt. Ik heb nu dermate veel ervaring in de IT op mijn CV staan dat het zonde zou zijn om deze niet verder uit te diepen.

Ik zal dan misschien nooit bij de 9% van de Nederlandse werknemers gaan horen die zich echt betrokken voelen bij hun baan. Het is lange tijd mijn droom geweest om te mogen bijdragen aan het algemeen belang, of het nu ging om beleid voor het tegengaan van klimaatverandering, het bevorderen van het gebruik van open standaarden of begrotingen opstellen. Helaas is mij dat niet gegund met een functie in de IT. Ik zal waarschijnlijk bij de grootste groep van 80% van de werknemers blijven horen die adequaat functioneren, maar geen werkelijke passie heeft voor hun werk. Dat is niet slecht, ik zou nog steeds een capabele Cloud Engineer zijn, ook zonder intrinsieke motivatie.

Ongeveer twintig jaar geleden zei mijn vader dat wie geen geluk heeft in het spel, wel geluk heeft in de liefde. Hij zei dit terwijl hij een bordspel dat hij met ons speelde aan het verliezen was. Hoewel hij het toen meer bedoelde als grap dan dat hij serieus was, is het wel waar in mijn geval. Ik heb Stephanie als mijn lieve vrouw en twee dochters. We zijn allemaal gezond, hebben voldoende financiële middelen, leven in een mooi huis, in een goede wijk, met een leuke volkstuin vlakbij een mooi strand.

Ik kan dan misschien niet de voldoening halen uit mijn werk die ik had gehoopt, maar dat heeft mij niet tegengehouden om andere levensdoelen te vinden. Zoals het uitvoeren van een ‘tube ride’ op mijn surfplank. Leren kiteboarden. Een ‘featured article’ schrijven voor de Engelse Wikipedia. Een YouTube kanaal beginnen met kookvideo’s over de Nederlandse en de Indo keuken. Ik heb geaccepteerd dat ik die droombaan waarschijnlijk nooit zal krijgen en ga verder.

Waarom is het UWV zo incapabel?

In mijn vorige bericht schreef ik hoe mijn contract met Neomax nog voor de proeftijd in ging werd ontbonden en ik werkloos werd. Ik noemde ook de weigering van mijn aanvraag voor een WW-uitkering door het UWV en hoe deze na bezwaar indienen alsnog werd toegekend. Omdat ik zeer ontevreden ben over de manier waarop het UWV mijn aanvraag heeft behandeld wil ik daar graag uitgebreider op ingaan.

Toen Neomax met het slechte nieuws kwam vroegen zij mij om akkoord te gaan met het verplaatsen van de ingangsdatum naar 1 mei, een maand later. Anders zouden zij mijn contract ontbinden door van de proeftijd gebruik te maken. Ik twijfelde of dit een goed idee was. Omdat Neomax na 17:00 uur op de laatste werkdag voor de ingangsdatum van 1 april belde had ik ook weinig tijd om het uit te zoeken. Ik las snel de website van het UWV en las iets over verwijtbare werkloosheid. Ik vermoedde dat het UWV mijn akkoord met het verplaatsen van de ingangsdatum misschien zou interpreteren als verwijtbare werkloosheid en ik zo mijn recht op WW kon verliezen. Daarom besloot ik om niet in te stemmen met het verplaatsen van de ingangsdatum. Neomax ontbond het contract en tekende een paar dagen later een nieuw contract met 1 mei als ingangsdatum.

Ik begon snel met solliciteren naar ander werk en vroeg op 7 april een WW-uitkering aan. Op 8 april vroeg het UWV om meer informatie, o.a. arbeidsovereenkomsten met Neomax en mijn vorige werkgever, die ik snel indiende. Op 22 april kwam vervolgens de beslissing: mijn uitkering werd niet toegekend omdat “u werkloos bent geworden omdat u zelf ontslag heeft genomen zonder dat dit nodig was. U bent, zoals dat heet, verwijtbaar werkloos” aldus het behandelaar P. van het UWV. De brief van het UWV werd ondertekend met de volledige naam van de “uitkeringsdeskundige WW” die mijn zaak behandelde, maar ik ben nu ook weer niet zó rancuneus dat ik die naam bekend wil maken om haar aan de digitale schandpaal te nagelen.

De behandelaar bedoelde dat ik geen ontslag had moeten nemen bij ID Ware International. Ik vroeg mij af of dit relevant was – ik had immers een arbeidscontract van zeven maanden getekend bij Neomax – en ging met het UWV bellen om de situatie uit te leggen. In het gesprek lichtte ik toe dat Neomax betere voorwaarden bood, namelijk betere opleidings- en carrièremogelijkheden, ook al was het salaris lager. Ook noemde ik het feit dat ik een nieuw contract had getekend bij Neomax per 1 mei en dat ik er dus alles aan had gedaan om werkloosheid te vermijden. De medewerker die ik sprak zei dat het nieuwe contract de situatie kon veranderen en dat ik diezelfde dag of morgen zou worden teruggebeld. Direct na het gesprek verstuurde ik het nieuwe contract naar het UWV als bewijs.

Toen ik vrijdag 24 april nog niet was teruggebeld besloot ik nog eens te bellen. Toen werd mij beloofd dat ik diezelfde dag zou worden teruggebeld en voegde het UWV de daad bij het woord. De medewerker die terugbelde vertelde echter dat mijn aanvraag niet kon worden ingewilligd omdat het contract bij Neomax een lager salaris bood dan ID Ware International. Dat andere arbeidsvoorwaarden dan het salaris bij Neomax juist beter waren deed er niet toe. Wat het UWV betreft moet er dus effectief maar geen mobiliteit in de arbeidsmarkt zijn voor degenen die hun WW-rechten niet willen verspelen.

Tijdens mijn opleidingen Bestuurskunde en Public Administration heb ik het een en ander meegekregen over recht, maar niet over arbeidsrecht. Kennis over arbeidsrecht ontbrak ook in mijn netwerk en ik had geen rechtsbijstandverzekering. Maar gelukkig is er op het Internet ook het een en ander te vinden aan gratis juridisch advies. Na een zoektocht kwam ik uiteindelijk uit op dit artikel van Intermediair. Daarin staat dat alleen al het vooruitzicht op een dienstverband van minimaal 26 weken voldoende is om recht op een WW-uitkering te behouden. Vooruitzicht in de zin van dat de arbeidsovereenkomst dus niet daadwerkelijk zo lang moet duren en dat ontslag in de proeftijd daar niets aan veranderd.

Elders op het Internet staan vergelijkbare analyses en wordt ook verwezen naar jurisprudentie uit 2009. Voor de mensen die weinig van recht afweten, jurisprudentie zijn eerdere uitspraken van rechters die vaak een precedent vormen voor toekomstige uitspraken. De uitspraak uit 2009 toont veel parallellen met mijn zaak: het UWV verwijt een kleermaakster dat zij haar recht op WW verspeelde omdat zij een nieuwe baan accepteerde met een nulurencontract en een salaris dat niet hoger was dan bij haar vorige functie met een vast contract. Ook deze werknemer werd kort na het ingaan van de arbeidsovereenkomst ontslagen. De Centrale Raad van Beroep veegde die argumenten van het UWV van tafel en stelde dat alleen het criterium van uitzicht op een dienstverband van 26 weken relevant is.

Gewapend met deze juridische analyses en de jurisprudentie schreef ik een bezwaarschrift en diende dat op 28 april in bij het UWV. Op 18 mei werd ik vervolgens gebeld door een UWV-medewerker van de bezwarenafdeling die mij gelijk gaf. Op 25 mei volgde de bevestiging dat mijn WW-uitkering toch werd toegekend. Op 11 juni kwam nog een brief met de mededeling dat mijn bezwaarschrift niet was afgewezen omdat op 25 mei al was besloten om mij toch een WW-uitkering toe te kennen. Omdat de beslissing van 25 mei juist was werd mijn bezwaar tegen die beslissing ongegrond geacht. Mijn mond viel open van verbazing over deze UWV-logica. De argumentatie was belachelijk omdat ik natuurlijk bezwaar had ingediend tegen de originele beslissing van 22 april, niet die van 25 mei. In de eerste instantie interpreteerde ik dit als een kinderachtige trap na. Nu denk ik dat het misschien een poging was om de statistieken over het aantal toegekende bezwaren te verhullen, omdat het UWV dat misschien als prestatieindicator gebruikt. De verantwoordelijke personen zouden misschien de negatieve gevolgen voor hen willen vermijden als duidelijk werd dat te veel van hun beslissingen succesvol werden verworpen in bezwaarprocedures.

Samenvattend, het UWV wist al van het 26 weken criterium in 2009. Toch heb ik drie (!) UWV-medewerkers gehad die wisselende argumenten aanvoerden die niet relevant waren voor de vraag of ik recht had op een WW-uitkering. De eerste medewerker noemde mijn vrijwillige ontslag bij ID Ware, de tweede dacht dat het nieuwe contract met Neomax de zaak mogelijk zou veranderen en de derde medewerker begon over het lagere salaris van mijn nieuwe functie. Van de andere twee weet ik het niet, maar van behandelaar P. zag ik dat ze Communicatie aan de Universiteit van Tilburg had gestudeerd. Ik vraag mij af wat iemand met een WO-diploma bij het UWV te zoeken heeft in een functie als uitkeringsdeskundige WW, maar ze zal geen gebrekkige intelligentie hebben.

Mijn conclusie is dan ook dat er iets ernstig mis is met de instructie en opleiding van de medewerkers van het UWV. Waarom kan ik relatief snel de jurisprudentie vinden die bepaalde dat ik wel recht had op een uitkering terwijl de UWV-medewerkers daar niet van op de hoogte zijn? Het ergste is misschien nog wel dat ik hoogopgeleid ben, juridische kennis heb en zat spaargeld om een tijdelijk gebrek aan inkomen op te vangen, terwijl veel anderen die bij het UWV aankloppen niet die luxe hebben. Hoeveel mensen zou onterecht een WW-uitkering geweigerd zijn en hadden niet de kennis om in bezwaar te gaan? Mijn vermoeden is dat het een veel te hoog aantal zou zijn. Het is absoluut onacceptabel dat een organisatie als het UWV zo slecht functioneert.