Het vertrek van Krikke en de rol van de vertrouwenscommissie

“Hoera!” was mijn reactie toen ik een week geleden hoorde dat Pauline Krikke opstapte als burgemeester van Den Haag. In mijn eerdere post over de gekozen burgemeester had ik al mijn onvrede geuit over Krikke, met name vanwege haar falen om de uit de hand gelopen vreugdevuren van 1 januari 2019 te voorkomen.

Nu heeft de Onderzoeksraad voor de Veiligheid met een rapport uitgebracht waarin nog eens duidelijk is gemaakt dat de Krikke de mogelijkheden had de grote schade te voorkomen, maar dat niet deed. Toen duidelijk werd dat de gemeenteraad haar niet meer zou steunen, nam Krikke de vlucht naar voren door zelf op te stappen. Het is jammer dat we meer dan een half jaar op dit rapport hebben moeten wachten voordat we tot deze conclusie kwamen, want het was in de eerste weken van januari al duidelijk geworden dat Krikke degene was die had geblunderd. Anderen die met de vinger wijzen naar het roekeloze gedrag van de organisatoren van de vreugdevuren mogen dan gelijk hebben, maar dat feit is niet relevant. Krikke werd betaald om die mensen in toom te houden.

Het nemen van de vlucht naar voren in plaats van het afwachten van je ontslag heeft als voordeel dat je jouw gezichtsverlies kunt beperken en dat je verantwoordelijkheidsgevoel kunt laten zien. Toch gaat die vlieger hier niet op voor dat laatste; als Krikke écht rekenschap had willen geven was ze in januari al opgestapt. De videoboodschap waarmee ze haar vertrek aankondigt straalt ook geen verantwoording uit, ze vertrekt omdat ze “onder vuur” ligt en “ het debat over haar toekomst het debat over de toekomst van Den Haag in de weg staat”. Dus niet omdat ze erkent dat ze nalatig is geweest inzake de vreugdevuren; het woord “sorry” kan er niet af. Als ze het dan ook nog eens over de “verlammende impact op constructief met elkaar meedenken” heeft in plaats van de “verlammende uitwerking”, kan ik de boodschap natuurlijk helemaal niet meer serieus nemen.

Maar wat mij eigenlijk het meest verbaasd is hoe Krikke ooit benoemd kon worden tot burgemeester van Den Haag. Wie zich verdiept in de loopbaan van Krikke, komt er namelijk achter dat zij slecht had gepresteerd als burgemeester van Arnhem en als directeur van het Scheepvaartmuseum. Volgens Trouw werd in Arnhem in een uitgelekt rapport geschreven dat zij “personeel koeieneert en onheus bejegent”. Haar manier van leidinggeven werd als “solistisch, intimiderend en schofferend” ervaren door de medewerkers van het Scheepvaartmuseum, waar zij met ruzie vertrok. Ze diende maar iets meer dan een jaar als directeur.

Dit is natuurlijk geen nieuwe informatie. Een artikel in het NRC uit 2017, vlak na Krikke’s aanstelling als burgemeester, benadrukt hoe verbaasd de medewerkers van het Scheepvaartmuseum waren dat Krikke de burgemeesterspost kreeg. De aanstelling van Krikke werd door iedere partij in de gemeenteraad met instemming ontvangen. Toen het NRC dan toch D66-fractievoorzitter Robert van Asten expliciet vroeg naar de kritiek die Krikke kreeg van de gemeente Arnhem en het Scheepvaartmuseum, was zijn antwoord dat hij zich daar niet in verdiept had en dat hij aannam dat de vertrouwenscommissie haar cv goed had bekeken. Voor mij is het extra gênant dat de Volkskrant optekent dat ook Arjen Kapteijns, GroenLinks-raadslid, destijds de ervaring van Krikke prees.

De voltallige gemeenteraad heeft liggen slapen, de vertrouwenscommissie in het bijzonder. Op basis van anonieme bronnen beweert Omroep West dat de vertrouwenscommissie haar vooral zou hebben gekozen omdat ze vrouw was en geen PvdA-lid, waar de Groep De Mos en de PVV een afkeer van hadden. Als het gaat om iets belangrijks als een burgemeestersbenoeming vind ik het een slap excuus als raadsleden zeggen dat ze de vertrouwenscommissie maar volgen. Ik verwacht beter van jullie! Voor veel minder belangrijke functies worden referenties immers wel serieus onderzocht.

Voor mij illustreert dit weer hoe belangrijk het is dat wij een gekozen burgemeester invoeren. Als Krikke campagne had moeten voeren om burgemeester van Den Haag te worden had zij constant vragen moeten beantwoorden over haar staat van dienst bij de gemeente Arnhem en het Scheepvaartmuseum. Dat was een kansloze campagne geweest. De wegen van de schimmige procedures voor benoemingen van ongekozen bestuurders zijn ondoorgrondelijk, maar laten we hopen dat Krikke niet meer elders in het openbaar bestuur een nieuwe baan krijgt.

De zoektocht naar de ultieme pizzaoven

Zoals velen ben ik ook een grote liefhebber van pizza. Op dit weblog heb ik al meerdere malen geschreven over mijn vakanties naar Italië, het land waar dit gerecht vandaan komt en waar het vaak het lekkerst is. Maar de mogelijkheden voor vakanties naar Italië zijn uiteraard beperkt. Er zijn natuurlijk ook goede pizzarestaurants in Nederland, ook in Den Haag, maar niet direct naast de deur. Naar een restaurant gaan is ook altijd wat meer gedoe en voor mijn Nederlandse mentaliteit ook prijzig. Omdat ik pizza ook graag in mijn reportoire wilde hebben als makkelijk en snel gerecht, vooral ook voor bezoek dat komt eten, besloot ik het gerecht zelf te gaan maken.

Zelf pizza maken wordt natuurlijk door meer mensen gedaan, maar ik ben kieskeurig: mijn pizza moest zo dicht mogelijk die van de restaurants in de pizza hemel van Napoli gaan benaderen. Dit vereiste wat meer werk. Ik volgde een pizza cursus om onder andere te leren hoe ik het deeg maak en pizza met de hand kan vormen. Ik kocht een zak van 25 kilo Caputo ‘Classica’ pizzabloem. De grootste uitdaging was en is echter het bakken van pizza.

De reden dat in Napoli vaak een steenoven wordt gebruikt voor het bakken van pizza is niet vanwege nostalgie of traditie, maar omdat deze het beste bakresultaat geeft. Dit komt de muren van een steenoven veel stralingswarmte afgeven, iets wat een metalen oven niet doet. Een steenoven is te duur en te groot voor mijn tuin, daarom besloot ik om naar andere opties te zoeken.

Eerst kocht ik een draagbare Optima Napoli elektrische pizzaoven, waarschijnlijk een jaar of vijf geleden. Voor € 150 was het in theorie een fantastisch apparaat omdat deze 450 °C haalt en pizza’s in vijf minuten kan bakken. In de praktijk was ik toch ontevreden met het bakresultaat, dat was de reden dat ik de oven uiteindelijk heb verkocht. Wat er exact aan mankeerde weet ik niet meer, maar het is niet voor niets dat op YouTube een flink aantal video’s is te vinden met modificaties om de G3 Ferrari (een iets goedkopere versie van de Optima Napoli) nog warmer te laten worden. De vraag is hoe snel en hoe lang die 450 °C wordt bereikt.

Na de Optima Napoli besloot ik voor ongeveer € 50 een Pizza Steel te kopen voor gebruik in de inbouw oven in onze keuken. Het idee was namelijk dat deze stalen plaat superieur is aan een pizzasteen omdat staal beter warmte geleid dan een steen. Echter, mijn AEG BS7304001M inbouw oven gaat niet hoger dan 230 °C. Zelfs als de Pizza Steel de maximale temperatuur bereikt na een half uur voorverwarmen duurt het dan nog bijna vijftien minuten voordat een pizza gaar is. Na zoveel tijd is het beleg van de pizza vaak uitgedroogd omdat het te lang duurt voordat het deeg bruin wordt.

Toen besloot ik voor € 250 een Ooni 3 te kopen. Deze draagbare oven wordt buiten gebruikt en gestookt op houtpellets. Het voornaamste voordeel is dat deze snel opwarmt en in negentig seconden pizza’s zou moeten kunnen bakken. Inmiddels heb ik aardig wat ervaring opgebouwd met deze oven en heb ik er een haat/liefde relatie mee ontwikkeld.

De laatste keer dat ik familie op bezoek had voor een diner wilden de eerste twee pizza’s redelijk lukken, maar mislukten de resterende drie. Dit had voornamelijk te maken met het gedrag van de wind in mijn achtertuin en hoe goed de vlam in de pelletinvoer brandt. Er stond toen een zeer zwakke wind, maar de windrichting leek constant te veranderen. De oven meerdere keren draaien zodat de wind door de pelletinvoer blaasde hielp niet. De pellets brandden wel, maar op een mysterieuze manier wilde de oven maar niet echt warm worden, de infrarood thermometer gaf aan dat de steen van de oven nauwelijks warmer werd dan 200 °C. Hoewel mijn familie effectief maar twee redelijk geslaagde pizza’s had kunnen verdelen, waren ze toch onder de indruk. Heerlijk toch, dat anderen positief zijn over je culinaire prestaties terwijl jij gefrustreerd bent omdat je weet dat het veel beter had gekund? En dat bedoel ik dus ironisch.

De volgende dag besloot ik om drie overgebleven pizzabollen uit de vriezer te halen. Op die nagenoeg windstille dag werd een hellevuur van meer dan 400 °C door de Ooni 3 ontketekend. Het leverde mij heerlijke pizza’s op. Natuurlijk moest dit juist gebeuren op een dag dat ik alleen zat te eten. Ik eindigde mijn avondeten dan ook licht misselijk na het eten van drie pizza’s.

Mijn grootste probleem met de Ooni 3 is dus dat het proces te onvoorspelbaar is. Soms gaat het goed, soms gaat het helemaal mis als de oven zijn dag niet heeft vanwege de wind of iets dergelijks. Ook is het lastig dat de oven een deur heeft die je constant moet openen om de voortgang van een pizza te zien en om deze te draaien. Er zit ook een flinke schoorsteen op.

Een ander bezwaar is dat farinata bakken in de Ooni 3 nagenoeg onmogelijk is. Tijdens mijn vakantie op Sardinië ben ik verliefd geraakt op deze pannenkoek van kikkererwtenmeel, maar ik wil dit gerecht ook graag thuis maken. Het is namelijk eenvoudiger dan pizza en dus sneller te bereiden. In de Ooni 3 zorgt de sterke vlam voor een zwartgeblakerd oppervlak voordat de bodem van de farinata goed is gebakken.

Om die reden heb ik recent de Roccbox overwogen als vervanger. Deze oven heeft namelijk geen deur en schoorsteen. Ook wordt het hout waar deze op brandt anders ingevoerd dan bij de Ooni 3. De invoer hangt bij de Roccbox namelijk onder de ruimte van de oven en kan via alle kanten wind opnemen. De invoer van de Ooni 3 hangt horizontaal achter de ruimte van de oven en vangt alleen wind via de luchtinlaat aan de achterzijde. Ik had daarom het vermoeden dat de Roccbox minder wisselvallig zou zijn dan de Ooni 3. Omdat ik inmiddels sceptisch was geworden en de Roccbox € 570 kost ben ik mij gaan verdiepen in de ervaringen van gebruikers van deze oven.

Het bleek dat de Roccbox weinig problemen heeft als er gas wordt gebruikt (wat ik niet wil omdat gas niet duurzaam is) maar dat er vaak problemen zijn met het bereiken van de juiste hoge temperaturen met hout. Ik heb daarom afgezien van de aankoop van de Roccbox. Ik ben wel benieuwd naar de aankomende Ooni Karu, een andere deurloze oven die ook op hout kan worden gestookt. Deze zal goedkoper worden dan de Roccbox en heeft misschien een houtinvoer die beter zal werken.

Er zijn echter een aantal nadelen die alle draagbare houtgestookte pizzaovens delen tegenover elektrische ovens: ik kan ze niet gebruiken in mijn achtertuin als het weer slecht is, ze zijn lastiger te gebruiken als het buiten al donker is, er is brandgevaar, hout en houtpellets zijn relatief duurder, potentiëel voor rookoverlast en het opwarmen duurt langer.

Daarom heb ik nu een elektrische inbouw oven in het vizier die 300 °C graden haalt, de AEG BPB351020M. Deze temperatuur is een significant verschil met de 230 °C van mijn huidge inbouw oven. Deze oven haalt het niet bij de theoretische maximumtemperatuur van de Ooni 3 en andere houtgestookte ovens, maar ik verwacht wel dat deze pizza en farinata kan bakken waar ik tevreden mee kan zijn.

De ultieme pizza oven die geen steenoven is moet nog gemaakt worden. Zoals vaker het geval is blijkt de beste keuze een afweging zijn tussen verschillende factoren. In het geval van pizzaovens zijn dat de prijs, omvang, baksnelheid, gemak en duurzaamheid. Maar ik hoop wel dat de combinatie van de AEG BPB351020M en de Pizza Steel het beste compromis gaat bieden. Verwacht op mijn weblog een uitgebreide bespreking en vergelijkende metingen als ik de oven heb gekocht.

Overgestapt naar Astra thema voor WordPress

Gedurende de jaren dat ik dit weblog heb onderhouden heb ik een aantal verschillende thema’s voor het uiterlijk van WordPress gebruikt, de software waar dit weblog op draait. Het standaard WordPress thema vond ik niet mooi, daarom gebruikte ik K2 in plaats daarvan. K2 werd op een gegeven moment niet meer onderhouden, wat betekende dat het niet meer compatibel was met nieuwe versies van WordPress. Toen vond ik Tarski, wat na een aantal jaren ook niet meer onderhouden werd.

Op dat punt wisselde ik terug naar de standaard thema’s van WordPress, die tegen die tijd beter waren geworden. Zelfs met de standaard thema’s moest ik naarmate de tijd vorderde overstappen naar nieuwere versies, omdat meer recente standaard thema’s beter gebruik maakten van nieuwe functionaliteit in WordPress. Ik maakte kleine aanpassingen aan die thema’s met de child theme functionaliteit om ze te laten aansluiten op mijn smaak. Maar uiteindelijk raakte ik ook ontevreden met de standaard thema’s.

Het huidige standaard thema, Twenty Nineteen, werd mij te veel. Ten eerste omdat de WordPress ontwikkelaars beslisten om gebruikers geen optie te geven voor het toevoegen van een zijbalk (sidebar), in tegenstelling tot eerdere standaard thema’s. Het mag waar zijn dat inhoud van zijbalk toch naar de voet van de pagina wordt verplaatst als je dit weblog bezoekt op een mobiel apparaat met een klein scherm, maar het blijft handig om te hebben voor grotere schermen. Op dit moment laat de zijbalk een zoekveld en de categorieën op mijn weblog zien.

Maar de opmaak van Twenty Nineteen is een ernstiger probleem. Op kleinere schermen ziet het er goed uit, maar wanneer je het thema bekijkt op grotere 23 inch monitor met een Full HD resolutie van 1920 bij 1080 pixels zal je het wel zien. Mijn kennis van CSS is nog beperkt, maar wat ik begrijp van de CSS code van het thema is dat de maximum breedte van de inhoud altijd relatief is aan de schermomvang. Ik geloof dat de volgende code in het style.css bestand hier voor verantwoordelijk is::

@media only screen and (min-width: 1168px) {
  .entry .entry-content .wp-block-image .aligncenter {
    max-width: calc(6 * (100vw / 12) - 28px);
  }
}

Zoals je ziet hebben de entry classes een relatieve breedte die wordt berekend op basis van de breedte van de viewport voor schermen die minstens 1168 pixels breed zijn. Dit is een slechte zaak omdat dit leidt tot lange regellengte op grote schermen, wat het oncomfortabel maakt om de tekst te lezen. Tenzij ik iets mis in de code, zou dit betekenen dat de regellengte dus nog extremer zou zijn als je Twenty Nineteen op een grotere monitor met 4K resolutie zou bekijken. Een ander probleem dat ik heb met het theme is dat het systeemlettertypen gebruikt voor de inhoud van het weblog:

.entry .entry-content .wp-block-verse {
  font-family: "NonBreakingSpaceOverride", "Hoefler Text", "Baskerville Old Face", Garamond, "Times New Roman", serif;
  font-size: 22px;
  line-height: 1.8;
}

Dit betekent dat Twenty Nineteen eerst kijkt of er bekende lettertypen aanwezig zijn die standaard worden gebruikt op de Mac OS, iOS en Windows besturingssystemen. Als die niet aanwezig zijn, wordt teruggevallen naar het standaard serif lettertype dat wordt gebruikt op het systeem. Op mijn Fedora Linux systeem is dat Liberation Serif. Dus in andere woorden: het thema ziet er verschillend uit op basis van het besturingssysteem dat wordt gebruikt om het weblog te bezoeken. Voor mij is dat onwenselijk. Daarnaast is de grootte van het lettertype 22 pixels in CSS code, wat naar mijn smaak erg groot is. Ik merk daar wel bij op dat de px lengte in CSS niet voor een absoluut aantal pixels staat, maar een relatieve lengte is die afhankelijk is van de pixeldichtheid van het scherm. Omdat je naast de 23 inch monitor met 1920 bij 1080 pixels ook telefoon zoals de Samsung Galaxy S10 hebt met een 6,4 inch scherm en 3040 bij 1440 pixels.

Samengevat geeft het het Twenty Nineteen thema in combinatie met een Full HD resolutie op een 23 inch monitor dus paragrafen van weblog posts die 932 pixels breed zijn met een lettergrootte van 22 pixels (deze keer in de absolute zin). Laten we dat eens vergelijken met de website van de Volkskrant. Als ik die website bekijk met dezelfde monitor dan hebben paragrafen een maximum breedte van 590 pixels en wordt het lettertype CapitoliumNews op 20 pixels gebruikt in plaats van systeemlettertypen. Dit zorgt voor een veel kortere regellengte, welke ik als normaal en fijn beoordeel. Die website ziet er goed uit en leest comfortabel.

Ik had veel tijd kunnen spenderen aan het maken van een nieuw child theme voor Twenty Nineteen om het aan te passen naar mijn wensen, maar ik besloot in plaats daarvan naar het Astra thema over te stappen. Dit thema is vrij populair, dus ik verwacht niet dat dit snel verlaten zal worden door de ontwikkelaars. Hoewel het een aantal betaalde opties heeft, is de gratis basisfunctionaliteit voor mij adequaat. Ik vind het een fijn thema vanwege de goed doordachte standaardinstellingen, de optie voor een zijbalk en het gemak waarmee het aan te passen is. Het biedt veel opties zonder dat je de CSS code moet doorploegen en een child theme moet maken. Paragrafen van weblog posts hebben blijkbaar standaard een maximum breedte van 600 pixels, wat ik fijn vind.

Ik heb de volgende opties aangepast in de customizer van Astra om het thema naar mijn voorkeuren aan te passen:

  • Layout → Header → Site Identiteit = Aanzetten “Site Tagline weergeven”.
  • Layout → Blog → Blog overzicht = Zet “Losse post content” naar “Volledige breedte” en zet “Blog meta” naar “Publicatiedatum, Categorie en Reacties”.
  • Layout → Blog → Blog bericht = Zet “Post meta” naar “Publicatiedatum, Categorie en Reacties”.
  • Typografie → Hoofd typografie = Set “Font family” naar “Source Serif Pro” en “Font grootte” naar “18”.

Met name de optie om een verschillend lettertype te selecteren is handig. Standaard gebruikt Astra ook systeemlettertypen omdat ze sneller laden. Het biedt echter ook de optie om alle lettertypen die beschikbaar zijn via Google Fonts te selecteren, wat een zeer grote keuzevrijheid geeft. Van deze vind ik het Source Serif Pro lettertype mooi. In tegenstelling tot de systeemlettertypen optie wordt dit lettertype gebruikt voor het thema ongeacht het besturingssysteem van de bezoeker. Dit garandeert een uniform uiterlijk voor mijn weblog.

Ten slotte heb ik ook wat speciale CSS toegevoegd om de opmaak van tabellen aan te passen. De standaard opmaak van tabellen in Twenty Nineteen ziet er voor mij erg onaantrekkelijk uit, helaas doet Astra dat niet beter. Ik heb deze CSS code geleend van het Lovecraft thema:

/* Tables */

table {
	border: 0;
	border-left: 0;
	border-right: 0;
	border-collapse: collapse;
	border-spacing: 0;
	empty-cells: show;
	font-size: 1em;
	margin: 2.5em 0;
	width: 100%;
}

th, td {
	border-left: 0;
	border-right: 0;
	padding: 2%;
	margin: 0;
	overflow: visible;
	line-height: 100%;
	border-bottom: 1px solid #DDD;
}

caption {
	color: #111;
	text-align: center;
	padding: 2%;
}

thead {
	vertical-align: bottom;
	white-space: nowrap;
}

th {
	font-weight: bold;
}

table tbody > tr:nth-child(odd) > td { background: #f9f9f9; }

Schaf de snorfiets af

De Amsterdamse wethouder Sharon Dijksma (PvdA) is een van mijn nieuwe favoriete politici. Zij heeft er namelijk voor gezorgd dat snorfietsen sinds 8 april dit jaar niet meer zijn toegestaan op de meeste fietspaden in Amsterdam.

Dit werd mogelijk gemaakt door een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) die op 21 juni 2018 door de regering werd uitgevaardigd. Een AMvB is gedelegeerde wetgeving. De Wegenverkeerswet 1994 bevat immers de regels op hoofdlijnen en laat de precieze uitwerking van de details over aan AMvB’s, welke gewijzigd kunnen worden zonder goedkeuring van de Staten Generaal. De AMvB in deze kwestie past een aantal artikelen in het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 aan. Dit geeft de gemeente als wegbeheerder de mogelijkheid om in het verkeersbesluit te bepalen waar snorfietsers mogen rijden.

Uit de toelichting op de AMvB wordt duidelijk dat deze vooral op verzoek van de gemeente Amsterdam is geschreven. Amsterdam had een probleem met de bereikbaarheid van haar binnenstad vanwege de groeiende aantallen fietsers en snorfietsers. Omdat snorfietsen met hun brede formaat en het snelheidsverschil met fietsen vaak voor gevaarlijke situaties zorgden op de fietspaden heeft de gemeente gevraagd om aanpassing van de wet. De Tweede Kamer heeft die wens gesteund en de regering verzocht de regels aan te passen.

Om dit beleid te begrijpen eerst een toelichting op de wetgeving omtrent snorfietsen. We hebben in Nederland drie wettelijke categorieën voor gemotoriseerde voertuigen op twee wielen (gewone elektrische fietsen uitgezonderd):

  1. De snorfiets met een maximumsnelheid van 25 km/u. Vereist rijbewijs AM en heeft een blauw nummerbord. Moet op het fietspad rijden en heeft geen helmplicht.
  2. De bromfiets met een maximumsnelheid van 45 km/u. Vereist rijbewijs AM en heeft een geel nummerbord. Moet in het algemeen in de bebouwde kom op de rijbaan rijden, buiten de bebouwde kom op het fietspad. De bromfiets mag namelijk niet op autowegen en autosnelwegen rijden. Heeft een helmplicht.
  3. De motorfiets met dezelfde maximumsnelheid als de auto. Vereist rijbewijs A en heeft een geel nummerbord. Rijdt net als de auto nooit op het fietspad. Heeft een helmplicht.

In het nieuwe verkeersbesluit van de gemeente Amsterdam waarin de snorfiets van het fietspad wordt geweerd valt op dat er veel moeite wordt gedaan om de maatregel te rechtvaardigen. Volgens het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer mogen de bijzondere redenen voor het weren van snorfietsen namelijk alleen betrekking hebben op ‘grote drukte’. Wat dat is wordt niet gedefinieerd en mag de gemeente dus zelf interpreteren, maar de gemeente heeft er duidelijk veel onderzoek en rekenmethoden op losgelaten om de ‘grote drukte’ te definiëren.

Wat mij betreft is dit tijdverspilling omdat snorfietsers per definitie een onnodig gevaar vormen voor fietsers op het fietspad, ook als het minder druk is. Het snelheidsverschil, formaat en gewicht van een snorfiets maakt dat een fietser altijd aan het kortste einde trekt bij een botsing. Een ander punt waar deze wetgeving geen rekening mee houdt is de stank en luchtvervuiling die snorfietsen met benzinemotoren op het fietspad veroorzaken. Een onderzoek van de GGD Gelderland Midden uit 2017 laat zien dat snorfietsen een forse bijdrage leveren aan de emissies van ultrafijnstof op fietspaden. Dit vormt een gezondheidsrisico voor fietsers. De GGD Gelderland Midden adviseert dan ook om op de lange termijn niet-elektrische snorfietsen uit te faseren en op de korte termijn van het fietspad te weren.

Sinds ik in Den Haag in een half uur naar mijn werk fiets in het centrum word ik dagelijks geconfronteerd met hard rijdende snorfietsen (sommige zijn natuurlijk opgevoerd en rijden sneller dan 25 km/u) en hun smerige uitlaatgassen. Maar waar ik mij echt zorgen om maak is dat mijn dochter Rosalinde over een paar jaar op haar eerste fiets het fietspad zou moeten delen met deze gevaartes die haar makkelijk morsdood kunnen rijden. Gelukkig lijkt de redding nabij en hoeft Rosalinde dit niet meer mee te maken, als het aan onze wethouder Robert van Asten (D66) ligt. Hij verwacht in 2020 Amsterdam te volgen in het verplaatsen van de snorfiets naar de rijbaan. Bij deze moedig ik hem aan de ‘grote drukte’ vooral heel ruim te interpreteren.

Het einddoel moet echter de complete uitfasering van de snorfiets als categorie zijn. De facto gaat dat misschien al gebeuren door de aankomende algemene helmplicht voor snorfietsers. Naar verwachting wordt daar eind dit jaar of volgend jaar een wetswijziging voor geïntroduceerd. Als een van de voordelen van de snorfiets wordt weggenomen door de helmplicht helpt dat hopelijk om snorfietsgebruikers te overtuigen om naar een elektrische fiets, bromfiets of motorfiets over te stappen. Daarnaast wordt in het Klimaatakkoord voorgesteld om de verkoop van snorfietsen en bromfietsen op benzine te verbieden vanaf respectievelijk 2025 en 2030. Mits aangenomen zal dat het probleem van de luchtvervuiling op het fietspad oplossen. Dan blijft echter het probleem dat de officiële maximumsnelheid van de snorfiets, 25 km/u, niet wenselijk is op de weg. Het zal immers het autoverkeer dat maximaal 50 km/u mag rijden vertragen. De beste oplossing is daarom het afschaffen van de hele categorie. Het is alleen maar omslachtig, complex en inconsistent als iedere gemeente daar zelf een keuze in moet maken in haar verkeersbesluit.

Dan is er natuurlijk ook de kwestie van draagvlak onder snorfietsrijders. Zij kunnen hun snorfiets laten ombouwen naar een bromfiets, maar moeten dan de registratie bij de RDW wijzigen. Dat vereist een keuring bij de RDW die een paar honderd euro kost en alleen in Lelystad (!) uitgevoerd kan worden. Als we die keuring makkelijk en goedkoop maken denk ik dat het afschaffen van de snorfiets als categorie minder weerstand zou opleveren. Geef alle scooterzaken met een APK-licentie ook de bevoegdheid om die keuring te doen en zorg voor dat verkoopverbod op snorfietsen en bromfietsen op benzine, dan hebben we een mooi compromis.

Wat er mis is met het Forum voor Democratie

Op 20 maart dit jaar werden de Provinciale Statenverkiezingen gehouden en werd het Forum voor Democratie uit het niets de grootste partij. Ze hebben de meeste zetels in de Provinciale Staten behaald. In de Eerste Kamer is deze partij met twaalf zetels de grootste partij, samen met de VVD die hetzelfde aantal zetels heeft behaald. Het leek mij daarom verstandig om te onderzoeken wat de ‘uil van Minerva’ precies van plan is met onze ‘boreale wereld’.

De website van hun afdeling Zuid-Holland, waar ze de grootste partij werden, geeft niet veel prijs. De oudere partijen zoals GroenLinks of de VVD vertellen met een uitgebreid partijprogramma van een aantal pagina’s wat hun beleidsvoornemens zijn. Het FvD Zuid-Holland beperkt zich tot een paar regels tekst verdeeld over verschillende beleidsterreinen. Met sommige punten ben ik het eens, zoals de gekozen Commissaris van de Koning en gemeentelijke fusies alleen met goedkeuring van de bewoners. Met andere punten totaal niet, zoals het stoppen van de energietransitie. Andere punten zijn simpelweg vaag, bijvoorbeeld dat de provincie alleen de kerntaken zou moeten uitvoeren. Welke kerntaken dan?

Het is niet waar dat mensen niet geïnteresseerd zouden zijn in een uitgebreid politiek programma. Ik denk dat er genoeg kiezers zijn in Zuid-Holland die willen weten wat een partij denkt over bijvoorbeeld de aanleg van de Duinpolderweg of de groei van het vliegveld van Rotterdam. Heel concrete zaken, waar het FvD Zuid-Holland niets over verteld.

Maar dan de nationale afdeling van FvD, die via de Eerste Kamer nu veel meer invloed heeft. Op hun website staan een aantal standpunten waar ik mij zeker in kan vinden, zoals de gekozen burgemeester en bindende referenda. Maar ook daar ontbreekt het aan details over hun standpunten.

Wat met name mijn aandacht trok is hun plan voor de belastingen. Ze hebben het blijkbaar over de inkomstenbelastingen en schrijven dat ze een belastingvrije voet van € 20.000 willen voor iedereen en nog maar twee schijven van 20% en 35%. De bedragen waar de schijven beginnen en eindigen worden niet genoemd, maar de heffingskortingen (wat het FvD zou bedoelen met een belastingvrije voet) die we nu hebben zijn fors lager en de tarieven die bij de vier huidige belastingschijven horen zijn fors hoger.

Het FvD schrijft dat dit leidt tot veel lagere uitvoeringskosten en dat minder belasting heffen leidt tot een kleinere overheid. Alsof een kleine publieke sector een doel op zich is voor deze partij, ongeacht de nuttige diensten zoals veiligheid, onderwijs en gezondheidszorg die zij levert. Wat de prognose voor de uitvoeringskosten is en hoe veel kleiner de overheid gaat worden vertellen ze ook niet.

Het gebrek aan details in de financiële plannen van het FvD maakt het niet mogelijk een accurate berekening te maken van de gevolgen hiervan, maar De Correspondent kwam met het maken van enkele aannames uit op een tekort van € 66,7 (!) miljard. Dan gaat Nederland natuurlijk bankroet. FvD-aanhangers zullen De Correspondent waarschijnlijk rekenen tot de liegende linkse media, maar als zij mij kunnen wijzen op een financiële onderbouwing van de plannen dan zou ik die met veel interesse willen lezen. Tot mijn verbazing wordt FvD-leider Thierry Baudet in de debatten niet aangepakt op dit onderwerp.

Met het onvermogen van het FvD om een solide financiële onderbouwing voor haar plannen te geven is het geen verrassing dat het FvD haar partijprogramma niet liet doorrekenen door het Centraal Planbureau (CPB). Ons land is uniek in de traditie dat het CPB de financiële gevolgen van partijprogramma’s berekent. Partijen laten dat op vrijwillige basis doen en gelukkig doen de meeste ook mee. Dit zorgt er voor dat zij niet van alles kunnen beloven zonder dat zij de financiële middelen hebben om de beloftes waar te maken. In plaats van te werken aan een betere financiële onderbouwing gebruikt het FvD laffe excuses, zoals het CPB “de grootste verspreider van nepnieuws” noemen en beweren dat de CPB-modellen “achterhaald” zijn. Uitleggen waarom deze achterhaald zijn doen ze natuurlijk niet, laat staan dat ze de moeite doen om een alternatieve ‘correcte’ doorrekening te presenteren.

Wat mij ook opvalt is dat het FvD normale betrekkingen met Rusland wil. Onder hun standpunt over geostrategie lezen we dat “onze geopolitiek is nog teveel gebaseerd op de doelstellingen van de Koude Oorlog” en dat wij om economische reden belang hebben bij een goede relatie met Rusland. Blijkbaar zijn ze vergeten wat er gebeurd is na de Koude Oorlog, zoals bijvoorbeeld de Russische aanval op Georgië in 2008, de annexatie van de Krim in 2014 en de steun aan dictators in Syrië en Venezuela. Dichter bij huis wordt Rusland verdacht van de vergiftiging van Sergej en Joelia Skripal in het Verenigd Koninkrijk in 2018. In Nederland werd in 2018 een Russische cyberaanval op de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens verijdeld. Maar bovenal, Rusland is verantwoordelijk voor het neerschieten van vlucht MH17 boven Oekraïne in 2014.

Het is ongelofelijk dat het FvD zo haar kop in het zand steekt voor een land dat zich overduidelijk vijandig gedraagt tegen ons land en een groot deel van de rest van de wereld. Sterker nog, Baudet ondertekende in 2016 een brief aan Trump met de vraag om nieuw onderzoek te doen naar de aanslag omdat hij het door Nederland geleide Joint Investigations Team (JIT) niet vertrouwde. In 2018 bleek hij toch in te stemmen met het aansprakelijk stellen van Rusland voor de aanslag. In een tv-debat vorige maand herhaalde hij echter dat hij twijfelt aan de onafhankelijkheid van het JIT-onderzoek en dat hij Oekraïne nog steeds als een van de mogelijke daders beschouwt. Baudet doet zoveel moeite om het onderzoek van het JIT in diskrediet te brengen dat de vraag rijst of het FvD wordt gefinancierd vanuit Moskou.

Ik zou nog verder kunnen uitweiden over het ontkennen van door de mens veroorzaakte klimaatverandering door Baudet en de dubieuze bewering dat het klimaatbeleid ons 1.000 miljard gaat kosten. Maar ik zal afronden met de stijl van politiek bedrijven door FvD en het karakter van Baudet. Ik vond dat DENK al een zeer laag fatsoensniveau had bereikt door alle persoonlijke aanvallen en de uitspraak dat artsen de behandeling van zieke allochtone ouderen eerder stoppen dan bij autochtone zieke ouderen. Het FvD en Baudet blijken nog dieper te kunnen zinken.

Zo heeft Baudet rare ideeën over vrouwen. Zijn vraag aan Rutte aan het eind van hun debat vorige maand over wanneer hij voor het laatst had gehuild was onbeschoft. Hij hangt zijn eigen naaktfoto aan de grote klok, wat ik raar gedrag vind voor een volksvertegenwoordiger. Hij verwijt zijn politieke opponenten dat zij verantwoordelijk zijn voor verkrachtingen door migranten. De argumentatie van het FvD om een meldpunt voor linkse indoctrinatie in het onderwijs in te stellen leest als een slechte grap en is schandalig. Het FvD is vaak negatief in het nieuws vanwege interne ruzie. Zo kan ik nog wel even doorgaan, maar voor mij is duidelijk dat deze partij en Baudet zelf compleet ongeschikt zijn voor regeringsdeelname.

FvD-stemmers en leden, ik begrijp dat jullie genoeg hebben van de traditionele partijen. Maar is een partij die loze beloften maakt zonder financiële dekking, die niet achter de MH17-slachtoffers staat, intern ruzie maakt en feitenvrije politiek bedrijft echt wat jullie willen? Gelukkig hebben de leden van het FvD de mogelijkheid om op een ALV moties in te dienen en het verkiezingsprogramma vast te stellen. Ik verwacht niet dat jullie Baudet naar huis sturen. Maar ik hoop wel dat jullie er op zijn minst voor zorgen dat het standpunt over Rusland zo wordt gecorrigeerd dat het positief staat tegenover sancties tegen dat land.

Bespreking van Engelse kookboeken over de Apulische keuken

Voor mijn Wikipedia artikel over de Apulische keuken heb ik een flink aantal Engelse kookboeken over deze keuken geraadpleegd. Ik zal deze kort bespreken zodat anderen die geïnteresseerd zijn in de Apulische keuken profijt kunnen hebben van mijn ervaring. De boeken die ik gelezen heb zijn:

  • Arno, Anna Maria Chirone (2011). Salento Flavors: The Taste of Tradition.
  • Lorusso, Luca; Polak, Vivienne (2015). Sharing Puglia.
  • Russo, William dello (2016). Puglia in Cucina: The Flavours of Apulia.
  • Sbisà, Nicola (2009). Savour Apulia: Traditional Recipes.
  • Todorovska, Viktorija (2011) The Puglian Cookbook.

“Salento Flavors: The Taste of Tradition” was het meest teleurstellende kookboek. Het is een dunne en kwetsbare paperback met een klein aantal recepten en onaantrekkelijke voedselfotografie. De opmaak is raar, met veel gekleurde rechthoeken. Het is vooral een verzameling recepten en geeft weinig context om de de geschiedenis van de keuken en de gerechten te begrijpen. Hoewel dit boek zich zou concentreren op de keuken van de Salento, de ‘hiel’ van Apulië, heb ik weinig of geen recepten gezien die niet in de andere kookboeken waren beschreven. Koop dit boek niet.

“Sharing Puglia” is een stevige hardcover met veel recepten goede voedselfotografie. De auteurs van dit boek begrepen dat als je foto’s gebruikt, je het goed moet doen of niet moet doen. De foto’s moeten je verleiden tot het maken van de gerechten, slechte foto’s keren je af. Dit boek geeft ook de meest uitgebreide uitleg over het maken van verse pasta in vergelijking met de andere hier besproken kookboeken, hoewel het nog uitgebreider had gekund. Het geeft ook veel context om de keuken en de gerechten te begrijpen, in plaats van enkel een verzameling van recepten te zijn. Ik kan deze zonder meer aanraden.

“Puglia in Cucina: The Flavours of Apulia” is ook een hardcover en deelt de hoeveelheid recepten en goede voedselfotografie met het vorige boek. Het is zowel in het Italiaans als in het Engels geschreven en maakt deel uit van een serie over alle regionale keukens van Italië. Het schiet echter tekort op het geven van context en geeft geen uitleg over het maken van verse pasta. Desondanks kan ik deze toch een redelijke aanrader noemen.

“Savour Apulia: Traditional Recipes” was het meest bruikbaar als bron voor het Wikipedia artikel, samen met “Sharing Puglia”. Het is een goedkope en dunne paperback, maar bevat toch relatief veel recepten en veel historie over de keuken en de gerechten. Ondanks de lengte weet het boek toch kort uit te leggen hoe verse pasta gemaakt moet worden. Het heeft geen foto’s, maar dat deert niet omdat de rest van de inhoud goed is. Ik kan deze ook zonder meer aanraden.

“The Puglian Cookbook” lijdt onder slechte voedselfotografie, denk aan slecht belichte en wazige detailopnames van gerechten. Zeker erg onaantrekkelijk. Ook ontbreekt het aan context. Het geeft een recept voor het maken van verse cavatelli, maar adviseert gelijke hoeveelheden van semolina en tarwemeel. Het is frustrerend dat niet wordt uitgelegd waarom, omdat het verdacht is. “Savour Apulia” geeft een recept met alleen maar semolina en “Sharing Puglia” adviseert een grote hoeveelheid semolina met een klein deel 00 tarwemeel. Maar de grootste zonde is dat het alleen Engelse namen noemt voor de gerechten. Hoe moet je de gerechten die je in Apulië gegeten hebt dan identificeren? Als een kookboek over de Franse keuken zou aankomen met een recept voor Coq au Vin dat alleen zou beschreven als “haan met wijn” zou het waarschijnlijk onacceptabel geacht worden; deze zaak verschilt niet. Ik kan deze niet aanraden.

Er is ook “Puglia” van Silver Spoon uit 2015, maar ik heb het niet gelezen omdat het duur is.

Het is jammer dat alleen “Salento Flavors” kort de puccia beschrijft en dat “Puglia in Cucina” het enige boek is dat hartige taralli in paar zinnen beschrijft. Beide zijn veel voorkomende gerechten in Apulië, dus ik had recepten voor deze verwacht in mijn twee sterk aangeraden kookboeken. Helaas geven die twee kookboeken ook geen adequate uitleg over hoe verse pasta gemaakt moet worden. Ik had een uitgebreide instructie met veel foto’s verwacht zodat beginnende koks het met vertrouwen kunnen leren. Geen van de kookboeken had een recept voor de traditionele desembroden met durum tarwemeel. Terwijl “Sharing Puglia” stelt dat bloemkool en broccoli ook worden gegeten, heb ik geen recepten met die groenten gezien. Hoewel zwarte kikkererwten en Lathyrus sativus veel zeldzamer zijn, was het mooi geweest als deze ook werden genoemd, ook al zijn ze lastig buiten Apulië te krijgen. Ik kijk uit naar iemand die een uitgebreider kookboek schrijft dat de complete Apulische keuken omvat.

Mijn Wikipedia artikel over de Apulische keuken

Terwijl ik wacht op mijn vakantie in mei deed nostalgie mij denken aan vakanties uit het verleden. Specifiek mijn vakantie van 2013 in Zuid-Italië. Toen had ik Stephanie nog niet ontmoet, daarom reisde ik alleen en had ik gezelschap van CouchSurfers. Mijn beste herinneringen zijn van mijn tijd met Michele in Apulië. Omdat wij onze interesse in historische en archeologische plekken deelden hebben wij een geweldige tijd gehad.

Wat mij opviel in Apulië was de kwaliteit van de regionale keuken en hoe deze verschilde van andere Italiaanse regio’s. Ik at allerlei gerechten die ik nog nooit had gezien in Italiaanse restaurants in Nederland. Om meer over deze regionale keuken te leren ging ik als eerst naar Wikipedia. Tot mijn teleurstelling had de Engelse Wikipedia niet eens een artikel over de keuken van Apulië. Zelf het artikel op de Italiaanse Wikipedia was beperkt. Schande! Ik kon het niet hebben dat zo’n fijne keuken geen Wikipedia artikel had, dus besloot ik het zelf te schrijven.

In de jaren na mijn vakantie heb ik een aantal Engelstalige kookboeken over de keuken van Apulië verzameld om het artikel te schrijven, maar door tijdgebrek kwam ik er nooit aan toe. Tot een week geleden, toen mijn combinatie van nostalgie en vrije tijd mij bewoog tot actie. Ik was zo gedreven dat ik uren achter elkaar doorwerkte aan het artikel, bijna tot ik het besef van tijd verloor. Op 6 april heb ik het artikel over de Apulische keuken afgemaakt, na meer dan ongeveer vijftien uur werk. Ik beschouw dit artikel en mijn artikel over Sybaris als de beste artikelen die ik tot zover heb geschreven.

Ik ben altijd huiverig voor andere mensen op Wikipedia die door mij begonnen artikelen op een negatieve manier kunnen wijzigen. Bijvoorbeeld door inhoud zonder bronverwijzing toe te voegen. Of erger zelfs, de vandalen. Omdat de meeste artikelen die ik schrijf niet erg populair zijn, zien ze nauwelijks onwenselijke of vandalistische wijzigingen. In feite zijn de meeste andere mensen die ik aan artikelen van mijn hand zie werken intelligente en redelijke mensen die ze verbeteren. Het zal interessant zijn om te zien wat er met dit artikel gebeurd.

Tijdens het onderzoek voor dit artikel ontdekte ik veel gerechten uit Apulië die ik nog niet heb geproefd. Dit geeft me nog meer verlangen om Apulië nog eens te bezoeken en Michele weer te ontmoeten (de laatste keer was in 2016). Ik zie dit volgend jaar echter nog niet gebeuren. De treinreis zou onpraktisch zijn met mijn dochter, die nu net zes maanden oud is.

In de toekomst zou ik ook graag de artikelen over de andere regionale keukens van Italië schrijven en verbeteren. Meer specifiek wil ik de artikelen voor Calabrië en Ligurië beginnen en het artikel voor Sicilië sterk verbeteren. Ik heb al een flinke lading aan kookboeken over deze keukens liggen. Voor wat betreft de kookboeken die ik heb gebruikt om het artikel over de Apulische keuken te schrijven, lees mijn volgende post voor aanraders.

De gekozen burgemeester is een stap dichter bij

In november 2018 was het eindelijk zo ver: de burgemeestersbenoeming is ‘gedeconstitutionaliseerd’ oftewel een lang woord voor het verwijderen uit de Grondwet. Dertien jaar na de Paascrisis heeft D66 alsnog een stap vooruit gezet naar het bereiken van een van haar belangrijke doelen, het invoeren van de gekozen burgemeester.

Het aanpassen van de Grondwet is lastig en duurt lang, omdat de Tweede en Eerste Kamer de wijziging ieder twee keer moeten goedkeuren. Voordat de Tweede Kamer de tweede goedkeuring kan geven, moet zij opnieuw worden verkozen. En in beide Kamers is een meerderheid van twee derde van de stemmen (in plaats van de helft plus één) nodig voor de tweede goedkeuring. Dit vormde uiteraard een extra barrière voor de wijziging van de burgemeestersbenoeming.

Het is belangrijk om te weten hoe burgemeesters nu benoemd worden om de discussie te begrijpen. Volgens de Gemeentewet stelt de gemeenteraad een profiel op voor de burgemeester en kunnen kandidaten solliciteren bij de commissaris van de Koning (CvdK). De CvdK laat een vertrouwenscommissie van de gemeenteraad vervolgens weten wie gesolliciteerd hebben en wie hij/zij geschikt acht voor benoeming. De vertrouwenscommissie kan besluiten om kandidaten die de CvdK ongeschikt acht mee te nemen in haar beoordeling. De vertrouwenscommissie informeert vervolgens de CvdK en de gemeenteraad over haar bevindingen. De gemeenteraad draagt dan twee sollicitanten voor aan de minister voor benoeming. De minister volgt in principe de aanbeveling “met inbegrip van de daarop gehanteerde volgorde”. De minister kan om zwaarwegende redenen de aanbeveling naast zich neerleggen en moet in dat geval een motivatie geven.

De Gemeentewet is op het punt van de “gehanteerde volgorde” onduidelijk, maar als ik het goed begrijp wordt bedoeld dat de minister de kandidaat die de eerste voorkeur heeft van de gemeenteraad benoemt. Zo staat het althans beschreven op de website van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Die website verschilt overigens op details van de Gemeentewet. Zo zou onder andere de gemeenteraad haar aanbeveling niet direct naar de minister sturen, maar naar de CvdK die deze dan weer naar de minister stuurt met zijn/haar advies.

Het mag duidelijk zijn dat de benoeming van de burgemeester een zeer schimmig en ontransparant proces is. De gemeenteraad kan in theorie wel de kandidaat kiezen die zij wil, maar de CvdK heeft wel erg veel invloed op het proces. In de Provinciewet is te lezen hoe de CvdK op een vergelijkbare wijze als de burgemeester wordt benoemd na een aanbeveling van de Provinciale Staten. Waarom moet de CvdK zich met benoemingen van burgemeesters bemoeien? De benoeming van ministers wordt toch ook gewoon door de politieke partijen geregeld die na de Tweede Kamerverkiezingen een regering gaan vormen, zonder externe bemoeienis? Daarnaast kan de politieke kleur van de CvdK sterk verschillen van de politieke kleur van de gemeente. Stel je voor dat je een gemeente in het Zeeuwse deel van de bijbelgordel hebt waar de gemeenteraad vol zit met christelijke partijen. Je hebt dan een CvdK, Han Polman, van D66. Misschien is deze man wel heel objectief, maar ik kan mij voorstellen dat het verschil in politieke kleur er toe kan leiden dat hij heel sturend optreedt bij burgemeestersbenoemingen.

Ook is er een fors verschil in de politieke partijen die de gemeenteraden bevolken en de partijen waar de zittende burgemeesters lid van zijn. In de uitslagen van de laatste gemeenteraadsverkiezingen is te zien dat lokale partijen in de meeste gemeenten hebben gewonnen. Toch zijn 83 procent van alle burgemeesters lid van respectievelijk VVD (30%), de PvdA (27%) en het CDA (27%). In Amsterdam is GroenLinks de grootste partij en is Femke Halsema van GroenLinks burgemeester geworden, maar in Utrecht is VVD’er Jan van Zanen burgemeester met een coalitie van GroenLinks (grootste partij), D66 en ChristenUnie in het college. Er is dus een flinke kloof tussen de politieke kleur van de raad en de burgemeester. Dat de burgemeester wordt benoemd voor zes jaar en die benoeming niet gelijk loopt met de gemeenteraadsverkiezingen maakt de kloof nog groter.

Dan is er nog de belangrijkste vraag, waarom zou je de burgemeester willen kiezen? De voornaamste verantwoordelijkheden van de functie liggen op het vlak van openbare orde en veiligheid. Sommigen, vooral ook de burgemeesters zelf, menen dat dit een technocratische zaak is die verspeend is van politiek. Het cliche dat burgemeesters “boven de partijen” staan wordt vaak ingezet. Maar is dat wel zo? Femke Halsema (burgemeester in Amsterdam en GroenLinks lid) geeft geen prioriteit aan de handhaving van het boerkaverbod. Pauline Krikke (burgemeester in Den Haag en VVD-lid) heeft maling aan het demonstratierecht. Het lijkt mij logisch dat bijvoorbeeld het enthousiasme voor legalisering van wiet en een vuurwerkverbod ook conform de links-rechts scheidingslijnen lopen, al kan ik daar geen bewijs voor vinden. Dit illustreert dat openbare orde en veiligheid toch een stevige politieke lading kan hebben.

Daarnaast kan de kiezer door middel van verkiezingen een burgemeester afstraffen door deze weg te stemmen of belonen met een extra termijn. Ik denk dat veel inwoners van Scheveningen Pauline Krikke weg willen hebben na haar blunder met de vreugdevuren van de afgelopen jaarwisseling. Ze hebben nu echter geen instrument om haar de deur te wijzen, dus ik zie het nog wel gebeuren dat Krikke nog een termijn krijgt of weer ergens anders burgemeester kan worden.

Het Nederlands Genootschap van Burgemeesters had voor de stemming een brief geschreven naar de Eerste Kamer om, verassing, hen op te roepen tegen de grondwetswijziging te stemmen. Ze hebben wat mij betreft gelijk met hun bewering dat de functie van de burgemeester niet los kan worden gezien van de andere organen in de gemeenteraad. Maar hun stelling dat er eerst een probleemanalyse en visie op het toekomstige functioneren van de burgemeester moet zijn gaat niet op. De burgemeestersbenoeming is alleen verplaatst vanuit de Grondwet naar de Gemeentewet, er is de facto nog niets veranderd. We kunnen de probleemanalyse en toekomstvisie nu bepalen. Als we daar op zouden wachten zou het proces alleen maar langer duren vanwege de lastige grondwetswijziging en zou er een compleet gebrek aan voortgang zijn. Ook wordt er weer gewag gemaakt van hun “onafhankelijke positie, boven de partijen en tussen de inwoners”. Ik denk ik dat voldoende heb duidelijk gemaakt dat die bewering twijfelachtig is. De brief ademt demofobie, de angst dat ze via het ‘partijkartel’ (in de woorden van het Forum voor Democratie) niet meer als burgemeester benoemd worden zodra het volk het voor het zeggen heeft.

Hoe moet het dan wel? In het buitenland is er genoeg ervaring met gekozen burgemeesters. Ik stel mij voor dat de functie vorm kan krijgen naar analogie van de minister-president op lokaal niveau. Dan zou de burgemeester de politiek leider worden van het college van burgemeester en wethouders. Naar voorbeeld van de Tweede Kamer kan de coalitie dan onderling bepalen wie de burgemeester wordt en loopt de termijn van de burgemeester gelijk met die van de gemeenteraad. Directe verkiezing door de inwoners kan ook, maar dan is er misschien een groter risico dat de burgemeester niet overweg kan met de coalitie als de functie een meer politiek karakter krijgt. Het is nu de vraag of en wanneer D66 en andere partijen doorpakken en een wetsvoorstel gaan bedenken om de benoemingsprocedure daadwerkelijk te veranderen.

Het meten van ons elektriciteitsverbruik

In 2016, het jaar dat wij naar Den Haag verhuisden, wilde ik graag weten wat het elektriciteitsverbruik van specifieke apparaten was in onze nieuwe woning. Zo kon ik namelijk bedenken welke maatregelen ik kon nemen om mijn energierekening te verlagen. Niet dat deze hoog was, maar besparen is altijd fijn.

Op dat moment was dat lastig om te onderzoeken. Ik had namelijk alleen een goedkope energiemeter met een stopcontact, die tussen het te meten apparaat en de stopcontact in de wand geplaatst kan worden. Deze werkte niet optimaal omdat er ook zonder apparaat een verbruikt wattage werd genoteerd, wat de meting inaccuraat maakte. Uiteraard kon ik deze ook niet gebruiken voor apparaten waarvan het stopcontact niet of moeilijk toegankelijk was, zoals mijn ingebouwde koel-vriescombinatie.

Wat ik ook deed was op de eerste van de maand de meterstand noteren en de data in een LibreOffice Calc bestand zetten om het totale verbruik per maand te vergelijken door het jaar heen. Dat ging ook niet altijd goed omdat ik het wel eens vergat en in de zomervakantie soms niet thuis was op de eerste van de maand.

Dit jaar werd echter de slimme energiemeter in onze meterkast geïnstalleerd. Omdat deze de data van het totale energieverbruik op dagbasis doorstuurt naar de energieleverancier was het niet meer nodig om zelf de meterstanden te noteren. Ik kon het nu inderdaad vrij makkelijk inzien via de app van mijn energieleverancier Qurrent.

Zo kon ik zien dat juli, augustus en september een verbruik hadden wat normaal was voor ons, tot in oktober Rosalinde werd geboren. Omdat Stephanie vanwege haar verlof veel vaker thuis zat schoot het verbruik omhoog naar anderhalf keer het vorige gemiddelde per maand. Nu het verlof voorbij is werkt zij vier dagen in plaats van vijf dagen in de week en past haar moeder twee dagen per week op onze dochter, in ons huis. Het energieverbruik zal dus structureel hoger blijven.

Des te meer reden om te kijken welke apparaten een groot aandeel hadden in ons verbruik. Qurrent had een energieverbruiksmanager in de aanbieding, een apparaat dat je zelf op de slimme meter kunt installeren om het verbruik per apparaat te zien. Helaas was de voorraad opgeraakt nadat ik een slimme meter had gekregen en voor zover ik weet is er nog steeds geen vervanging. Andere opties, zoals Toon, rekenen kosten voor een abonnement.

Gelukkig heeft de slimme meter zelf een stand die het totale verbruik van het moment kan laten zien. Wat ik dus deed was het volgende: het huidige verbruik op de slimme meter noteren, mijn koel-vriescombinatie uitzetten en nogmaals het verbruik noteren. Het verschil is dan het verbruik van mijn koel-vriescombinatie. Uiteraard moeten dan zoveel mogelijk andere apparaten worden uitgezet of ongebruikt blijven om er zeker van te zijn dat die geen invloed op het totale verbruik hebben.

Het probleem is natuurlijk dat een koel-vriescombinatie een verschillend verbruik heeft in rust en wanneer deze moet koelen. Er is een specificatie van de fabrikant voor het jaarverbruik conform de EU-norm, maar je hebt variatie omdat een koelkast minder of meer ijsvorming kan hebben. Meten is dus altijd lastig. En een aantal van onze apparaten waren gekocht voordat het energielabel van de EU verplicht werd.

Uiteindelijk heb ik dus een combinatie gebruikt metingen met de draagbare energiemeter, de slimme meter en officiële specificaties om achter het verbruik van al mijn apparaten te komen. Die heb ik vervolgens in dit LibreOffice Calc document gezet. In de basismeting (tab “Voor”) had ik nog een aantal energieslurpende halogeenlampen; inmiddels heb ik alles vervangen door LED-lampen. Die en andere maatregelen zijn vervolgens genoteerd in de nameting (tab “Na”). Dit alles is gemeten voordat onze dochter werd geboren en het energieverbruik omhoog schoot.

Wat uiteraard opviel is het hoge verbruik van mijn ventilatiesysteem, dat is geïntegreerd in mijn luchtverwarming. Op enige afstand komen de koel-vriescombinatie en de vaatwasser. Ik denk dat wij de 280 wasbeurten waar het officiële jaarlijkse verbruik op is gebaseerd niet redden, het werkelijke verbruik zal iets lager zijn. De wasdroger heeft geen energielabel, maar wel een verbruiksspecificatie voor specifieke instellingen. We drogen was zoveel mogelijk zonder wasdroger, in de zomer buiten en in de winter op wasrekken op zolder. Als de wasrekken al vol hangen of als er handdoeken zijn (die vindt Stephanie fijner uit de wasdroger) wordt de wasdroger toch aangezet. Ten slotte zijn het aquarium en de router ook relatief grote verbruikers.

Eerlijk gezegd heb ik nog geen offertes opgevraagd, maar ik verwacht dat vervanging van het ventilatiesysteem en de luchtverwarming waarschijnlijk een zeer kostbare zaak is. Zeker als ik het gelijk helemaal goed wil doen en van het gas af zou willen. Ik denk dat ik liever wacht op de plannen van de gemeente Den Haag. In 2021 moeten gemeenten immers een plan vaststellen voor de verwarming van de gebouwde omgeving. Het zou dan jammer zijn als de gemeente bijvoorbeeld de hele wijk op aardwarmte kan aansluiten en ik al veel geld heb besteed aan een warmtepomp die gebruik maakt van buitenlucht.

Ook andere mogelijkheden om energieslurpende apparaten te vervangen door zuinige zijn weinig rendabel. Als ik kijk naar mijn berekeningen (tab “Alternatieven”) zie ik dat de terugverdientijd van de besparing te hoog is. Vervanging door een fors zuiniger apparaat heeft dus alleen zin als het huidige apparaat defect raakt. Het aquarium wil Stephanie houden. Maatregelen zoals de powerline adapters vervangen door WiFi en de router ’s nachts uitschakelen lijken mij meer haalbaar. Om mijn gasverbruik te beperken heb ik een kookwekker in de douche gezet om er voor te zorgen dat ik niet langer dan vijf minuten onder de douche sta.

De zomertijd en de tijdzone in Nederland

Na recent nieuws op NOS over de wens van de Europese Commissie om de zomertijd af te schaffen, besloot ik mij ook in het onderwerp te verdiepen. Kort samengevat: wintertijd is de ‘normale’ tijd, zomertijd zet de klok een uur vooruit zodat we in de zomer langer van het daglicht kunnen genieten. Het voordeel van langer daglicht in de zomer mag duidelijk zijn. Ik houd er ook van om langer in mijn tuin te zitten met gasten op een mooie zomeravond. Het NOC*NSF breekt een lans voor sporters die het extra daglicht in de zomeravond nodig hebben. Daar kan ik ook over meepraten omdat ik na mijn werk ook graag ga surfen of zwemmen in de zee. Hardlopen wordt ook in het nieuwsbericht genoemd, maar dat doe ik ook gewoon in het donker.

Maar het langere daglicht voor vrije tijd na de werkdag is meteen ook het enigste substantiële voordeel. In de verschillende nieuwsberichten en het uitgebreide Engelse Wikipedia artikel over zomertijd staat dat over het andere voordeel, energiebesparing, sterke twijfel is.  Aan de andere kant is het bewijs voor negatieve effecten, verstoring van het bioritme en nachtrust, is wel overtuigend. Hoewel ik persoonlijk niet slechter slaap na het begin of einde van de zomertijd, is het blijkbaar wel verstorend voor veel anderen. En de complexiteit van de klokwijziging is ook een argument tegen de zomertijd. Telefoons en computers wijzigen wel automatisch, maar mijn oven en mechanische klok niet. Er is extra verwarring als je met het buitenland moet bellen vanwege het omrekenen van tijdzones.

Het eerste nieuwsbericht wijst er ook op dat Nederland geografisch gezien eigenlijk de West-Europese Tijd (WET) hoort te gebruiken, net zoals het Verenigd Koninkrijk. Met andere woorden, onze klok loopt eigenlijk een uur (twee uur bij zomertijd) voor op de zon. Als de zon namelijk exact gevolgd zou worden, zou de zon het hoogste punt (de noen) bereiken om 12:00 uur. Een blik op het Wikipedia artikel over tijdzones leert ons dat dit elders in de wereld nog extremer is. Rusland heeft een rare indeling van tijdzones, China heeft voor het hele land één tijdzone (!) en het uiterste westen van Spanje heeft een sterke afwijking. De Verenigde Staten hebben wel een logische indeling van tijdzones die overeenkomt met de zon.

Omdat ik het interessant vond om te zien hoe de tijdzone in Nederland zich verhoudt tot andere tijdzones, heb ik het tijdstip van de zonsopkomst en zonsondergang in Den Haag vergeleken met twee andere steden. Den Haag ligt op de 52ste parallel noord, simpel gezegd een lijn van ongeveer 111 kilometer breed die in de oost-west richting over de aardbol loopt. Andere plekken op de breedtegraad, hoe ver ze ook van Den Haag af liggen, krijgen het hele jaar door ongeveer dezelfde hoeveelheid daglicht. Om te vergelijken heb ik Cambridge in het Verenigd Koninkrijk en Lipetsk in Rusland gekozen.

In de onderstaande tabellen zijn de resultaten te zien. De data is afkomstig van de website Time and Date en gaat uit van 2018. Ik vergelijk de kortste en langste dag voor de drie steden. Cambridge valt in het geografische midden van de West-Europese Tijd, de tijdzone die bij haar positie op de aardbol past. Lipetsk is een van de weinige grotere steden in Rusland die ook een geografisch passende tijdzone heeft en is relevant omdat Rusland geen zomertijd gebruikt.

Huidige situatie
Stad Datum Zonlicht Noen Daglengte
Cambridge 21 jun 04:38–21:24 13:01 16:46
Den Haag 21 jun 05:22–22:06 13:44 16:44
Lipetsk 21 jun 03:57–20:48 12:23 16:51
Cambridge 21 dec 08:06–15:48 11:57 07:42
Den Haag 21 dec 08:48–16:32 12:40 07:43
Lipetsk 21 dec 08:30–16:08 12:19 07:38

In het eerste nieuwsbericht dat ik noemde staat dat de voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker, een persoonlijke voorkeur heeft voor permanente zomertijd als we de zomertijd inderdaad gaan afschaffen. Zoals het eerste nieuwsbericht ook uitlegt gaat dat wel ver, omdat de tijd in de winter dan net zo sterk gaat afwijken van de stand van de zon als in de zomer. Met als consequentie dat het op 21 december, de kortste dag van het jaar, de zon pas opgaat om 9:48 uur. Dit vind ik zeer onwenselijk, het zal zeker niet bevorderlijk zijn voor ons bioritme. Effectief betekent het dat we in de winter nog dieper in de nacht moeten opstaan.

Permanente zomertijd
Stad Datum Zonlicht Noen Daglengte
Den Haag 21 jun 05:22–22:06 13:44 16:44
Den Haag 21 dec 09:48–17:32 13:40 07:43

De zomertijd afschaffen lijkt mij de meest logische keuze, een mooi compromis. En wat als we op een andere manier naar het probleem kijken, naar de werktijden in plaats van de tijdzone? We zouden na het afschaffen van de zomertijd iets eerder kunnen beginnen met de werkdag, bijvoorbeeld 8:00 uur i.p.v. 8:30 uur, om extra zonlicht in de avond te winnen.

Afschaffen zomertijd
Stad Datum Zonlicht Noen Daglengte
Den Haag 21 jun 04:22–21:06 12:44 16:44
Den Haag 21 dec 08:48–16:32 12:40 07:43

Als we helemaal correct willen zijn zouden we niet alleen de zomertijd moeten afschaffen maar ook WET moeten gebruiken. Dit gaat mij persoonlijk wat ver omdat we dan nog minder licht overhouden op de zomeravond. Omdat Nederland in de oostelijke helft van de WET-zone ligt, loopt de klok iets voor op de zon.

Afschaffen zomertijd en gebruik WET
Stad Datum Zonlicht Noen Daglengte
Den Haag 21 jun 03:22–20:06 11:44 16:44
Den Haag 21 dec 07:48–15:32 11:40 07:43

Ten slotte nog  het nieuws dat de Europese lidstaten een besluit over de zomertijd hebben uitgesteld omdat het een complexe zaak is. Nederland wil blijkbaar in ieder geval dezelfde tijdzone als Duitsland gebruiken. En dat de Europese Commissie wil voorkomen dat “in Europa een lappendeken van verschillende tijdzones ontstaat” omdat het “slecht zijn voor het bedrijfsleven”. Ik volg deze redenering niet omdat de Verenigde Staten, de grootste economie ter wereld, vier tijdzones gebruiken zonder duidelijk nadeel voor haar economie. Ik zie dus ook geen probleem als de EU de zomertijd afschaft en Nederland, België, Luxemburg, Frankrijk en Spanje bijvoorbeeld WET gaan gebruiken en de rest van de EU Midden-Europese Tijd en Oost-Europese Tijd.