politiek

Het Westen moet zich niet langer laten intimideren door Rusland

Op 22 april kondigde Rusland aan dat zij een groot deel van haar troepen aan de oostgrens van Oekraïne gaat terugtrekken. Eerder dit jaar had Rusland daar namelijk 100.000 troepen gestationeerd, blijkbaar met het doel om Oekraïne te intimideren. Aan de oostgrens van Oekraïne bevinden zich de zelfverklaarde Volksrepublieken Donetsk en Loehansk, welke een aantal jaren geleden in opstand zijn gekomen tegen Oekraïne. We weten dat Rusland deze rebellen militair steunde (hoewel Rusland dat blijft ontkennen) en er ijverig Russische paspoorten heeft uitgedeeld. Nu is het argument van Rusland dat zij haar staatsburgers wil beschermen in deze opstandige provincies van Oekraïne. Rusland dreigt Oekraïne met oorlog als Oekraïne deze regio’s weer onder haar controle zou willen brengen of als het Westen zich met de situatie gaat bemoeien.

Toen Rusland tijdens de Syrische Burgeroorlog haar bondgenoot Syrië militair te hulp schoot in 2015 was het anders. Het Westen klaagde dat Rusland een dictatoriaal regime te hulp schoot dat op grote schaal mensenrechten schond, maar erkende impliciet dat Rusland het recht had om een bondgenoot te helpen. Het Westen uitte geen dreigementen dat Russische hulp aan Syrië zou leiden tot militair conflict tussen het Westen en Rusland. En nu laat het Westen zich wel intimideren door Rusland als het haar bondgenoot Oekraïne te hulp wil schieten? En het komt niet met een reactie nu Rusland ook de Straat van Kertsj heeft afgesloten voor buitenlandse marineschepen, zodat de marine van Oekraïne de toegang wordt ontzegd naar haar eigen territoriale wateren in de Zee van Azov?

Het is het een of het ander voor Rusland. Als Rusland vond dat het Syrië kon helpen, zou het geen probleem moeten zijn als het Westen troepen zou sturen om samen met Oekraïne de opstand in de Volksrepublieken Donetsk en Loehansk neer te slaan. Sluit Rusland de Straat van Kertsj voor buitenlandse marineschepen? Dan kan NAVO-lid Turkije de Bosporus sluiten voor Russische marineschepen. Dat had het Westen al veel eerder kunnen doen, als onderdeel van meer serieuze sancties om Rusland te dwingen de bezetting van de Krim op te geven. Laat Duitsland dan ook gelijk ophouden met die Nord Stream 2 gasleiding bijvoorbeeld. Want we lijken te zijn vergeten dat Rusland simpelweg de Krim heeft veroverd op Oekraïne en dat er niet stevig genoeg gereageerd is met sancties door het Westen. De sancties die wel werden ingezet maakten geen indruk op Rusland.

Een invasie van Donetsk en Luhansk is nog te verantwoorden omdat Rusland blijft beweren dat zij niets met die opstanden te maken hadden, maar de Krim is bezet door Rusland zelf. Omdat militaire actie tegen de Krim tot een groot militair conflict met Rusland kan leiden lijkt het beter om daar de route van sancties kiezen. Zelfs als dat militaire conflict met Rusland er wel zou komen, dan zou Rusland het onderspit delven tegen de gecombineerde legers van de EU-lidstaten, als we Binkov’s Battlegrounds mogen geloven. En dan hebben we het nog niet over de Verenigde Staten die de EU te hulp zou schieten. Dan is het wel te hopen dat het een conventionele oorlog blijft zonder nucleaire wapens, maar onder de streep genomen is het Westen degene die Rusland zou moeten intimideren, niet andersom.

De mislukte verkenning en Rutte’s geheugen

Gisteren en vandaag heb ik met veel belangstelling de debatten gevolgd over de mislukte verkenning na de verkiezingen. Ik denk niet dat Mark Rutte loog toen hij beweerde dat hij niet over Omtzigt had gesproken tijdens de gesprekken met de verkenners. Immers, liegen is het ‘opzettelijk vertellen van onwaarheden’, volgens een woordenboek als Van Dale. Ik zie geen reden voor opzet hier. Als Rutte immers gelijk had verteld dat hij had gesuggereerd om Omtzigt een ministerpost aan te bieden, hadden maar weinig mensen daar aanstoot aan kunnen nemen.

Omtzigt heeft het Rutte vaak lastig gemaakt als kritisch Kamerlid, maar ik zie geen slechte bedoelingen van Rutte in het aanbod van een ministerspost. Misschien denken anderen aan het Engelse spreekwoord ‘keep your friends close, and your enemies closer’ in de zin dat Omtzigt geen criticus van het kabinet meer zou zijn als hij zich zou moeten toewijden aan zijn taken als minister. Maar dat overtuigt mij niet, omdat het Omtzigt immers vrij zou staan een aanbod voor een ministerspost te weigeren.

Sommige fractievoorzitters waren er toch van overtuigd dat Rutte loog. Ik vond het jammer dat zij zo overdreven op Rutte moesten inhakken. Het enige feit is dat Rutte onwaarheden heeft vertelt. Maar, zoals Klaver en daarna ook Kaag zeiden, de verdediging van Rutte dat hij het zich niet meer herinnerde past in een patroon. De verdediging is sleets geworden nadat deze veelvuldig in het verleden is ingezet, zoals bij de dividendbelasting, Hawija, de Teevendeal en Halbe Zijlstra.

Maar laten we ons nu beperken tot Rutte’s optreden in de verkenning. Mijn geheugen is ook niet perfect, ik vergeet ook dingen. Ik vind het dan ook niet vreemd dat Rutte zich niet alles meer herinnerd, zeker als je jaren lang, dag in dag uit, zoveel informatie krijgt als minister-president. Maar wat ik dan toch verbazend vind is dat Rutte zich de grenzen van zijn herinneringen niet leek te realiseren toen hij voor de camera’s zei dat hij niet over Omtzigt gesproken had. Als hij het niet zeker wist had hij ook gewoon kunnen zeggen dat hij daar nog over na moest denken.

Daarna had hij in theorie de notulen van zijn gesprek met de verkenners kunnen nakijken. Als secretaris van GroenLinks Zuid-Holland schreef ik ook altijd notulen van onze vergaderingen en zorgde ik er voor dat ik deze liefst de dag er na al opstuurde naar de aanwezigen. Op de een of andere manier heeft het echter een week geduurd (de rel begon op donderdag 25 maart toen Ollongren werd gefotografeerd met haar notities) voordat Rutte op donderdag 1 april de notulen van zijn gesprek kon inzien. Ik begrijp niet waarom dat zo lang moest duren.

Als ik in een hoge functie zo veel problemen met mijn geheugen had en daarom onwaarheden verkondigde, zou ik wellicht al zijn ontslagen. Enerzijds zou ik Rutte misschien het voordeel van de twijfel geven. Laat ze doorgaan met de verkenning en snel met een nieuw kabinet komen. Het gedoe met de mislukte verkenning leidt te veel af van de crisis die nu bestreden moet worden. Anderzijds was het ook goed voorstelbaar dat de voltallige oppositie een motie van wantrouwen steunde en de coalitie een motie van afkeuring. Alle andere partijen hebben hun boten verbrand op een manier dat ze verdere samenwerking met Rutte voor zichzelf onmogelijk of op zijn minst ongeloofwaardig hebben gemaakt. Misschien is het vertrouwen het snelst te herstellen als Rutte toch opstapt als partijleider. Tamara van Ark, de nummer twee op de VVD-kandidatenlijst, als minister-president van het nieuwe kabinet dan maar?

De uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen van 2021

De uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen van 2021 geeft mij gemengde gevoelens. Jammer dat de VVD weer de grootste is geworden. Het zal vast met de coronacrisis te maken hebben, waar dit kabinet ons ondanks alle kritiek toch redelijk goed doorheen loodst. Dit kabinet heeft meer dingen goed gedaan, zoals de versnelde stop met gaswinning in Groningen, het pensioenakkoord en het klimaatakkoord. Maar er is ook veel misgegaan, zoals het invoeren van 130 kilometer per uur als maximumsnelheid, de stikstofcrisis (wat ironisch genoeg weer leidde tot afschaffing van 130 kilometer per uur), de sleepwet, CETA, de afschaffing van het raadgevend referendum, de crisis op de huizenmarkt, het gebrek aan landelijke coördinatie bij ruimtelijke ordening, de (gelukkig mislukte) poging de dividendbelasting af te schaffen, het uitkleden van de rechtsbijstand, de flexibilisering van de arbeidsmarkt, de trage afhandeling van de aardbevingsschade in Groningen en de toeslagenaffaire.

Toch heb ik liever de VVD dan de alternatieven op radicaal rechts. Ik had gehoopt dat Thierry Baudet was veroordeeld tot een bestaan in de afvoergoot, maar de weerzin tegen de maatregelen om de coronacrisis tegen te gaan heeft hem blijkbaar toch weer winst opgeleverd. JA21 lijkt dan tenminste nog iets redelijker dan zijn Forum voor Democratie. De PVV is ook nog steeds groot met een verkiezingsprogramma dat discrimineert en haaks staat op onze Grondwet.

Het is jammer dat GroenLinks flink wat zetels heeft verloren, maar ik denk ook dat het een terechte afstraffing is voor de hubris van Klaver tijdens de vorige formatie. Hij liet de formatie knappen omdat hij (misschien met opzet) overvroeg op het gebied van asielbeleid. Volgens mij had GroenLinks toen al mee moeten doen in de coalitie, ze hadden water bij de wijn moeten doen op het asielbeleid en dan iets kunnen binnenhalen op bijvoorbeeld het gebied van klimaat. Volgens de openbaar gemaakte gespreksverslagen van de verkenners zou GroenLinks nu wel graag mee willen doen en meer bereid zijn tot compromissen. Beter stappen ze dan maar in een coalitie met VVD, CDA, D66 en PvdA, want als ze nu niet meedoen overweeg ik om op D66 te gaan stemmen.

D66 heeft immers flink gewonnen en hun programma toont veel overeenkomsten met dat van GroenLinks. Het is een verademing dat deze partij er niet voor terugdeinsde om een ouderwets lang verkiezingsprogramma te schrijven waarin details niet worden geschuwd. Er staan veel dingen in waar ik enthousiast van wordt: halvering van de veestapel, invoering vleestaks, verhoging van de vliegtaks, betere aansluiting op het Europese netwerk van hogesnelheidstreinen, invoeren kilometerheffing, invoeren gratis kinderopvang, afschaffen huidige toeslagenstelsel.

Tegelijkertijd vind ik het merkwaardig dat D66 in het regeerakkoord van 2017 afsprak dat het raadgevend referendum zou worden afgeschaft, terwijl ze in hun programma voorstander zijn van een bindend correctief referendum. Dat hebben ze misschien moeten inleveren bij de onderhandelingen met de andere partijen. Tegelijkertijd vraag ik mij af waarom ze akkoord zijn gegaan met afschaffing terwijl er nog steeds geen bindend correctief referendum is ingevoerd. Ook op de sleepwet hebben ze in het regeerakkoord van 2017 een concessie gedaan, hoewel ze er enige waarborgen tegen massasurveillance voor hebben teruggekregen. Ook heeft D66 voor CETA gestemd, al is dat blijkbaar wel met het voornemen om op termijn het Investment Court System in CETA te vervangen door een Multilateraal Investeringshof dat beter zou werken, volgens het programma.

Over Lelystad Airport wordt het volgende geschreven in het programma: ‘Lelystad Airport kan alleen open voor burgerluchtvaart als dit niet leidt tot groei van de uitstoot en milieuvervuiling van luchtvaart in Nederland. Ook stellen we als voorwaarden dat er geen ‘laagvliegroutes’ zijn, er geen stikstofprobleem ontstaat en Lelystad alleen mag functioneren als overloopluchthaven van Schiphol.’ Hoewel ik meer vertrouwen heb in het GroenLinks standpunt dat Lelystad Airport per definitie niet moet openen, is dat een compromis waar ik mee zou kunnen leven.

Ik denk dat ik bereid zou zijn om D66 deze keuzes uit het verleden te vergeven, als ze waakzaam blijven voor potentieel machtsmisbruik door de AIVD en MIVD, als ze inderdaad streven naar verbetering van CETA, het invoeren van het bindend correctief referendum en een gekozen burgemeester. We zullen zien.

Dan tenslotte die suggestie dat de linkse partijen zouden moeten fuseren. Als we dat betrekken op de PvdA, GroenLinks en de SP, zie ik dat de laatste uit de euro wil stappen terwijl de eerste tegen een vleestaks is en voor CETA stemde. Als de PvdA progressiever zou worden en de SP minder extreem zou ik een fusie wel zien zitten, maar zo werkt het waarschijnlijk niet. Die fusiepartij zou dermate een compromis tussen de drie worden dat de kiezers van de drie partijen daar zich te weinig in zouden herkennen.

Is Rutte verantwoordelijk voor de toeslagenaffaire?

Tijdens de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen in maart dit jaar kwam de toeslagenaffaire een paar keer aan bod. Onze minister-president Mark Rutte kreeg kritiek omdat dit onder zijn kabinet kon gebeuren. Hij trok zich die kritiek ook aan, nam eigenaarschap van het probleem en heeft excuses aangeboden aan de slachtoffers van de toeslagenaffaire. Ik vroeg mij af hoe terecht dit is en heb daarom het eindverslag van de parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag en de verslaggeving in de media er nog eens op nagetrokken.

Hoewel de boetedoening van Rutte op zich te prijzen is, geeft het denk ik een verkeerd beeld van de functie van de minister-president en in hoeverre hij de mogelijkheden had om er iets aan te doen. Als we kijken naar de beschrijving van de functie en bevoegdheden van de minister-president dan zien wij dat al snel dat de toeslagen niet in zijn portefeuille zaten. De kinderopvangtoeslag en de fraudebestrijding vallen onder de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Financiën. De toeslagenaffaire werd pas in 2019 in de ministerraad besproken, eerder was Rutte niet geïnformeerd.

We mogen niet verwachten dat de minister-president andere ministers of staatssecretarissen op de vingers gaat kijken. De minister-president is de ‘eerste onder zijn gelijken’ en de andere bewindslieden hebben een eigen verantwoordelijkheid voor hun ministerie. De indruk die ik heb is dat Rutte vanaf 2019 weinig meer kon doen dan het beperken van de schade, het leed was toen al geschied. Ook daarna was hij afhankelijk van de andere bewindslieden voor de oplossing. Het is daarom terecht dat twee staatssecretarissen van Financiën (verantwoordelijk voor de Belastingdienst), VVD’er Eric Wiebes en daarna D66’er Menno Snel, en PvdA’er Lodewijk Asscher als minister van SZW, zijn opgestapt. Zij hebben echt geblunderd in de toeslagenaffaire, Rutte niet.

Wat we Rutte wel kunnen verwijten, en waar de ondervragingscommissie en Pieter Omtzigt ook op wijzen, is de slechte informatievoorziening naar de Tweede Kamer. De Rutte-doctrine speelt daarin een belangrijke rol. Dit is Rutte’s opvatting dat interne stukken met persoonlijke opvattingen van ambtenaren, die ter voorbereiding van een besluit worden opgesteld, niet openbaar gemaakt moeten worden. Anders zouden deze ambtenaren niet meer vrij kunnen discussiëren volgens Rutte. Vier hoogleraren staatsrecht maakten al korte metten met deze interpretatie van Rutte.

Het is begrijpelijk dat Rutte als gezicht van het kabinet het boetekleed aantrok. Hij moet natuurlijk ook balanceren, omdat hij niet de indruk wil wekken dat hij de schuld afschuift op anderen. Toch had hij ook meer uit kunnen leggen dat rol van minister-president beperkingen heeft in verhouding tot de bewindslieden op de ministeries. Ik ga er dan ook van uit dat de aangifte tegen Rutte door gedupeerden van de toeslagenaffaire niet zal leiden tot vervolging.

De verdorvenheid van de Chinese Communistische Partij

De Chinese Communistische Partij heeft nooit een goede reputatie op het gebied van mensenrechten gehad. In het laatste decennium heeft het echter een nieuw en zeer laag dieptepunt bereikt. Gedurende deze jaren werd de ernst van de onderdrukking van het Oeigoerse volk in Xinjiang (de meest noordwestelijke regio van China) stap voor stap duidelijk. Wat ik mij het best herinner was de publicatie van gelekte documenten van de Chinese overheid door de New York Times in 2019. Deze documenten onthulden dat China een systematische campagne startte om de Oeigoeren collectief te straffen na een islamistische terroristische aanslag in Xinjiang in 2014. In 2019 had China al bijna een miljoen Oeigoeren opgesloten in gevangenissen, waar ze worden gehersenspoeld om de islam de rug toe te keren. De documenten maakten het duidelijk dat het staatshoofd van China, Xi Jinping, het bevel had gegeven voor de strafcampagne. Daarna kwam er gaandeweg meer verontrustend nieuws naar buiten. Zelfs kleine ‘overtredingen’ zoals het dragen van een hoofddoek of baard waren al genoeg reden om opgesloten te worden. Verder kwam ook aan het licht dat honderdduizenden Oeigoeren als dwangarbeiders worden ingezet op de katoenvelden, dat Oeigoerse vrouwen gedwongen worden gesteriliseerd en dat er systematische marteling en verkrachting plaatsvindt in de detentiekampen.

In antwoord op het nieuws over de vervolging van de Oeigoeren spraken de VS (zowel de Trump– als de Biden-regering) van genocide. Snel daarna volgde Canada als tweede land. Ons eigen Nederland werd het derde land. Net als in Canada was het echter het parlement dat de vervolging erkende als genocide, niet de regering. Ons kabinet houdt het bij ‘grootschalige mensenrechtenschendingen’ en wil niet spreken over genocide zolang de Verenigde Naties of het Internationaal Strafhof zich er nog niet over hebben uitgesproken. Met zo’n instelling gaat er dus niets gebeuren omdat China als lid van de VN Veiligheidsraad een veto kan uitspreken en het Internationaal Strafhof eerder al liet weten dat China niet te vervolgen is omdat het niet is aangesloten bij het hof. Volgens een analyse van NRC Handelsblad is de afweging is inderdaad lastig en de voorzichtigheid van het kabinet begrijpelijk. Het NRC verwijst echter ook naar een Britse juridische opinie die stelt dat er sterk bewijs is voor genocide.

Wij herinneren ons nog dat moslims wereldwijd woedend werden over relatief onschuldige zaken in het verleden. De publicatie van Mohammed cartoons in de Deense krant Jyllands-Posten in 2005 was genoeg voor massale protesten in de islamitische wereld en een boycot. De publicatie van de anti-islamitische film Innocence of Muslims werd breed veroordeeld in de islamitische wereld en leidde tot rellen. Een andere zaak is Asia Bibi, een christelijke vrouw uit Pakistan die werd beschuldigd van godslastering tegen de Islam en uiteindelijk werd vrijgesproken door het Hooggerechtshof van Pakistan in 2018. Wederom raakten hordes radicale moslims buiten zinnen, eisten zij haar dood en begonnen ze te rellen. Ik kan veel meer voorbeelden geven natuurlijk.

Wat mij misschien echter nog meer verbaasd dan de wreedheid waarmee de Oeigoeren worden onderdrukt is dat China er mee weg komt. Als het Westen moslims zou behandelen zoals China, zouden we de toorn van de islamitische wereld over ons heen krijgen. Terecht zou een regen van fatwa’s en terreuraanvallen op ons neerdalen. Met China als dader blijft de islamitische wereld echter stil. Iran, Saudi-Arabië en de VAE willen China niet trotseren en staan hun staatsmedia niet toe om er over te schrijven. De Pakistaanse staat en zelfs haar islamistische groepen blijven stil. Turkije overweegt nog steeds serieus om een uitleveringsverdrag met China te ratificeren.

Het blijkt dat er geen solidariteit is tussen moslimlanden. Ze staan er bij en kijken er naar terwijl ze verleid worden door China’s economische macht. Het is extreme ironie dat het Westen meer begaan is met de mensenrechten van de Oeigoeren dan de islamitische wereld. Laten we hopen dat de VS, Canada en Nederland bondgenoten verzamelen onder andere democratische landen, en uiteindelijk ook moslimlanden, om een front te vormen tegen China. Er zouden sancties moeten komen en we moeten werken aan het reduceren van onze afhankelijkheid van Chinese toeleveringsketens. We kunnen ook zelf iets doen door producten die zijn geproduceerd in China te vermijden. Dit is lastig, maar bijvoorbeeld Samsung produceert geen telefoons meer in China. Het vermijden van de Chinese auto’s die de laatste tijd vaker in Europa worden verkocht is daarentegen relatief eenvoudig.

De toekomst laat zich lastig voorspellen. Als er ooit een democratische wind gaat waaien in China, hoop ik dat de verantwoordelijken voor vervolging van de Oeigoeren niet kunnen ontsnappen aan vrouwe Justitia. Misschien zal haar weegschaal en zwaard dan onverwacht streng en scherp zijn voor Xi Jinping. Hij is een schoft die het verdient om berecht te worden door het Internationaal Strafhof hier in Den Haag, samen met zijn bende van ontaarde medeplichtigen in de Chinese Communistische Partij.

Apple’s irritante koppigheid inzake Lightning

Drie jaar geleden kocht ik een refurbished iPhone 6 voor € 168. Ik dacht dat het een goede koop was voor een telefoon die mij niet bespioneert, in tegenstelling tot Google Android telefoons. Echter, vanaf de beschikbaarheid van iOS versie 13 in 2019 werd de iPhone 6 niet meer ondersteund. Dit is jammer maar niet onredelijk aangezien deze telefoon in 2014 voor het eerst werd verkocht. Ik heb ook witte vlekken zien verschijnen op het scherm. Ik gebruik de telefoon nog dagelijks, maar gezien deze factoren en vooruitgang in meer recente telefoons overweeg ik een nieuwe telefoon te kopen.

De iPhone 6 gebruikte nog steeds een LCD-scherm in plaats van een OLED-scherm, hoewel OLED-schermen al jaren gebruikt werden in telefoons van andere fabrikanten zoals Samsung. Omdat Apple zo laat was met het invoeren van OLED-schermen werd ik niet verleid tot het kopen van een nieuwe iPhone. Apple besloot eindelijk OLED te gebruiken voor de iPhone X, die op de markt werd gebracht in 2017. Een refurbished iPhone X is nu te koop voor € 300 tot € 400, of voor de helft van die prijs als je naar aangeboden tweedehands exemplaren kijkt. Veel duurder dan mijn iPhone 6, maar nog steeds acceptabel.

Wat voor mij niet acceptabel is, is dat Apple nog steeds haar eigen Lightning poort gebruikt en niet is overgestapt naar de open USB-C standaard die door zo goed als alle Android telefoons wordt gebruikt. Ik ben het zat om constant aparte kabels te gebruiken voor USB-C en Lightning. Het slaat nergens op omdat Apple wel naar USB-C overstapte voor de Macs, MacBooks en iPads. Het lijkt er op dat ze de verkoop van accessoires voor de Lightning poort willen uitmelken.

De laatste geruchten over de iPhone 13 suggereren dat de Lightning poort volledig gaat verdwijnen ten gunste van een poortloze telefoon met draadloos opladen. Apple zou daar de MagSafe standaard voor willen gebruiken, welke al is geïmplementeerd in de iPhone 12. MagSafe is zowel een verschrikkelijke naam als een verschrikkelijk idee.

Het is een verschrikkelijke naam omdat het verwarrend is. Immers, MagSafe was ook de naam voor de magnetisch aangesloten stroomkabel voor MacBook laptops. Deze werd tussen 2016 en 2019 uitgefaseerd ten gunste van de USB-C poort. Omdat dit nog steeds vrij recent is zullen veel mensen zich afvragen over welke van de twee producten het gaat. Ford heeft hetzelfde gedaan met hun Mustang Mach-E. Toen ik daar voor het eerst over hoorde dacht dat het over een nieuwe generatie van hun bekende sportwagen ging, maar het bleek een elektrische cross-over SUV te zijn. De marketeers bij Apple en Ford die dit verzonnen hebben zouden ontslagen moeten worden voor hun idiotie.

Het is een verschrikkelijk idee omdat draadloos opladen zowel duurder, trager en inefficiënter is dan bedraad opladen. Tests hebben uitgewezen dat draadloos opladen gemiddeld 47% meer energie kost dan een kabel. Als iedereen draadloos zou opladen zou dat significant meer elektriciteitsproductie vragen. Toen Apple besloot om de iPhone 12 zonder oplader te verkopen had het de mond vol met geblaat over hoe milieuvriendelijk ze waren omdat het elektronisch afval beperkte en er meer iPhones in een container pasten. Echter, als ze besluiten om draadloos opladen aan ons op te dringen is het een grote middelvinger naar duurzaamheid. En voor welk doel? Een MagSafe oplader, welke nog steeds met een kabel moet worden aangesloten in het stopcontact.

Gelukkig is de Europese Commissie (EC) het met mij eens. Volgens een nieuwsbericht lijkt het er op dat er later dit jaar een concept wet wordt gepubliceerd om telefoonproducenten te dwingen één oplaadstandaard te gebruiken. Hopelijk zou dat effectief betekenen dat Apple wordt gedwongen om USB-C toe te passen. Hetzelfde bericht stelt ook dat de EC kritisch is over de lage efficiëntie van draadloos opladen. Ik waardeer het activisme van de EC op dit front. Aangezien ze een paar jaar terug al inefficiënte stofzuigers hebben verboden, hoop ik ook dat ze het stupide draadloze opladen in telefoons verbieden.

Voor wat betreft mijn telefoon, ik overweeg serieus om een Samsung Galaxy A51 te kopen. Voor een nieuwprijs van € 240 biedt deze OLED en USB-C. Ik zal dan maar mijn toevlucht moeten zoeken in de maatregelen die op het Internet te vinden zijn om de verplichte bloatware er af te gooien en de spionage tot een minimum te beperken.

Wat te doen met controversiële standbeelden?

In de afgelopen jaren heeft controverse over foute historische personen waar straten naar zijn vernoemd of standbeelden voor zijn opgericht sporadisch de media gehaald. Na de dood van George Floyd op 25 mei hebben antiracismeprotesten kritieke massa gekregen en is de strijd tegen foute standbeelden en straatnamen verhevigd. Zo is in Bristol een standbeeld van slavenhandelaar Edward Colston in de haven gegooid door demonstranten. In België zijn meerdere standbeelden beklad van koning Leopold II, die verantwoordelijk was voor een koloniaal terreurbewind in Congo-Vrijstaat (nu de Democratische Republiek Congo). Een standbeeld van Leopold II in Ekeren dat werd beschadigd is inmiddels verwijderd en keert waarschijnlijk niet meer terug. Het is wat mij betreft terecht dat mensen met een migratieachtergrond en anderen het zat zijn en nu in actie komen.

In de twee nieuwsberichten over de standbeelden van Leopold II komen ook twee tegenstanders van verwijdering van de standbeelden aan het woord. Zo stelt burgemeester Tommelein van Oostende dat racisme niet verdwijnt door het weghalen van standbeelden. Dit argument is een stroman omdat niemand zo naïef is om te denken dat racisme dan zou stoppen. Een ander argument dat hij geeft is dat Leopold II een belangrijke rol speelde voor Oostende (de koning had een villa in deze stad). Ook zou het informatiebord bij het standbeeld waarin de rol van de koning in Congo-Vrijstaat wordt toegelicht volgens hem voldoende zijn. Een andere tegenstander vindt dat iedereen fouten maakt, niet alleen Leopold II. Noah, een voorstander van verwijdering met een Congolese achtergrond, stelt dat onvoorstelbaar zou zijn dat er in Berlijn een standbeeld van Hitler zou staan.

In Nederland werd het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen in Hoorn al vaker beklad. Coen was verantwoordelijk voor de dood van duizenden inwoners van de Banda-eilanden (in het hedendaagse Indonesië) omdat zij zich niet hielden aan het monopolie dat de VOC had afgedwongen op de nootmuskaat die daar verbouwd werd. Hij heeft de veelzeggende bijnaam “de slachter van Banda”. Toch staat zijn standbeeld er nog steeds, weliswaar met een tekst op het sokkel dat de massamoord op de Banda-eilanden benoemt. Al in 2012 organiseerde het Westfries Museum in Hoorn een tentoonstelling over Coen, waarin de voor- en tegenstanders over het standbeeld aan het woord kwamen. Bij de tentoonstelling stemde uiteindelijk 63 procent van de 2.466 bezoekers voor het laten staan van het standbeeld, met de toevoeging van een kritische tekst over Coen. Museumdirecteur Ad Geerdink vertelde dat de voorstanders in de tentoonstelling aanvoerden dat het standbeeld juist herinnert aan de schaduwzijde van de Gouden Eeuw.

In een ander nieuwsbericht uit 2018 komen wetenschappers aan het woord naar aanleiding van debat over het Nederlandse slavernijverleden. Een aantal van hen wil de zwarte pagina’s niet uitwissen omdat standbeelden en straatnamen mogelijkheden bieden om het verleden zichtbaar te maken. Een andere wetenschapper wijst er echter op dat de meeste ‘koloniale helden’ pas honderden jaren na hun dood een standbeeld of straatnaam kregen. Coen bijvoorbeeld overleed in 1629 en kreeg zijn standbeeld pas in 1893. Vooral in de negentiende eeuw zal blind nationalisme en de zoektocht naar vaderlandse helden een motivatie zijn geweest om iemand als Coen tot prominent onderdeel van onze geschiedenis te kiezen. Nu wij in onze tijd bevrijd zijn van onze nationalistische tunnelvisie kunnen wij er nu toch voor kiezen om tot een ander inzicht te komen?

Waar het uiteindelijk om draait is welk doel wij beogen met standbeelden en straatnamen van historische personen. Volgens mij draait het om het tonen van respect voor deze personen en om door hen geïnspireerd te worden. Ze worden geacht een goed voorbeeld te zijn. In mijn wijk zijn straten vernoemd naar verzetsstrijders uit de Tweede Wereldoorlog. Elders zijn straten vernoemd naar Willem van Oranje en Nelson Mandela. Coen kreeg een standbeeld omdat hij als een held werd gezien die ons rijk heeft gemaakt, maar met zijn moordpartijen past hij totaal niet bij de bovengenoemde respectabele personen. Dan kan je nog wel toelichtingen plaatsen bij controversiële standbeelden, maar dat doet niets af aan het feit dat een standbeeld respect uitstraalt voor de afgebeelde persoon. En wie wil er nu aan het plein de Roode Steen in Hoorn zitten met goed uitzicht op dat standbeeld van Coen, in de wetenschap dat je naar een massamoordenaar kijkt? Ik zou mij daar niet comfortabel bij voelen! Massamoordenaars horen maar op één plek: de cel. Daarom verdienen zowel Coen als Leopold II geen standbeeld, wat mij betreft worden ze zo snel mogelijk verwijderd.

Voor wat betreft het kamp dat de geschiedenis liever niet uitgewist ziet worden, je kunt het standbeeld van Coen prima in het Westfries Museum van Hoorn plaatsen en vertellen over Coen in de geschiedenisles. Zo wordt er niets uitgewist. Wat straatnamen betreft denk ik wat pragmatischer. Het geeft de bewoners van een straat en andere partijen veel administratieve problemen als zij overal hun adresgegevens moeten wijzigen. Ik zou het daarom laten bij een toelichting bij straatnamen en deze alleen wijzigen als de meerderheid van de bewoners van de straat instemt.

Maar dan nu de moeilijkste vraag: hoe ver gaan we hier mee? Ja, iedere persoon heeft fouten gemaakt. Om de retorische vraag van Noah te beantwoorden, we zijn het er allemaal over eens dat Hitler nooit een standbeeld zou moeten krijgen. Hij was immers schuldig aan de grootste zonde: genocide. Leopold II en Coen worden daar ook van beschuldigd, maar hun misdaden voldoen niet aan de strikte definitie van genocide. Over beide personen zijn de meningen verdeeld, maar wellicht worden hun standbeelden in de komende jaren daadwerkelijk verwijderd als de controverse te groot wordt. Hoe gaan wij daarna verder? Laten wij daarom twee standbeelden evalueren die nu nog niet controversiëel zijn, maar daar wel het potentiëel voor hebben. Bijvoorbeeld het standbeeld van Karel de Grote in Luik en het standbeeld van Alexander de Grote in Thessaloniki.

Karel de Grote liet 4.500 Saksen die zich hadden overgegeven in Verden executeren. Alexander de Grote was verantwoordelijk voor de vernietiging van Thebe (een deel van de inwoners, inclusief vrouwen en kinderen, werden gedood, een ander deel als slaaf verkocht); het doden van Griekse huurlingen die zich wilden overgegeven aan het einde van de slag van de Granicus (alleen volgens Plutarchus); een bloedbad (en volgens alleen Quintus Curtius Rufus ook massale kruisiging) na het beleg van Tyrus; het uitmoorden van de Griekse Branchidae in Centraal-Azië die hem vriendelijk hadden ontvangen.

Alexander de Grote was niet veel gruwelijker dan zijn tijdgenoten. Het was geaccepteerd in die tijd dat een stad die zich had verzet tegen een beleg en werd verovererd was overgeleverd aan de grillen van de winnaar. Het doden van mensen die zich hadden overgegeven ging verder, maar is vaker gedaan in de geschiedenis. Desalniettemin, als wij het er over eens zijn dat zulke daden ook toen afschuwelijk waren, is de conclusie die daar op volgt voor mij onvermijdelijk. Als wij vinden dat Coen en Leopold II geen standbeeld verdienen vanwege massamoord, verdienen Karel de Grote en Alexander de Grote het ook niet. Ja, dit heeft misschien als gevolg dat er veel meer standbeelden geruimd zouden moeten worden. Maar er zijn voldoende andere historische personen die geen moord of executie op hun geweten hebben en wel een moreel voorbeeld zijn.


Drie IT-werkplekken voor de Rijksoverheid

Recent ben ik er achter gekomen dat de Rijksoverheid maar liefst drie verschillende IT-werkplekken gebruikt. Ik heb het dan over de werkomgeving (besturingssysteem en applicaties) waar Rijksambtenaren op kunnen inloggen via hun computers om hun werk te doen. Het blijkt dat de meeste ministeries, namelijk BZK, BZ, FIN, IenW, SZW, JenV en VWS de werkomgeving gebruiken die door SSC-ICT wordt aangeboden. SSC-ICT (Shared Service Centrum ICT) is de grootste IT-dienstverlener van het Rijk. Twee andere ministeries, EZK en LNV, gebruiken een andere IT-werkplek die door DICTU (Dienst ICT Uitvoering) wordt verzorgd. Ten slotte gebruikt OCW nog een eigen werkomgeving.

De situatie van OCW zal niet lang voortduren omdat OCW nu bezig om tijdelijk te migreren naar de werkplek van een van haar uitvoeringsorganisaties, DUO, om vervolgens over te stappen naar de werkplek van SSC-ICT. Blijkbaar is OCW erg traag geweest met de migratie van hun werkplek naar SSC-ICT, omdat de andere ministeries al sinds 2009 gebruik maken van de SSC-ICT werkplek, waarom wordt mij niet duidelijk. Dat is echter niet het geval voor DICTU. Oorspronkelijk was het voornemen van EZK om wel aan te sluiten bij de SSC-ICT werkplek. Omdat in 2014 bleek dat SSC-ICT onvoldoende capaciteit had om deze aan EZK aan te bieden besloot het ministerie om dan maar zelf een IT-werkplek te ontwikkelen.

Wat we hier zien deed mij denken aan de ideeën van de econoom William A. Niskanen, waar ik tijdens mijn studie bestuurskunde bekend mee raakte. Niskanen dacht dat bureaucratiën efficiënter zouden functioneren als ze met elkaar zouden concurreren. Ik heb nooit veel vertrouwen in dat idee gehad. Misschien dat het voor sommige diensten werkt, zoals bijvoorbeeld het Korps Commandotroepen en het Korps Mariniers, maar ik kan mij moeilijk voorstellen dat dit nut heeft voor IT-werkplekken. Een IT-werkplek vergt immers hoge initiële kosten voor softwareontwikkeling, infrastructuur en gebruikersondersteuning. Het wordt pas een efficiënt product als het een grote schaal bereikt.

Wat hier het geval lijkt te zijn is dat er geen visie en regie van bovenaf was om de ministeries te dwingen om direct samen te werken aan één IT-werkplek. De vrijblijvendheid en het eigengereide handelen van een aantal ministeries heeft geleid tot deze inefficiënte situatie. Het is mij onduidelijk wat het bestaansrecht is van de IT-werkplek van DICTU en waarom EZK en LNV niet de IT-werkplek van SSC-ICT kunnen afnemen.

De interessante vraag is hoe het zover heeft kunnen komen. Toen ik een manager van DICTU die al langer daar werkte vroeg waarom de capaciteit van SSC-ICT niet werd uitgebreid om EZK en LNV te bedienen, kon hij deze niet beantwoorden. Wie weet kan een journalist of onderzoekscommissie zich hier eens in verdiepen.

Het vertrek van Krikke en de rol van de vertrouwenscommissie

“Hoera!” was mijn reactie toen ik een week geleden hoorde dat Pauline Krikke opstapte als burgemeester van Den Haag. In mijn eerdere post over de gekozen burgemeester had ik al mijn onvrede geuit over Krikke, met name vanwege haar falen om de uit de hand gelopen vreugdevuren van 1 januari 2019 te voorkomen.

Nu heeft de Onderzoeksraad voor de Veiligheid met een rapport uitgebracht waarin nog eens duidelijk is gemaakt dat de Krikke de mogelijkheden had de grote schade te voorkomen, maar dat niet deed. Toen duidelijk werd dat de gemeenteraad haar niet meer zou steunen, nam Krikke de vlucht naar voren door zelf op te stappen. Het is jammer dat we meer dan een half jaar op dit rapport hebben moeten wachten voordat we tot deze conclusie kwamen, want het was in de eerste weken van januari al duidelijk geworden dat Krikke degene was die had geblunderd. Anderen die met de vinger wijzen naar het roekeloze gedrag van de organisatoren van de vreugdevuren mogen dan gelijk hebben, maar dat feit is niet relevant. Krikke werd betaald om die mensen in toom te houden.

Het nemen van de vlucht naar voren in plaats van het afwachten van je ontslag heeft als voordeel dat je jouw gezichtsverlies kunt beperken en dat je verantwoordelijkheidsgevoel kunt laten zien. Toch gaat die vlieger hier niet op voor dat laatste; als Krikke écht rekenschap had willen geven was ze in januari al opgestapt. De videoboodschap waarmee ze haar vertrek aankondigt straalt ook geen verantwoording uit, ze vertrekt omdat ze “onder vuur” ligt en “ het debat over haar toekomst het debat over de toekomst van Den Haag in de weg staat”. Dus niet omdat ze erkent dat ze nalatig is geweest inzake de vreugdevuren; het woord “sorry” kan er niet af. Als ze het dan ook nog eens over de “verlammende impact op constructief met elkaar meedenken” heeft in plaats van de “verlammende uitwerking”, kan ik de boodschap natuurlijk helemaal niet meer serieus nemen.

Maar wat mij eigenlijk het meest verbaasd is hoe Krikke ooit benoemd kon worden tot burgemeester van Den Haag. Wie zich verdiept in de loopbaan van Krikke, komt er namelijk achter dat zij slecht had gepresteerd als burgemeester van Arnhem en als directeur van het Scheepvaartmuseum. Volgens Trouw werd in Arnhem in een uitgelekt rapport geschreven dat zij “personeel koeieneert en onheus bejegent”. Haar manier van leidinggeven werd als “solistisch, intimiderend en schofferend” ervaren door de medewerkers van het Scheepvaartmuseum, waar zij met ruzie vertrok. Ze diende maar iets meer dan een jaar als directeur.

Dit is natuurlijk geen nieuwe informatie. Een artikel in het NRC uit 2017, vlak na Krikke’s aanstelling als burgemeester, benadrukt hoe verbaasd de medewerkers van het Scheepvaartmuseum waren dat Krikke de burgemeesterspost kreeg. De aanstelling van Krikke werd door iedere partij in de gemeenteraad met instemming ontvangen. Toen het NRC dan toch D66-fractievoorzitter Robert van Asten expliciet vroeg naar de kritiek die Krikke kreeg van de gemeente Arnhem en het Scheepvaartmuseum, was zijn antwoord dat hij zich daar niet in verdiept had en dat hij aannam dat de vertrouwenscommissie haar cv goed had bekeken. Voor mij is het extra gênant dat de Volkskrant optekent dat ook Arjen Kapteijns, GroenLinks-raadslid, destijds de ervaring van Krikke prees.

De voltallige gemeenteraad heeft liggen slapen, de vertrouwenscommissie in het bijzonder. Op basis van anonieme bronnen beweert Omroep West dat de vertrouwenscommissie haar vooral zou hebben gekozen omdat ze vrouw was en geen PvdA-lid, waar de Groep De Mos en de PVV een afkeer van hadden. Als het gaat om iets belangrijks als een burgemeestersbenoeming vind ik het een slap excuus als raadsleden zeggen dat ze de vertrouwenscommissie maar volgen. Ik verwacht beter van jullie! Voor veel minder belangrijke functies worden referenties immers wel serieus onderzocht.

Voor mij illustreert dit weer hoe belangrijk het is dat wij een gekozen burgemeester invoeren. Als Krikke campagne had moeten voeren om burgemeester van Den Haag te worden had zij constant vragen moeten beantwoorden over haar staat van dienst bij de gemeente Arnhem en het Scheepvaartmuseum. Dat was een kansloze campagne geweest. De wegen van de schimmige procedures voor benoemingen van ongekozen bestuurders zijn ondoorgrondelijk, maar laten we hopen dat Krikke niet meer elders in het openbaar bestuur een nieuwe baan krijgt.

Schaf de snorfiets af

De Amsterdamse wethouder Sharon Dijksma (PvdA) is een van mijn nieuwe favoriete politici. Zij heeft er namelijk voor gezorgd dat snorfietsen sinds 8 april dit jaar niet meer zijn toegestaan op de meeste fietspaden in Amsterdam.

Dit werd mogelijk gemaakt door een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) die op 21 juni 2018 door de regering werd uitgevaardigd. Een AMvB is gedelegeerde wetgeving. De Wegenverkeerswet 1994 bevat immers de regels op hoofdlijnen en laat de precieze uitwerking van de details over aan AMvB’s, welke gewijzigd kunnen worden zonder goedkeuring van de Staten Generaal. De AMvB in deze kwestie past een aantal artikelen in het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 aan. Dit geeft de gemeente als wegbeheerder de mogelijkheid om in het verkeersbesluit te bepalen waar snorfietsers mogen rijden.

Uit de toelichting op de AMvB wordt duidelijk dat deze vooral op verzoek van de gemeente Amsterdam is geschreven. Amsterdam had een probleem met de bereikbaarheid van haar binnenstad vanwege de groeiende aantallen fietsers en snorfietsers. Omdat snorfietsen met hun brede formaat en het snelheidsverschil met fietsen vaak voor gevaarlijke situaties zorgden op de fietspaden heeft de gemeente gevraagd om aanpassing van de wet. De Tweede Kamer heeft die wens gesteund en de regering verzocht de regels aan te passen.

Om dit beleid te begrijpen eerst een toelichting op de wetgeving omtrent snorfietsen. We hebben in Nederland drie wettelijke categorieën voor gemotoriseerde voertuigen op twee wielen (gewone elektrische fietsen uitgezonderd):

  1. De snorfiets met een maximumsnelheid van 25 km/u. Vereist rijbewijs AM en heeft een blauw nummerbord. Moet op het fietspad rijden en heeft geen helmplicht.
  2. De bromfiets met een maximumsnelheid van 45 km/u. Vereist rijbewijs AM en heeft een geel nummerbord. Moet in het algemeen in de bebouwde kom op de rijbaan rijden, buiten de bebouwde kom op het fietspad. De bromfiets mag namelijk niet op autowegen en autosnelwegen rijden. Heeft een helmplicht.
  3. De motorfiets met dezelfde maximumsnelheid als de auto. Vereist rijbewijs A en heeft een geel nummerbord. Rijdt net als de auto nooit op het fietspad. Heeft een helmplicht.

In het nieuwe verkeersbesluit van de gemeente Amsterdam waarin de snorfiets van het fietspad wordt geweerd valt op dat er veel moeite wordt gedaan om de maatregel te rechtvaardigen. Volgens het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer mogen de bijzondere redenen voor het weren van snorfietsen namelijk alleen betrekking hebben op ‘grote drukte’. Wat dat is wordt niet gedefinieerd en mag de gemeente dus zelf interpreteren, maar de gemeente heeft er duidelijk veel onderzoek en rekenmethoden op losgelaten om de ‘grote drukte’ te definiëren.

Wat mij betreft is dit tijdverspilling omdat snorfietsers per definitie een onnodig gevaar vormen voor fietsers op het fietspad, ook als het minder druk is. Het snelheidsverschil, formaat en gewicht van een snorfiets maakt dat een fietser altijd aan het kortste einde trekt bij een botsing. Een ander punt waar deze wetgeving geen rekening mee houdt is de stank en luchtvervuiling die snorfietsen met benzinemotoren op het fietspad veroorzaken. Een onderzoek van de GGD Gelderland Midden uit 2017 laat zien dat snorfietsen een forse bijdrage leveren aan de emissies van ultrafijnstof op fietspaden. Dit vormt een gezondheidsrisico voor fietsers. De GGD Gelderland Midden adviseert dan ook om op de lange termijn niet-elektrische snorfietsen uit te faseren en op de korte termijn van het fietspad te weren.

Sinds ik in Den Haag in een half uur naar mijn werk fiets in het centrum word ik dagelijks geconfronteerd met hard rijdende snorfietsen (sommige zijn natuurlijk opgevoerd en rijden sneller dan 25 km/u) en hun smerige uitlaatgassen. Maar waar ik mij echt zorgen om maak is dat mijn dochter Rosalinde over een paar jaar op haar eerste fiets het fietspad zou moeten delen met deze gevaartes die haar makkelijk morsdood kunnen rijden. Gelukkig lijkt de redding nabij en hoeft Rosalinde dit niet meer mee te maken, als het aan onze wethouder Robert van Asten (D66) ligt. Hij verwacht in 2020 Amsterdam te volgen in het verplaatsen van de snorfiets naar de rijbaan. Bij deze moedig ik hem aan de ‘grote drukte’ vooral heel ruim te interpreteren.

Het einddoel moet echter de complete uitfasering van de snorfiets als categorie zijn. De facto gaat dat misschien al gebeuren door de aankomende algemene helmplicht voor snorfietsers. Naar verwachting wordt daar eind dit jaar of volgend jaar een wetswijziging voor geïntroduceerd. Als een van de voordelen van de snorfiets wordt weggenomen door de helmplicht helpt dat hopelijk om snorfietsgebruikers te overtuigen om naar een elektrische fiets, bromfiets of motorfiets over te stappen. Daarnaast wordt in het Klimaatakkoord voorgesteld om de verkoop van snorfietsen en bromfietsen op benzine te verbieden vanaf respectievelijk 2025 en 2030. Mits aangenomen zal dat het probleem van de luchtvervuiling op het fietspad oplossen. Dan blijft echter het probleem dat de officiële maximumsnelheid van de snorfiets, 25 km/u, niet wenselijk is op de weg. Het zal immers het autoverkeer dat maximaal 50 km/u mag rijden vertragen. De beste oplossing is daarom het afschaffen van de hele categorie. Het is alleen maar omslachtig, complex en inconsistent als iedere gemeente daar zelf een keuze in moet maken in haar verkeersbesluit.

Dan is er natuurlijk ook de kwestie van draagvlak onder snorfietsrijders. Zij kunnen hun snorfiets laten ombouwen naar een bromfiets, maar moeten dan de registratie bij de RDW wijzigen. Dat vereist een keuring bij de RDW die een paar honderd euro kost en alleen in Lelystad (!) uitgevoerd kan worden. Als we die keuring makkelijk en goedkoop maken denk ik dat het afschaffen van de snorfiets als categorie minder weerstand zou opleveren. Geef alle scooterzaken met een APK-licentie ook de bevoegdheid om die keuring te doen en zorg voor dat verkoopverbod op snorfietsen en bromfietsen op benzine, dan hebben we een mooi compromis.