werk

Als werkzoekende ben ik de Rijksoverheid zat

Na mijn ontslag bij Neomax vorig jaar april raakte ik een aantal maanden werkloos. Uiteindelijk werd ik door IT-detacheerder Tergos gevonden op LinkedIn en kreeg ik zo een nieuwe baan. Via hen kon in juli aan de slag bij Viterra als applicatiebeheerder. Ik heb veel waardering voor de aanpak van Tergos omdat ze het salaris wat ik verdiende bij ID Ware International evenaarden en een opleidingsbudget van € 1.500 per jaar bieden. Het enige waar ik minder over te spreken ben is het uitzendbeding in het contract. Dat houdt in dat als hun klant besluit de opdracht in te trekken, mijn contract met Tergos ook ontbonden wordt. Dit uitzendbeding zou echter verdwijnen uit mijn contract als mijn contract in juli wordt verlengd.

Ergens is het wel frustrerend, dat ik mij in die drie maanden suf heb gesolliciteerd zonder succes en vervolgens wordt gevonden door rekruteerders die mij wel eenvoudig aan een baan helpen. Bij mijn vorige drie functies was het niet anders.

Ik dacht tijdens die drie maanden werkloosheid nog steeds dat ik het liefst een functie als beleidsmedewerker bij een Rijksoverheidsorganisatie wilde. Het was de droombaan die ik al wilde hebben sinds ik mijn master Public Administration haalde in 2012. Ik zocht ook naar een functie als IT Service Manager, welke op mijn tweede plaats stond.

Sinds 2012 heb zeer vaak gesolliciteerd naar functies als beleidsmedewerker. Sinds dat jaar heb ik in een spreadsheet bijgehouden welke sollicitaties ik heb ingediend. Dit was cruciaal om overzicht te houden op de voortgang en respons op sollicitaties. Daar staan nu 192 sollicitaties in, waarvan waarschijnlijk 70 tot 90 naar functies als beleidsmedewerker.

Een deel leidde tot sollicitatiegesprekken. Soms had ik het idee dat het goed ging, maar toch ben ik nooit verder gekomen dan de eerste ronde van gesprekken. Het feit dat ik een excellente masterscriptie met wetenschappelijke publicatie op mijn CV had staan leek niet veel uit te maken. Ik vind mijzelf ook niet bovengemiddeld bedreven in het voeren van sollicitatiegesprekken, waarschijnlijk zou ik zelfs iets onder het gemiddelde scoren. Bij navraag bij de P&O-afdelingen van de Rijksoverheid leek een van de belangrijkste factoren te zijn dat er zo belachelijk veel concurrentie op die vacatures voor beleidsmedewerkers is. Vaak wel tientallen reacties op één vacature.

Ik dacht lange tijd dat ik gewoon door ging met solliciteren, de aanhouder wint toch? Inmiddels ben ik het helemaal zat en denk ik dat ik mijn studie bestuurskunde de verkeerde keuze was. Omdat ik zo lang de deur naar de functie van beleidsmedewerker heb opengehouden heb ik een achterstand opgelopen in mijn loopbaan in de IT, op het vlak van certificeringen en carrière. Hoewel ik nu zonder technische certificeringen in de IT (alleen ITIL Practitioner, PRINCE2 Foundation en Professional Scrum Master I) een goed salaris heb dat vergelijkbaar is met dat van ervaren beleidsmedewerkers op WO-niveau acht ik deze achterstand toch schadelijk.

Een applicatiebeheerder heeft immers vooral applicatiespecifieke kennis die niet goed herbruikbaar is in andere functies en weinig toevoegt op een CV. Daarom vind ik het zo belangrijk om breed inzetbare kennis op te doen door middel van de bekende technische certificeringen, bijvoorbeeld die van Microsoft. Als ik serieus werk maak van certificeringen halen kan ik in aanmerking komen voor functies die inhoudelijk interessanter zijn en een salaris bieden dat nog hoger ligt. Ik heb daarom besloten om mij te richten op een functie als Cloud Engineer met specialisatie in Microsoft Azure, waar nu een tekort aan is op de arbeidsmarkt. Ik heb nu dermate veel ervaring in de IT op mijn CV staan dat het zonde zou zijn om deze niet verder uit te diepen.

Ik zal dan misschien nooit bij de 9% van de Nederlandse werknemers gaan horen die zich echt betrokken voelen bij hun baan. Het is lange tijd mijn droom geweest om te mogen bijdragen aan het algemeen belang, of het nu ging om beleid voor het tegengaan van klimaatverandering, het bevorderen van het gebruik van open standaarden of begrotingen opstellen. Helaas is mij dat niet gegund met een functie in de IT. Ik zal bij de grootste groep van 80% van de werknemers blijven horen, die doet wat van hen gevraagd wordt, maar geen stap extra zet. Dat is niet slecht, ik zou nog steeds een capabele Cloud Engineer zijn, ook zonder intrinsieke motivatie.

Ongeveer twintig jaar geleden zei mijn vader dat wie geen geluk heeft in het spel, wel geluk heeft in de liefde. Hij zei dit terwijl hij een bordspel dat hij met ons speelde aan het verliezen was. Hoewel hij het toen meer bedoelde als grap dan dat hij serieus was, is het wel waar in mijn geval. Ik heb Stephanie als mijn lieve vrouw en twee dochters. We zijn allemaal gezond, hebben voldoende financiële middelen, leven in een mooi huis, in een goede wijk, met een leuke volkstuin vlakbij een mooi strand.

Ik kan dan misschien niet de voldoening halen uit mijn werk die ik had gehoopt, maar dat heeft mij niet tegengehouden om andere levensdoelen te vinden. Zoals het uitvoeren van een ‘tube ride’ op mijn surfplank. Leren kiteboarden. Een ‘featured article’ schrijven voor de Engelse Wikipedia. Een YouTube kanaal beginnen met kookvideo’s over de Nederlandse en de Indo keuken. Ik heb geaccepteerd dat ik die droombaan waarschijnlijk nooit zal krijgen en ga verder.

Waarom is het UWV zo incapabel?

In mijn vorige bericht schreef ik hoe mijn contract met Neomax nog voor de proeftijd in ging werd ontbonden en ik werkloos werd. Ik noemde ook de weigering van mijn aanvraag voor een WW-uitkering door het UWV en hoe deze na bezwaar indienen alsnog werd toegekend. Omdat ik zeer ontevreden ben over de manier waarop het UWV mijn aanvraag heeft behandeld wil ik daar graag uitgebreider op ingaan.

Toen Neomax met het slechte nieuws kwam vroegen zij mij om akkoord te gaan met het verplaatsen van de ingangsdatum naar 1 mei, een maand later. Anders zouden zij mijn contract ontbinden door van de proeftijd gebruik te maken. Ik twijfelde of dit een goed idee was. Omdat Neomax na 17:00 uur op de laatste werkdag voor de ingangsdatum van 1 april belde had ik ook weinig tijd om het uit te zoeken. Ik las snel de website van het UWV en las iets over verwijtbare werkloosheid. Ik vermoedde dat het UWV mijn akkoord met het verplaatsen van de ingangsdatum misschien zou interpreteren als verwijtbare werkloosheid en ik zo mijn recht op WW kon verliezen. Daarom besloot ik om niet in te stemmen met het verplaatsen van de ingangsdatum. Neomax ontbond het contract en tekende een paar dagen later een nieuw contract met 1 mei als ingangsdatum.

Ik begon snel met solliciteren naar ander werk en vroeg op 7 april een WW-uitkering aan. Op 8 april vroeg het UWV om meer informatie, o.a. arbeidsovereenkomsten met Neomax en mijn vorige werkgever, die ik snel indiende. Op 22 april kwam vervolgens de beslissing: mijn uitkering werd niet toegekend omdat “u werkloos bent geworden omdat u zelf ontslag heeft genomen zonder dat dit nodig was. U bent, zoals dat heet, verwijtbaar werkloos” aldus het behandelaar P. van het UWV. De brief van het UWV werd ondertekend met de volledige naam van de “uitkeringsdeskundige WW” die mijn zaak behandelde, maar ik ben nu ook weer niet zó rancuneus dat ik die naam bekend wil maken om haar aan de digitale schandpaal te nagelen.

De behandelaar bedoelde dat ik geen ontslag had moeten nemen bij ID Ware International. Ik vroeg mij af of dit relevant was – ik had immers een arbeidscontract van zeven maanden getekend bij Neomax – en ging met het UWV bellen om de situatie uit te leggen. In het gesprek lichtte ik toe dat Neomax betere voorwaarden bood, namelijk betere opleidings- en carrièremogelijkheden, ook al was het salaris lager. Ook noemde ik het feit dat ik een nieuw contract had getekend bij Neomax per 1 mei en dat ik er dus alles aan had gedaan om werkloosheid te vermijden. De medewerker die ik sprak zei dat het nieuwe contract de situatie kon veranderen en dat ik diezelfde dag of morgen zou worden teruggebeld. Direct na het gesprek verstuurde ik het nieuwe contract naar het UWV als bewijs.

Toen ik vrijdag 24 april nog niet was teruggebeld besloot ik nog eens te bellen. Toen werd mij beloofd dat ik diezelfde dag zou worden teruggebeld en voegde het UWV de daad bij het woord. De medewerker die terugbelde vertelde echter dat mijn aanvraag niet kon worden ingewilligd omdat het contract bij Neomax een lager salaris bood dan ID Ware International. Dat andere arbeidsvoorwaarden dan het salaris bij Neomax juist beter waren deed er niet toe. Wat het UWV betreft moet er dus effectief maar geen mobiliteit in de arbeidsmarkt zijn voor degenen die hun WW-rechten niet willen verspelen.

Tijdens mijn opleidingen Bestuurskunde en Public Administration heb ik het een en ander meegekregen over recht, maar niet over arbeidsrecht. Kennis over arbeidsrecht ontbrak ook in mijn netwerk en ik had geen rechtsbijstandverzekering. Maar gelukkig is er op het Internet ook het een en ander te vinden aan gratis juridisch advies. Na een zoektocht kwam ik uiteindelijk uit op dit artikel van Intermediair. Daarin staat dat alleen al het vooruitzicht op een dienstverband van minimaal 26 weken voldoende is om recht op een WW-uitkering te behouden. Vooruitzicht in de zin van dat de arbeidsovereenkomst dus niet daadwerkelijk zo lang moet duren en dat ontslag in de proeftijd daar niets aan veranderd.

Elders op het Internet staan vergelijkbare analyses en wordt ook verwezen naar jurisprudentie uit 2009. Voor de mensen die weinig van recht afweten, jurisprudentie zijn eerdere uitspraken van rechters die vaak een precedent vormen voor toekomstige uitspraken. De uitspraak uit 2009 toont veel parallellen met mijn zaak: het UWV verwijt een kleermaakster dat zij haar recht op WW verspeelde omdat zij een nieuwe baan accepteerde met een nulurencontract en een salaris dat niet hoger was dan bij haar vorige functie met een vast contract. Ook deze werknemer werd kort na het ingaan van de arbeidsovereenkomst ontslagen. De Centrale Raad van Beroep veegde die argumenten van het UWV van tafel en stelde dat alleen het criterium van uitzicht op een dienstverband van 26 weken relevant is.

Gewapend met deze juridische analyses en de jurisprudentie schreef ik een bezwaarschrift en diende dat op 28 april in bij het UWV. Op 18 mei werd ik vervolgens gebeld door een UWV-medewerker van de bezwarenafdeling die mij gelijk gaf. Op 25 mei volgde de bevestiging dat mijn WW-uitkering toch werd toegekend. Op 11 juni kwam nog een brief met de mededeling dat mijn bezwaarschrift niet was afgewezen omdat op 25 mei al was besloten om mij toch een WW-uitkering toe te kennen. Omdat de beslissing van 25 mei juist was werd mijn bezwaar tegen die beslissing ongegrond geacht. Mijn mond viel open van verbazing over deze UWV-logica. De argumentatie was belachelijk omdat ik natuurlijk bezwaar had ingediend tegen de originele beslissing van 22 april, niet die van 25 mei. In de eerste instantie interpreteerde ik dit als een kinderachtige trap na. Nu denk ik dat het misschien een poging was om de statistieken over het aantal toegekende bezwaren te verhullen, omdat het UWV dat misschien als prestatieindicator gebruikt. De verantwoordelijke personen zouden misschien de negatieve gevolgen voor hen willen vermijden als duidelijk werd dat te veel van hun beslissingen succesvol werden verworpen in bezwaarprocedures.

Samenvattend, het UWV wist al van het 26 weken criterium in 2009. Toch heb ik drie (!) UWV-medewerkers gehad die wisselende argumenten aanvoerden die niet relevant waren voor de vraag of ik recht had op een WW-uitkering. De eerste medewerker noemde mijn vrijwillige ontslag bij ID Ware, de tweede dacht dat het nieuwe contract met Neomax de zaak mogelijk zou veranderen en de derde medewerker begon over het lagere salaris van mijn nieuwe functie. Van de andere twee weet ik het niet, maar van behandelaar P. zag ik dat ze Communicatie aan de Universiteit van Tilburg had gestudeerd. Ik vraag mij af wat iemand met een WO-diploma bij het UWV te zoeken heeft in een functie als uitkeringsdeskundige WW, maar ze zal geen gebrekkige intelligentie hebben.

Mijn conclusie is dan ook dat er iets ernstig mis is met de instructie en opleiding van de medewerkers van het UWV. Waarom kan ik relatief snel de jurisprudentie vinden die bepaalde dat ik wel recht had op een uitkering terwijl de UWV-medewerkers daar niet van op de hoogte zijn? Het ergste is misschien nog wel dat ik hoogopgeleid ben, juridische kennis heb en zat spaargeld om een tijdelijk gebrek aan inkomen op te vangen, terwijl veel anderen die bij het UWV aankloppen niet die luxe hebben. Hoeveel mensen zou onterecht een WW-uitkering geweigerd zijn en hadden niet de kennis om in bezwaar te gaan? Mijn vermoeden is dat het een veel te hoog aantal zou zijn. Het is absoluut onacceptabel dat een organisatie als het UWV zo slecht functioneert.

Waarom Arthur Muller geen goede leider is

Hallo Arthur. We hebben elkaar nooit ontmoet, maar jouw handtekening stond op het arbeidscontract dat ik op 25 februari vorig jaar met Neomax tekende. Jij bent immers de directeur van deze detacheerder in de IT-sector.

Mijn vorige functie als Support Engineer bij ID-ware International in Den Haag boodt een zeer goed salaris. Inhoudelijk was ik echter minder tevreden met mijn functie. Omdat het een kleine organisatie was moest ik mij naast de IT ondersteuning ook bezighouden met zaken als de postkamer, het magazijn, en af en toe ook onderhoud in het bedrijfspand en catering. Ik merkte dat er te weinig focus was op IT in deze functie en dat deze secundaire activiteiten geen toegevoegde waarde hadden voor mijn CV. Er waren geen doorgroei- en opleidingsmogelijkheden.

Toen ik op LinkedIn aangaf dat ik op zoek was naar een nieuwe functie wist een van jouw rekruteerders mij te vinden. Na een aantal goede gesprekken besloot ik het arbeidscontract te tekenen. Ik leverde mijn contract voor onbepaalde tijd in voor een contract van zeven maanden en een flink lager salaris. Ik had dat er voor over omdat jouw bedrijf goede opleidingsmogelijkheden bood en een functie op het gebied van IT Service Management, waar ik graag in door wilde groeien.

Op 25 februari zag bijna niemand de COVID-19 crisis in Nederland aankomen. Naarmate mijn de startdatum van 1 april naderde sijpelde het onheilspellende nieuws langzaam binnen. Ik werd gerustgesteld, komt wel goed, zeiden jouw recruiter en account managers. Tot 31 maart. Het leek een vroege 1 april grap, maar op deze zeer korte termijn had je toch nog besloten om snel de contracten van de nieuwe medewerkers die op 1 april zouden starten te ontbinden. Deze mensen waren namelijk niet te plaatsen bij klanten wegens gebrek aan werk. Dit kon je namelijk doen wegens de proeftijd van een maand in het contract, welke het ook mogelijk maakt het contract te ontbinden nog voor het ingaan van de proeftijd. Gelukkig konden wij wel gelijk een nieuw contract tekenen met 1 mei als ingangsdatum.

Ik was niet verrast toen in het einde van de maand april hoorde dat 1 mei ook niet doorging. Toen volgde er geen nieuw contract, alleen de belofte dat er een nieuw contract zou worden getekend zodra ik kon worden geplaatst bij een klant. Dat is nooit gebeurd, want na veel solliciteren en geruzie met het UWV (welke pas na een bezwaar WW toekende) vond ik elders een nieuwe baan in juli. Ik heb tijdens mijn werkloosheid geen zorgen gehad over mijn financiële situatie, maar ik zou het zelfs jou niet toewensen om ook maar een paar maanden werkloos te zijn en in onzekerheid te leven.

Arthur, de indruk die ik van je heb gekregen is dat je alleen geïnteresseerd bent in geld. Je hebt zonder te knipperen je werknemers voor de bus gooit omdat jij daar beter van werd. Je maakte maximaal gebruik van de juridische ruimte die je hebt om contracten al te ontbinden voordat de proeftijd inging. Daarmee verbrak je ook het morele contract van het vertrouwen dat een werkgever en een werknemer in elkaar horen te hebben. Of dat beeld correct is weet ik niet; je hebt namelijk nooit contact met mij opgenomen om je beslissing uit te leggen. Je hebt je verscholen achter je medewerkers die je opdroeg om het slechte nieuws te brengen.

Kijk eens naar deze video. En lees dit eens voor meer informatie over Barry-Wehmiller, het bedrijf dat in de video genoemd werd. Reflecteer dan eens op je handelswijze.

Als ik in jouw schoenen had gestaan had ik eerst goed nagedacht over wat ik kon doen om ontbinding van contracten te voorkomen. Ik had als directeur mijn eigen salaris fors kunnen korten. Ik had kunnen overwegen om geen dividend uit te keren aan de aandeelhouders. Ik had ook de bestaande werknemers waarvoor geen werk meer was kunnen vragen om vrijwillig onbetaald verlof te nemen. Volgens mij heb je niets van dit alles gedaan.

Stel nu dat dit echt niet mogelijk was. Dan had ik de werknemers waarvoor ik geen werk meer had misschien kunnen helpen om elders een baan te vinden. Op zijn minst had ik hen persoonlijk kunnen bellen om transparant uit te leggen waarom ik deze beslissing heb genomen. Neomax is immers geen groot bedrijf en de maandelijkse instroom aan werknemers zal misschien maximaal vijf of tien mensen per maand zijn. Die kun je makkelijk bellen in een of twee uur. Kon er bijvoorbeeld geen gebruik worden gemaakt van de steunmaatregelen van de Rijksoverheid voor COVID-19? Ik heb geen idee, want je medewerkers waren daar niet over geinformeerd. Zelfs het minimale vond je te veel moeite.

In het beste geval kom je hier mee weg als bedrijf. De werknemers met een ontbonden contract stromen weer door naar andere functies elders en het heeft jou geen cent gekost aan salaris. In het slechtste geval verziekt het je cultuur, omdat jouw medewerkers je onverschilligheid met het lot van anderen zien. Het minste wat ik kon doen is een recensie achterlaten op Glassdoor om potentiële nieuwe werknemers van Neomax voor jou te waarschuwen.

Hoe praat je met een collega over stroeve samenwerking?

Een maand geleden schreef ik dat ik nieuwe baan had bij een werkgever in Den Haag en dat ik moeite had om goed samen te werken met een specifieke collega daar. Een gesprek om hier iets aan te doen heb ik lang uitgesteld omdat ik tegen dat moeilijke gesprek op zag. Dit ging zo door tot een werkdag aan het einde van juli, toen de collega in kwestie wederom flinke kritiek uitte. Zijn verwijten aan mijn adres over de tijdige afhandeling van vragen van klanten waren de druppels die mijn emmer deden overlopen. Tot mijn eigen frustratie had ik namelijk niet voldoende tijd voor klantondersteuning vanwege andere taken.

Ik stond op het punt te exploderen, maar bleef kalm en vroeg of de collega over een paar uur tijd had voor een gesprek over onze samenwerking onder vier ogen. Die paar uur extra tijd bleken nuttig om tot rust te komen. Omdat het gesprek makkelijk de verhouding nog verder kon verslechteren als ik het slecht voerde, dacht ik goed na over de gesprekstactieken die ik zou volgen.

Als eerste de belangrijkste: ga niet uit van kwade bedoelingen. Hoewel jij de interacties van een collega als structureel negatief en neerbuigend kan ervaren, staat niet vast dat de collega het zo bedoelt. Veel mensen, mijzelf inclusief, begrijpen vaak niet goed welke indruk zij achterlaten bij anderen. Dit betekent dat je beter een vraag kunt stellen als “ben je ontevreden over onze samenwerking?” in plaats van meer gesloten vragen die aannames doen. Zoals bijvoorbeeld de vraag “waarom kun je niet met mij samenwerken?”, die er al van uit gaat dat de collega niet met jou overweg kan. Ik was verrast om te horen dat mijn collega geen probleem met mij had.

Met die kennis kun je vervolgens doorpraten over de indruk die de communicatie van jouw collega bij jou achterlaat. Doe dit op een manier die niet stellig is, zeg bijvoorbeeld niet “je loopt constant over mij te klagen” wat beschuldigend overkomt. Focus op het feit dat het gaat over jouw indruk of interpretatie en laat de bedoeling van de collega er buiten. Als je zegt “ik heb de indruk dat je altijd ontevreden bent over mijn werk” is het makkelijker voor de collega om te zeggen dat dit niet klopt. De collega zal waarschijnlijk begrijpen dat hij of zij zijn kritiek wat moet intomen.

Probeer ook voorbeelden te geven van recente interacties met de collega die je als vervelend hebt ervaren. Dit maakt het concreet en beter te begrijpen. Over een punt, zijn tendens om mij (en anderen) tot in detail te willen aansturen, kon ik geen duidelijke en recente voorbeelden geven. Dat punt werd geparkeerd, maar omdat ik het wel noemde heb ik het idee dat de boodschap is overgekomen.

Sommige kleinere problemen zijn snel op te lossen. Zo beloofde mijn collega om mijn volledige voornaam te gebruiken in plaats van “Alex” en de “wat denk je zelf?” vraag achterwege te laten als ik een probleem aan hem voorlegde.

Ten slotte is het belangrijk om te onthouden dat niet alleen de collega zou moeten veranderen, maar ook jij. Ik heb beloofd dat ik mijn vragen aan hem meer zou verzamelen en op een of twee momenten per dag zou stellen. Ik heb soms de neiging om te vaak vragen te stellen en mijn collega’s zo te vaak onderbreek in hun werk. Ook zou ik meer uitgebreid vooronderzoek doen voordat ik een probleem aan hem zou voorleggen. Hoewel niet gevraagd, heb ik toegezegd meer documentatie aan te leggen voor complexe procedures. Als de documentatie goed is hoeft de collega minder vaak uitleg te geven.

Nieuwe baan in Den Haag

Kort voor mijn vertrek bij FRISS had ik drie sollicitatieprocedures naast elkaar lopen. Uiteindelijk tekende ik bij een IT-bedrijf in Den Haag, wat chipkaarten, chipkaartprinters en de software om ze te beheren verkoopt. Ik ben in maart bij hen gestart. Eerst schrijf ik over de sollicitaties, daarna mijn nieuwe werkgever.

De eerste sollicitatie was bij het Ministerie van Financiën voor een baan als (junior) beleidsadviseur. Ik kwam door de briefselectie heen. Omdat ik deze baan zo graag wilde bereidde ik mijzelf extra goed voor op het gesprek. Ik heb het zelfs geoefend met een loopbaanadviseur, iets wat ik nog niet eerder had gedaan. Ik dacht dat het gesprek goed ging, maar ik heb blijkbaar altijd te maken met zeer kieskeurige mensen aan de andere kant van de tafel. Nadat ik was afgewezen vroeg en ontving ik uitgebreide terugkoppeling, maar ik was te zeer teleurgesteld om het goed te onthouden. Wat wel bleef hangen was een opmerking over onvoldoende analytische vaardigheden, wat toont hoezeer die mensen niet bereid zijn om verder te kijken dan de eerste indruk, naar bewezen prestaties. Zoals een publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift, wat de meeste andere kandidaten niet gehad zouden hebben. Als dat geen analytische vaardigheden onderschrijft, wat dan wel?

De afwijzing voelde vernietigend. Waarom wil het lot niet dat ik een baan krijg waar ik voor heb gestudeerd, als bestuurskundige? Mijn vermoeden is dat er relatief veel sollicitanten zijn voor banen als beleidsadviseur, terwijl het IT-personeel relatief schaars is. Niet lang na de afwijzing kwam de cognitieve dissonantie. Ik was het zat om naar banen in de publieke sector te solliciteren, zeker na de realisatie dat mijn huidige salaris bij mijn nieuwe werkgever overeenkomt met de ondergrens van het salaris van een senior (!) beleidsadviseur. Ik kan anticiperen wat er gebeurt met mijn salaris als ik nog wat meer ervaring opdoe en certificeringen zoals Scrum Master en Lean Six Sigma binnenhaal.

Ik had twee andere sollicitatieprocedures, nadat twee rekruteerders mij hadden uitgenodigd. Natuurlijk voelde het goed om uitgenodigd te worden in plaats van zelf het initiatief te moeten nemen. Een van deze bedrijven was Doculayer, wat een Enterprise Content Management systeem bouwt. Ik hield van de diversiteit in hun personeelsbestand, was onder de indruk van hun product en vond hun kantoorgebouw mooi. Ik was minder te spreken over hun locatie vlakbij de A12 en de lange afstand naar hun kantoor met de fiets, wat gebruik van openbaar vervoer noodzakelijk maakte. Het salaris was aantrekkelijk, maar mijn huidige werkgever bood nog meer.

Het bedrijf van mijn huidige werkgever is veel kleiner, met een onopvallend kantoor in een voormalig woonhuis. Waar ik bij FRISS werkte met collega’s uit alle vier windstreken zijn al mijn huidige collega’s blank en man. Maar aan de andere kant kan ik het kantoor in een half uur met de fiets bereiken. Het ligt in een leuke wijk met een mooi park vlakbij. Het goede salarisaanbod kwam nadat ik hun rekruteerder had verteld dat ik het moeilijk vond om te kiezen tussen Doculayer en mijn huidige werkgever. Zoals bekend uit mijn vorige post ben ik er € 1.000 in bruto salaris op vooruit gegaan. Voor het eerst voel ik mij gerespecteerd en gewaardeerd door mijn werkgever, in plaats van een vervangbare pion om winst binnen te harken.

In tegenstelling tot het gesprek bij het het Ministerie van Financiën had ik geen speciale voorbereiding getroffen voor de gesprekken bij deze twee bedrijven. Ik was gewoon mijzelf en stelde grofweg net zoveel vragen als ik er had beantwoord. Misschien liet ik bij hen ook geen goede indruk achter en waren ze zo wanhopig op zoek naar nieuw personeel dat zij mij toch kozen? Of misschien deed ik het wel goed in deze gesprekken terwijl het ministerie op zoek was naar eenhoorns en veel keuze had? Ik heb geen idee.

Mijn baan is uitdagend. Ik moet van de grond af aan de producten en software van ons bedrijf leren kennen omdat het zo anders is dan de software van FRISS. De documentatie kan verbetering gebruiken. Veel processen leiden onder te veel administratie en kunnen worden geoptimaliseerd. De ERP-software die we veel gebruiken, SAGE, voldoet niet en zou vervangen moeten worden. We gebruiken een oude versie van SAGE gebaseerd op Microsft Access (!) en door ons zelf gehost. Deze is erg traag en gebruiksonvriendelijk. Aan de IT Service Management kant is er redelijk incident management, maar bij problem management is er nog een wereld te winnen. We zouden het aantal binnenkomende incidenten fors kunnen reduceren als we meer tijd besteden aan het oplossen van de oorzaken ervan. We hebben betere monitoring software nodig zodat we gelijk geïnformeerd worden als zakelijk kritische systemen onderuit gaan.

Uiteraard houd ik van uitdaging. Echter, de realiteit is dat ik mijn reguliere werk al nauwelijks kan bijhouden. Dat bestaat voornamelijk uit het oplossen van incidenten met onze software, inkooporders plaatsen en inkomende en uitgaande verzendingen verwerken. Ik heb niet genoeg tijd, het voelt alsof ik zo druk ben met water uit mijn boot hozen dat ik geen gelegenheid heb om het lek in de romp te dichten. Ik hoop meer efficient in mijn dagelijkse werk te worden gedurende de komende maanden en zo meer tijd kan vrijmaken voor structurele verbeteringen.

Er is echter een andere kwestie waar ik mij meer zorgen over maak. De samenwerking met een van mijn directe collega’s is zeer stroef. Ik ervaar dat hij mij met minachting behandeld, alsof ik een onervaren stagiair ben in plaats van zijn collega. Hij werkt langer bij het bedrijf, is meer ervaren en heeft onrealistische verwachtingen over hoe snel ik mijzelf kan inwerken. De grote meerderheid van de interacties die hij met mij heeft zijn negatief omdat hij altijd over mij klaagt. Hoewel hij niet mijn manager is ‘micromanaged’ hij mij vaak en geeft hij mij orders. Wanneer ik hem vragen stel over hoe ik meer complexe problemen moet oplossen, antwoord hij vaak met de vraag “Wat denk je zelf?”, alsof het een examen is. Ik ervaar dit als zeer neerbuigend.

Ik acht mijzelf makkelijk in de omgang en kan goed overweg met al mijn andere collega’s bij mijn nieuwe werkgever. Ik had wel een directe collega bij FRISS waar ik regelmatig mee botste, maar uiteindelijk kreeg ik wel een professionele verstandhouding met hem die ons in staat stelde om goed samen te werken. Ik mocht hem nog steeds niet op persoonlijk vlak, maar ik kreeg wel respect voor hem als collega. Maar met deze man nu weet ik het niet. Ik weet niet of het puur passief-agressief gedrag is of een gebrek aan sociale vaardigheden. Tot zover ben ik mij iets meer assertief tegenover hem gaan opstellen en negeer ik zijn geklaag en meer contraproductieve advies, maar dat is geen weg die ik verder wil volgen.

Ik dacht dat ik het een paar maanden zou slikken en wachten om te zien of onze samenwerking zou verbeteren, maar vier maanden verder is dat nog niet gebeurd. Deze kwestie heeft ook een sterk negatieve invloed op mijn werkplezier. Als het langer doorgaat, zou ik er zeker een gesprek met hem over moeten hebben. Het feit dat ik dat gesprek al zo lang uitstel vertelt mij dat ik het blijkbaar lastig vind en het wil vermijden.

Opmerking 17-12-2018: op verzoek van mijn werkgever heb ik de naam van mijn werkgever geanonimiseerd.

Vertrokken bij FRISS

Februari 2018 was mijn laatste maand bij mijn werkgever FRISS. Na tweeënhalf jaar vond ik een nieuwe baan bij ID Ware. Ik zal in een volgende post schrijven over mijn nieuwe baan en terugkijken naar FRISS in deze.

In de komende alinea’s zal ik voornamelijk beschrijven wat er niet leuk was en niet goed ging bij FRISS, maar ik wil duidelijk zijn over de goede zaken. Ik waardeerde de interactie met mijn collega’s veel, vooral degenen in de groep waarmee ik tijdens de middagpauzes ging wandelen en goed leerde kennen. Ik hield van de (internationale) diversiteit en hoe ik uitgebreid kon praten over de details van Indiaas eten met een Indiase collega, net als andere onderwerpen met collega’s uit andere culturen. Mijn manager was een aardige kerel. De directie hield iedere maand met alle werknemers een vergadering aan het einde van de werkdag om de voortgang en richting van het bedrijf te bespreken. Dit werd gecombineerd met een gratis diner. Dit was een zeer transparante manier om iedereen geïnformeerd en betrokken te houden.

Er waren een aantal factoren die het plezier in mijn werk verminderden. Het belangrijkste was het salaris. Sinds ik voor mijn huidige werkgever ID Ware werk verdien ik bruto € 1.000 meer. Om bij mijn huidige salaris te komen heb ik wel profijt gehad van mijn opgedane ervaring bij FRISS en een ITIL Practitioner certificering, als ook goed onderhandelen. Ik doe echter nog steeds grotendeels hetzelfde werk als bij FRISS. Indien je dat in overweging neemt is het verschil nogal groot.

Een andere flinke domper was de IT Service Management software die ik gebruikte voor mijn werk. Ik voelde mij als een kok die de hele dag moest werken met een bot koksmes. Deze software, genaamd GAIA en geproduceerd door het Nederlandse AllSolutions, was simpelweg een naar product uit de Steentijd. Het kon schijnbaar alles doen, maar niets goed. Het verschil met moderne IT Service Management software was er een van dag en nacht. Het kon niet eens automatische e-mails versturen om het sluiten van een ticket door te geven, of automatisch de naam vastleggen van degene die een opmerking schreef bij een ticket. De afdeling Financiën gebruikte het ook voor de financiële administratie. Iedereen die ik sprak haatte het, behalve de collega die het beheerde omdat die vaardigheid hem onmisbaar maakte.

Ik besprak de gebreken van GAIA al in mijn eerste week bij FRISS. Ik had niet de tijd en overtuigingskracht om zaken snel in beweging te krijgen. Uiteindelijk kwam er een nieuwe CFO die wel de urgentie zag en het initiatief nam omdat GAIA zo ongeschikt was voor Financiën. Kort voordat ik vertrok nam ik deel aan de inspanning om te migreren naar een modern ERP-systeem, maar ik dacht dat FRISS jaren eerder had kunnen en moeten zoeken naar iets beters. Ik denk dat ik het deels aan mijzelf heb te wijten omdat ik het meer onder de aandacht had kunnen brengen en meer overtuigingskracht had moeten hebben.

Naast gereedschap waren de processen ook niet optimaal. Hoewel ik een goede verhouding had met de Product Owner (Scrum terminilogie) van het ontwikkelteam, was mijn ervaring dat onze terugkoppeling en suggesties geen invloed hadden op het werk van het ontwikkelteam. Ik denk dat kwam omdat de Product Owner niet anders kon dan luisteren naar de CTO en de Product Managers. Natuurlijk moeten er prioriteiten worden gesteld, maar als het eeuwen duurt om softwarefouten op te lossen die de productiviteit van Support en soms zelfs een enkele klant schaden, is de balans zoek. Ik dacht dat de CTO en Product Managers het ontwikkelteam te veel lieten focussen op allerlei populaire en overdreven nieuwe functionaliteiten die weinig bijdroegen op de korte termijn terwijl de basis niet genoeg aandacht kreeg.

Een voorbeeld van die gebrekkige basis was de implementatie van ‘watchlists’ met adressen van bekende frauders. Deze was ronduit snel, gemakzuchtig en slordig ontworpen. De functionaliteit was zo gebruiksonvriendelijk dat de klant watchlists niet zelf kon uploaden maar naar ons moest sturen. Wij gebruikten dan wat SQL-queries om de watchlist in de database te krijgen. Omdat de klanten die deze functie gebruikten op een uitgefaseerde (maar nog steeds ondersteunde) versie van onze software zaten werkte het ontwikkelteam niet aan het verbeteren van die functionaliteit. Het idee was dat de verbeterde functionaliteit terecht zou komen in de actuele versie van de software, maar dit kreeg nooit prioriteit. Dat is waarom de situatie de volle tweeënhalf jaar dat ik bij FRISS werkte aanhield. De klanten moeten er ontevreden mee zijn geweest, omdat wij ze ook kosten in rekening brachten voor de invoer in de database. Ik raakte gefrustreerd omdat er niets werd gedaan om de situatie te verbeteren (ik drong er meer dan eens op aan) en ik in essentie iets deed wat de klant zelf zou moeten kunnen doen.

Naast slecht werkende functionaliteit werd ik ook pessimistisch omdat ik te weinig vooruitgang zag in het schaalbaar maken van ons product. Met onze software was het mogelijk om dezelfde functionaliteit met verschillende implementaties te zien bij iedere klant. Dit maakte het moeilijker om te achterhalen waar het probleem zat en gaf Support meer werk dan nodig.

Omdat ik de communicatie over nieuwe softwareversies schreef en naar onze klanten stuurde was ik goed geïnformeerd over het werk van het ontwikkelteam. Zo kreeg ik de impressie dat de ontwikkeling van onze software in het algemeen traag verliep in verhouding tot de fte’s in het ontwikkelteam. Iedere nieuwe release bevatte een kleine hoeveelheid nieuwe functionaliteiten en de meeste daarvan waren triviaal. Ik was niet de enige die dit zag, maar ik kan niet uitleggen wat de oorzaak is. Het is zeker niet zo dat onze ontwikkelaars lui waren, maar het kan te maken hebben met het proces. Er kwam iedere vier weken een nieuwe release na de afronding van een sprint (Scrum terminologie). Het is dan begrijpelijk dat grote nieuwe features niet in iedere release landen, maar ik had de indruk dat het wel heel sporadisch was.

Het talent management schoot tekort. Ik had niet verwacht snel de ladder op te klimmen omdat ik tekende als Support Engineer en mijn hulp essentiëel was om de werkdruk haalbaar te houden voor Support. Echter, een half jaar na mijn start werden twee nieuwe mensen bij ons gedetacheerd vanuit een extern bedrijf. Ze hadden WO-masterdiploma’s net als ik, ongerelateerd aan IT, maar respectievelijk geen en gelijke werkervaring in de IT vergeleken met mij. Ik was verrast toen zij al snel in het Consultancy team gingen werken terwijl ik in Support bleef. Het was ironisch omdat een van hen mij meerdere keren om hulp vroeg bij problemen na die promotie. Ik zag ook dat een andere collega die ook ontevreden was met haar werk wel een andere functie kreeg, terwijl er niets werd ondernomen voor mij. Ik beschouw al deze drie mensen als fijne collega’s, maar je zult begrijpen dat ik mij oneerlijk behandeld voelde. Kort voordat ik aankondige FRISS te verlaten kreeg ik te horen dat ik binnenkort in het Project Management team kon werken. Hoewel ik dit sterk waardeerde, was het niet zo aantrekkelijk als het aanbod van ID Ware.

Ten slotte, de onaantrekkelijke omgeving van het bedrijventerrein Papendorp was een motivatie om te vertrekken. Vooral omdat ik graag in de pauze een wandeling maakte met collega’s. Papendorp is een treurige verzameling van gras en betegeling, met een asfaltfabriek en een grote snelweg dicht in de buurt. Als FRISS een nieuw kantoor moet zoeken voor uitbreiding, hoop ik dat er een mooiere omgeving wordt gekozen die de zintuigen positief stimuleert.

Ik vat de moraal van dit verhaal over hoe je werknemers gemotiveerd houdt samen, in de stijl van de management literatuur. Betaal je werknemers een competitief salaris om ze gewaardeerd te laten voelen en te voorkomen dat ze gekaapt worden door andere bedrijven. Geef ze goed gereedschap om hun dagelijkse werk uit te voeren. Steun ze in hun zoektocht naar beter gereedschap als ze dat nodig hebben. Luister naar de wensen van zowel je Support team als je Product Management team. Support krijgt andere inzichten van de gebruikers van je software, die Product Management niet heeft. Balanceer ontwikkeling van nieuwe functionaliteiten met het verbeteren van bestaande functionaliteiten. Voer goed talentmanagement om te voorkomen dat er een verschil is tussen de vaardigheden en de functies van je personeel, op een manier dat ze zich niet achtergesteld voelen. Zorg voor een aantrekkelijke werkomgeving, zowel binnen als buiten.

Gestopt als commercieel tekstschrijver bij OGD

Sinds de tweede week van juli ben ik gestopt met mijn functie als commercieel tekstschrijver bij OGD. Ik begon in februari met deze functie en heb bijna exclusief voor het weblog van OGD geschreven. In juni werd mij tijdens een tweede evaluatiegesprek verteld dat ik niet uit het juiste hout was gesneden om de functie goed uit te voeren. Ik ben het daar ben ik het mee eens.

Schrijfvaardigheden

Mijn gebreken zijn dat ik mijn formele schrijfstijl niet goed kon aanpassen aan de meer informele schrijfstijl die past bij de cultuur van OGD. De posts die ik schreef voor het weblog leken te veel op referenties, ik had moeite met het vinden van een interessante invalshoek voor een verhaal. Ik had ook kritiek verwacht op mijn productiviteit omdat ik daar zelf ontevreden mee was, ik vond dat ik sneller kon werken, maar daar was geen sprake van.

Als ik nog eens terugkijk op mijn eerdere post over dit werk denk ik dat een aantal van de verschillen die ik daar beschreef tussen het schrijven van persoonlijke/academische teksten en commerciële teksten uiteindelijk niet te overbruggen waren. Als ik zelf een tekst schrijf weet ik goed welk doel ik daar mee voor ogen heb. Als iemand anders mij de opdracht geeft om een tekst te schrijven is het lastig om het verhaal dat de tekst moet vertellen te ontrafelen. Het commerciële karakter vereist dat je erg efficiënt omgaat met tekst, ieder woord moet doelmatig zijn in het overbrengen van de boodschap.

Hoewel ik mijzelf nog wel als journalist kan voorstellen, is de wig tussen mijn schrijfstijl en een commerciële schrijfstijl te groot. Ondanks dat heb ik wel geleerd van mijn functie, ik kijk nu kritischer naar de teksten die ik schrijf op dit weblog en was kritischer in mijn beoordeling van hoe ik mijn masterscriptie schreef.

OGD is voor mij nog steeds een goede werkgever

Dit veranderd niets aan mijn mening over OGD, ik vind het nog steeds een goede werkgever. Na dat tweede evaluatiegesprek had ik er direct uit kunnen liggen, maar ik kon nog ongeveer een maand door blijven werken tot er een nieuwe functie voor mij was gevonden. Die heb ik inmiddels, ik kan in augustus voor een maand aan de slag op de helpdesk van de Hogeschool Utrecht.

Het is voor mij geen probleem dat dit maar een tijdelijke functie zal zijn. Ik ben toch op zoek naar meer passend werk buiten de ICT-branche nu ik mijn master achter de rug heb. Ik heb overigens zelf kunnen bepalen wanneer mijn laatste werkdag was in de tweede week van juli, dat kwam mij goed uit omdat ik op dat tijdstip al mijn energie in mijn masterscriptie wilde steken.

OGD en open source software

Wat mij opviel tijdens mijn werk is dat OGD vrij diep in het moeras van Microsoft vastzit. Het mag duidelijk zijn dat ik een grote fan van open source software ben en dat ik niet van Microsoft houd, maar ik heb professioneel gezien goed afstand kunnen nemen van mijn persoonlijke mening. Zo ben ik bijvoorbeeld de ghostwriter van deze post. Maar zie ook deze meer recente post die niet van mijn hand is. Natuurlijk wil je als ICT-dienstverlener laten zien dat je expertise op het gebied van Microsoft in huis hebt, zeker als je klanten vragen om Microsoft producten.

Maar al met al denk ik dat OGD zich te veel laat leiden door Microsoft. Aan de andere kant wordt intern Zarafa gebruikt in plaats van Exchange en is er een partnerschap met Red Hat. OGD profileert zich graag als onafhankelijke adviseur, ze beperkt zich niet tot één of enkele leveranciers. En laat open source software nu juist het middel bij uitstek zijn om leveranciersonafhankelijkheid te realiseren.

Ik denk dat OGD daarom haar dienstverlening omtrent open source software wat meer onder de aandacht mag brengen, onder andere op haar weblog. Intern zouden veel mensen bij OGD makkelijk kunnen overstappen op LibreOffice, Microsoft Word 2010 wat ik gebruikte als commercieel tekstschrijver had echt geen meerwaarde voor mijn functie. Als je het intern gebruikt bouw je er als het goed is ook expertise in op en kun je jouw klanten een extra oplossing aanbieden als zij een office suite nodig hebben. Daarnaast bespaart OGD dan zelf op licentiekosten voor MS Office.

Dat er geen markt voor is kan in ieder geval geen argument zijn, want een dienstverlener als Stone-IT is zelfs volledig gespecialiseerd in dienstverlening rondom open source software. Kortom, dit marktsegment wordt door OGD op dit moment niet optimaal bediend.

Werken als commercieel tekstschrijver bij OGD

Eind januari dit jaar schreef ik over mijn weinig succesvolle zoektocht naar werk. Zoals in de reacties te lezen was werd dit opgemerkt door OGD (door het gebruik van Google Alerts) en leidde dit tot een afspraak voor een gesprek. Ik had er eigenlijk wat eerder over moeten schrijven, want inmiddels ben ik al sinds begin februari voor twee dagen in de week werkzaam als commercieel tekstschrijver bij OGD in Delft. Ik hou mij daar voornamelijk bezig met het schrijven voor het weblog van OGD, waar veel mijn teksten grotendeels onder de naam van anderen gepubliceerd worden. Daarnaast heb ik ook wel eens teksten voor de vacatures geschreven, een kleine hoeveelheid tekst voor de website van Coconut geschreven en Engelse teksten gecorrigeerd.

Ik wist van tevoren al dat de reistijd niet mals zou zijn, voor mij anderhalf uur ’s ochtends in het meest positieve geval. Ik stap dan op de bus naar Utrecht Centraal, neem daar de intercity naar Rotterdam Centraal en neem daar weer de stoptrein naar Den Haag Centraal. Dan stap ik uit bij Delft Zuid en is het minder dan vijf minuten lopen naar het hoofdkantoor van OGD in Delft. In de ochtend gaat er nauwelijks tijd verloren met overstappen, maar op de terugweg ben ik een kwartier meer kwijt omdat ik wat langer op de bus moet wachten op Utrecht Centraal. Ik stoor mij er niet echt aan, ik kan mijn tijd in de trein en bus goed gebruiken door mijn ogen dicht te doen of de gratis kranten te lezen. En de reistijd heb ik graag over voor deze fijne baan.

Het bloggen voor OGD in plaats van op mijn persoonlijke weblog vraagt wel een andere benadering uiteraard. Voor mijn werk schrijf ik teksten voor andere OGD’ers, vaak accountmanagers, die meer weten over de onderwerpen die interessant zijn voor het weblog. Ook moet ik goed in het oog houden wat mijn publiek is en wat hen interesseert. Het blog richt zich vooral op ICT managers van organisaties die potentiële klanten kunnen zijn voor OGD. Die mensen weten wel iets van ICT af, maar hebben misschien niet de diepgaande kennis over technische details. Voor hen is het vaak belangrijker om te weten wat de praktische voordelen zijn van technologie. Als teksten of documentatie die ik krijg aangeleverd dan veel technische details bevatten probeer ik de tekst eenvoudiger te maken. Als commercieel tekstschrijver moet je jezelf inleven in je publiek en hen met je tekst vertellen wat voor hen interessant is.

Daar komt ook bij dat ik mij de communicatiestijl van OGD eigen moest maken. Die stijl is meer informeel dan gemiddeld, conform de organisatiecultuur van OGD. Ook moet ik er voor oppassen dat ik niet te ‘verkoperig’ schrijf. Wat ik niet had verwacht is dat er best veel tijd gaat zitten in het schrijven en publiceren van sommige posts. Vooral die posts die een project bij een klant beschrijven, omdat daar ook goedkeuring aan de klant voor wordt gevraagd. Mij werd verteld dat ik productief was, maar ik had verwacht dat mijn productiviteit zou resulteren in een hoger aantal posts.

Ik ben tevreden met mijn werk. Ik heb nu bijna drie maanden werkervaring en heb zodoende al veel ervaring opgedaan als commercieel tekstschrijver. Ik kan het goed vinden met mijn collega’s en mijn bazen. Hoewel ik geen ervaring heb met hoe het er bij andere ICT dienstverleners aan toe gaat, denk ik dat OGD een zeer goede werkgever is en een aangename organisatiecultuur heeft.

De zoektocht naar werk in 2011/2012

Voor de laatste maanden wist mijn werkgever OGD, welke mij detacheert op oproepbasis, geen werk voor mij te vinden. Ik kon mij moeilijk voorstellen dat mijn beschikbaarheid van minstens twee, voornamelijk drie dagen in de week in het tweede blok van mijn master (november en december 2011) het vinden van een klus voor mij verhinderde. Weliswaar heb ik in de laatste maanden een paar dagen voor een andere OGD’er ingevallen, maar dat hebben wij met elkaar buiten de accountmanagers om geregeld. Omdat de waarde van mijn aandelen grotendeels in rook is opgegaan en ik mijn bankrekening moet aanvullen was het voor mij noodzaak om op zoek te gaan naar werk op een meer vaste basis dan wat OGD kan bieden.

Aldus viel in de vorige maand mijn oog op een advertentie in het universiteitsblad Mare van de Universiteit Leiden. Het ging om een baan als vertaler van een Engelse cosmeticawebsite gebouwd op basis van WordPress (de weblogsoftware waar ook dit weblog op draait) naar het Nederlands. Omdat ik ervaring met beiden heb en thuis werken mogelijk was solliciteerde ik naar de baan en volgde een sollicitatiegesprek in Oegstgeest. Het was geen grote onderneming, de vrouw waarmee ik sprak was tevens de directeur en kwam aardig over. We spraken af dat ik bij wijze van proef een document zou vertalen om mijn vaardigheden als vertaler te demonstreren. Mijn vertaling verstuurde ik op woensdag 21 december. Diezelfde dag nog ontving ik een antwoord, er zou diezelfde week nog een vertaling van een vertaalbureau binnen komen waar ze mijn werk mee wilde vergelijken. Dat was mij niet verteld tijdens het sollicitatiegesprek, maar dat was niet erg.

De volgende week na kerst zou een reactie volgen. Deze laatste toezegging bleek net zo waardevol als een toezegging van een klantenservice dat je teruggebeld wordt op een bepaald tijdstip. Inmiddels was het januari en ging ik maar eens proberen contact op te nemen. Op 2 januari had ik een e-mail gestuurd, de mobiele telefoon leidde tot een voicemail en de persoon die het telefoonnummer van het bedrijf beantwoordde vertelde mij dat de directeur onbereikbaar was. Uiteindelijk krijg ik op 10 (!) januari een e-mail terug met de mededeling dat de keuze op een andere sollicitant was gevallen. Verrassend, omdat ik de indruk had gekregen dat er best meerdere mensen aangenomen konden worden voor het vertaalwerk. Ik stuurde een e-mail terug waarin ik op diplomatieke wijze vroeg of de reactie verlaat was omdat het vertaalbureau hun vertaling misschien te laat had geleverd. Ik vroeg ook of de kwaliteit van mijn vertaling niet toereikend was. Een antwoord op die e-mail heb ik nooit ontvangen.

Het mag niet verwonderlijk zijn dat ik mij flink genaaid voel. Ik had ook gesolliciteerd naar een baan als tekstschrijver bij Qompas. Daar zou ik modules schrijven met werkgerelateerde informatie over specifieke sectoren voor studenten en starters. Na daar naar gesolliciteerd te hebben brak ik de procedure af omdat ik verwachtte de baan als vertaler binnen te halen, maar ook omdat mij onduidelijk was wat precies van mij werd verwacht in de functie en omdat het mij ontbreekt aan specifieke kennis over werk in de diverse sectoren. Mijn eigen naïviteit lag ten grondslag aan de eerste reden, maar achteraf denk ik dat de twee andere redenen overbrugbaar waren indien ik had geweten dat ik naast de functie als vertaler zou grijpen. Die eerste reden was overigens wel enigszins gerechtvaardigd omdat de vacature voor het vertaalwerk al een aantal weken oud was toen ik reageerde; als er concurrentie was geweest van andere sollicitanten had ik verwacht dat die al eerder waren afgevallen vóór mijn sollicitatie. Er was ook een functie als onderzoeksassistent bij mijn opleiding waar ik op had gesolliciteerd, maar daar viste ik ook buiten het net vanwege de concurrentie.

Uiteindelijk besloot ik maar uit wanhoop te solliciteren naar een baan als postbode op de zaterdagochtend in mijn dorp bij Post NL. Uit wanhoop ja, want als masterstudent verwacht ik keuze te hebben uit betere bijbanen. Desalniettemin zal ik blij zijn wanneer ik werk heb, ook al is het alleen maar voor drie uur op zaterdagochtend en is mijn bruto uurloon € 8,76 vergeleken met € 10,32 bij OGD. Het sollicitatiegesprek heb ik volgende week maandag, maar laat ik eerst even vertellen over hoe de afspraak voor het sollicitatiegesprek tot stand kwam. Post NL heeft een ‘recruitment center’ met telefonisten die jou opbellen nadat je via Internet hebt gesolliciteerd met korte vragen over o.a. motivatie, of je een fiets hebt die een posttas aan kan en om een datum af te spreken voor het sollicitatiegesprek.

Het eerste telefoontje kwam vorige week, net op een moment toen ik met spoed aan het werk was (daarover later meer) en ik geen tijd had. Ze konden wel later terugbellen, maar niet met de garantie dat ze dezelfde dag nog zouden bellen, en het is niet mogelijk om zelf hen te bellen. Vervolgens had ik de rest van de dag nauwelijks iets te doen, maar werd ik niet teruggebeld. Het bellen op ongelegen momenten herhaalde zich geloof ik nog twee dagen, daarna had ik eindelijk een afspraak. Die zou deze maandag zijn, maar op dezelfde dag werd ik later opnieuw gebeld. De telefonist vertelde dat haar collega een fout had gemaakt, en vroeg of het sollicitatiegesprek een week later gehouden kon worden omdat de recruiter (is daar eigenlijk wel een Nederlands woord voor?) anders een paar uur enkel op mij moest wachten. Als de rest van de organisatie uit hetzelfde hout is gesneden als de sollicitatieprocedure dan voorspelt dat niet veel goeds, maar als postbode verwacht ik daar niet veel mee te maken te hebben. Zolang ik die baan maar krijg vind ik het best.

Maar ondertussen heeft OGD mij kunnen plaatsen voor zes werkdagen verdeeld over vorige week en deze week, en kan ik ook nog wat dagen invallen voor de eerder genoemde collega. En omdat ik ze wel eens een aantal keer uit de brand heb geholpen door in te vallen zij de accountmanager dat er waarschijnlijk voor mij nog wel meer werk te vinden is, ook in het derde blok van mijn master met een beschikbaarheid van drie werkdagen. Dat klinkt goed, maar omdat ik veel uren wil werken wil ik de functie als postbode achter de hand houden als verzekering.

Gestopt met mijn bijbaan

Voor zover ik mij kan herinneren heb ik er nooit over geschreven op mijn weblog, maar van februari 2008 tot en met augustus 2008 ben ik werkzaam geweest bij het UMC Utrecht als systeembeheerder van Unix systemen. Ik werd daar gedetacheerd door OGD.

Ik vond het erg aantrekkelijk om bij het UMC Utrecht te werken, het ligt makkelijk bereikbaar op de Uithof, dus ik kon vaak met mijn vader meerijden die ook in Utrecht werkt. Inhoudelijk viel het werk mij echter wel wat tegen, het was weinig afwisselend en kort door de bocht was het mijn taak om te zorgen dat de systemen bleven draaien, eventueel software updates te installeren om fouten of veiligheidslekken in software te dichten, en e-mails beantwoorden. Er gebeurde niet veel, maar zoals systeembeheerders zeggen, “geen nieuws is goed nieuws”. Ik heb mij niet altijd nuttig gevoeld in mijn werk, ook al heb ik redelijk wat kennis van Unix-achtige besturingssystemen. De meer gecompliceerde taken moest ik aan mijn collega’s overlaten. Waarschijnlijk is dat onvermijdelijk met een tekortschietende kennis, en ik ben blij dat ik veel heb kunnen leren van mijn collega’s. De omgang met mijn collega’s is mij zeer goed bevallen, en dat compenseert de gebrekkige inhoudelijke aantrekkingskracht van het werk goed.

Ik had niet verwacht zo lang bij het UMC te werken. Uiteindelijk werd mij vertelt dat ik zou stoppen aan het einde van augustus, en daar was ik zelf ook tevreden mee, ik raakte uitgekeken op het werk. OGD is op zoek naar een nieuwe functie voor mij, maar tot nu toe hebben zij mij nog niets aan kunnen bieden. Dat is voor mij geen probleem, want ik zo meer tijd aan mijn studie besteden. Afhankelijk van welke functie mij eventueel later wordt aangeboden, kan ik misschien nog besluiten weer een nieuwe bijbaan te nemen.