Waarom is het UWV zo incapabel?

In mijn vorige bericht schreef ik hoe mijn contract met Neomax nog voor de proeftijd in ging werd ontbonden en ik werkloos werd. Ik noemde ook de weigering van mijn aanvraag voor een WW-uitkering door het UWV en hoe deze na bezwaar indienen alsnog werd toegekend. Omdat ik zeer ontevreden ben over de manier waarop het UWV mijn aanvraag heeft behandeld wil ik daar graag uitgebreider op ingaan.

Toen Neomax met het slechte nieuws kwam vroegen zij mij om akkoord te gaan met het verplaatsen van de ingangsdatum naar 1 mei, een maand later. Anders zouden zij mijn contract ontbinden door van de proeftijd gebruik te maken. Ik twijfelde of dit een goed idee was. Omdat Neomax na 17:00 uur op de laatste werkdag voor de ingangsdatum van 1 april belde had ik ook weinig tijd om het uit te zoeken. Ik las snel de website van het UWV en las iets over verwijtbare werkloosheid. Ik vermoedde dat het UWV mijn akkoord met het verplaatsen van de ingangsdatum misschien zou interpreteren als verwijtbare werkloosheid en ik zo mijn recht op WW kon verliezen. Daarom besloot ik om niet in te stemmen met het verplaatsen van de ingangsdatum. Neomax ontbond het contract en tekende een paar dagen later een nieuw contract met 1 mei als ingangsdatum.

Ik begon snel met solliciteren naar ander werk en vroeg op 7 april een WW-uitkering aan. Op 8 april vroeg het UWV om meer informatie, o.a. arbeidsovereenkomsten met Neomax en mijn vorige werkgever, die ik snel indiende. Op 22 april kwam vervolgens de beslissing: mijn uitkering werd niet toegekend omdat “u werkloos bent geworden omdat u zelf ontslag heeft genomen zonder dat dit nodig was. U bent, zoals dat heet, verwijtbaar werkloos” aldus het behandelaar P. van het UWV. De brief van het UWV werd ondertekend met de volledige naam van de “uitkeringsdeskundige WW” die mijn zaak behandelde, maar ik ben nu ook weer niet zó rancuneus dat ik die naam bekend wil maken om haar aan de digitale schandpaal te nagelen.

De behandelaar bedoelde dat ik geen ontslag had moeten nemen bij ID Ware International. Ik vroeg mij af of dit relevant was – ik had immers een arbeidscontract van zeven maanden getekend bij Neomax – en ging met het UWV bellen om de situatie uit te leggen. In het gesprek lichtte ik toe dat Neomax betere voorwaarden bood, namelijk betere opleidings- en carrièremogelijkheden, ook al was het salaris lager. Ook noemde ik het feit dat ik een nieuw contract had getekend bij Neomax per 1 mei en dat ik er dus alles aan had gedaan om werkloosheid te vermijden. De medewerker die ik sprak zei dat het nieuwe contract de situatie kon veranderen en dat ik diezelfde dag of morgen zou worden teruggebeld. Direct na het gesprek verstuurde ik het nieuwe contract naar het UWV als bewijs.

Toen ik vrijdag 24 april nog niet was teruggebeld besloot ik nog eens te bellen. Toen werd mij beloofd dat ik diezelfde dag zou worden teruggebeld en voegde het UWV de daad bij het woord. De medewerker die terugbelde vertelde echter dat mijn aanvraag niet kon worden ingewilligd omdat het contract bij Neomax een lager salaris bood dan ID Ware International. Dat andere arbeidsvoorwaarden dan het salaris bij Neomax juist beter waren deed er niet toe. Wat het UWV betreft moet er dus effectief maar geen mobiliteit in de arbeidsmarkt zijn voor degenen die hun WW-rechten niet willen verspelen.

Tijdens mijn opleidingen Bestuurskunde en Public Administration heb ik het een en ander meegekregen over recht, maar niet over arbeidsrecht. Kennis over arbeidsrecht ontbrak ook in mijn netwerk en ik had geen rechtsbijstandverzekering. Maar gelukkig is er op het Internet ook het een en ander te vinden aan gratis juridisch advies. Na een zoektocht kwam ik uiteindelijk uit op dit artikel van Intermediair. Daarin staat dat alleen al het vooruitzicht op een dienstverband van minimaal 26 weken voldoende is om recht op een WW-uitkering te behouden. Vooruitzicht in de zin van dat de arbeidsovereenkomst dus niet daadwerkelijk zo lang moet duren en dat ontslag in de proeftijd daar niets aan veranderd.

Elders op het Internet staan vergelijkbare analyses en wordt ook verwezen naar jurisprudentie uit 2009. Voor de mensen die weinig van recht afweten, jurisprudentie zijn eerdere uitspraken van rechters die vaak een precedent vormen voor toekomstige uitspraken. De uitspraak uit 2009 toont veel parallellen met mijn zaak: het UWV verwijt een kleermaakster dat zij haar recht op WW verspeelde omdat zij een nieuwe baan accepteerde met een nulurencontract en een salaris dat niet hoger was dan bij haar vorige functie met een vast contract. Ook deze werknemer werd kort na het ingaan van de arbeidsovereenkomst ontslagen. De Centrale Raad van Beroep veegde die argumenten van het UWV van tafel en stelde dat alleen het criterium van uitzicht op een dienstverband van 26 weken relevant is.

Gewapend met deze juridische analyses en de jurisprudentie schreef ik een bezwaarschrift en diende dat op 28 april in bij het UWV. Op 18 mei werd ik vervolgens gebeld door een UWV-medewerker van de bezwarenafdeling die mij gelijk gaf. Op 25 mei volgde de bevestiging dat mijn WW-uitkering toch werd toegekend. Op 11 juni kwam nog een brief met de mededeling dat mijn bezwaarschrift niet was afgewezen omdat op 25 mei al was besloten om mij toch een WW-uitkering toe te kennen. Omdat de beslissing van 25 mei juist was werd mijn bezwaar tegen die beslissing ongegrond geacht. Mijn mond viel open van verbazing over deze UWV-logica. De argumentatie was belachelijk omdat ik natuurlijk bezwaar had ingediend tegen de originele beslissing van 22 april, niet die van 25 mei. In de eerste instantie interpreteerde ik dit als een kinderachtige trap na. Nu denk ik dat het misschien een poging was om de statistieken over het aantal toegekende bezwaren te verhullen, omdat het UWV dat misschien als prestatieindicator gebruikt. De verantwoordelijke personen zouden misschien de negatieve gevolgen voor hen willen vermijden als duidelijk werd dat te veel van hun beslissingen succesvol werden verworpen in bezwaarprocedures.

Samenvattend, het UWV wist al van het 26 weken criterium in 2009. Toch heb ik drie (!) UWV-medewerkers gehad die wisselende argumenten aanvoerden die niet relevant waren voor de vraag of ik recht had op een WW-uitkering. De eerste medewerker noemde mijn vrijwillige ontslag bij ID Ware, de tweede dacht dat het nieuwe contract met Neomax de zaak mogelijk zou veranderen en de derde medewerker begon over het lagere salaris van mijn nieuwe functie. Van de andere twee weet ik het niet, maar van behandelaar P. zag ik dat ze Communicatie aan de Universiteit van Tilburg had gestudeerd. Ik vraag mij af wat iemand met een WO-diploma bij het UWV te zoeken heeft in een functie als uitkeringsdeskundige WW, maar ze zal geen gebrekkige intelligentie hebben.

Mijn conclusie is dan ook dat er iets ernstig mis is met de instructie en opleiding van de medewerkers van het UWV. Waarom kan ik relatief snel de jurisprudentie vinden die bepaalde dat ik wel recht had op een uitkering terwijl de UWV-medewerkers daar niet van op de hoogte zijn? Het ergste is misschien nog wel dat ik hoogopgeleid ben, juridische kennis heb en zat spaargeld om een tijdelijk gebrek aan inkomen op te vangen, terwijl veel anderen die bij het UWV aankloppen niet die luxe hebben. Hoeveel mensen zou onterecht een WW-uitkering geweigerd zijn en hadden niet de kennis om in bezwaar te gaan? Mijn vermoeden is dat het een veel te hoog aantal zou zijn. Het is absoluut onacceptabel dat een organisatie als het UWV zo slecht functioneert.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *