Vakbonden, de verstoorders van de vrije markt

De ambtenarenbond Abvakabo-FNV houdt vast aan een looneis van twee procent. Toe maar, in tijden van crisis en met de wetenschap dat door die hogere looneis er nog meer ambtenaren ontslagen worden. Ze weigeren ook nog eens akkoord te gaan met gedwongen ontslagen, alsof de overheid dat zelf niet zou mogen bepalen. Maar ik wil hier verder gaan dan een discussie over de zogenaamde rechtvaardigheid van die eis van twee procent omdat er volgens de bonden in de private sector ook ruimte is voor loonstijging.

Kan iemand mij eens uitleggen waarom het zo’n goed idee is om CAO’s algemeen verbindend te verklaren door de regering? Waarom laten wij het tot stand komen van arbeidsovereenkomsten niet over aan de vrije markt? Volgens de principes van de vrije markt zou het mogelijk zijn om als overheid simpelweg niet te onderhandelen met de vakbonden (al heeft de overheid in theorie nu ook al de mogelijkheid om zich niets van de vakbonden aan te trekken). Als de ambtenaren niet tevreden zijn met de nullijn, dan kunnen ze toch nieuwe baan zoeken in de private sector? Natuurlijk zou er de doorbetaling van loon bij stakingen ook afgeschaft moeten worden, waarom zou een werkgever betalen voor werknemers die niet werken maar staken?

Arbeidsovereenkomsten die in een vrije markt tot stand komen zouden ook beter zijn bij een recessie zoals deze, lijkt me. Werkgevers kunnen dan het loon verlagen wat het bedrijfsleven wat ademruimte zou geven in een recessie. Want waarom zouden werkgevers wel met elkaar mogen concurreren in een krappe arbeidsmarkt ten gunste van de werknemer, maar niet de lonen laten mogen dalen ten nadele van de werknemer tijdens een crisis? Dat is naar mijn mening ‘wel het zoet maar niet het zuur’. Lagere lonen kan dan ook minder ontslagen betekenen. Alleen maar loonstijgingen, die volgens de vakbonden nodig zijn om te compenseren voor de inflatie maar natuurlijk heel vaak boven het niveau van de inflatie liggen, versterken diezelfde inflatie juist. Die looneisen houden waarschijnlijk ook geen gelijke tred met de stijging van de arbeidsproductiviteit. Dat leid dus tot een verslechterende concurrentiepositie tegenover het buitenland, tenzij het mogelijk zou zijn om de lonen te laten dalen. Ik voorzie dat wij ons om die concurrentiepositie nog wel eens zorgen gaan maken, zeker wanneer er ook op het terrein van hoogopgeleid werk meer concurrentie komt uit opkomende economieën.

Het enige wat de overheid zou moeten garanderen is een minimumloon en enig recht op pauzes, andere arbeidsvoorwaarden en een veilige werkomgeving, laat zaken zoals onderhandelingen over loon de vrije loop. Vakbonden hoeven voor mij echt niet de nek omgedraaid te worden, maar de afpersing van werkgevers zou moet stoppen. Vakbonden en werkgevers zouden nog steeds met elkaar kunnen overleggen zodat er een CAO tot stand zou kunnen komen, maar dan op vrijwillige basis. Vakbonden hadden een positief effect in tijden waarin een groot deel van de beroepsbevolking ongeschoold werk verrichte in de industrie omdat de macht toen wel erg in het voordeel van de werkgevers lag, maar dat is nu niet meer zo nu de meerderheid van de beroepsbevolking in de dienstensector werkt en veel hoger is opgeleid. En de organisatiegraad van vakbonden is tegenwoordig ook wel behoorlijk dramatisch, nog maar net iets meer dan 20% van de werknemers met een baan van tenminste twaalf uur per week is lid van een vakbond. Dus wie vertegenwoordigen ze nu nog? Dit systeem kan niet veel langer houdbaar blijven als die daling van de organisatiegraad doorzet.

Overigens blijkt dat mijn ideeën zo slecht nog niet zijn, een aantal economen blijkt er vergelijkbare gedachten op na te houden als ik zo het artikel over kritiek op vakbonden lees op Wikipedia.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *